1/53
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
slide overzicht

waarvoor is PLC bèta een afkorting
fosfolipase Cbèta
slide iets

hoe gebeurt signaaltransductie via fosfolipase Cbèta
Extracellulaire ligand bindt aan GPCR
Activering van trimeer G proteïne (Gq)
moleculaire schakelaar Gq → Gq(alfa) + Gq(bètagamma)
Activering van effector PLCbèta (door Gq(alfa))
hydrolyse PIP2 tot IP3 en DAG
vorming second messengers
IP3 → Ca2+ vrijstelling uit ER
DAG blijft in cytosolische blad membraan en activeert PKC, ionenkanalen

PLCbèta is een enzyme aanwezig in …
PM
de katalytische site van PLCbèta is in het cytosolisch / exoplasmatisch blad van PM
cytosolisch
door wat gebeurt de aanmaak van PIP2
PI-kinasen (lipidenkinasen)

hoe ziet IP3 eruit
inositol met op C1, C4 en C een fosfaatgroep

waarvoor staat DAG
diacylglycerol

waarvoor staat PIP2
fosfatidylinositol(4,5)bisfosfaat
waarvoor staat IP3
inositol(1,4,5)trifosfaat
IP3 is hydrofiel / hydrofoob / amfipatisch en gevolg
hydrofiel, diffundeert in cytosol en bindt aan receptor in ER → Ca2+ vrijstelling

DAG is hydrofiel / hydrofoob / amfipatisch
hydrofoob, blijft in cytosolisch blad → activering PKC en ionenkanalen

waar bevindt IP3 receptor zich
ER
slide IP3 receptor

PKC wordt gestimuleerd door…
binding aan DAG
binding Ca2+ aan PKC
wat voor kinase in PKC
Ser Thr kinase
slide transductiecascades

slide terminologie Ca2+

waarop berust de bifasische Ca2+ respons na activatie GPCR / PLCbèta
a) bifasische vorming van second messengers
b) desensitisering van receptor
c) Ca2+ vrijstelling + Ca2+ influx
c
De Ca2+ ionofoor 123187 bootst in vasculaire gladde spier het effect van nordrenaline volledig na
a) ja
b) nee
b

stoichiometrie PMCA
1 Ca2+ naar buiten / 1ATP
stoichiometrie Na+/Ca2+ uitwisselaar
3 Na+ naar binnen / 1 Ca2+ naar buiten
stoichiometrie Na+/K+ pomp
3 Na+ naar buiten / 2 K+ naar binnen / 1ATP
stoichiometrie SERCA
opname 2 Ca+ / 1 ATP
slide transportsystemen

welke soorten influxkanalen voor Ca2+ vinden we terug in de PM
Spanningsafhankelijk (bij depolarisatie)
Ligand gestuurd (activeren bij binding ligand)
Receptor-geactiveerd (geschakeld door DAG → bv TRPC)
Mechano-gevoelig (wanneer membraan vervormt)

welke Ca2+ vrijstellingskanalen vinden we terug in ER
IP3 receptor (ligand gestuurd Ca+ kanaal)
Ryanodine receptor
waar vinden we de ryanodine receptor typisch erug
skeletspieren, hartspier en sommige gladde spieren
bij een AP in een neuron krijgen we influx / vrijstelling van Ca2+
influx

bij een AP in een skelet- / hartspier krijgen we influx / vrijstelling van Ca2+
vrijstelling
hoe werkt Ca+ vrijstelling in een skelet- / hartspier

hoe krijgen we dan een Ca+ signaal in een niet-prikkelbare cel
Ligand → bindt op GPCR → activatie PLCbèta → vorming IP3 en DAG → IP3 bindt op IP3 receptor → vrijstelling Ca2+ uit ER en influx van Ca2+ uit TRP (via DAG) en SOC (via signaal uit leeg ER)
hoe werkt SOC
als Ca2+ opslag in ER onder een bepaald niveau is → signaal uit lumen gestuurd naar SOC in de PM → Ca2+ influx

in afwezigheid van extracellulair Ca2+ lokt een AP in de presynaps vrijstelling van NT’s uit
a) ja
b) nee
b

in afwezigheid van extracellulair Ca2+ lokt een AP in een skeletspier een contractie uit
a) ja
b) nee
a

slide Ca2+

welke Ca2+ sensoren hebben we voor wanneer we ene Ca2+ signaal krijge
Ca2+ geactiveerde ionenkanalen (openen bij binden van Ca2+)
Calmoduline
synaptotagmine (specifiek in presynaps)

hoe werken Ca2+ bindende eiwitten in de cel + vb
binding van Ca2+ ifv cytoplasmatische Ca2+ concentratie
10-7M → apo-eiwit
vrije vorm (geen Ca2+ ionen gebonden)
inactief
> 10-7M: binding van Ca2+
Ca2+ eiwit complex
→ cellulaire respons
Reversibele binding
aan/uitschakelen van de transductie ifv cytoplsmatische Ca2+
VB: Calmoduline
calmoduline is een eiwit dat zich bevindt in…
cytoplasma
hoeveel bindingsplaatsen voor Ca2+ heeft calmoduline
4, 2 per domein

wat gebeurt er wanneer Ca2+ bindt aan calmoduline
Ca-Calmoduline
conformatieverandering
blootstelling van hydrofobe residu’s (zitten normaal naar binnen)
binding aan doelwiteiwitten
via hydrofobe interacties (activering / inhibitie)

enzymes die geactiveerd worden door Ca-CaM (Ca-Calmoduline)
NO synthase: eNOS en nNOS
NO productie in endotheel en neuronen
Myosine lichte keten kinase: MLCK
contractie gladde spier
CaM kinase: CaMKinase II
Geheugen (vastleggen)
PMCA
extrusie Ca2+
calcineurine = fosfatase
…

slide addendum

stel dat een doelwitcel zowel alfa1 als bèta1 als bèta 2 receptoren bevat. de respons van de cel is Ca2+ afhankelijk, maar wordt geïnhibeerd door PKA
welk molecule activeert deze cel
a) alfa1 agonist
b) bèta 1 agonist
c) bèta 2 agonist
d) M3 antagonist
a

slide addendum

slide addedum

slide paracriene interactie vaatwand

sldie NO / cGMP

hoe gebeurt aanmaak NO in endotheelcellen
Ach → M3 (GPCR) → PLBbèta geactiveerd → IP3 → Ca2+ signaal → CaCaM → activeert eNOS → slplitst L-arginine in NO en citruline

verschil tussen adenyl- en guanylaatcyclase
Adenylaatcyclase gebruikt ATP om cAMP te maken en guanylaatcyclase gebruikt GTP om cGMP te maken
guanlylaatcyclase is een enzyme dat zich bevindt in het
cytosol
hoe gebeurt signaaltransductie via cGMP in gladde spiercel
NO diffundeert in gladde spiercel
NO bindt op receptor (guanylaatcyclase)
guanylaatcyclase maakt cGMP uit GTP
cGMP activeert PKG
Ser Thr kinase
fosforylering
Respons: relaxatie vaatwand

wat is sildenafil en wat doet het
inhibitor van cGMP fosfodiesterase
remt afbraak cGMP
bevordert vasodilatatie → bv’en zetten uit → bloeddruk daalt
(ontwikkeling anti-hypertensiva → tegen hoge bloeddruk)
