1/78
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
pijn 2 componenten (def 1994)
Sensorisch: hoe intens, welke kwaliteit?
Affectief: hoe unpleasant, vervelend, distressing?
Pijn definitie Revised definition uit 2020
an unpleasant sensory and emotional experience associated with (or resembling that associated with) actual or potential tissue damange
- Taskforce opgericht met experts en stakeholders in domein om definitie te herevalueren
- Toevoeging om onder meer fantoompijn te erkennen en verklaren: niet langer een echte ervaring, ook iets wat daarop lijkt
Pijn; Elementen (6)
1. Pijn is altijd een persoonlijke ervaring, in variërende mate beïnvloed door biopsychosociale
factoren
2. Pijn en nociceptie zijn verschillende fenomenen; pijn kunnen we niet infereren van enkel activiteit in sensorische neuronen
3. Concept van pijn wordt doorheen leerprocessen tijdens het leven verworven
Vooral in het behandelen van chronische pijn: belangrijk van in rekening brengen van leerervaringen
4. Rapportering van pijn moet gerespecteerd worden = subjectiviteit!
Tegenreactie tegen opkomende neurowetenschappen met hippe technieken; ontstaan van positivisme
Het gaat om de individuele ervaring
5. Pijn heeft doorgaans adaptieve rol, maar kan (zeker van zodra chronisch) negatieve effecten hebben op psychosociaal welzijn
6. Verbale beschrijving is slechts 1 manier om pijn tot expressie te brengen; niet kunnen communiceren betekent niet per definitie dat iemand geen pijn ervaart
Pijn en nociceptie
zijn verschillende fenomenen; pijn kunnen we niet infereren van enkel activiteit in sensorische neuronen
Nociceptors
detecteren pijnlijke stimulus (omzetting in elektrisch signaal/zenuwimpuls = transductie)
Nociceptie
transmissie van nociceptieve signalen naar brein (is not yet pain perception)
pain experience (feeling of pain)
Kan gemoduleerd worden door descending pathways uit verschillende regio's in het brein, komen samen in hersenstam en gaan verder naar beneden
Inhiberen of exciteren nociceptieve ascending signals
Pijnervaring
bepaald door interactie van ascending nociceptieve signalen en descending modulerende signalen van pijn (medicatie, verwachtingen, context)
- Beide banen werken simultaan en parallel
Ascending signals
signals to brain, nociceptie: brengen info over schade naar brein
descending signals
brain signals down to nociceptive nerve endings = modulate => Inhiberen of exciteren nociceptieve ascending signals
Both ascending and descending signals together
forms the pain experience
huidige biopsychosociale visie op pijn
Pijnervaring beïnvloed door heel wat factoren (<> Descartes: pijn is puur biologisch)
Fasen van acute pijn (4)
1. Detectie van pijnlijke stimulus (transductie)
2. Overdracht van het signaal (transmissie)
elektrische signaal beweegt langs de axonen van nociceptieve zenuwcellen naar de dorsale hoorn van het ruggenmerg, signaal wordt verder geleid naar het brein via opstijgende zenuwbanen
3. Ervaring van pijn (perceptie)
4. modulatie van pijn (descending pathways)
acute pijn
adaptief en signaliseert schade, vaak goed behandelbaar
chronische pijn
ontstaat als pijnsystemen zich maladaptief aanpassen, met een grotere rol voor afdalende modulatie en leerprocessen, pijn kan aanwezig blijven zonder aanwijsbare fysieke schade
Hoe kan men pijn experimenteel induceren? (5)
1. Elektrische stimulatie
2. Thermal stimulatie (thermode, laser, cold pressor test)
3. Mechanische stimulatie (vb. pressure pain)
4. Chemische stimulatie (capsaicin, NaCl-injectie)
5. Ischemic stimulation arresting blood flow with tourniquet
zelfrapportage
Mogelijkheden: number scale, 4-point category scale, visual analog scale, combined
verbal-numerical scale
= zowel sensorische als affectieve component
Radio-metafoor: hoe luid vs hoe vervelend?
Intensiteit (hoe pijnlijk?) & unpleasantness (hoe unpleasant?)
intensiteit van pijn
sensorisch component
- Hoe pijnlijk is het
unpleasantness
affectieve component
- Hoe onaangenaam voelt de pijn
Facial expressions
Meten van sensorische component (intensiiteit)
Gebaseerd op FACS van Ekman (idee van universaliteit van emotie-expressie gelaatsuitdrukkingen)
Action Units (AU): kleinste entiteit van muscular facial response
Pain face: brow lowering (AU4), orbit tightening (AU6), levator contraction (AU10), eyelid closing (AU43)
Meting: videotape van participanten, decode facial activity (AU + intensiteit)
Opgelet: kan misleidend zijn omdat doen alsof altijd mogelijk is hierin
gedragsmatig: nocifensieve reflex
Meten van sensorische component (intensiiteit)
reflex in respons op nociceptieve stimulus om ons te beschermen: lineaire correlatie
- Hoe sterker schok, hoe sterker reflex (hogere amplitude)
- Hoe sterker schok, hoe sterker pijnrating (komt dus overeen met zelfrapportage)
Meten van sensorische component van pijn (pijn intensiteit) (5)
1. Zelfrapportage
2. Facial expressions
3. Gedragsmatig
4. Psychofysiologische parameters
5. Neurofysiologische parameters
Psychofysiologische parameters
Meten van sensorische component (intensiiteit)
heart rate & skin conductance
- fysiologische metingen reageren op pijnprikkels
Studie : Psychofysiologische parameters
Resultaten
- Subjectieve ratings correleren met heat intensity
- Fysiologische parameters correleren met heat intensity
- Licht vertraagd: na enkele seconden toeneme in HR & SC
- Sterkte verandering in functie van intensiteit
Neurofysiologische parameters
Meten van sensorische component (intensiiteit)
somatosensorische cortex (S1, S2)
- Magneto-encefalografie (MEG): meet adhv magneet elektrische activiteit in cortex
- S1: intensiteit is goed gerepresenteerd in de amplitudes (hoe hoger intensiteit, hoe hoger amplitude van MEG), differentiatie van intensiteit
- S2: alles-of-niets principe (enkel de twee hoogste pijnprikkels ontlokken respons, de twee aan lagere intensiteit niets)
Neurofysiologische parameters: Studie
Verschillende intensiteitsniveaus van pijnstimulus toegediend en hersenactiviteit gemeten
Resultaten: activiteit al 100ms na pijnstimulus (tijd om de cortex te bereiken)
- S1: intensiteit is goed gerepresenteerd in de amplitudes (hoe hoger intensiteit, hoe hoger amplitude van MEG), differentiatie van intensiteit
- S2: alles-of-niets principe (enkel de twee hoogste pijnprikkels ontlokken respons, de twee aan lagere intensiteit niets)
Meten van affectieve component van pijn (2)
1. Zelfrapportage
2. hypnose
How can we quantify/study the affective component?
We need to have 2 stimuli at the same strength/intensity while changing the affective meaning of a stimulus
→ hypnosis => Selectieve modulatie affectieve component via hypnose, zonder modulatie van sensorische component (bv. idee induceren dat het véél pijn gaat doen, of alsof je een verdoving geeft, …)
Hyponese: Studie (Rainville et al., 1999)
Selectieve modulatie affectieve component via hypnose, zonder modulatie van sensorische component
- Instructies ('dit gaat pijnlijk zijn, pas op' <-> 'dit is niet zo pijnlijk') ➔ manipulatie affectieve component («» pijnprikkel/sensorische hetzelfde)
Functionele beeldvorming
Geen verschil in activatie S1 (sensorische component)
Correlatie met activiteit in anterieure cingulate cortex (ACC): hogere unpleasantness (rating) is gecorreleerd met hogere activiteit in ACC
Pijn in het brein: (2) netwerken
1. Mediaal affectief pijnnetwerk: ACC, insula, PFC
2. Lateraal sensorisch pijnnetwerk: S1, S2, thalamus,
Mediaal affectief pijnnetwerk
Verwerkt de emotionele en onaangename aspecten van pijn (unpleasantness)
- Bepaalt hoe vervelend of stressvol een pijnprikkel is en speelt een belangrijke rol in pijnbeleving en modulatie
- ACC, insula, PFC
Onderdelen van Mediaal affectief pijnnetwerk (3)
ACC = Integreert emotionele en cognitieve aspecten
Insula = rol in de bewuste gewaardwording
PFC = cognitieve controle over pijn incl. verwachtingen en interpretaties, kan helpen pijn te onderdrukken
Lateraal sensorisch pijnnetwerk
Verwerkt de sensorische kenmerken van pijn
- dit netwerk bepaalt waar de pijn wordt gevoeld en hoe sterk deze is
- S1,S2, Thalamus
Onderdelen van Lateraal sensorisch pijnnetwerk (3)
Primaire somatosensorische cortex (S1) = lokalisatie en intensiteit
Secundaire somatosensorische cortex (S2) = Integreert pijninformatie en stuurt deze door naar hogere hersengebieden voor verdere verwerking,
Thalamus = verwerking, schakelstation dat sensorische signalen doorgeeft aan de somatosensorische cortex
Hoe beïnvloedt aandacht pijn
Aandacht speelt een belangrijke rol in de ervaring van pijn
- verschillende studies tonen aan dat het richten van aandacht naar of weg van een pijnprikkel verschillende effecten heeft op de sensorische en affectieve componenten van pijn
Studie (Villemure et al., 2003): crossmodal attention design
Cross-modal attention: veelgebruikt design om modulatie van pijn door aandacht te bestuderen
Stimuli van 2 modaliteiten tegelijk toegediend: pijnprikkel en stimulus (geur, geluid, ...)
Manipulatie
Aandacht richten naar pijnstimulus: oordelen of pijnprikkel van zelfde intensiteit was als de vorige of niet
Aandacht richten naar andere stimulus: oordelen of deze stimulus van zelfde intensiteit was als vorige
- Pijnintensiteit raten na ieder block
Resultaten
Hogere pijnintensiteit bij aandacht naar pijn, lager bij aandacht naar geur (sensorische component)
Geen significant verschil in unpleasantness (affectieve component), stemming, angst/kalmte
Studie (Bushnell et al., 1999): aandacht moduleert pijnverwerking in primaire somatosensorische cortex (S1)
Zelfde cross-modal attention procedure, maar met auditorische stimuli (makkelijker in MRI)
- Reactie op MRI gemeten: verhoogde activatie S1 bij aandacht naar pijnprikkel, lager bij aandacht naar geluid (when attention is away from pain → reduced brain activity in S1)
Vooral impact op sensorische component van pijn
- Attentional modulation van pijn is ook geïmplementeerd in het brein
Emotional modulation of pain: 2 conclusions
hoe emoties pijn moduleren
bv affectieve muziek of emotionele beelden
=> neg. emotie stimulatie faciliteert pijnperceptie in vergelijking met pos. emotie stimulatie
=>Pleasant pictures reduce pain, unpleasant pictures increase pain
Studie (Roy et al., 2008): affectieve muziek moduleert pijn
Warmte-pijnprikkel (3 verschillende intensiteiten), met tegelijkertijd affectieve muziek (positief of negatief, of stilte)
- Muziek wordt verondersteld bepaald affect op te wekken
- Rating van pijnintensiteit en unpleasantness
Resultaten
- Bij hoogste warmte-intensiteit (48°C): lagere rating pijnintensiteit en unpleasantness bij pleasant music
- Geen verschil tussen controleconditie (stilte) en unpleasant muziek
Indien geen afleiding, is pijnintensiteit en omgemak even sterk als bij negatieve muziek
Kritiek: misschien niet beste controleconditie? beter gekozen voor neutrale afleidingsconditie
- Interpretatie: negatieve emotionele stimulatie faciliteert pijnperceptie in vgl met positieve
Studie (Roy et al., 2009): emotional modulation of pain with emotional images (4)
Procedure: kijken naar emotionele beelden (pleasant of unpleasant), terwijl krijgt men shocks in hiel, pain raten
- Verschillende metingen: EMG van biceps femoris, hersenbeeldvorming
Resultaten
- Pijnratings: unpleasant > neutral > pleasant
- Spierreflex: unpleasant > pleasant & neutraal (hierin geen verschil)
- Hersenactiviteit: shock-gerelateerde activatie pijnnetwerk: unpleasant beelden > pleasant (cf. insula, ACC)
Emotionele modulatie van pijnratings is geassocieerd met insula (anterior)
Pijnratings gecorreleerd met activatie insula
- Emotionele modulatie van spinal reflex correleert met activiteit in gebieden pijnnetwerk
Activiteit in pijnnetwerken hangt positief samen met sterkte van de reflex
=> Pleasant pictures reduce pain, unpleasant pictures increase pain
attentional & emotional modulation of pain samengevat (2)
Attentional modulation mainly reflects in sensory component (intensity)
Aandacht lijkt vooral intensiteit van pijn te moduleren
Emotional modulation mainly reflects in affective component (unpleasantness)
Emoties lijken vooral affectieve component van pijn te moduleren
Social influences in pain
Sociale factoren die pijn beïnvloeden, het belang van empathie
→ zelfde activatie patroon bij verwerking
→ sociale pijn heeft zelfde activatie als fysieke
Studie: pain processing in romantic couples
Resultaten
-Affectief pijnsysteem geactiveerd (anterior insula, ACC) zowel bij zelf pijn ervaren als bij partner pijn zien ervaren → zelfde activatiepatroon
Onze eigen pijngebieden worden geactiveerd als we een naaste pijn zien hebben
Affectief pijnsysteem, niet sensorisch pijnsysteem
-Hoe hoger empathiescore, hoe sterker activatie in respons op pijn van anderen
Studie (Ochsner et al., 2008): verwerking van pijn bij andere mensen
Vraag: geldt dit ook voor mensen waarmee me geen affectieve band hebben?
- Procedure: foto's van sports accidents (onbekende sporters)
Resultaten
- ACC & anterior insula in beide gevallen geactiveerd (minder sterk bij mensen die we niet kennen, maar nog steeds wel activatie)
- Pijn van anderen is gerepresenteerd in eigen cortex (affectief pijnnetwerk)
Studie (Eisenberger, 2012): hersenactivatie bij sociale exclusie
Paradigma voor sociale exclusie (cf. cyberball) → Verschil in activatie meten
- Bij sociale pijn: verhoogde activatie dorsale ACC (emotioneel pijnnetwerk)
- Zelfde activatie als bij fysieke pijn
- dACC activatie gecorreleerd met gerapporteerde social distress
Studie (Kross et al., 2011): pijn na heartbreak
Ppn: studenten die <2 weken geleden gedumpt zijn
Procedure:
- Pijnstimuli (vs gewoon warm)
- Foto van ex (vs vriend)
Resultaten
- Affectieve (insula, dACC) én sensorische pijngebieden geactiveerd (thalamus, S2) bij kijken naar foto van ex; zéér gelijkaardig aan echte pijn
- Iets minder sterke activatie dan bij fysieke pijn, maar nog steeds significant
Gevolgen van overlap sociale en fysieke pijn: assumpties (2)
Implicaties van traits: mensen die gevoelig zijn voor sociale pijn, zijn ook gevoeliger voor fysieke pijn
Implicaties van states: als je de ene pijn doet toe- of afnemen, dan zal de ander ook toe- of afnemen
Studie (DeWall et al., 2010): werken pijnstillers tegen liefdesverdriet (sociale pijn)?
- Acetaminophen (paracetamol) reduceert pijn van social rejection op zowel gedragsmatig (gerapporteerde gevoel) als neuraal niveau
→ So manipulating PHYSICAL pain can REDUCE SOCIAL pain
Significant verschil met placebo vanaf dikke week na start, na 3 weken nog groter verschil
Cognitive regulation of pain
Emotieregulatiestrategieën helpen om affectieve responsen te moduleren; geldt dit ook voor pijn?
Reappraisal effectief in reduceren van pijnrapportering (consistent gevonden)
Suppressie: gemengde resultaten
Studie (Haspert et al., s.d.): pijnregulatie adhv emotieregulatiestrategieën
Procedure: pijnlijke warmteprikkel ➔ rapporteren van pijnintensiteit en unpleasantness
Condities
- Reappraisal ('imagine a nice, warm cushion')
- Suppression ('block all thoughts about the pain')
- Controleconditie/'experience'/perceive
Resultaten
- Sensory pain ratings: reappraisal werkt beste, suppress beetje, experience hoogste pijnrating
- Affective pain ratings: idem reappraisal werkt beste (sterkste effect)
- Fysiologie (verschil voor en na trial)
Hartslagverschil: reappraisal > suppressie > experience/acceptance
SCR verschil: reappraisal daling, suppressie weinig effect, experience toename
Studie (Haspert et al., 2020): acceptance-based strategieën reduceren subjectieve én fysiologische pijnresponsen
Condities
- Controleconditie = perceive (cf. experience hiervoor)
- Acceptance
Resultaten (hoe reageert men op warmtepijnprikkel)
- Pijnratings
Unpleasantness: acceptance < control (grootste effect)
→ Vooral effectief in reduceren van affectieve component van pijn
Pijnintensiteit: acceptance < control
- Heart rate: lager bij acceptance (na verdwijnen van pijnprikkel)
acceptance-based strategieën
Pijn volledig accepteren zonder poging om het te veranderen of vermijden, bijvoorbeeld pijn en emoties observeren als voorbijgaande wolken in de lucht
Conclusie cognitieve regulatiestrategieën (3)
• Reappraisal en suppressie zijn beide effectief in reduceren van pijn
• Reappraisal lijkt beter dan suppressie
• Acceptance-based regulatie werkt ook
placebo effect
Positive psychological and physiological response, following the administration of a sham treatment or intervention (“i shall please”)
nocebo effect
„placebo effect“, which leads to worsening of symptoms due to negative expectations '(evil twin, (Lat. „I shall harm“)
Central mediators of placebo hypoalgesia and nocebo hyperalgesia
• Expectation
• Experience
placebo as condition (2)
as control condition
as treatment outcome
how to show the role of expectation
using open vs hidden application
role and power of expectation: Open versus hidden application of drugs
Both will always have the actual pharmacological effect
But open application almost double effective because the ‘expectancy-related (placebo) effect’ is added
Hidden application
patient does not know when the medication is administered -> doesn't know when to expect it
Open application
patient knows when they get the medication
The role of experience: Pavlovian conditioning
Learning experiences:
Placebo is a form of pavlovian conditioning
Pain reduction due to a conditioned response
First: Acquisition
Second: Evocation
how to show the role of experience
using pavlovian conditioning
2 steps of pavlovian conditioning of pain reduction
Acquisition = learn that medication leads to pain reduction (US + neutral S → unconditioned response UR)
Evocation = conditioned stimulus (placebo/looks like real meds) → conditioned response
Placebo analgesia research paradigm: Instruction + conditioning
STEP 1: In this paradigm: First the patient is told: “one cream is new developed pain killer the other is nothing” (But in reality: BOTH are placebo)
Expectation: one spot will be more/less painful than the other
→ To create this expectation: pavlovian conditioning (Give higher intensity of stimulus on the ‘control-cream’ → Patient learns that what doctor said is correct)
STEP 2: Give the same pain intensity on both creams
Result:
=> Less pain rating of the placebo cream
=> Less brain activity from the placebo cream
Price of placebo & nocebo matters
Many other factors influence placebo, like price: “It costs more so it must be better”
Telling a patient “this is a super expensive waaaw cool meds” <-> “This is cheap”
Price of placebo influences the placebo effect in both pain ratings and fysiological sweat
study: Price matters for the nocebo effect
The patient is told: “we’re testing a new cream for treatment, but has strong possible side effects” + “it costs a lot / it’s cheap” (value)
=> Nocebo effects (the so-called ‘side-effects’) are stronger in the expensive cream
=> Across time: the longer you give the cream, the more they feel side effects (even though nothing changed)
3 Paradigms for assessing placebo effects
Parallel group design
Open vs. hidden drugs design
Response conditioning design
Parallel group design
To asess placebo effect:
o Comparing active drug treatment <-> placebo control group
o How much is pharmalogical/drug effect & how much is placebo effect
Open vs. Hidden drugs design
To asess placebo effect:
o Testing expectations: checking if it’s only expectations that modulate the placebo effect
Response conditioning design
To asess placebo effect:
o Combination of testing expectation & learning experiences
o First: a verbal suggestion “this reduces/enhances” → Second: Conditioning, associative learning → Third: Test if instructions/expectation + learning experience creates placebo effect
placebo analgesia
when the administration of placebos leads to pain relief
2 phases in brain activity when placebo analgesia is given
Anticipation/preparation = activity in PFC areas
Pain processing / actual effect = reduction of activity in sensory pain areas & thalamus & spinal
Brain acitvity during: Anticipation of pain/meducation
(preparation of placebo effect) is seen in PFC areas (dlPFC, OFC)
Brain acitvity in: Reduction of pain processing
Measuring actual pain stimulation, when effect actually happens
Mainly represented in pain areas
→ Reduced pain-evoked activity in thalamus under placebo compared to control
Spinal effects of placebo analgesia
in very early nociceptive processing
Measuring activity in spinal cord (remember pain system is there)
So: expectation → conditioning → test phase (with same S)
=> Reduced activity on spinal level for placebo > control
=> Descending signals go down and already inhibit ascending in processing stream
Neurobiological model of placebo analgesia
In all these areas placebo effects have been demonstrated
- Mood
- Respiratory functions
- Cardiovascular
- Immune systel
- Gastrointestinal
- Endocrine functions
- Pain
- Motor functions
With Expectations and Conditioning of experience
So placebo is a very strong effect that can even influence biological sympoms
How to Minimize nocebo effects
Avoidance of negative suggestions:
In ALL types of treatments language matters → you induce expectations via language/communication
Causing uncertainty (“it may help”)
Jargon (“Result was negative”, “we’ll cut you up in lots of thin slices…”)
Ambiguity (“We’re putting you to sleep now, it’ll soon be all over.” (induction of anesthesia)
Emphasizing the negative (“You are a high-risk patient.” “That always hurts a lot.”)
Focusing attention (“Are you feeling nauseous?”)
Innefective negation and trivialization (“You don’t need to worry.” “It’s just going to bleed a bit”)
Application of placebo in treatment of pain (4)
• Expectation of positive effect supports and augments analgetic effect
→ Emphasis of positive aspects of treatment
• Context factors support and augment analgesic effects
→»open medication«
• Expectation of negative effect counteracts analgesic effect
→ Avoidance of unnecessary negative and threatening information
• conditioning supports maintenance of placebo effect
→ Application of effective pain killers creates positive expectation