Listeria 75

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
call with kaiCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/74

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

75 Terms

1
New cards

Waarom is Listeria fundamenteel anders dan Campylobacter en Salmonella?

Omdat Listeria geen enterische bacterie is en geen primaire link heeft met het gastro-intestinaal stelsel van dieren.

2
New cards

Waarom valt Listeria toch onder diergeneeskundig toezicht?

Omdat dierenartsen aan het begin van de voedselketen staan en betrokken zijn bij staalname, analyse en bronopsporing.

3
New cards

Waarom wordt Listeria een omgevingspathogeen genoemd?

Omdat ze ubiquitair voorkomt in milieu zoals grond, water en voeder.

4
New cards

Wat betekent ubiquitair bij Listeria?

Dat de bacterie overal in het milieu voorkomt en niet aan één gastheer gebonden is.

5
New cards

Waarom is Listeria ondanks haar ubiquiteit toch belangrijk voor voedselveiligheid?

Door specifieke transmissieroutes en ernstige ziekte bij de mens.

6
New cards

Wie ontdekte Listeria als eerste?

Dierenartsen, eerst bij dieren en pas later bij de mens.

7
New cards

Wanneer werd Listeria als pathogeen herkend?

In het begin van de 20e eeuw.

8
New cards

Waar komt de naam Listeria vandaan?

Van Joseph Lister, die geen dierenarts was.

9
New cards

Is kennis van volledige taxonomie vereist?

Nee, enkel conceptueel inzicht.

10
New cards

Tot welke bacteriële groep behoort Listeria?

Tot Gram-positieve staafvormige bacteriën.

11
New cards

Is Listeria sporenvormend?

Nee.

12
New cards

Is Listeria aeroob of anaeroob?

Facultatief anaeroob.

13
New cards

Waarom is facultatief anaeroob zijn belangrijk?

Omdat dit Listeria toelaat te overleven in zowel milieu als gastheer.

14
New cards

Tot welke bacteriële groep behoort Listeria op klassenniveau?

Tot dezelfde klasse als lactobacillen.

15
New cards

Waarom is dit taxonomisch interessant?

Omdat ze verwant is aan niet-pathogene bacteriën maar zelf wel pathogeen kan zijn.

16
New cards

Hoe beweegt Listeria zich voort?

Met peritriche flagellen over de volledige celwand.

17
New cards

Wat is tumbling motility?

Een roterende, vallende beweging zichtbaar onder de microscoop.

18
New cards

Bij welke temperatuur vertoont Listeria tumbling motility?

Bij kamertemperatuur.

19
New cards

Is Listeria beweeglijk bij lichaamstemperatuur?

Nee.

20
New cards

Waarom is dit een belangrijke TWIO?

Omdat Listeria net wél beweeglijk is bij lage temperatuur en niet bij 37°C.

21
New cards

Hoeveel Listeria-species bestaan er?

Meerdere, maar slechts twee zijn belangrijk om te kennen.

22
New cards

Welke Listeria-species is het belangrijkste voedselpathogeen voor de mens?

Listeria monocytogenes.

23
New cards

Welke Listeria-species is vooral een dierpathogeen?

Listeria ivanovii.

24
New cards

Waarom moet men ALTIJD species-identificatie uitvoeren bij Listeria?

Omdat niet alle Listeria-species voedselpathogeen zijn.

25
New cards

Waarom is dit wettelijk belangrijk?

Omdat enkel Listeria monocytogenes aanleiding geeft tot afkeuring van voedingsmiddelen.

26
New cards

Waarom werd de wetgeving rond Listeria aangepast?

Omdat men ontdekte dat andere Listeria-species wel voorkomen maar niet pathogeen zijn.

27
New cards

Welke identificatiemethoden worden gebruikt voor Listeria?

PCR, chromogene media en MALDI-TOF.

28
New cards

Moet je de technische details van deze testen kennen?

Nee, enkel de voor- en nadelen en het concept.

29
New cards

Wat is het nadeel van fenotypische identificatieschema’s met + en –?

Dat ze geen betrouwbaar beeld geven van variabiliteit binnen species.

30
New cards

Waarom geeft men tegenwoordig numerieke resultaten bij identificatie?

Om variabiliteit en betrouwbaarheid correct weer te geven.

31
New cards

Waarom moet men altijd aangeven hoeveel isolaten en stammen zijn onderzocht?

Omdat meerdere isolaten tot dezelfde stam kunnen behoren.

32
New cards

Wordt serotypering bij Listeria gebruikt?

Ja.

33
New cards

Is serotypering identificatie of karakterisatie?

Identificatie.

34
New cards

Waarop is serotypering gebaseerd bij Listeria?

Op O- en H-antigenen.

35
New cards

Waarom is serotypering epidemiologisch nuttig?

Omdat bepaalde serovars gevaarlijker zijn dan andere.

36
New cards

Moet je specifieke serovars van buiten kennen?

Nee, enkel het concept.

37
New cards

Waarom kan een lager aantal gevaarlijker zijn dan een hoger aantal?

Omdat sommige serovars virulenter zijn.

38
New cards

Waarom wordt serotypering gedaan bij Listeria en Salmonella, maar niet bij Campylobacter?

Omdat Listeria en Salmonella stabiele en epidemiologisch relevante serovars hebben.

39
New cards

Is Listeria psychrofiel?

Ja.

40
New cards

Wat betekent dit concreet voor voedselveiligheid?

Dat Listeria niet wordt geremd door koelkasttemperaturen maar traag verder groeit.

41
New cards

Waarom is dit een belangrijke TWIO?

Omdat koeling geen veiligheidsmaatregel is tegen Listeria.

42
New cards

In welke voedingsmiddelen is dit vooral problematisch?

Groenten, fruit en ongepasteuriseerde kazen.

43
New cards

Kan Listeria overleven bij lage wateractiviteit?

Ja, uitzonderlijk goed.

44
New cards

Waarom is dit problematisch?

Omdat Listeria ook in uitgedroogde producten kan overleven.

45
New cards

Kan Listeria zowel kwalitatief als kwantitatief worden geanalyseerd?

Ja.

46
New cards

Waarom gebruikt men kwalitatieve analyse bij lage aantallen?

Om aanwezigheid te detecteren wanneer kwantificatie niet mogelijk is.

47
New cards

Waarom kan men na een negatieve detectie de analyse stopzetten?

Omdat Listeria dan als afwezig wordt beschouwd.

48
New cards

Waarom is isolatie na positieve detectie nodig?

Om species-identificatie en verdere typering uit te voeren.

49
New cards

Wanneer is bevestiging niet nodig?

Bij chromogene media kan direct gerapporteerd worden.

50
New cards

Waarom is serotypering alleen niet voldoende bij uitbraken?

Omdat stamovereenkomst nodig is.

51
New cards

Wat is de klassieke gouden standaard voor Listeria-typering?

Pulsed Field Gel Electroforese.

52
New cards

Welke moderne methode wordt steeds vaker gebruikt?

Multilocus sequence typing en volledige genoomsequencing.

53
New cards

Waarom is volledige genoomanalyse beter dan PFGE?

Omdat ze meer discriminerend is en stabiele kern-genen vergelijkt.

54
New cards

Waarom is dit relevant voor dierenartsen?

Omdat bronopsporing deel kan uitmaken van hun taak.

55
New cards

Komen Listeria-uitbraken vaak voor?

Nee.

56
New cards

Zijn ze ernstig?

Ja, zeer ernstig.

57
New cards

Welke ziekte veroorzaakt Listeria monocytogenes?

Listeriose.

58
New cards

Welke vormen kan listeriose aannemen?

Septicemie, meningitis en encefalitis.

59
New cards

Waarom is listeriose zo gevaarlijk?

Door hoge mortaliteit en ernstige complicaties.

60
New cards

Waarom kan listeriose maanden na besmetting optreden?

Door zeer lange incubatieperiode.

61
New cards

Waarom is bronopsporing bij Listeria zo moeilijk?

Omdat de infectiebron vaak lang voor ziekte is geconsumeerd.

62
New cards

Is listeriose een klassieke gastro-enteritis?

Nee.

63
New cards

Wat gebeurt er na opname van Listeria monocytogenes?

De bacterie dringt door de darmbarrière en overleeft intracellulair in macrofagen.

64
New cards

Waarom is intracellulaire overleving belangrijk?

Omdat Listeria zo ontsnapt aan het immuunsysteem.

65
New cards

Welke groepen lopen het meeste risico?

YOPI-groepen.

66
New cards

Wat is een belangrijke complicatie bij zwangerschap?

Abortus en doodgeboorte.

67
New cards

Wat is cutane listeriose?

Een huidinfectie door Listeria.

68
New cards

Bij wie komt cutane listeriose vaker voor?

Dierenartsen, slachters, veehouders en tuiniers. Door intens contact met dieren en grond.

69
New cards

Is Listeria ivanovii belangrijk voor voedselveiligheid?

Nee.

70
New cards

Voor wie is Listeria ivanovii vooral pathogeen?

Voor herkauwers.

71
New cards

Welke klinische symptomen kan het veroorzaken bij dieren?

Neurologische symptomen zoals scheefhouden van de kop en afhangend oor.

72
New cards

Waarom is Listeria een uniek voedselveiligheidsprobleem?

Door ubiquiteit, groei bij koelkasttemperatuur en ernstige ziekte.

73
New cards

Welke voedingsmiddelen kunnen besmet zijn?

In principe alle voedingsmiddelen.

74
New cards

Waarom vormen niet-gepasteuriseerde producten een extra risico?

Door gebrek aan afdoding van Listeria.

75
New cards

Waarom is nul-tolerantie juridisch maar wetenschappelijk complex?

Omdat Listeria ubiquitair is en detectie toeneemt met betere methoden.

Explore top flashcards