1/55
In deze flaschcards vindt u de woorden die aan bod kwamen in trajet 4. Let op: dit zijn enkel de woorden uit de vocabulair lijst.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
le bricoleur
de knutselaar, de doe-het-zelver
l’énergie
de energie
le fonctionnement
de werking
l’inventeur, l’inventrice
de uitvinder, uitvindster
l’invention
de uitvinding
l’objet
het voorwerp
le produit
het product
le système
het systeem
adapter
aanpassen
bricoler
knutselen, doe-het-zelven
développer
ontwikkelen
employer, utiliser
gebruiken
inventer
uitvinden
servir à
dienen tot / voor
le but
het doel
choisir
kiezen
proposer de
voorstellen om te
l’avantage
het voordeel
écologique
ecologisch
efficace
efficiënt
innovant
innoverend
inutile
nutteloos
original(e)
origineel
pratique
praktisch, handig
rechargeable
herlaadbaar
solaire
zonne-
utile
nuttig
changer
veranderen
créer
creëren, ontwikkelen
enlever
wegnemen, verwijderen
fabriquer
fabriceren
falloir, il faut
moeten, men moet / er is nodig
mesurer
meten
peser
wegen
produire
produceren
se servir de
gebruikemaken van
l’adaptateur
de adapter
le bouton
de knop
l’emploi
het gebruik
activer
activeren, inschakelen
appuyer sur
drukken op
brancher
aansluiten
désactiver
uitschakelen
insérer
insteken
programmer
programmeren
valider
bevestigen
à l’aide de
met behulp van
l’appareil
het toestel
l’écran
het scherm
l’électricité
de elektriciteit
l’outil
het werktuig, het gereedschap
la dimension
de afmeting, de omvang
la forme
de vorm
le poids
het gewicht
la taille
de maat, de grootte
simple
simpel, eenvoudig