Health and Safety Concerns in Herbal Remedies

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen belangrijke termen en definities met betrekking tot gezondheids- en veiligheidsproblemen bij kruidenremedies.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

60 Terms

1
New cards

Sint-janskruid

Een kruid waarvan de tabletten zijn teruggeroepen vanwege zorgen over leverschade door verontreiniging.

2
New cards

Pyrrolizidine alkaloïden (PA's)

Toxische verbindingen uit onkruid die in hoge concentraties aanwezig kunnen zijn in kruidenproducten en de lever beschadigen.

3
New cards

Zware metalen

Elementen zoals Pb en Cd die in het milieu aanwezig zijn en invloed hebben op de biosynthese van secundaire metabolieten.

4
New cards

Saffraan

Een kostbare specerij die vaak voorwerp is van vervalsing; een groot onderzoek vond plaats in Sussex.

5
New cards

Salmonella

Een bacterie verantwoordelijk voor een uitbraak in Denemarken gelinkt aan psyllium-capsules, wat leidde tot drie doden.

6
New cards

Herbal remedy

Een traditioneel kruidenmiddel dat vaak als veilig wordt beschouwd, maar gezondheidsrisico's kan dragen door verontreinigingen.

7
New cards

Hypericum perforatum

De botanische naam voor Sint-janskruid, veel gebruikt bij milde tot matige depressieve klachten.

8
New cards

Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea)

Een veelvoorkomend onkruid dat pyrrolizidine alkaloïden bevat en kruidenoogsten kan besmetten.

9
New cards

Hepatotoxiciteit

De eigenschap van een stof (zoals PA's) om giftig te zijn voor de lever.

10
New cards

Lood (Pb)

Een zwaar metaal dat als contaminant in planten terecht kan komen en het zenuwstelsel kan beschadigen.

11
New cards

Cadmium (Cd)

Een toxisch metaal dat door planten uit de bodem wordt opgenomen en schadelijk is voor de nieren.

12
New cards

Kwik (Hg)

Een zwaar metaal dat via milieuvervuiling in kruiden terecht kan komen en neurotoxisch werkt.

13
New cards

Arseen (As)

Een metalloïde dat vaak via grondwater de teelt van medicinale planten kan besmetten.

14
New cards

Secundaire metabolieten

Verbindingen die planten maken voor bescherming; hun productie verandert onder invloed van stress door zware metalen.

15
New cards

Biosynthese

Het biologische proces waarbij een plant chemische stoffen zoals alkaloïden of terpenen aanmaakt.

16
New cards

Saffraan-vervalsing (Adulteration)

Het mengen van saffraan met goedkopere stoffen zoals kurkuma, saffloer of gekleurde vezels.

17
New cards

Sussex Saffron Investigation

Een internationaal onderzoek naar grootschalige fraude waarbij nepsaffraan als echt werd verkocht.

18
New cards

Psyllium-husk

Vezels die worden gebruikt als laxeermiddel; in Denemarken bleken deze besmet met Salmonella.

19
New cards

CYP3A4-inductie

Een proces waarbij Sint-janskruid enzymen in de lever activeert die de afbraak van andere medicijnen versnellen.

20
New cards

P-glycoprote3ne (P-gp)

Een transporteiwit in de darm dat door Sint-janskruid wordt be7nvloed, wat de opname van medicijnen vermindert.

21
New cards

Geneesmiddeleninteractie

Het fenomeen waarbij een kruidenmiddel de werking of de veiligheid van een regulier medicijn be7nvloedt.

22
New cards

Anticonceptiepil

Een medicijn dat onbetrouwbaar kan worden bij gelijktijdig gebruik van Sint-janskruid.

23
New cards

Antistollingsmiddelen (bv. Warfarine)

Medicatie waarvan de effectiviteit gevaarlijk kan afnemen door interactie met Sint-janskruid.

24
New cards

HIV-proteaseremmers

Medicijnen tegen HIV die minder effectief worden wanneer ze samen met Sint-janskruid worden ingenomen.

25
New cards

THMPD

Traditional Herbal Medicinal Products Directive; Europese richtlijn voor de veiligheid en registratie van kruidenmiddelen.

26
New cards

GMP (Good Manufacturing Practice)

Kwaliteitsnormen voor de productie die garanderen dat kruidenmiddelen vrij zijn van ongewenste stoffen.

27
New cards

EFSA

European Food Safety Authority; de instantie die adviseert over de veiligheid van stoffen in voeding en supplementen.

28
New cards

Voedingssupplement

Een product bedoeld als aanvulling op de voeding, dat aan minder strenge regels voldoet dan geneesmiddelen.

29
New cards

Kruidengeneesmiddel

Een product met een farmaceutische werking dat geregistreerd moet zijn als medicijn.

30
New cards

EU-verordening 2020/2040

Wetgeving die maximale limieten stelt aan pyrrolizidine alkalo7den in bepaalde levensmiddelen en kruiden.

31
New cards

Substitutie

Het proces waarbij een duur ingredi7nt volledig wordt vervangen door een goedkoper, vaak onbedoeld alternatief.

32
New cards

Contaminatie (Verontreiniging)

De toevallige aanwezigheid van ongewenste stoffen zoals zware metalen of bacteri7n in een product.

33
New cards

ICP-MS

Een geavanceerde analysetechniek die wordt gebruikt om sporen van zware metalen in kruiden aan te tonen.

34
New cards

LC-MS/MS

Een techniek die wordt ingezet voor de precieze detectie van pyrrolizidine alkalo7den.

35
New cards

Terpenen

Een klasse secundaire metabolieten die vaak verantwoordelijk zijn voor de geur en medicinale werking van planten.

36
New cards

Fenolische verbindingen

Plantenstoffen die kunnen reageren op omgevingsstress en vaak antioxiderende eigenschappen hebben.

37
New cards

Mycotoxinen

Giftige stoffen geproduceerd door schimmels die op slecht bewaarde kruiden kunnen groeien.

38
New cards

Aflatoxinen

Een type mycotoxine dat zeer kankerverwekkend is en in kleine hoeveelheden in kruiden kan voorkomen.

39
New cards

Pesticidenresiduen

Restanten van landbouwgif die achterblijven op kruiden na de teelt.

40
New cards

Stabiliteitstests

Onderzoek dat aantoont hoelang een kruidenmiddel zijn kwaliteit en veiligheid behoudt.

41
New cards

Farmacovigilantie

Het systeem voor het verzamelen en analyseren van bijwerkingen van kruidenproducten nadat ze op de markt zijn.

42
New cards

Acute toxiciteit

Directe schadelijke effecten na inname van een eenmalige, meestal hoge dosis van een giftige stof.

43
New cards

Chronische toxiciteit

Schade aan het lichaam (zoals kanker of leverfalen) door langdurige blootstelling aan lage doses gif.

44
New cards

DNA-barcoding

Een techniek om de identiteit van een plant vast te stellen op basis van genetisch materiaal.

45
New cards

HPTLC

High-Performance Thin Layer Chromatography; een methode om de chemische vingerafdruk van een kruid te controleren.

46
New cards

Macroscopische identificatie

Het herkennen van een kruid door simpelweg naar de uiterlijke kenmerken van de plant of het gedroogde materiaal te kijken.

47
New cards

Microscopische identificatie

Het gebruik van een microscoop om specifieke celstructuren te zien die de identiteit van een kruid bevestigen.

48
New cards

Organoleptisch onderzoek

Kwaliteitscontrole door middel van de zintuigen: smaak, kleur, geur en textuur.

49
New cards

Oplosmiddelresiduen

Restjes van stoffen zoals ethanol of hexaan die achterblijven na het maken van een kruidenextract.

50
New cards

Extractie-effici7ntie

De mate waarin werkzame stoffen succesvol uit de plant worden gehaald tijdens het productieproces.

51
New cards

Batch-tracking

Het systeem waarmee men kan achterhalen waar een specifiek potje supplement vandaan komt bij een veiligheidsprobleem.

52
New cards

Kruiscontaminatie

Wanneer stoffen van de ene productielijn per ongeluk terechtkomen in een ander product.

53
New cards

Bewaaromstandigheden

Factoren zoals licht en temperatuur die de afbraak van actieve stoffen in kruiden be7nvloeden.

54
New cards

Consumentenvoorlichting

Het belang van duidelijke informatie over de interacties van kruiden met reguliere medicijnen.

55
New cards

Polyfarmacie

Het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd, wat het risico op kruiden-medicijn interacties vergroot.

56
New cards

Cytochroom P450 (CYP)

De belangrijkste familie van enzymen in de lever die verantwoordelijk is voor het metabolisme van medicijnen.

57
New cards

Hypericine

Een roodgekleurde verbinding in Sint-janskruid die wordt geassocieerd met lichtgevoeligheid van de huid.

58
New cards

Hyperforine

De stof in Sint-janskruid die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de inductie van leverenzymen.

59
New cards

Seneciphylline

Een voorbeeld van een specifiek pyrrolizidine alkalo7de dat leverschade veroorzaakt.

60
New cards

Fotosensitiviteit

Een verhoogde gevoeligheid voor zonlicht die kan optreden bij het gebruik van Sint-janskruid.