1/59
Deze flashcards behandelen belangrijke termen en definities met betrekking tot gezondheids- en veiligheidsproblemen bij kruidenremedies.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Sint-janskruid
Een kruid waarvan de tabletten zijn teruggeroepen vanwege zorgen over leverschade door verontreiniging.
Pyrrolizidine alkaloïden (PA's)
Toxische verbindingen uit onkruid die in hoge concentraties aanwezig kunnen zijn in kruidenproducten en de lever beschadigen.
Zware metalen
Elementen zoals Pb en Cd die in het milieu aanwezig zijn en invloed hebben op de biosynthese van secundaire metabolieten.
Saffraan
Een kostbare specerij die vaak voorwerp is van vervalsing; een groot onderzoek vond plaats in Sussex.
Salmonella
Een bacterie verantwoordelijk voor een uitbraak in Denemarken gelinkt aan psyllium-capsules, wat leidde tot drie doden.
Herbal remedy
Een traditioneel kruidenmiddel dat vaak als veilig wordt beschouwd, maar gezondheidsrisico's kan dragen door verontreinigingen.
Hypericum perforatum
De botanische naam voor Sint-janskruid, veel gebruikt bij milde tot matige depressieve klachten.
Jacobskruiskruid (Senecio jacobaea)
Een veelvoorkomend onkruid dat pyrrolizidine alkaloïden bevat en kruidenoogsten kan besmetten.
Hepatotoxiciteit
De eigenschap van een stof (zoals PA's) om giftig te zijn voor de lever.
Lood (Pb)
Een zwaar metaal dat als contaminant in planten terecht kan komen en het zenuwstelsel kan beschadigen.
Cadmium (Cd)
Een toxisch metaal dat door planten uit de bodem wordt opgenomen en schadelijk is voor de nieren.
Kwik (Hg)
Een zwaar metaal dat via milieuvervuiling in kruiden terecht kan komen en neurotoxisch werkt.
Arseen (As)
Een metalloïde dat vaak via grondwater de teelt van medicinale planten kan besmetten.
Secundaire metabolieten
Verbindingen die planten maken voor bescherming; hun productie verandert onder invloed van stress door zware metalen.
Biosynthese
Het biologische proces waarbij een plant chemische stoffen zoals alkaloïden of terpenen aanmaakt.
Saffraan-vervalsing (Adulteration)
Het mengen van saffraan met goedkopere stoffen zoals kurkuma, saffloer of gekleurde vezels.
Sussex Saffron Investigation
Een internationaal onderzoek naar grootschalige fraude waarbij nepsaffraan als echt werd verkocht.
Psyllium-husk
Vezels die worden gebruikt als laxeermiddel; in Denemarken bleken deze besmet met Salmonella.
CYP3A4-inductie
Een proces waarbij Sint-janskruid enzymen in de lever activeert die de afbraak van andere medicijnen versnellen.
P-glycoprote3ne (P-gp)
Een transporteiwit in de darm dat door Sint-janskruid wordt be7nvloed, wat de opname van medicijnen vermindert.
Geneesmiddeleninteractie
Het fenomeen waarbij een kruidenmiddel de werking of de veiligheid van een regulier medicijn be7nvloedt.
Anticonceptiepil
Een medicijn dat onbetrouwbaar kan worden bij gelijktijdig gebruik van Sint-janskruid.
Antistollingsmiddelen (bv. Warfarine)
Medicatie waarvan de effectiviteit gevaarlijk kan afnemen door interactie met Sint-janskruid.
HIV-proteaseremmers
Medicijnen tegen HIV die minder effectief worden wanneer ze samen met Sint-janskruid worden ingenomen.
THMPD
Traditional Herbal Medicinal Products Directive; Europese richtlijn voor de veiligheid en registratie van kruidenmiddelen.
GMP (Good Manufacturing Practice)
Kwaliteitsnormen voor de productie die garanderen dat kruidenmiddelen vrij zijn van ongewenste stoffen.
EFSA
European Food Safety Authority; de instantie die adviseert over de veiligheid van stoffen in voeding en supplementen.
Voedingssupplement
Een product bedoeld als aanvulling op de voeding, dat aan minder strenge regels voldoet dan geneesmiddelen.
Kruidengeneesmiddel
Een product met een farmaceutische werking dat geregistreerd moet zijn als medicijn.
EU-verordening 2020/2040
Wetgeving die maximale limieten stelt aan pyrrolizidine alkalo7den in bepaalde levensmiddelen en kruiden.
Substitutie
Het proces waarbij een duur ingredi7nt volledig wordt vervangen door een goedkoper, vaak onbedoeld alternatief.
Contaminatie (Verontreiniging)
De toevallige aanwezigheid van ongewenste stoffen zoals zware metalen of bacteri7n in een product.
ICP-MS
Een geavanceerde analysetechniek die wordt gebruikt om sporen van zware metalen in kruiden aan te tonen.
LC-MS/MS
Een techniek die wordt ingezet voor de precieze detectie van pyrrolizidine alkalo7den.
Terpenen
Een klasse secundaire metabolieten die vaak verantwoordelijk zijn voor de geur en medicinale werking van planten.
Fenolische verbindingen
Plantenstoffen die kunnen reageren op omgevingsstress en vaak antioxiderende eigenschappen hebben.
Mycotoxinen
Giftige stoffen geproduceerd door schimmels die op slecht bewaarde kruiden kunnen groeien.
Aflatoxinen
Een type mycotoxine dat zeer kankerverwekkend is en in kleine hoeveelheden in kruiden kan voorkomen.
Pesticidenresiduen
Restanten van landbouwgif die achterblijven op kruiden na de teelt.
Stabiliteitstests
Onderzoek dat aantoont hoelang een kruidenmiddel zijn kwaliteit en veiligheid behoudt.
Farmacovigilantie
Het systeem voor het verzamelen en analyseren van bijwerkingen van kruidenproducten nadat ze op de markt zijn.
Acute toxiciteit
Directe schadelijke effecten na inname van een eenmalige, meestal hoge dosis van een giftige stof.
Chronische toxiciteit
Schade aan het lichaam (zoals kanker of leverfalen) door langdurige blootstelling aan lage doses gif.
DNA-barcoding
Een techniek om de identiteit van een plant vast te stellen op basis van genetisch materiaal.
HPTLC
High-Performance Thin Layer Chromatography; een methode om de chemische vingerafdruk van een kruid te controleren.
Macroscopische identificatie
Het herkennen van een kruid door simpelweg naar de uiterlijke kenmerken van de plant of het gedroogde materiaal te kijken.
Microscopische identificatie
Het gebruik van een microscoop om specifieke celstructuren te zien die de identiteit van een kruid bevestigen.
Organoleptisch onderzoek
Kwaliteitscontrole door middel van de zintuigen: smaak, kleur, geur en textuur.
Oplosmiddelresiduen
Restjes van stoffen zoals ethanol of hexaan die achterblijven na het maken van een kruidenextract.
Extractie-effici7ntie
De mate waarin werkzame stoffen succesvol uit de plant worden gehaald tijdens het productieproces.
Batch-tracking
Het systeem waarmee men kan achterhalen waar een specifiek potje supplement vandaan komt bij een veiligheidsprobleem.
Kruiscontaminatie
Wanneer stoffen van de ene productielijn per ongeluk terechtkomen in een ander product.
Bewaaromstandigheden
Factoren zoals licht en temperatuur die de afbraak van actieve stoffen in kruiden be7nvloeden.
Consumentenvoorlichting
Het belang van duidelijke informatie over de interacties van kruiden met reguliere medicijnen.
Polyfarmacie
Het gebruik van meerdere geneesmiddelen tegelijkertijd, wat het risico op kruiden-medicijn interacties vergroot.
Cytochroom P450 (CYP)
De belangrijkste familie van enzymen in de lever die verantwoordelijk is voor het metabolisme van medicijnen.
Hypericine
Een roodgekleurde verbinding in Sint-janskruid die wordt geassocieerd met lichtgevoeligheid van de huid.
Hyperforine
De stof in Sint-janskruid die hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de inductie van leverenzymen.
Seneciphylline
Een voorbeeld van een specifiek pyrrolizidine alkalo7de dat leverschade veroorzaakt.
Fotosensitiviteit
Een verhoogde gevoeligheid voor zonlicht die kan optreden bij het gebruik van Sint-janskruid.