Kaarten: Verpleegkunde toets BS1 & BS2 | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 2 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/290

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:57 AM on 10/26/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

291 Terms

1
New cards

Speciële anamnese

Een gesprek over de ziektegeschiedenis van de hoofdklacht.

2
New cards

Heteroanamnese

Het uitvragen van de ziektegeschiedenis bij een bekende van de patiënt.

3
New cards

Inspectie

Kijken

4
New cards

Percussie

Kloppen

5
New cards

Differentiaal diagnose

Een aantal mogelijke diagnosen

6
New cards

Curatieve behandeling

Een behandeling die gericht is op het genezen van een ziekte.

7
New cards

Etiologie

leer van de ziekteoorzaken

8
New cards

Endogeen

Een ziekte ontstaat van binnenuit.

9
New cards

Exogeen

Een ziekte ontstaat van buitenaf.

10
New cards

Multifactorieel

Een ziekte ontstaat deels van binnenuit en deels van buitenaf.

11
New cards

Virus

Bestaan uit RNA of DNA omgeven door een eiwitkapsel. Virussen hebben een gastheercel nodig om zich voort te planten.

12
New cards

Bacterie

Eencellige organismen zonder celkern. Bacteriën zijn te doden met antibiotica.

13
New cards

Schimmels

1 of meercellige micro-organismen. Schimmels worden behandeld met antimycotica.

14
New cards

Mycose

Een schimmelinfectie

15
New cards

Parasieten

Organismen die leven ten koste van andere organismen. Parasieten komen meestel binnen via de huid of de mond.

16
New cards

Medische diagnose

De diagnose van de arts.

17
New cards

Verpleegkundige diagnose

De diagnose van een verpleegkundige waarin alles staat over de gevolgen van een ziekte.

18
New cards

Algemene anamnese

Een gesprek over de ziektegeschiedenis, niet gerelateerd aan de hoofdklacht.

19
New cards

Auscultatie

Luisteren

20
New cards

Palpatie

Voelen

21
New cards

Palliatieve behandeling

Een behandeling die bedoeld is om het leven van een patiënt zo draaglijk mogelijk te maken.

22
New cards

Causale behandeling

De oorzaak van de ziekte wordt aangepakt.

23
New cards

Symptomatische behandeling

Een behandeling die gericht is op het behandelen van de symptomen van een ziekte.

24
New cards

Substitutie

Een behandeling aanvullen met behulp van medicatie.

25
New cards

Complimentair

Aanvulling op de behandeling.

26
New cards

Alternatieve behandeling

Een behandeling die niet wetenschappelijk bewezen is.

27
New cards

Prognose

Voorspelling

28
New cards

Acute ziekte

Ziekte die plotseling ontstaat en kort duurt.

29
New cards

Chronische ziekte

Ziekte die nooit meer overgaat.

30
New cards

Remissie

Een periode waarin de symptomen van een chronische ziekte verminderen.

31
New cards

Exacerbatie

Verergering van de symptomen van een chronische ziekte.

32
New cards

Recidief

Ziekte lijkt te genezen, maar komt toch weer terug.

33
New cards

Complicatie

Bijkomende moeilijkheid, probleem.

34
New cards

Restverschijnselen

Blijvende afwijkingen na het doormaken van een ziekte.

35
New cards

Terminaal

Als de levensverwachting van een ziekte korter is dan 3 jaar.

36
New cards

Anatomische houding

Geeft exact aan waar ieder lichaamsdeel zich bevindt.

37
New cards

Frontaal vlak

Verdeelt het lichaam in voor en achter

38
New cards

Sagittaal vlak

Verdeelt het lichaam in links en rechts

39
New cards

Transversaal vlak

Verdeelt het lichaam in boven en onder

40
New cards

Superior - inferior

Van het midden van het lichaam naar boven - naar beneden

41
New cards

Mediaal

Vanaf de zijkant gerekend naar het midden toe.

42
New cards

Lateraal

Vanaf het midden naar de zijkant toe.

43
New cards

Proximaal - Distaal

Naar de romp toe gelegen - van de romp afgelegen

44
New cards

Dorsaal - Ventraal

Rugzijde - Buikzijde

45
New cards

Posterior - Anterior

Achter - Voor een lichaamsdeel

46
New cards

craniaal - caudaal

Richting het hoofd - richting de staart

47
New cards

Flexie - Extensie

Buigen - Strekken

48
New cards

Rotatie

Draaien

49
New cards

Abductie - Adductie

Beweging van de middellijn af - naar de middellijn toe

50
New cards

Endorotatie - Exorotatie

Draaiing naar binnen - naar buiten

51
New cards

Anteflexie - retroflexie

Voorover buigen - achterover buigen

52
New cards

Cyto

Cel

53
New cards

Mitose

Deling van lichaamscellen.

54
New cards

Stamcellen

Kunnen zich blijven delen en ze kunnen zich differentiëren tot iedere andere soort cel.

55
New cards

Stofwisseling

Alle chemische reacties in het lichaam.

56
New cards

Katabolisme

Afbraakreacties van complexe moleculen.

57
New cards

Anabolisme

Bouwen van nieuwe verbindingen.

58
New cards

Lysosoom

Een blaasje met enzymen: breekt versleten organellen af.

59
New cards

Celmembraan

Dun vlies rondom cel bestaande uit twee lagen fosfolipiden: scheidt het binnenmilieu van het buitenmilieu.

60
New cards

Mitochondriën

Structuur in de cel die de energievoorziening van de cel verzorgt.

61
New cards

Endoplasmatisch reticulum

Netwerk van dubbele membranen dat is aangesloten op het kernmembraan: modificeert en verpakt nieuwe gesynthetiseerde eiwitten en vorming en opslag van vetten en koolhydraten.

62
New cards

Cytoplasma

Een vloeibaar medium waarin stoffen kunnen oplossen en niet worden afgebroken.

63
New cards

Kernmembraan

Buitenste laag om de kern en bestaat uit een dubbele laag fosfolipiden.

64
New cards

Kernporie

Opening met eiwitten die het transport van stoffen in en uit het kernplasma regelen.

65
New cards

Kern

Belangrijkste gedeelte van de cel met alle erfelijke informatie.

66
New cards

Kernlichaampje

Plaats in de celkern waar delen van ribosomen en rRNA worden gemaakt.

67
New cards

Ribosoom

Bolvormig organel dat een belangrijke rol speelt bij de eiwitsynthese. Ribosomen zijn veelal gelegen op de membranen van het endoplasmatisch reticulum.

68
New cards

Golgi-complex

Plek waar het eiwit helemaal wordt afgemaakt.

69
New cards

Centriolen

Celstructuren in het centrosoom die een rol spelen bij de kern- en celdeling.

70
New cards

Organellen

de organen van de cel die verschillende structuren bevatten en een specifieke functie hebben binnen de cel.

<p>de organen van de cel die verschillende structuren bevatten en een specifieke functie hebben binnen de cel.</p>
71
New cards

Hygiëne

Het in stand houden van de gezondheid door ziekteverwekkers op afstand te houden.

72
New cards

ziektekiem

Een ziektekiem is een micro-organisme, zoals een bacterie of virus, dat ziekten kan veroorzaken.

73
New cards

Besmettingsweg/overdracht

Het moment wanneer een ziekte wordt overgedragen.

74
New cards

Besmettingsbron/reservoir

Waar de micro-organismen zich bevinden.

75
New cards

Port de sortie

Hoe de micro-organismen zich verspreiden vanuit de gastheer.

76
New cards

Port d'entrée

Hoe de infectie wordt opgelopen.

77
New cards

Gastheer

De drager van het micro-organisme.

78
New cards

Directe besmetting

De bron en de gastheer hebben direct contact.

79
New cards

Indirecte besmetting

De bron en de gastheer hebben niet direct contact (bijvoorbeeld het eten van bedorven voedsel)

80
New cards

Momenten van handhygiëne

- voor contact met de patiënt

- voor een schone/steriele handeling

- na contact met lichaamsvloeistoffen van een patiënt

- na contact met de patient

- na aanraking van de omgeving van de patiënt.

81
New cards

Reinigen

Zichtbare en onzichtbare organische materialen worden verwijderd.

82
New cards

Desinfecteren

Het aantal ziekteverwekkers wordt verminderd.

83
New cards

Steriliseren

Alle micro-organismen op of in een voorwerp doden of inactiveren. Heeft altijd een houdbaarheidsdatum.

84
New cards

Isolatie

Het afschermen van een patiënt om het verspreiden van een infectie te voorkomen.

85
New cards

Contactisolatie

Vermijden van direct contact met de patiënt en zijn omgeving. (schort + handschoenen)

86
New cards

Druppelisolatie

Vermijden van direct contact met de lichaamsvloeistoffen van een patiënt. (Mondkapje + overschort)

87
New cards

Strikte isolatie

Combinatie tussen contactisolatie en druppelisolatie. (Schort met lange mouwen + handschoenen + haarnet + mondkapje)

88
New cards

Aerogene isolatie

Voorkomen dat je inademt wat de patiënt uitademt. De patiënt ligt bij deze vorm van isolatie in een sluis. (sterk mondkapje)

89
New cards

Beschermende isolatie

Voorkomen dat de patiënt beschermd raakt.

90
New cards

Weefsel

Een verzameling gespecialiseerde cellen en celproducten die een beperkt aantal functies verrichten.

91
New cards

Dekweefsel

Cellen die structuren bekleden en klierweefsels.

Kenmerken: dicht opeen geplakt, aan 1 kant vrij oppervlak, via basaal membraan verbonden, avasculair, voortdurende vervanging.

Functies: fysieke isolatie, reguleren doorlaatbaarheid, zintuigfunctie, klierproducten.

Indeling: eenlagig, meerlagig, plaveisel, kubisch, cilindrisch.

<p>Cellen die structuren bekleden en klierweefsels.</p><p>Kenmerken: dicht opeen geplakt, aan 1 kant vrij oppervlak, via basaal membraan verbonden, avasculair, voortdurende vervanging.</p><p>Functies: fysieke isolatie, reguleren doorlaatbaarheid, zintuigfunctie, klierproducten.</p><p>Indeling: eenlagig, meerlagig, plaveisel, kubisch, cilindrisch.</p>
92
New cards

Bindweefsel

Gespecialiseerde cellen en de matrix (extracellulaire eiwitvezels en grondsubstantie).

93
New cards

Zenuwweefsel

Bestaat uit neuronen, zijn prikkelbaar voor elektrische signalen, hebben veel behoefte aan glucose en zuurstof.

94
New cards

Neurogliacellen

Ondersteunen de neuronen.

95
New cards

Carcinogenese

Het ontstaan van kanker.

96
New cards

Apoptose

Geprogrammeerde celdood. Signalen komen uit de omgeving of intern.

97
New cards

Necrosis

De cel laat zichzelf ontploffen. Dit vormt een ontstekingsreactie.

98
New cards

Carcinogenen

Risicofactoren voor kanker.

99
New cards

Benigne

Goedaardige tumor

100
New cards

Maligna

Kwaadaardige tumor