Send a link to your students to track their progress
33 Terms
1
New cards
existentiële perspectief
= perspectief van de individuele taalgebruiker in zijn / haar situationele context
2
New cards
Taal functioneert indexicaal
het taalgebruik indexeert of verwijst naar de specifieke sociale context waarin die taal gebruikt wordt
→ de indexicale laag = contextspecifiek
3
New cards
Intra-spreker variatie
Variatie binnen het taalgebruik van dezelfde spreker.
Gevolg van dilalische verschuivingen tussen hogere en lagere prestige vormen
4
New cards
Wat is erg belangrijk om variatie in taalgebruik van een individuele taalgebruiker te verklaren?
De situationele context! De situationele variatie is vrij stabiel, bv: boze mensen spreken op een gelijkaardige manier
5
New cards
Waarop is de studie van situationele/diafasische variatie gericht?
Op volledige contextualisering van de sprekers en hun persoonlijke achtergrond! M.a.w. sprekers krijgen meer agency of zelfbeschikkingsrecht om zelf keuzes te maken.
6
New cards
Stylometrie
Het onderzoek naar de specifieke stijlkenmerken van een auteur, om aan de hand daarvan de authenticiteit van teksten te kunnen bepalen
7
New cards
stilistische variatie
Het gaat over individuele stijlkenmerken, waarbij de nadruk wordt gelegd op 'agency' of de mogelijkheden en vrijheden die individuen kunnen opnemen in hun talige interactie. Er wordt overgeschakeld van taalnormen naar taalkeuzes
De omschakeling van taalnormen naar taalkeuzes. De aandacht binnen recente onderzoeksprojecten is meer gericht op kwalitatieve methodes en op processen ipv producten.
9
New cards
Wat was er vroeger anders wat betreft stilistische variatie?
Stilistische variatie (bij Labov) was verbonden aan sociale variatie; klassenkenmerken determineerden stilistische variatie en onderzoek was bijna enkel gefocust op sociologische variabelen.
10
New cards
Majority-minority city
Een stad waar de meerderheid van de inwoners een minderheid vertegenwoordigen, en dat in elk geval op het vlak van taal
11
New cards
Stijl
Specifieke combinatie van kenmerken die in hun totaliteit een stijl bepalen
* geheel belangrijker dan individuele items
12
New cards
Talige stijl
Geheel van talige kenmerken waarmee sprekers, als agenten in de sociale ruimte, onderhandelen over hun posities en doelstellingen binnen een systeem van onderscheidingen en mogelijkheden.
13
New cards
Differentiatie (stijl)
Een stijl heeft de neiging om zich te willen onderscheiden, om te willen differentiëren. Een stijl functioneert op basis van verschil
14
New cards
ideologically mediated
in taalkundige stijl schuilt bedoeling, niet louter in het proces van onderscheiding, maar ook in de inhoudelijke functionering van stijl en stilistische variatie (in taal)
15
New cards
Taal externe factoren
1. Groeiende migratie 2. Grotere complexiteit van migratiestromen 3. Impact op grootstedelijke gebieden (bv Antwerpen)(De aandacht binnen recente onderzoeken legt de focus op kwalitatieve methodes en processen (shifting, fluïditeit) eerder dan op producten (vormen, varianten))
16
New cards
Kenmerken van stijl
1) Stijl wordt niet bepaald door afzonderlijke items, maar door het geheel; een stijl functioneert op basis van verschil (zie differentiatie) \n 2) Stijlen moeten sociaal erkend worden \n 3) Er zit een bedoeling in, niet enkel in het proces van differentiatie, maar ook in de inhoudelijke functionering (J. Irvine)
17
New cards
registervariaties
variaties die eigenlijk wel hetzelfde betekenen op semantisch/referentieel niveau, maar anders geformuleerd zijn
18
New cards
Register
taalkeuze van de spreker op basis van de context waarin de spreker zich bevindt.
19
New cards
Wat zijn Hallidays 3 kenmerken om een register te analyseren?
1. Field: topic/thema 2. Mode: communicatieve modaliteiten (schriftelijk/mondeling) 3. Tenor: teneur/relaties tussen de sprekers (formeel/informeel)
20
New cards
Waarom heeft 'register' een identiteitsprobleem?
Het lijkt enkel te bestaan in functie van andere onafhankelijke kenmerken, en dat maakt het moeilijk om er een sociale betekenis aan toe te kennen. Het register gaat er ergens van uit dat de verschillen in de context zitten en niet in de taal zelf. We vinden het holistische aspect van stijl niet terug in de notie van 'register'.
* register = combinatie van verschillende elementen die door de context worden bepaald, maar heeft verder geen eigen leven (bestaat enkel in functie van andere kenmerken)
21
New cards
Labov beschouwde stilistische variatie als...?
Een sociaal dialect.
22
New cards
free variation (vrije variatie)
variatie die met andere woorden niet sociaal geconnoteerd was
23
New cards
interspeaker variation
wanneer je verschillende realisaties (van bijvoorbeeld fonemen) hoort tussen verschillende sprekers
→ prestige in-group variant in Martha’s Vineyard
24
New cards
intraspeaker variation
wanneer je verschillende realisaties (van bijvoorbeeld fonemen) hoort bij eenzelfde spreker
→ verklaard door sensibiliteit van de context in New York
25
New cards
degree of attention to speech
mensen die plotseling meer aandacht moeten besteden aan de manier waarop ze spreken, gebruikten meer de standaardvorm dan in hun eerder losse informele conversaties
26
New cards
normatieve conditionering
hoe meer aandacht mensen besteden aan hun spreektaal, hoe meer je standaardvorm en -norm ziet verschijnen
27
New cards
covert prestige
bepaalde hogere sociale klassen gebruiken die norm als standaardvorm en dat gedrag wordt onbewust geïmiteerd door sprekers uit andere (lagere) sociale klassen zonder dat men er zich van bewust is.
28
New cards
Overt prestige
Zichtbaar prestige, wordt bv onderwezen op een school
29
New cards
Audience design
Ontwikkeld door Bell. Dit model vertrekt vanuit de hypothese dat sprekers hun taalgebruik aanpassen in functie van de toehoorder. Dit kan intra-sprekervariatie verklaren: dezelfde spreker kan zich tot meerdere publieken richten.
30
New cards
Welke 3 concepten gebruikte Bell om de band met de spreker in kaart te brengen?
1. Knowing: de hoorder weet dat het gesprek aanwezig is 2. Ratifying: de hoorder erkent de gesprekssituatie 3. Addressed: de hoorder wordt aangesproken
→ Hiërarchie tussen leden audience
31
New cards
enveloppe of variation
hoe meer verschillende addressees, hoe groter de reikwijdte van taalgebruik: meer keuze tussen varianten. \n Dit geldt ook voor kinderen: hoe meer verschillende talige interacties, hoe meer varianten ze verwerven.
= range of reikwijdte
32
New cards
Wat is stijl volgens Bell?
Wat een individuele spreker doet met taal in relatie met andere mensen. Het individu staat centraal. De stijl verkrijgt zijn betekenis door associatie van linguïstische kenmerken met specifieke sociale groepen.