OVER DE GRENS PART 2

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/76

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

77 Terms

1
New cards

de onafhankelijkheid

l'indépendance

2
New cards

het land werd bezet door

le pays était occupé par ...

3
New cards

afstammen van

dériver de

4
New cards

het leger

l'armée

5
New cards

de oorlog

la guerre

6
New cards

de invloed

l'influence

7
New cards

zich losmaken

se détacher

8
New cards

zich verzetten

s'opposer

9
New cards

het spreekt voor zich dat ...

il va de soi que..

10
New cards

amper

Ă  peine

11
New cards

beschouwen

considérer

12
New cards

de boer< boers

le fermier < bourin

13
New cards

de voertaal

la langue véhiculaire

14
New cards

de regering

le gouvernement

15
New cards

de wet

la loi

16
New cards

de misdadiger

le malfaiteur

17
New cards

de rechtbank

le tribunal

18
New cards

veroordelen

condamner

19
New cards

het pijnpunt van iemand

« qui laisse un goût amer à qqun » (lit.qch qui fait mal)

20
New cards

uitsluitend

exclusivement

21
New cards

een bevel geven

donner un ordre

22
New cards

de vernedering

l'humiliation

23
New cards

ondergeschikt

soumis

24
New cards

minderwaardig

inférieur

25
New cards

in de meerderheid zijn

ĂŞtre majoritaire

26
New cards

recht hebben op iets

avoir droit Ă  qqch

27
New cards

onrechtvaardig

injuste

28
New cards

het landbouwgebied

la région agricole

29
New cards

erkend worden

ĂŞtre reconnu

30
New cards

de taalgelijkheid

l'égalité linguistique

31
New cards

iets opdringen, opdrong, opgedrongen

imposer qqch

32
New cards

iets aanvaarden

accepter qqch

33
New cards

alsmaar

continuellement

34
New cards

het staal

l'acier

35
New cards

het ijzer

le fer

36
New cards

ineenzakken

s'effondrer

37
New cards

stijgen = oplopen

augmenter

38
New cards

het inkomen

le revenu

39
New cards

iets te boven komen

surmonter qqch

40
New cards

met problemen kampen

faire face à des problèmes

41
New cards

voormalig

ancien

42
New cards

de kracht

la force

43
New cards

de macht

le pouvoir

44
New cards

de ontwikkeling

le développement

45
New cards

voorzetten

poursuivre

46
New cards

de sociale zekerheid

la sécurité sociale

47
New cards

de uitkeringen

les allocations

48
New cards

de kinderbijslag

les allocations familiales

49
New cards

de gezondheidszorg

la santé publique

50
New cards

de ramp

la catastrophe

51
New cards

de steun

le soutien

52
New cards

de splitsing

la scission

53
New cards

iets beheren

gérer

54
New cards

iets door hebben

comprendre qqch

55
New cards

ik heb die grap door !

j'ai compris la blague !

56
New cards

iets in stand houden

maintenir, conserver qqch

57
New cards

aan iets gehecht zijn

être attaché à qqch

58
New cards

de aflevering

l'Ă©pisode

59
New cards

de bedoeling

le but, l'objectif

60
New cards

de uitdrukking

l'expression

61
New cards

beslissen

décider

62
New cards

iemand bewonderen

admirer quelqu'un

63
New cards

gemiddeld

en moyenne

64
New cards

stemmen

voter

65
New cards

iets afleren

perdre l'habitude de faire qqchose

66
New cards

iets verwachten

s'attendre Ă  qqch

67
New cards

de leeuw

le lion

68
New cards

ten onrechte

Ă  tort

69
New cards

au sérieux nemen

prendre au sérieux

70
New cards

ouderwets

ringard, vieux-jeu

71
New cards

normaal gezien

normalement

72
New cards

in de verte

au loin, de loin

73
New cards

ze schudden elkaar de hand

ils se serrent la main

74
New cards

ze geven elkaar een zoen

ils se font la bise

75
New cards

ze reiken je de hand

ils vous tendent la main

76
New cards

de taalgrens

la frontière linguistique

77
New cards

zelden

rarement