1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
these-kids-these-days-effect
veel weerklacht op de jeugd van tegenwoordig = veel mensen klagen dat de jongeren niet meer lezen
= uitvergroot door superioriteitseffect = herkennen zwakte waar ze zelf in excelleren
= voorwerp van onderzoek
geheugenvertekening = overschatten in hetzelfde domein hun eigen competentie van hun jeugdjaren
mensen die nu goed lezen = vaak als student minder goede lezers.
zie driehoek

Belang opslag
evolutionaire basis = wie betere info heeft, heeft grotere kans op overleven
geletterdheid helpt bij duurzame opslag
→ digitale dragers MAAR hebben beperkte levensduur
opslag digitale dragers
de levensduur van digitale dragers is beperkt.
een aantal voordelen =
makkelijk te vermenigvuldigen
eenzelfde fysieke ruimte kan meer data dragen
MAAR= ze verouderen veel sneller (moeten constant kopieën gemaakt worden)
Omgevingsfactoren maar ook
gebruik en kwaliteit (bv. krassen op CD, zijn helemaal niet robuust)
Back-ups
= veiligheidskopie (regelmatig verversen om betrouwbaar te houden)
verschillende vormen:
partieel = enkel cruciale bestanden worden gekopieërd
incrementeel = enkel wijzigingen ten aanzien van de oudste back-up worden bijgehouden
Back-ups in praktijk
gebeurt met rotatieschema
3-2-1 principe:
er worden 3 afzonderlijke kopieën voorzien
op 2 verschillende types geheugendragers
waarvan 1 kopie op een andere locatie (vb. cloud)
veiligheid komt door het veelvoudig bewaren van informatie
oudere versies bijgehouden via service management
Internet archive
= een bewaarplatvorm (1996) met als doel = ""universal access to all knowledge”
Multipodaal archief = bewaart dingen als beeld, tekst, geluid,… en heeft meer dan 48 petabyte aan data
initiatief: SUCHO = door zo’n 1500 vrijwilligers = backups maken van Oekraïnse websites (al zo’n +50TB)
repositories
= digitale kerninfrastructuur waar mensen voor lange termijn data dumpen
→ hopen dat het een op lange termijn is en je data dus lang beschikbaar blijft.
DUS hun functie = opslag van elektronische gegevens beheer en curatie
= ordenen, toegankelijk houden, bewaren
VB: Zenodo = repository voor onderzoekers
Onderhouden door CERN
Bevat data uit alle wetenschappelijke domeinen
Sinds 2021: meer dan 1 petabyte aan data
→ wel Geen kwaliteitscontrole
Mnemotechnieken
de meerderheid van de bevolking had voor millenia nauwelijks toegang tot schrift
menselijke geheugen als enige instrument
Dus = cognitieve strategieën voor langdurige geheugenopslag
vb: geheugenpaleis
Somonides van Ceos
in 5e eeuw = building collapse
Simonides had net voor de instorting de feestzaal verlaten
wist waar mensen waren wanneer hij er was en kon die lijken dan identificeren
Loci-methode (geheugenpaleis)
je gaat mentaal feiten aan fysieke ankerpunten in een bekende omgeving linken.
→ kan later In gedachte locatie doorlopen en het relevante feit ophalen
werkt omdat = mens heeft het brein van een jager-verzamelaar (goede navigatie)
deze techniek os vooral toegepast in de kunst van rhetorica
VOORBEELD (FAIR) = je plakt bij elke gekende hoek van je gekende locatie een voorwerp
findable = zoekbalk/ microscoop
accessable = inlogscherm/ open deur
interopable = kabels/ tape
reusable = zoutvat/ glas
Je “wandelt” in gedachten door je kamer → Elke hoek triggert een beeld
→Elk beeld triggert een begrip
transmissie culturele informatie
via het geheugen is culturele informatie stabiel door te geven
paradox = pas met introductie van het schrift krijgt uit het hoofd leren waarde
transmissie via Oraliteit
oraliteit
pas in vorige eeuwen stroomversnelling in onderzoek naar oraliteit
VB onderzoek Parry
= Illias en Odyssee door één persoon geschreven?
schrijfstijl analyseren
Epitheta = vaste bijvoeglijke woorden bij een naam
bv. “de snelle Achilles”, “de slimme Odysseus”
Worden constant herhaald
Soms onlogisch in de context
Parry = de betekenis is niet belangrijk
ze zijn handig om het metrum te vullen → zoals stopwoordjes
DUS = vaste epitheta zijn handig voor het onthouden en eventueel improviseren
slavische dichters = voorbrengen in cafe = onthoudbaar en rest improviseren
mondelinge tradities
(vb: cantussen, spreekwoorden, grapjes)
nog niet uitgestorven
Waren heel belangrijk voor onderdrukte groepen (vb zingen ontsnappingsroutes verstopt in liederen die op plantages gezongen werden)
nooit opgeschreven maar toch stabiel
vormelijk en inhoudelijke eigenschappen maken de tekst makkelijk te onthouden (logische structuur verhaal, patronen, opeenvolgende acties)
cognitieve psychologie wordt ook constraints genoemd omdat ze opties beperken
General chrystalised knowledge VS General fluid knowledge
GC = parate kennis in werkgeheugen (minder direct getest in IQ test, onder drukt laatste decennia: ‘werkgeheugen’)
GF = algemener, probleemoplossend denken
omkering Flynn effect
effect = gedachte dat IQ in de loop van tijden stijgt MAAR omkering daarvan:
Controversieel, want niet overal…
eventuele oorzaken
Onderwijs minder effectief?
Gekoppeld aan migratie?
Minder economische groei?
(Leef)milieu verbetert niet meer
Gebrekkige aandachtsspanne?
Minder lezen (want geen concentratie?)
Druk digitale media?
Vaak (anekdotisch): smartphone
Digitale amnesie
= vergeetachtigheid door digitale technologie
je vertrouwt op je apparaten = je moet zelf niet meer onthouden
Transactive memory: het uitbesteden van geheugen aan iets of iemand anders (hier: digitale apparaten)
Cognitive offloading: je hersenen “ontlasten” door informatie extern op te slaan
Waarschijnlijk = luiheid = gedachte dat de computer het wel zal onthouden/ weten
stroop effect
studie test = blauw is makkelijker te herkennen dan blauw
studie had veel weerklank omdat het bevestigde wat iederen al vermoedde
Google effect: makkelijker onthouden dat info op te zoeken is dan de info zelf.
Ontlezing
= dalende tijd voor lezen EN dalende kwaliteit van tekstbegrip
MAAR
nog nooit zoveel gelezen (wel digitale tekst) (dagelijks 100.000 woorden)
fictie lezen heeft positieve gevolgen (zoals empathie)
conclusie studie = mensen die lezen zijn niet minder gaan lezen maar er is wel toename van mensen die niet voor hun plezier lezen
mensen die niet lezen (vaak jonger dan 35) = beweren geen tijd te hebben
MAAR = aandeel vrijheid stabiel sinds jaren 60
DUS antwoord = nee maar ja (lol)
lezen in vrije tijd
= gebeurt nogsteeds meest op papierendragers
kranten en dagbladen blijven wel publiek verliezen
e-readers = objectieve voordelen, subjectieve nadelen
codex & hypertext
1 = lineaire rangschikking van info = lineair info vewerken = langdurig op één object concentreren
→ MAAR menselijk brein is niet gemaakt voor langdurige concentratie
2 = speelt rol in aandachtsverstrooïng
→ conventionele tekst lees je geconcentreerd van kaft tot kaft. maar bij hypertekst = elke link is uitnodiging om lezen te stoppen
== constant afleidingsmanoeuvre = nieuwe tekst beginnen lezen
→ fragmentering
onderbreking en aandachtsversnippering
het internet is ontworpen als ecosysteem van onderbrekingstechnologieën
concentratie en geheugenopslag constant op proef gesteld
internet bedreigt onze concentratie en langetermijngeheugen
notificaties bedreigen ook op een gelijkaardige wijze
mensen kijken gemiddeld +200 keer per dag naar mobiel
(= 1 maand/ jaar)
notificaties ongerelateerd aan hoofdtaak dwingen tot cognitive switching
= leidt tot symptomen vooraf enkel bij ADHD- patiënten gezien
tekstbegrip
recente evidentie dat papieren tekstdragers leiden tot beter tekstbegrip
skimming/ snellezen = enkel belangrijke stukken grondig verwerken = leidt tot slechter tekstbegrip
skimmers zullen ook langer fixeren op hyprlinks omdat ze opvallend zijn
rede superioriteit van papieren tekstdragers =
digitale mediums = scrollen terwijl papier = tekst op vaste plaats van bladspiegel
Madeleintje van Proust
handgeschreven notas zijn beter omdat
meer externe cues
nood aan compressie
annotaties mogelijk
(scrollen = gebrek aan orientatie)
onderzoek essay
3 groepen =
geen hulpmiddel = grootste score hersenactiviteit
enkel zoekmachine =
LLM (chat gpt) = later weinig gevoel eigenaarschap (zielloos, weinig origineel, wel correctere en rijkere woordenschat en grammatica)