1/103
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
groot
grande/alto-a
klein
pequeño/bajo-a
dik
gordo-a
dun
delgado-a
blond
rubio-a
bruin
moreno-a
roodharig
pelirrojo-a
bruin
castaño-a
kaal
calvo-a
man
hombre
vrouw
mujer
jongen
niño
meisje
niña
lelijk
feo-a
mooi
bonito-a
knap
guapo-a
bril
gafas
baard
barba
snor
bigote
het haar
el pelo
kort haar hebben
tener el pelo corto
lang haar hebben
tener el pelo largo
stijl
liso
golvend
ondulado
krullend
rizado
geverfd
teñido
knotje
moño
staart
coleta
vlechten
trenzas
tatoeage
tatuaje (s)
groene ogen hebben
tener los ojos verdes
blauwe ogen hebben
tener los ojos azules
zwarte ogen hebben
tener los ojos negros
bruine ogen hebben
tener los ojos marrones
donkere ogen hebben
tener ojos los oscuros
lichte ogen hebben
tener ojos los claros
rode/roze lippenstift op je lippen hebben
tener los labios pintados (de rosa/de rojo)
lippen
labios
lippenstift
pinta labios
kledingstukken
ropa
T-shirt
camiseta
blouse
blusa
tas
bolso
broek
pantalón
trui
jersey
zomer/winter jas
abrigo de verano/invierno
jurk
vestido
sjaal
bufanda
riem
cinturón
spijkerbroek
vaqueros
rok
falda
jack
chaqueta
oorbellen
pendientes
overhemd
camisa
ketting
cadena/collar
horloge
reloj
ring
anillo
armband
brazalete
sieraden
joyas
pet/muts
gorro
zwembroek
bañador
hoed
sombrero
kostuum/pak
traje
slippers
chancletas
sneakers
zapatillas deportivas
korte mouwen
mangas cortas
lange mouwen
mangas largas
naar bed gaan
acostarse(ue)
zich scheren
afeitarse
iets leren
aprender
dansen
bailar
drinken
beber
zoeken
buscar
zingen
cantar
eten
comer
kopen
comprar
vertellen/tellen
contar(ue)
rennen
correr
uitrusten
descansar
slapen
dormir(ue)
zich douchen
ducharse
wachten
esperar
zich bevinden/zijn
estar
praten/spreken
hablar
maken/doen
hacer
er is/er zijn
hay
gaan
ir
spelen
jugar(ue)
zich wassen
lavarse
opstaan
levantarse
bellen/roepen
llamar
heten
llamarse
dragen/brengen
llevar
zwemmen
nadar
zich kammen
peinarse
willen/houden
querer(ie)
weten/kennen
saber
weggaan/vertrekken
salir
zijn
ser
hebben
tener(ie)