1/198
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Farmacokinetiek
Wat lichaam doet met geneesmiddel. GM wordt opgenomen (absorptie), verdeeld (distributie), omgezet/afgebroken (metabolisatie), uitgescheiden (excretie) = ADME
In vitro
("in glas") proeven in proefbuizen, petrischaaltjes, ...
Ex vivo
("uit het leven") proeven op organen buiten levend wezen (uit levend wezen halen en hierop testen)
In vivo
("in het leven") proeven op levende wezens (dieren, mensen)
Farmacologie
Leer vh geneesmiddel, interactie tussen GM en levend biologisch systeem
ADMET
ADME + toxicologie
MAA
Marketing Authorization Application
NDA
New Drug Application
EMA
European Medicines Agency
FDA
Food and Drug Administration
NCW
Netto Constante Waarde, Financieel model v investeringsproject dat zegt of financieel verstandig is om project uit te voeren
Geneesmiddel
Chemische stof of mengsel v chemische stoffen dat farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect heeft op mens of dier
"lead"-product
Chemische stof met farmacologische of biologische werking gebruikt als vertrekpunt voor chemische modificatie met doel activiteit, selectiviteit of farmacokinetische eigenschappen te verbeteren (in proces v "lead optimization")
"me-too" product
"gekopieerde" geneesmiddel. Door wijziging v chemische structuur & kenmerken v "lead"-product worden deze producten ontwikkeld (tijdens patent v "lead"-product). Bevat werkzame stof die vergelijkbaar is met bestaand GM, maar is gn exacte kopie
Licentie
Toestemming om iets te doen of te gebruiken. Rechthebbende verleent iemand het recht om zijn rechten te gebruiken in ruil voor financiële vergoeding
Ethnofarmacologie
= volksgeneeskunde, geheel v alle, onder het volk levende, opvattingen over ziekten en de daartegen gebruikte geneesmethoden
Antihistaminica
Groep GM'en met remmende werking op stof histamine en eosinofiele witte bloedcel (hebben belangrijke rol in ontstaan v allergische ziekteverschijnselen), kunnen nooit 100% alle symptomen onderdrukken, kunnen kalmerend of sederend effect hebben, maar moet niet
Elektrostatische interactie
Interacties tussen positieve en negatieve ladingen waarbij tegengestelde ladingen (+ en -) elkaar aantrekken en gelijksoortige ladingen (+ en +, - en -) elkaar afstoten
Elektronegativiteit (EN)
De neiging van een atoom om elektronen in een covalente binding naar zich toe te trekken
Waterstofbruggen
Niet-covalente bindingen gevormd wanneer waterstof (gebonden aan sterk elektronegatief atoom) elektrostatisch wordt aangetrokken door ander elektronegatief atoom (dat nog vrije elektronenparen ter beschikking heeft)
Van der Waals interacties
(niet-covalente interactie) als 2 atomen elkaar dicht naderen ontstaat er een zwakke niet specifieke aantrekkingskracht door tijdelijke dipolen (ontstaan door elektronenwolken) , als elektronenwolken overlappen -> afstoting
Hydrofobe interacties
Watermoleculen rond een apolair product vormen een 'kooi-achtige' structuur -> wanorde/entropie neemt af als 2 apolaire producten associëren (samenvoegen), komen er watermoleculen vrij -> wanorde neemt toe, stijging in entropie is drijfveer die zorgt apolaire stoffen samenvoegen
Aromatische interacties
Aantrekking tussen 2 aromatische systemen door ongelijke ladingsverdelingen (ontstaan door verschil in EN v atomen in aromatisch systeem)
Moleculaire modelling
Theoretische methoden gebruiken om structuur en gedrag v moleculen te simuleren en bestuderen
Homologie-modelling
Eiwit met ongekende structuur passen op eiwit met gekende structuur door overeenstemmende bouwstenen op elkaar te leggen
Affiniteit
Farmaceutische context: sterkte van de interactie tussen geneesmiddel en zijn doelwit — (bio)chemische context: sterkte/goesting waarmee 2 macromoleculen of kleinere molecule en macromoleculen aan elkaar koppelen via niet-covalente reacties
Intrinsieke activiteit (IA)/ effectiviteit
Het vermogen van een ligand, geneesmiddel om een fysiologische (of farmacologische) respons uit te lokken na vorming van een geneesmiddel doelwitcomplex
Ligand
Molecule die op selectieve wijze aan bepaalde receptor of bindingsplaats bindt
Agonist
Product dat receptor activeert en effect veroorzaakt gelijkaardig aan effect v fysiologische signaalmolecule
Antagonist
Stof die affiniteit heeft, maar geen fysiologisch effect (respons) veroorzaakt (om effect v agonist te verzwakken/teniet te doen)
Competitief antagonisme
Antagonist bindt op plaats waar agonist (veroorzaakt fysiologisch effect) wil binden; agonist en antagonist zijn in competitie om op receptor te binden
Niet-competitief antagonisme
Antagonist bindt niet op zelfde plaats als agonist; geen competitie om op receptor te binden
Irreversibele receptorantagonist
Chemisch reactief product. 1. bindt zich aan receptor 2. reageert met receptor waarbij covalente binding wordt gevormd. geen dissociatie, blijft voor lange tijd gebonden, vermindert aantal actieve receptoren, verlaagt maximale effect
Dosis-responscurve
Relatie tussen dosis en specifieke respons die door die concentratie teweeg wordt gebracht EC50-waarde/ED50-waarde (= effectieve concentratie 50%) Concentratie aan GM nodig om 50% v maximale effect te veroorzaken (!NIET 50% van receptoren bezet)
Partiële agonist
Vertoont kenmerken van zowel agonist als van antagonist; activeert receptor en veroorzaakt sub-maximaal effect; werkt werking van agonist tegen
Spare receptors
Receptoren die over zijn als er maar een deel nodig was om het maximale effect te veroorzaken
(partiële) inverse agonist
Veroorzaakt een effect omgekeerd aan dat van (partiële) agonist
Pre-formulatie onderzoek
Onderzoek van fysicochemische eigenschappen van het nieuw actief bestanddeel; dit leidt tot de formulatie van het actieve bestanddeel in bruikbare toedieningsvorm
Lipinski-regels/regel van 5
4 regels die voorspellen of een molecule geschikt is voor orale toediening (per os = via de mond) in mensen (op basis van zijn chemische of fysische eigenschappen), als twee of meer regels niet voldaan zijn -> slechte absorptie na orale toediening (gn voorspelling over farmacologisch actief zijn)
ADME
= Absorptie, Distributie, Metabolisme, Excretie
NOAEL
"no observed adverse effect level", grootste concentratie/hoeveelheid waarbij geen detecteerbare schadelijke effecten optreden in blootgestelde populatie; gebaseerd op toxicologische grenzen
Farmacokinetiek
(=PK); wat lichaam met product doet
Farmacodynamiek
(=PD); wat product met lichaam doet
HED
(= human equivalent dose); bekomen door de NOAEL van elke diersoort te vermenigvuldigen met ratio Kmdier op Kmmens
HED
(mg/kg) = NOAEL (mg/kg) x (Km dier/Km mens) (kg/m²)
MRSD
(= Maximum Recommended Safe Starting Dose); berekend door kleinste HED te delen door veiligheidsfactor (meestal waarde van 10)
MABEL
(= Minimum Anticipated Biological Effect Level); laagste dosis waarbij een meetbaar biologisch effect verwacht wordt; richt zich op biologische activiteit (nt op toxiciteit)
Teratogene stoffen
Stoffen die niet toxisch zijn voor de moeder, maar de ontwikkeling van de foetus beïnvloeden (vooral tijdens orgaanaanleg)
EMA
European Medicines Agency
FDA
Food and Drug Administration (Amerikaans)
"Code van Neurenberg"
Code waaraan legale medische experimenten moeten voldoen: 1. deelnemen op vrijwillige basis, 2. onderzoek heeft duidelijk maatschappelijk nut, gn onnodige lichamelijke/mentale schade, 3. onderzoek vooraf gegaan door in vitro proeven, 4. deelnemers voldoende geïnformeerd (informed consent) over verloop, eventuele gevolgen + schriftelijke verklaring dat ze willen deelnemen, 5. onderzoek moet worden stopgezet als proefpersoon hierom vraagt
FAGG
= Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten, Bevoegde instantie voor toezicht op klinische proeven met GM'en + houdt toezicht op naleven v wettelijke voorschriften
RCT
= "double blind randomised controlled trials" , Zowel patiënt als uitvoerder weet niet welke patiënt welke behandeling kreeg, na afloop wordt dit pas bekend gemaakt
Superiority
Nieuw (X) vs bestaand product (A), Statistisch plan om aan te tonen dat nieuw product beter is dan bestaand alternatief (X>A)
Non-inferiority
Nieuw (X) vs bestaand product (A) Statistisch plan om aan te tonen dat nieuw product zeker niet slechter is dan bestaand alternatief (X!
Add-on
Nieuw product wordt toegevoegd aan bestaand product (X+A), behandeling wordt vergeleken met behandeling v enkel bestaand product (X+A>A)
Placebo
Geneesmiddel zonder werkzame bestanddelen (geneest/verbetert niets)
Placebo-effect
= positief psychisch effect door vertrouwen in geneeskrachtige werking v behandeling
RIZIV
Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeits Verzekering, een Belgische federale overheidsinstelling die verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering beheert, zorgt voor kwalitatieve en toegankelijke gezondheidszorg en geschikte uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid, ouderschap, ...
OTC-geneesmiddelen
= 'over the counter', Geneesmiddelen die zonder voorschrift verkocht worden
Het geneesmiddel
Elke enkelvoudige of samengestelde substantie die voorgesteld wordt als product met therapeutische (genezende) of profylactische (ziektevoorkomende) eigenschappen met betrekking tot ziekten bij mens of dier, ook elke enkelvoudige of samengestelde substantie die aan mens of dier kan toegediend worden om medische diagnose te stellen, om organische functies te herstellen, verbeteren of wijzigen
MAA
= Marketing Authorisaton Approval
CGH
= Commissie voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, Wetenschappelijk orgaan binnen de FAGG
VHB
= vergunning voor het in de handel brengen
EEA/EER
= Europese Economische Ruimte
EMA
= European Medicines Agency
Weesgeneesmiddel (= orphan drugs)
GM'en gebruikt om weesaandoeningen (<5/10 000 v bevolking lijdt eraan) te behandelen die ernstig, levensbedreigend of chronisch invaliderend zijn
ATMP
= "Advanced Therapy Medicinal Products", GM'en voor menselijk gebruik gebaseerd op genen, weefsels en cellen
CHMP
= Committee for Human Medicinal Products
CVMP
= Committee for Veterinary Medicinal Products
EPAR
= European Public Assessment Report, Europees openbaar beoordelingsrapport
MRP
= Mutual Recognition Procedure, Procedure van wederzijdse erkenning
RMS
= Reference Member State, referentielidstaat
Farmacovigilantie
Geneesmiddelenbewaking
CTG
= Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen
Homeopathie
Geneesmethode waarbij middelen, in zeer kleine hoeveelheden, worden toegediend (die bij gezonde mensen juist de ziekte zouden doen ontstaan)
ADH
= Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid
EBM
= "Evidence Based Medicine", Er bestaan bewijzen voor de werking van het GM
Generisch GM
= "wit product", Soort kopie van merkmedicijn waarvan patent vervallen is, bevat exact dezelfde werkzame stof, wordt chemisch gesynthetiseerd, Biologische beschikbaarheid, De hoeveelheid v GM die in organisme wordt opgenomen en de snelheid hiervan, De fractie toegediende dosis die in onveranderde vorm de systeemcirculatie bereikt
Bio-equivalentie
De biologische beschikbaarheid v 2 GM'en is na toediening v eenzelfde molaire dosis vergelijkbaar, leiden tot dezelfde effecten (gewenste EN ongewenste)
First-pass effect
Verlies aan GM terwijl het tijdens het absorptieproces voor de eerste keer passeert door de organen waar het wordt geëlimineerd
AUC
= "Area Under the Curve"
VOS
= Voorschrift Op Stofnaam, De arts laat aan de apotheek de zorg over om zijn voorschrift in het belang van de patiënt uit te voeren (apotheker geeft een eigen invulling aan het voorschrift)
Biologisch geneesmiddel
= "biological" -- Geneesmiddel waarvan de werkzame stof afkomstig is van levend organisme, van bio(techno)logische komaf
Biosimilair
Biologisch GM dat een versie v werkzame stof v origineel biologisch GM bevat dat al in EER is toegelaten, Patent v biologisch GM is verlopen -- Is nooit exact hetzelfde (doordat werkzame stof afkomstig is v levend organisme)
RMP
= "Risk Management Plan" -- risicobeheerprogramma
Immunogeniciteit
Het vermogen v stof om een specifieke immuunrespons te veroorzaken
Substitueerbaarheid
Geneesmiddel vervangen door een ander waarvan verwacht wordt dat het hetzelfde klinisch effect heeft
Switch
Verandering v GM op initiatief vd arts
Substitutie
Afleveren v GM ipv ander gelijkwaardig en verwisselbaar GM in apotheek zonder overleg met voorschrijver
HMA
= "Heads of Medicines Agencies" -- Europese geneesmiddelenautoriteiten
Galenica, galenische farmacie, farmaceutische technologie
Het omzetten v GM in een voor de patiënt bruikbare vorm
Excipiëntia
Farmaceutische hulpstoffen voor de bereiding v toedieningsvorm
Farmacon
De actieve stof in GM
Magistrale receptuur
Bereiding v GM volgens een recept, met door de arts aangegeven samenstelling, voor individuele patiënt
Formulariumbereidingen/voorraadbereidingen/ officinale bereidingen
Bereiding v GM volgens protocol, grote hoeveelheid GM wordt bereid, voor GM dat vaak wordt voorgeschreven
Poeders
Vaste toedieningsvorm -- Enkelvoudige of samengestelde preparaten, bestaande uit vaste, losse, droge, +- fijne deeltjes, door plantaardige, dierlijke of scheikundige stoffen tot voldoende fijnheidsgraad te brengen, Homogeen --> om toediening/gebruik te vergemakkelijken -- Bevatten één/meer werkzame bestanddelen, gemengd met andere poederbestanddelen (excipiëntia) -- Indien nodig: kleur- en/of smaakstoffen
Capsules
Vaste toedieningsvorm -- Harde of zachte wand (met uiteenlopende vorm en grootte), enkelvoudige dosis GM, voor orale toediening -- Wand: gelatine/cellulosederivaten -- Gelules Capsules met een harde wand (wand bestaat uit 2 cilindrische delen)
Tabletten (= compressi)
Vaste toedieningsvorm -- Door samenpersen v GM in poedervorm, in combinatie met hulpstoffen, enkelvoudige dosis GM, meestal oraal toegediend, maar ook anders
Sugar coating
Tablet voorzien v suikerlaagje