1/47
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
atmosferische circulatie
algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij behorende lage- en hogedrukgebieden
corioliseffect
het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde; op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links (ook: wet van Buys Ballot)
hogedrukgebied
een gebied met een hoge luchtdruk dat ontstaat doordat lucht daalt
intertropische convergentiezone (ITCZ)
stabiel lagedrukgebied rond de evenaar waar het warm is en door opstijgende lucht veel buien voorkomen
lagedrukgebied
een gebied met een lage luchtdruk dat ontstaat doordat lucht opstijgt
mondiale windsystemen
algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij behorende lage- en hogedrukgebieden (ook: atmosferische circulatie)
passaat
wind die van de subtropische hogedrukgebieden (30º N.B. en Z.B.) richting de evenaar waait; op het noordelijk halfrond komt deze uit het noordoosten, op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten
wet van Buys Ballot
het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde; op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links (ook: corioliseffect)
moesson
wind die van de subtropische hogedrukgebieden richting de evenaar waait, die vervolgens kruist en van richting verandert; op het noordelijk halfrond komt de moesson uit het zuidwesten, op het zuidelijk halfrond uit het noordwesten
klimaatclassificatie van Köppen
indeling van klimaten op basis van de samenhang tussen klimaat en natuurlijke plantengroei
klimaatfactoren
oorzaken voor klimaatverschillen: breedteligging, gebergten, type oppervlak
klimaatgebied (klimaatzone)
groot gebied met sterke overeenkomsten in klimaat
koude zeestroom
zeestroom afkomstig uit een kouder gebied
oceanische circulatie
containerbegrip voor alle oceaan- en zeestromen
warme zeestroom
zeestroom afkomstig uit een warmer gebied
aride zone
landschapszone gekenmerkt door een lage hoeveelheid neerslag, waardoor woestijn en steppe overheersen
landschapszone
groot gebied met sterke overeenkomsten in landschap
tropische zone
landschapszone rond de evenaar, gekenmerkt door tropisch regenwoud, savanne en tropische landbouw
boreale zone
landschapszone gekenmerkt door grote verschillen in temperatuur tussen zomer en winter, waarbij de winters koud zijn; er groeit hier hoofdzakelijk naaldwoud
gematigde zone
landschapszone gekenmerkt door milde winters, koele zomers en voldoende vocht, waardoor er loofbossen groeien; momenteel is deze zone dichtbevolkt en in hoge mate in gebruik voor landbouw
polaire zone
landschapszone rond de polen met ijskappen, gletsjers en toendra
subtropische zone
landschapszone op de overgang van aride en gematigde zones, vaak gekenmerkt door droogtetolerante vegetatie
dynamisch systeem
een systeem dat voortdurend in verandering is, zoals landschap; een landschap bestaat immers uit geofactoren die elkaar beïnvloeden (systeem), waardoor het landschap steeds opnieuw verandert (dynamisch)
geofactoren
factoren waaruit landschappen zijn opgebouwd en die van invloed zijn op het ontstaan en veranderen van die landschappen; hiertoe behoren: ondergrond (gesteente en reliëf), klimaat, de mens, bodem, water, lucht, plantenwereld en dierenwereld
versterkt broeikaseffect
extra opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen door de mens
drainage
met behulp van buizen versneld afvoeren van water
duurzaam landgebruik
landgebruik gericht op behoud van de kwaliteit van de bodem
irrigatie
het opbrengen van water om natuurlijke vochttekorten te verminderen
landdegradatie
afname van de kwaliteit van de bodem of ondergrond door processen als versnelde bodemerosie en verzilting
ontbossing
verwijdering van bos, waarna de vrijgekomen grond voor onbepaalde tijd voor andere doeleinden, meestal landbouw, wordt gebruikt
overbeweiding
het laten grazen van te veel vee, waardoor de vegetatie zich onvoldoende kan herstellen
versnelde bodemerosie
wegspoelen of wegwaaien van bodemdeeltjes doordat de mens de vegetatie verstoord heeft
verwoestijning
proces van landdegradatie in relatief droge gebieden, waardoor opnieuw ontkiemen van planten ernstig bemoeilijkt wordt
verzilting
ophoping van zout in onder andere slecht gedraineerde irrigatiegebieden
intensiteit van de neerslag
heftigheid van de neerslag; een onweersbui heeft een hogere intensiteit dan een druilerige dag
irrigatielandbouw
landbouw waarbij water wordt opgebracht om natuurlijke vochttekorten te verminderen
mediterrane landbouw
landbouw die is aangepast aan de zomerse droogte van het Middellandse Zeeklimaat
mediterrane vegetatie
vegetatie die is aangepast aan de zomerse droogte van het Middellandse Zeeklimaat
Middellandse Zeeklimaat
klimaat met een milde winter en een hete, droge zomer
variabiliteit in neerslag
jaarlijkse verschillen in neerslag; het ene jaar valt er meer neerslag dan het andere
waterbalans
het verschil tussen de beschikbare en de benodigde hoeveelheid water
afspoeling
bodemerosie van de bovenste laag van een bodem
biologische landbouw
vorm van landbouw waarbij zo veel mogelijk met natuurlijke middelen wordt gewerkt
druppelirrigatie
systeem waarbij minimale hoeveelheden irrigatiewater met slangen of buizen naar de gewassen worden gebracht
erosie
het meenemen van los materiaal door wind, water en ijs
geulerosie
bodemerosie die zo ver gevorderd is dat er geulen worden gevormd
sedimentatie
het neerleggen van sediment door water, wind en ijs
verwering
het geleidelijk uiteenvallen van gesteente onder invloed van allerlei externe factoren, zoals het uitzetten en krimpen van gesteente door temperatuurverschillen, plantenwortels, gravende dieren en allerlei chemische processen