BuiteNLand 4 HAVO 3 Aarde Klimaat en landschap

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/47

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

begrippen 3.1 t/m 3.8 + 3.10

Geography

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

48 Terms

1
New cards

atmosferische circulatie

algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij behorende lage- en hogedrukgebieden

2
New cards

corioliseffect

het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde; op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links (ook: wet van Buys Ballot)

3
New cards

hogedrukgebied

een gebied met een hoge luchtdruk dat ontstaat doordat lucht daalt

4
New cards

intertropische convergentiezone (ITCZ)

stabiel lagedrukgebied rond de evenaar waar het warm is en door opstijgende lucht veel buien voorkomen

5
New cards

lagedrukgebied

een gebied met een lage luchtdruk dat ontstaat doordat lucht opstijgt

6
New cards

mondiale windsystemen

algemeen systeem van luchtstromen op aarde en de daarbij behorende lage- en hogedrukgebieden (ook: atmosferische circulatie)

7
New cards

passaat

wind die van de subtropische hogedrukgebieden (30º N.B. en Z.B.) richting de evenaar waait; op het noordelijk halfrond komt deze uit het noordoosten, op het zuidelijk halfrond uit het zuidoosten

8
New cards

wet van Buys Ballot

het effect dat luchtstromen een zijdelingse afwijking krijgen door de draaiing van de aarde; op het noordelijk halfrond is deze afwijking naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links (ook: corioliseffect)

9
New cards

moesson

wind die van de subtropische hogedrukgebieden richting de evenaar waait, die vervolgens kruist en van richting verandert; op het noordelijk halfrond komt de moesson uit het zuidwesten, op het zuidelijk halfrond uit het noordwesten

10
New cards

klimaatclassificatie van Köppen

indeling van klimaten op basis van de samenhang tussen klimaat en natuurlijke plantengroei

11
New cards

klimaatfactoren

oorzaken voor klimaatverschillen: breedteligging, gebergten, type oppervlak

12
New cards

klimaatgebied (klimaatzone)

groot gebied met sterke overeenkomsten in klimaat

13
New cards

koude zeestroom

zeestroom afkomstig uit een kouder gebied

14
New cards

oceanische circulatie

containerbegrip voor alle oceaan- en zeestromen

15
New cards

warme zeestroom

zeestroom afkomstig uit een warmer gebied

16
New cards

aride zone

landschapszone gekenmerkt door een lage hoeveelheid neerslag, waardoor woestijn en steppe overheersen

17
New cards

landschapszone

groot gebied met sterke overeenkomsten in landschap

18
New cards

tropische zone

landschapszone rond de evenaar, gekenmerkt door tropisch regenwoud, savanne en tropische landbouw

19
New cards

boreale zone

landschapszone gekenmerkt door grote verschillen in temperatuur tussen zomer en winter, waarbij de winters koud zijn; er groeit hier hoofdzakelijk naaldwoud

20
New cards

gematigde zone

landschapszone gekenmerkt door milde winters, koele zomers en voldoende vocht, waardoor er loofbossen groeien; momenteel is deze zone dichtbevolkt en in hoge mate in gebruik voor landbouw

21
New cards

polaire zone

landschapszone rond de polen met ijskappen, gletsjers en toendra

22
New cards

subtropische zone

landschapszone op de overgang van aride en gematigde zones, vaak gekenmerkt door droogtetolerante vegetatie

23
New cards

dynamisch systeem

een systeem dat voortdurend in verandering is, zoals landschap; een landschap bestaat immers uit geofactoren die elkaar beïnvloeden (systeem), waardoor het landschap steeds opnieuw verandert (dynamisch)

24
New cards

geofactoren

factoren waaruit landschappen zijn opgebouwd en die van invloed zijn op het ontstaan en veranderen van die landschappen; hiertoe behoren: ondergrond (gesteente en reliëf), klimaat, de mens, bodem, water, lucht, plantenwereld en dierenwereld

25
New cards

versterkt broeikaseffect

extra opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen door de mens

26
New cards

drainage

met behulp van buizen versneld afvoeren van water

27
New cards

duurzaam landgebruik

landgebruik gericht op behoud van de kwaliteit van de bodem

28
New cards

irrigatie

het opbrengen van water om natuurlijke vochttekorten te verminderen

29
New cards

landdegradatie

afname van de kwaliteit van de bodem of ondergrond door processen als versnelde bodemerosie en verzilting

30
New cards

ontbossing

verwijdering van bos, waarna de vrijgekomen grond voor onbepaalde tijd voor andere doeleinden, meestal landbouw, wordt gebruikt

31
New cards

overbeweiding

het laten grazen van te veel vee, waardoor de vegetatie zich onvoldoende kan herstellen

32
New cards

versnelde bodemerosie

wegspoelen of wegwaaien van bodemdeeltjes doordat de mens de vegetatie verstoord heeft

33
New cards

verwoestijning

proces van landdegradatie in relatief droge gebieden, waardoor opnieuw ontkiemen van planten ernstig bemoeilijkt wordt

34
New cards

verzilting

ophoping van zout in onder andere slecht gedraineerde irrigatiegebieden

35
New cards

intensiteit van de neerslag

heftigheid van de neerslag; een onweersbui heeft een hogere intensiteit dan een druilerige dag

36
New cards

irrigatielandbouw

landbouw waarbij water wordt opgebracht om natuurlijke vochttekorten te verminderen

37
New cards

mediterrane landbouw

landbouw die is aangepast aan de zomerse droogte van het Middellandse Zeeklimaat

38
New cards

mediterrane vegetatie

vegetatie die is aangepast aan de zomerse droogte van het Middellandse Zeeklimaat

39
New cards

Middellandse Zeeklimaat

klimaat met een milde winter en een hete, droge zomer

40
New cards

variabiliteit in neerslag

jaarlijkse verschillen in neerslag; het ene jaar valt er meer neerslag dan het andere

41
New cards

waterbalans

het verschil tussen de beschikbare en de benodigde hoeveelheid water

42
New cards

afspoeling

bodemerosie van de bovenste laag van een bodem

43
New cards

biologische landbouw

vorm van landbouw waarbij zo veel mogelijk met natuurlijke middelen wordt gewerkt

44
New cards

druppelirrigatie

systeem waarbij minimale hoeveelheden irrigatiewater met slangen of buizen naar de gewassen worden gebracht

45
New cards

erosie

het meenemen van los materiaal door wind, water en ijs

46
New cards

geulerosie

bodemerosie die zo ver gevorderd is dat er geulen worden gevormd

47
New cards

sedimentatie

het neerleggen van sediment door water, wind en ijs

48
New cards

verwering

het geleidelijk uiteenvallen van gesteente onder invloed van allerlei externe factoren, zoals het uitzetten en krimpen van gesteente door temperatuurverschillen, plantenwortels, gravende dieren en allerlei chemische processen