zuurbase parameters

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/41

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

42 Terms

1
New cards

Welke parameters bepalen de zuur–base-status van het bloed?

pH, pCO₂, pO₂, actueel bicarbonaat, totale CO₂, base-excess, Hb-gehalte.

2
New cards

Wat is de normale pCO₂?

40 mmHg.

3
New cards

Wat weerspiegelt pO₂?

De O₂-saturatie van hemoglobine.

4
New cards

Wat is de normale pO₂?

95–100 mmHg.

5
New cards

Wat weerspiegelt het actuele bicarbonaat?

De metabole/renale component van de zuur–base-status.

6
New cards

Wat is het normale actuele bicarbonaat?

24,5 mEq/L plasma.

7
New cards

Waaruit bestaat totale CO₂?

Opgeloste CO₂ + H₂CO₃ + HCO₃⁻.

8
New cards

Formule voor totale CO₂?

Totale CO₂ = HCO₃⁻ + pCO₂ × 0,03.

9
New cards

Normale totale CO₂?

25,7 mmol/L plasma.

10
New cards

Wat is base-excess (BE)?

Hoeveelheid sterk zuur/base nodig om bloed bij pCO₂ = 40 mmHg en 37°C naar pH = 7,4 te brengen.

11
New cards

Normale BE-waarden?

–4 tot +4 mEq/L.

12
New cards

Wat betekent een positieve base-excess?

Bufferoverschot (alkalose of compensatie van acidose).

13
New cards

Wat betekent een negatieve base-excess?

Buffertekort → metabole acidose.

14
New cards

Wat is de rol van hemoglobine in zuur–base?

Belangrijkste buffer; slechts 20% van totaal Hb is actieve buffer (3 g/100 ml).

15
New cards
<p>Welke parameters kun je aflezen via Siggaard-Anderson grafieken?</p>

Welke parameters kun je aflezen via Siggaard-Anderson grafieken?

Base-excess, actueel bicarbonaat, totale CO₂.

16
New cards

Waarom gebruiken dierenartsen perifeer veneus bloed i.p.v. arterieel?

Praktisch: arterieel bloed is moeilijk te verkrijgen in dieren.

17
New cards

Wat betekent 'primaire verandering is de grootste verandering'?

De grootste afwijking bepaalt de primaire stoornis; compensatie is kleiner.

18
New cards

Wat is de normale anion gap?

10–20 mEq/L.

19
New cards

Hoe bereken je de anion gap?

(Na⁺ + K⁺) − (Cl⁻ + HCO₃⁻).

20
New cards

Wat betekent een negatievere anion gap?

Het dier is aan het verzuren.

21
New cards

Wat betekent een afwijkende verhouding tussen verandering in anion gap en verandering in HCO₃⁻?

Meestal een gemengde zuur–base-stoornis.

22
New cards

Wat gebeurt er bij een hond met maagtorsie m.b.t. zuur–base?

HCl-sequestratie in de maag → metabole alkalose in de rest van het lichaam.

23
New cards

Wat is de Strong Ion Theory?

pH wordt bepaald door verschil tussen sterke kationen en anionen; elektroneutraliteit moet behouden blijven.

24
New cards

Wat gebeurt er met H⁺-concentratie als de concentratie van een sterk ion verandert?

H⁺ verandert mee om electroneutraliteit te bewaren → beïnvloedt pH.

25
New cards

Wat is DCAB (diëtaire kation-anionbalans)?

Verschil tussen kationen en anionen in voeding → bepaalt zuur- of basenvormende werking.

26
New cards

Wat betekent een hoge DCAB?

Alkaliniserend effect.

27
New cards

Wat betekent een lage DCAB?

Verzurend effect.

28
New cards

Waarom is DCAB belangrijk bij productie- en nierpatiënten?

pH-verschillen beïnvloeden vorming/oplossing van nierstenen.

29
New cards

Doel van het onderzoek bij kalveren met diarree?

Klinisch voorspellen of een kalf metabole acidose heeft.

30
New cards

Waarom kon bloed pas uren later geanalyseerd worden?

Base-excess bleek extreem stabiel → weinig tijdafhankelijk.

31
New cards

Wat betekent een P-waarde < 0,01 in dit onderzoek?

Bloedwaarden van groepen zijn significant verschillend → 0-hypothese verworpen.

32
New cards

Waarom is pCO₂ lager bij kalveren met metabole acidose?

Respiratoire compensatie: hyperpnee → pCO₂ daalt.

33
New cards

Wat betekent een negatieve base-excess bij kalveren met metabole acidose?

Er is veel base nodig om pH te normaliseren → metabole acidose.

34
New cards

Waarom hebben kalveren met diarree + metabole acidose een hogere hematocriet?

Uitdroging → hemoconcentratie → valse hyperproteïnemie.

35
New cards

Wat geeft de odds ratio weer?

Kans dat een dier met metabole acidose een bepaald klinisch teken vertoont.

36
New cards

Hoe werkt de klinische test met symptomengradaties?

Kruisen lijnen binnen rechthoek rechtsonder → wijst op metabole acidose.

37
New cards

Wat waren sensitiviteit en specificiteit van de test?

Sensitiviteit 88%, specificiteit 79%.

38
New cards

Wat is sensitiviteit?

Kans dat een ziek dier als ziek wordt aangeduid.

39
New cards

Wat is specificiteit?

Kans dat een gezond dier als gezond wordt aangeduid.

40
New cards

Bij pCO₂ = 60 mmHg en BE = –9: metabool of respiratoir probleem?

Respiratoir overheerst altijd omdat pCO₂ = 60 een grote afwijking is.

41
New cards

Waarom verwacht je bij puur respiratoire acidose een positieve BE?

Niercompensatie maakt HCO₃⁻ aan → BE stijgt.

42
New cards

Waarom heeft respiratoire acidose vaak ook metabole acidose?

Respiratoire insufficiëntie → hypoxie → anaeroob metabolisme → lactaatvorming.