1/41
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
Welke parameters bepalen de zuur–base-status van het bloed?
pH, pCO₂, pO₂, actueel bicarbonaat, totale CO₂, base-excess, Hb-gehalte.
Wat is de normale pCO₂?
40 mmHg.
Wat weerspiegelt pO₂?
De O₂-saturatie van hemoglobine.
Wat is de normale pO₂?
95–100 mmHg.
Wat weerspiegelt het actuele bicarbonaat?
De metabole/renale component van de zuur–base-status.
Wat is het normale actuele bicarbonaat?
24,5 mEq/L plasma.
Waaruit bestaat totale CO₂?
Opgeloste CO₂ + H₂CO₃ + HCO₃⁻.
Formule voor totale CO₂?
Totale CO₂ = HCO₃⁻ + pCO₂ × 0,03.
Normale totale CO₂?
25,7 mmol/L plasma.
Wat is base-excess (BE)?
Hoeveelheid sterk zuur/base nodig om bloed bij pCO₂ = 40 mmHg en 37°C naar pH = 7,4 te brengen.
Normale BE-waarden?
–4 tot +4 mEq/L.
Wat betekent een positieve base-excess?
Bufferoverschot (alkalose of compensatie van acidose).
Wat betekent een negatieve base-excess?
Buffertekort → metabole acidose.
Wat is de rol van hemoglobine in zuur–base?
Belangrijkste buffer; slechts 20% van totaal Hb is actieve buffer (3 g/100 ml).

Welke parameters kun je aflezen via Siggaard-Anderson grafieken?
Base-excess, actueel bicarbonaat, totale CO₂.
Waarom gebruiken dierenartsen perifeer veneus bloed i.p.v. arterieel?
Praktisch: arterieel bloed is moeilijk te verkrijgen in dieren.
Wat betekent 'primaire verandering is de grootste verandering'?
De grootste afwijking bepaalt de primaire stoornis; compensatie is kleiner.
Wat is de normale anion gap?
10–20 mEq/L.
Hoe bereken je de anion gap?
(Na⁺ + K⁺) − (Cl⁻ + HCO₃⁻).
Wat betekent een negatievere anion gap?
Het dier is aan het verzuren.
Wat betekent een afwijkende verhouding tussen verandering in anion gap en verandering in HCO₃⁻?
Meestal een gemengde zuur–base-stoornis.
Wat gebeurt er bij een hond met maagtorsie m.b.t. zuur–base?
HCl-sequestratie in de maag → metabole alkalose in de rest van het lichaam.
Wat is de Strong Ion Theory?
pH wordt bepaald door verschil tussen sterke kationen en anionen; elektroneutraliteit moet behouden blijven.
Wat gebeurt er met H⁺-concentratie als de concentratie van een sterk ion verandert?
H⁺ verandert mee om electroneutraliteit te bewaren → beïnvloedt pH.
Wat is DCAB (diëtaire kation-anionbalans)?
Verschil tussen kationen en anionen in voeding → bepaalt zuur- of basenvormende werking.
Wat betekent een hoge DCAB?
Alkaliniserend effect.
Wat betekent een lage DCAB?
Verzurend effect.
Waarom is DCAB belangrijk bij productie- en nierpatiënten?
pH-verschillen beïnvloeden vorming/oplossing van nierstenen.
Doel van het onderzoek bij kalveren met diarree?
Klinisch voorspellen of een kalf metabole acidose heeft.
Waarom kon bloed pas uren later geanalyseerd worden?
Base-excess bleek extreem stabiel → weinig tijdafhankelijk.
Wat betekent een P-waarde < 0,01 in dit onderzoek?
Bloedwaarden van groepen zijn significant verschillend → 0-hypothese verworpen.
Waarom is pCO₂ lager bij kalveren met metabole acidose?
Respiratoire compensatie: hyperpnee → pCO₂ daalt.
Wat betekent een negatieve base-excess bij kalveren met metabole acidose?
Er is veel base nodig om pH te normaliseren → metabole acidose.
Waarom hebben kalveren met diarree + metabole acidose een hogere hematocriet?
Uitdroging → hemoconcentratie → valse hyperproteïnemie.
Wat geeft de odds ratio weer?
Kans dat een dier met metabole acidose een bepaald klinisch teken vertoont.
Hoe werkt de klinische test met symptomengradaties?
Kruisen lijnen binnen rechthoek rechtsonder → wijst op metabole acidose.
Wat waren sensitiviteit en specificiteit van de test?
Sensitiviteit 88%, specificiteit 79%.
Wat is sensitiviteit?
Kans dat een ziek dier als ziek wordt aangeduid.
Wat is specificiteit?
Kans dat een gezond dier als gezond wordt aangeduid.
Bij pCO₂ = 60 mmHg en BE = –9: metabool of respiratoir probleem?
Respiratoir overheerst altijd omdat pCO₂ = 60 een grote afwijking is.
Waarom verwacht je bij puur respiratoire acidose een positieve BE?
Niercompensatie maakt HCO₃⁻ aan → BE stijgt.
Waarom heeft respiratoire acidose vaak ook metabole acidose?
Respiratoire insufficiëntie → hypoxie → anaeroob metabolisme → lactaatvorming.