week2 IC1

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:07 PM on 1/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

Welke ligging hebben grijze en witte stof in een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg?

Grijze stof ligt centraal en witte stof ligt perifeer eromheen.

2
New cards

Waar lopen de meeste baansystemen (tracti) in het ruggenmerg?

In de witte stof.

3
New cards

Welke “hoorns” worden onderscheiden in de grijze stof van het ruggenmerg?

Dorsale (posterior), ventrale (anterior) en (waar aanwezig) laterale hoorn.

4
New cards

Wat is de functie van de dorsale hoorn in grote lijnen?

Ontvangt sensibele (afferente) informatie die via de dorsale wortels binnenkomt.

5
New cards

Wat is de functie van de ventrale hoorn in grote lijnen?

Bevat motorneuronen die via ventrale wortels naar skeletspieren projecteren.

6
New cards

In welke regio/segmenten is de laterale hoorn vooral aanwezig volgens klassieke beschrijving?

  • Aanwezig in segmenten Th1–L2/L3 en S2–S4.

  • Behoort tot het autonome zenuwstelsel (AZS) en bevat visceromotorische neuronen.

7
New cards

Welke richting neemt sensibele informatie bij binnenkomst in het ruggenmerg?

Sensibele input komt binnen via de dorsale wortel en synapteert/wordt verwerkt in de dorsale hoorn.

8
New cards

Welke richting neemt motorische informatie bij uittrede uit het ruggenmerg?

Motorische output verlaat via motorneuronen in de ventrale hoorn en loopt via de ventrale wortel naar buiten.

9
New cards

Waar ligt Sympathicus en hoe heet die

Thoracolumbaal systeem
Sympathische preganglionaire cellichamen liggen in het ruggenmerg van ongeveer Th1–L2.

10
New cards

Waar ligt parasymptaisch systeem en hoe heet het?

Bulbosacrale systeem

  • Cellichamen preganglionaire neuronen: in hersenstam (hersenzenuw III, VII, IX, X) en in laterale hoorn van S2–S4.

11
New cards

Welke hersenzenuwen dragen parasympathische outflow vanuit de hersenstam?

III, VII, IX en X.

12
New cards

Waar liggen cellichamen van somatomotorische neuronen?

In de ventrale hoorn van het ruggenmerg.

13
New cards

Wat is somatotopie in de ventrale hoorn (globaal)?

  • Somatotopie:

    • Ventromediaal: stuurt proximale spieren aan.

    • Dorsolateraal: stuurt distale spieren van ledematen aan.

14
New cards

Via welke radix verlaat somatomotorische output het ruggenmerg?

Via de radix ventralis (ventrale wortel).

15
New cards

Via welke radix komt somatosensibele input het ruggenmerg binnen?

Via de dorsale radix (dorsale wortel).

16
New cards

Wat ontstaat er wanneer dorsale en ventrale radix samenkomen?

De nervus spinalis (spinale zenuw).

17
New cards

Waarom is een nervus spinalis een gemengde zenuw?

Omdat hij zowel sensibele als motorische vezels bevat (van dorsale en ventrale wortels).

18
New cards

In welke drie “columns/funiculi” wordt de witte stof van het ruggenmerg vaak ingedeeld?

Dorsale, laterale en ventrale kolom.

19
New cards

Welke baan hoort bij de achterstreng en wat voert die?

FDLM systeem voor gnostische sensibiliteit

20
New cards

Welke baan hoort bij het anterolaterale systeem en wat voert die?

Tractus spinothalamicus voor vitale sensibiteit: pijn en temperatuur (en grovere tastcomponenten).

21
New cards

Wat zijn ascenderende banen?

Sensorische banen die vanuit ruggenmerg naar hogere centra/cortex lopen.

22
New cards

Welke twee hoofdtypen somatosensibele informatie worden vaak onderscheiden?

Gnostische sensibiliteit (fijne tast/vibratie/proprioceptie) en vitale sensibiliteit (pijn/temperatuur).

23
New cards

In welk systeem loopt gnostische sensibiliteit omhoog?

In de dorsale kolommen (DCML/achterstreng-lemniscus medialis).

24
New cards

Waar kruist (decusseert) de DCML-baan voor het eerst?

In de medulla

25
New cards

In welk systeem loopt vitale sensibiliteit omhoog?

In het anterolaterale systeem/tractus spinothalamicus.

26
New cards

Waar kruist de spinothalamische baan relatief vroeg?

In (of vlak na binnenkomst in) het ruggenmerg naar de andere zijde.

27
New cards

Wat is de thalamus-rol in somatosensorische systemen?

Functioneert als belangrijk relaisstation richting primaire somatosensorische cortex.

28
New cards

Wat zijn dermatomen?

Huidgebieden die sensibel worden geïnnerveerd door één spinale zenuw(roots) van een bepaald segment.

29
New cards

Is er overlap tussen dermatomen?

  • Er is overlap in de uitlopers van cutane zenuwen tussen dermatomen.v

30
New cards

Welke dalende baan gaat van cortex naar hersenstam (motoriek gelaat/hoofd-hals)?

Tractus corticobulbaris.

31
New cards

Welke dalende baan gaat van cortex naar ruggenmerg voor motoriek?

Tractus corticospinalis.

32
New cards

Welke twee componenten worden bij de corticospinale baan onderscheiden?

Tractus corticospinalis lateralis en tractus corticospinalis ventralis (anterior).

33
New cards

Waar kruist de tractus corticospinalis lateralis?

In de caudale medulla (piramidekruising).

34
New cards

Wat betekent dit voor de aansturing door de tractus corticospinalis lateralis?

Hij stuurt spieren contralateraal aan onder het kruispunt.

35
New cards

Wat is een klinisch kernverschil tussen centrale en perifere verlamming m.b.t. reflexen?

Centrale (UMN) laesie geeft vaak hyperreflexie, perifere (LMN) laesie vaak hyporeflexie/areflexie.

36
New cards

Welke segmenten horen klassiek bij de bicepsreflex?

C5–C6.

37
New cards

Welke segmenten horen klassiek bij de tricepsreflex?

C7

38
New cards

Welke segmenten horen klassiek bij de kniepeesreflex?

L2–L4.

39
New cards

Welke segmenten horen klassiek bij de achillespeesreflex?

S1–S2 (vaak S1).

40
New cards

Wat is een upper motor neuron (UMN) laesie in dit kader?

Schade in cortex of dalende banen (zoals corticospinaal) boven het motorneuron.

41
New cards

Wat is een lower motor neuron (LMN) laesie in dit kader?

Schade aan motorneuronen in ventrale hoorn of perifere axonen richting spier.

42
New cards

Waarom kan een laesie in het ruggenmerg zowel centrale als perifere kenmerken geven?

Omdat het zowel dalende banen (UMN) als segmentale motorneuronen/roots (LMN) kan treffen.

43
New cards

Wat zegt spiertonus vaak over centraal vs perifeer?

Lage tonus past vaker bij LMN-probleem en hoge tonus/spasticiteit vaker bij UMN-probleem.

44
New cards

Wat zijn spierspoeltjes (spindle) functioneel?

Rekreceptoren die spierlengte en verandering daarvan detecteren en reflexen ondersteunen.

45
New cards

Wat is de spierrekkingsreflex?

Snelle contractie na rek, via een reflexboog die (grotendeels) in het ruggenmerg kan verlopen.

46
New cards

Hoe kan verlies van centrale remming reflexen en tonus beïnvloeden?

Minder dalende remming kan leiden tot versterkte reflexen en verhoogde tonus (spasticiteit).

47
New cards

Welke longitudinale arteriën vasculariseren het ruggenmerg?

A. spinalis anterior en aa. spinales posteriores.

48
New cards

Waar komen deze spinale arteriën (proximaal) vaak vanaf?

Vanuit de vertebrale arteriën (via takken).

49
New cards

Welke 2 typen vascularisatie heeft het ruggenmerg

  • Longitudinale arteriën:

    • a. spinalis anterior

    • aa. spinales posteriores

    • Aftakkingen van de aa. vertebrales.

  • Segmentale/radiculaire arteriën:

    • Belangrijkste/grootste: a. radicularis magna (Adamkiewicz) op hoogte Th9–Th12.

50
New cards

Wat is de klinische relevantie van segmentale arteriën?

  • Bij occlusie van longitudinale vascularisatie kan segment alsnog bloed krijgen via segmentale arteriën.

51
New cards

Waar drainen veneuze structuren van het ruggenmerg uiteindelijk vaak naartoe?

  • Venen draineren uiteindelijk naar plexus venosi vertebralis internus (epiduraal).

    • Strekt zich uit van cervicaal tot in het bekken.

  • Anastomosen

    • Via segmentale venen verbinding met grotere veneuze takken zoals het azygossysteem.

    • Venen van bekkenorganen draineren ook op deze plexus.

52
New cards

Wat is het effectpatroon bij hemisectie van het ruggenmerg voor motoriek?

  • Corticospinale banen

    • Uitval op en onder laesieniveau, ipsilateraal.

    • Voorbeeld: laesie links → ledematen links niet meer aangestuurd.

  • Spinocerebellaire banen

    • Uitval op en onder laesieniveau, ipsilateraal.

    • Gevolg: ataxie vanaf laesie ipsilateraal (maar kan klinisch minder opvallen doordat motoriek ook uitvalt).

53
New cards

Wat gebeurt er bij hemisectie met gnostische sensibiliteit (achterstreng/DCML) onder de laesie?

Ipsilateraal verlies van vibratie/proprioceptie onder de laesie.

54
New cards

Wat gebeurt er bij hemisectie met pijn/temperatuur (spinothalamisch) onder de laesie?

Contralateraal verlies onder de laesie door vroege kruising in het ruggenmerg.

55
New cards

Wil je dat de dermatoom-ankers (C4 clavicula, C6 duim, C8 pink, Th4 tepel, Th10 navel, L5 grote teen, S1 laterale voetrand) ook als losse vraag-antwoordregels onder elkaar worden toegevoegd?

56
New cards
57
New cards
Welke baansystemen worden in dit overzicht gelokaliseerd in het ruggenmerg?
Achterstrengbanen (funiculus dorsalis), tractus spinothalamicus, tractus corticospinalis lateralis, tractus corticospinalis ventralis en tractus spinocerebellaris.
58
New cards
Welke baan verzorgt gnostische sensibiliteit?
Achterstrengbanen (dorsal column–medial lemniscus systeem).
59
New cards
Welke modaliteiten vallen onder gnostische sensibiliteit?
Fijne/discriminatieve tast, vibratie en (bewuste) proprioceptie.
60
New cards
Welke baan verzorgt vitale sensibiliteit?
Tractus spinothalamicus (onderdeel van het anterolaterale systeem).
61
New cards
Welke modaliteiten transporteert de tractus spinothalamicus?
Pijn en temperatuur (laterale deel) en grove tast/druk (anterieure deel).
62
New cards
Welke baan is primair betrokken bij motoriek van ledematen (piramidebaan in ruggenmerg)?
Tractus corticospinalis lateralis.
63
New cards
Wat is (globaal) de functie van de tractus corticospinalis ventralis?
Motoriek van axiale spieren en een deel van proximale spieren.
64
New cards
Welke baan draagt sensibele informatie voor coördinatie/regulatie van bewegingen?
Tractus spinocerebellaris (proprioceptieve input richting cerebellum).
65
New cards
Hoe eindigt de tractus corticospinalis ventralis op motorneuronen van axiale spieren?
Bilateraal.
66
New cards
Hoe eindigt de tractus corticospinalis ventralis op motorneuronen van proximale spieren van ledematen (zoals in dit schema)?
(Voor een deel) contralateraal.
67
New cards
Kruist de tractus corticospinalis ventralis in de caudale medulla zoals de lateralis?
Nee, de ventralis kruist niet op dezelfde manier in de caudale medulla
68
New cards
Welke verdeling past bij centrale verlamming met “verticale verdeling” (één lichaamshelft volledig aangedaan)?
Dit patroon past bij een laesie in de cortex.
69
New cards
Waarom past een volledig verticale hemiparese vooral bij een corticale laesie?
Omdat een corticale laesie één hemisfeer/één lichaamshelft in brede zin kan treffen via supraspinale banen.
70
New cards
Welke verdeling kan passen bij perifere verlamming?
Een niet-verticale verdeling, zoals uitval die beperkt blijft tot één arm of een specifiek perifere zenuw/segment.
71
New cards
Wat is klinisch belangrijk aan de veneuze afvloed rond wervelkolom/ruggenmerg?
Het wervelveneuze plexussysteem kan een route vormen voor verspreiding van metastasen.
72
New cards

Wat is de klinische relevantie van veneuze structuren in het ruggenmerg?

  • Metastasen bij prostaatcarcinoom kunnen via deze route de wervels bereiken.

73
New cards
Wat is het spinalis anterior syndroom (anterior spinal artery syndrome) in één zin?
Een ruggenmerginfarct door occlusie/ischemie van de a. spinalis anterior met uitval van de voorste 2/3 van het ruggenmerg.
74
New cards
Wat is de oorzaak van het spinalis anterior syndroom?
Ischemie/occlusie van de voorste spinale arterie (a. spinalis anterior).
75
New cards
Welk deel van het ruggenmerg raakt vooral aangedaan bij spinalis anterior syndroom?
De anterieure twee derde van het ruggenmerg.
76
New cards
Welke banen worden typisch aangedaan bij spinalis anterior syndroom?
Corticospinale banen en spinothalamische banen (met vaak ook autonome dysfunctie).
77
New cards

Welke kliniek past bij spinalis anterior syndroom?

  • Motorische paralyse

  • Verlies pijn- en temperatuursensatie

  • Hypotensie

  • Gnostische sensibiliteit blijft intact (achterstrengen niet aangedaan)

78
New cards
Welke sensibele uitval past bij spinalis anterior syndroom?
Verlies van pijn- en temperatuurszin door spinothalamische betrokkenheid.
79
New cards
Welke sensibele modaliteiten blijven relatief intact bij spinalis anterior syndroom?
Proprioceptie en vibratie (dorsale kolommen blijven gespaard).
80
New cards
Welke autonome klacht kan voorkomen bij spinalis anterior syndroom?
Hypotensie/autonome dysfunctie kan optreden.
81
New cards
Waarom blijft gnostische sensibiliteit intact bij spinalis anterior syndroom?
Omdat de achterstrengen (dorsale kolommen) meestal niet door de a. spinalis anterior worden verzorgd.
82
New cards
Wat is een central cord syndroom (CCS) in één zin?
Een (vaak cervicaal) ruggenmergletsel met relatief meer motorische uitval in armen/handen dan in benen.
83
New cards

Welke kliniek is typisch voor CCS?

verlies van beweging/gevoel in armen en handen; groter motorverlies bovenste dan onderste ledematen; variabel sensorisch verlies.

84
New cards

Door relatief centrale schade in het ruggenmerg waarbij banen voor armen (cervicaal) vaak kwetsbaar zijn in het centrale gebied.

85
New cards
Wat betekent “incompleet letsel” bij ruggenmergsyndromen zoals CCS?
Dat er nog (gedeeltelijke) signaaloverdracht onder het laesieniveau mogelijk is, maar verminderd.
86
New cards
Wat is een dwarslaesie (compleet) in één zin?
Volledige onderbreking van opstijgende en dalende banen met verlies van functie/gevoel onder het laesieniveau.
87
New cards
Welke lokalisatie komt epidemiologisch vaak voor bij ruggenmerglaesies?
Cervicale laesies worden vaak genoemd als frequent.
88
New cards

Wat gebeurt er met de corticospinale banen op niveau Th4 bij een laesie links?

Uitval van motoriek ipsilateraal (links)

89
New cards

Wat gebeurt er met de spinocerebellaire banen op niveau Th4 bij een laesie links?

Ipsilaterale coördinatiestoornis/ataxie

90
New cards

Wat gebeurt er met de funiculus dorsalis (gnostische sensibiliteit) op niveau Th4 bij een laesie links?

Verlies van gnostische sensibiliteit (ipsilateraal)

91
New cards

Wat gebeurt er met de spinothalamische banen op niveau Th4 bij een laesie links?

Verlies van vitale sensibiliteit (ipsilateraal)

92
New cards

Wat is de motorische situatie (corticospinaal) op niveau Th3 (boven de laesie Th4 links)?

Normale motoriek rechts (boven de laesie zijn de banen naar/van die segmenten intact).

93
New cards
Wat is de situatie van coördinatie (spinocerebellair) op niveau Th3 (boven de laesie Th4 links)?
Normale coördinatie, omdat de relevante baan ter hoogte van Th3 niet door de Th4-laesie is onderbroken.
94
New cards
Wat is de situatie van gnostische sensibiliteit (funiculus dorsalis) op niveau Th3 (boven de laesie Th4 links)?
Normale gnostische sensibiliteit (boven de laesie is de achterstrenggeleiding intact).
95
New cards
Wat is de situatie van pijn- en temperatuurszin (spinothalamisch) op niveau Th3 (boven de laesie Th4 links)?
Boven de laesie blijft pijn/temperatuur in principe normaal, omdat de doorsnijding lager (Th4) zit.
96
New cards

Wat gebeurt er met de corticospinale banen (motoriek) op niveau Th5

Geen motorische functie aan de rechterzijde (door onderbreking van de corticospinale baan)

97
New cards

Wat gebeurt er met de spinocerebellaire banen op niveau Th5?

Ataxie/coördinatieverlies ipsilateraal

98
New cards

Wat gebeurt er met de funiculus dorsalis (gnostische sensibiliteit) op niveau Th5 (onder de laesie Th4 links)?

Verlies van vibratie/proprioceptie ipsilateraal

99
New cards

Wat gebeurt er met de spinothalamische banen op niveau Th5?

Verlies van vitaal aan de rechterzijde van het lichaam (onder laesie)

100
New cards