1/59
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Cellulaire ademhaling
Chemisch proces waarbij mitochondria O2 verbruiken bij oxidatieve fosforylatie, met CO2 en H2O als bijproducten.
Externe ademhaling
Transport van O2 naar mitochondria en CO2 naar het uitwendig milieu.
Wet van Fick
Regelt de snelheid van diffusie van O2 en CO2.
Convectie
Bevordert een groter concentratieverschil van gassen.
Uitwendige convectie
Maximale gasuitwisseling door constante aanvoer van lucht of water met hoge PO2 en lage PCO2.
Inwendige convectie
Aanvoer van bloed met lage PO2 en hoge PCO2 over de interne oppervlakten.
Erythrocyt
Rode bloedcel: biconcaaf en kernloos bij zoogdieren, ovaal en met kern bij andere vertebraten.
Erythropoïese
Vorming van RBC, plaats van generatie varieert tussen verschillende soorten dieren.
Erythropoïetine (EPO)
Hormoon gesynthetiseerd in nieren, stimuleert de productie van erythrocyten en heemsynthese.
Polycythemie
Overtollige RBC-ketens, vaak door beenmergkanker.
Anemie
Tekort aan RBC, met verschillende oorzaken zoals ijzergebrek of hemorragie.
Hemoglobine
Eiwit dat O2 bindt in bloed, tetrameer met 4 globines en een heemgroep.
Oxygenatie
Binding van O2 aan Fe2+-ion in hemoglobine, resulteert in oxyhemoglobine.
Zuurstofdissociatiecurve
Grafiek die de O2-verzadigingsgraad van hemoglobine toont, afhankelijk van PO2.
Bohreffect
Verandering in O2-affiniteit van hemoglobine door CO2 en pH-variaties.
Rooteffect
Effect van pH en PCO2 op O2-capaciteit bij bepaalde vissoorten.
Rete mirabile
Bundels van arteriële en veneuze vaten die een tegenstroommechanisme vormen.
Gasklier
Cellen die CO2 produceren vanuit glucose, betrokken bij O2-afgifte.
Koolzuuranhydrase
Enzym in erythrocyten dat CO2 omzet naar HCO3-.
Chlorideshift
Opname van Cl- in ruil voor HCO3- in RBC-membraan.
Haldane-effect
Relatie tussen CO2-inhoud en PO2, waarbij lage O2-verzadiging meer CO2-transport mogelijk maakt.
Bicarbonaatbuffersysteem
Buffermechanisme dat helpt bij het reguleren van pH in het bloed.
Fosfaatbuffersysteem
Effectieve buffer in urine en intracellulair vocht.
Proteïnebuffersysteem
Buffering in plasma en intracellulair vocht door eiwitten.
Respiratorische acidose
Verhoogde CO2-concentratie door gebrekkige longventilatie, resulteert in lagere pH.
Respiratorische alkalose
Stijgende pH door verhoogde longventilatie.
Viscerale pleura
Buitenste laag van longen, bevat lymfevaten voor drainage.
Pariëtale pleura
Scheiding van viscerale pleura met pleuravocht, een ultrafiltraat van plasma.
Geleidingsluchtwegen
Luchtwegen van neus/lippen tot terminale bronchiolen zonder gasuitwisseling.
Anatomische dode ruimte
Volume van geleidingsluchtwegen waar geen gasuitwisseling plaatsvindt.
Alveoli
Bolvormige structuren voor gasuitwisseling, met een oppervlak van 50-100 m2.
Type I en type II pneumocyten
Soorten alveolaire cellen; type I is voornamelijk bedekkend.
Poriën van Kohn
Structuren die aangrenzende alveolen met elkaar verbinden.
Pulmonale arteries
Transporteren O2-arm bloed naar de longcapillairen.
Bronchiale arteries
Vervoeren O2-rijk bloed naar longweefsels vanuit de aorta.
Longsurfactant
Vermindert oppervlaktespanning in alveolen, geproduceerd door type II pneumocyten.
Dipalmitoylfosfatidylcholine
Voornaamste fosfolipide in longsurfactant.
Lamellaire lichaampjes
Structuren waarin longsurfactant geassembleerd wordt in pneumocyten.
Bronchoconstrictie
Verhoogde weerstand die resulteert in verminderde luchttoevoer naar de longen.
Faveoli
Structuren die oppervlaktevergroting mogelijk maken bij bepaalde reptielen.
Parabronchi
Luchtwegen die vertakken en unidirectionele buizen vormen in vogels.
Luchtcapillairen
Structuren voor gasuitwisseling die ontspringen vanuit parabronchus.
Luchtzakken
Verbonden met longen, helpen bij het lichter maken van vogels en gasuitwisseling.
Mesobronchi
Tweede generatie luchtwegen na de trachea, richting achterste luchtzakken.
Pulspomp
Mechanisme bij amfibieën voor luchtinvoer in de longen via mondholte.
Inwendige kieuwen
Kieuwstructuren vaak beschermd door huidplooien, aanwezig bij vissoorten.
Passief tegenstroommechanisme
Richting van bloedstroom is tegengesteld aan de waterstroom voor efficiënte gasuitwisseling.
Voorwaarden huidademhaling
Dunne epidermis, vergrote oppervlakte, sterke vascularisatie om huidvochtigheid te behouden.
Labyrint
Organisch systeem in goerami’s dat dient voor ademhaling en bevat veel capillairen.
Pré-Bötzingercomplex
Klein gebied in de medulla dat de ademhaling reguleert.
Dorsale respiratorische groep
Groep neuronen in medulla die voornamelijk betrokken zijn bij de inademing.
Ventrale respiratorische groep
Groep neuronen in medulla die zowel inademing als uitademing reguleert.
Perifere chemoreceptoren
Vermogen tot detecteren van dalingen in arteriële PO2, gelegen in carotis- en aortalichaampjes.
Glomuscellen
Chemosensitieve cellen in carotislichaampje, ontwikkeld uit neurectoderm.
Centrale chemoreceptoren
Neuronen in de hersenen die gevoelig zijn voor arteriële hypercapnie.
Hering-Breurerreflex
Reflex die de ademfrequentie verhoogt door mechanische stimulatie van de longen.
Irritatiereceptoren
Receptoren die pathofysiologische veranderingen in de luchtwegen detecteren.
Juxtacapillaire (J-) receptoren
Receptoren die reageren op stimuli in alveolen en luchtwegen, initiëren beschermingsreacties.
Aerobe duiklimiet
Drempel waarna het lichaam overstapt op anaerobe metabolisme.
Koudereceptoren
Receptoren die water detecteren en cardiorespiratoire responsen uitlokken.