Medische microbiologie, DEEL 1: Gramnegatieven

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/76

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:41 PM on 3/28/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

77 Terms

1
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Escherichia.

Escherichia coli of colibacillen behoren tot de commensale darmflora van mens en dier.

2
New cards

Bespreek het algemeen pathogeen vermogen van E. coli.

  • Frequente oorzaak van cystitis, septicemie, wondinfectie, meningitis, galblaasontsteking …

  • Indien ze talrijk voorkomen op mucosa of in secreties waar ze normaal niet voorkomen (steriele lokaties, zoals de vagina of de keel) kunnen ze dus een pathogene rol spelen. Hierbij gaat het meestal enkel om kolonisatie, maar soms is er ook sprake van een echte infectie.

  • Sommige serotypes kunnen diarree veroorzaken.

3
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van EHEC.

EHEC = enterohemorrhagische E. coli

  • STEC (Shiga-toxine producerende E. coli)

  • Meer dan 150 serotypes, waarvan de belangrijkste: O157:H7

  • Leidt tot hemorrhagische colitis of bloederige diarree (vnl. na het eten van een hamburger)

  • Bij ongeveer 8% van de patiënten kan het hemolytisch uremisch syndroom (HUS) ontstaan (hemolytische anemie, trombocytopenie en acuut nierfalen) vanwege schade aan het vasculair endotheel na absorptie van de Shiga-toxine ter hoogte van de darmen

  • HUS treedt meestal 1 week na de start van de diarree op, wanneer het serotype reeds verdwenen is uit de feces

  • HUS kan bevorderd worden door antibiotica (lyse bacteriën en vrijgave toxine) en darm-motiliteitsremmers (verhoogde kans op toxine-absorptie)

4
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van EPEC.

EPEC = enteropathogene E. coli

  • 20-tal serotypes

  • Epidemische diarree bij kinderen <2j

  • Adhesie aan de epitheelcellen door EAF-plasmide (E. coli adherence factor)

5
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van ETEC.

ETEC = enterotoxigene E. coli

  • 20-tal serotypes

  • Reizigersdiarree (turista) = waterige diarree tgv. productie van exotoxine(n)

6
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van EIEC.

EIEC = enteroinvasieve E. coli

  • 10-tal serotypes

  • Invasieve, dysenterische vorm van diarree door binnendringen in het epitheel

7
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van enteroadhesieve E. coli.

Enteroadhesieve E. coli:

  • EAggEC = aggregerende

  • DAEC = diffuus adherent

  • Serotypes die niet klasseerbaar zijn in de andere groepen en waarvan de klinische betekenis nog onduidelijk is.

8
New cards

Bespreek de isolatie van E. coli.

  • Groei op alle algemene bodems

  • Groei op MC met rode-roze kolonies (lactosepositief), vaak met galzoutenneerslag

  • Facultatief aeroob

9
New cards

Bespreek de identificatie van E. coli op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase, citraat en bèta-glucuronidase.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosepositief)

  • Kligler-type: coli- of paracoli-type (+++- of ++—)

  • MIU: + + -

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: + / -

  • DNase: -

  • citraat: -

  • bèta-glucuronidase: + (95%) (specifiek bij het geslacht Escherichia en een deel van het geslacht Shigella)

10
New cards

Wat zijn de uitzonderingen bij de identificatie van E. coli?

  • sommige stammen produceren geen gas = anaerogene coli

  • sommige stammen zijn onbeweeglijk (negatief voor motiliteit)

  • bij serotypes die diarree kunnen veroorzaken, kunnen afwijkende biochemische eigenschappen voorkomen, deze kunnen vaak geïdentificeerd worden mbv. antisera

11
New cards

Bespreek de isolatie en identificatie van EHEC.

EHEC = enterohemorrhagische E. coli

Isolatie:

  • Sorbitol MAC (MC) (SMAC): O157-stammen zijn sorbitolnegatief en overige E. coli zijn sorbitolpositief

Identificatie:

  • Vaak afwijkende kenmerken, waaronder bèta-glucuronidasenegatief

  • Serotypering mbv. antisera

  • Laattijdige diagnose → opsporen van antilichamen gericht tegen O157-lipopolysaccharide = kan behulpzaam zijn bij de diagnose van HUS

12
New cards

Bespreek de behandeling van E. coli.

De gevoeligheid van E. coli voor antibiotica is weinig voorspelbaar. Een antibiogram is meestal vereist.

13
New cards

Benoem de 4 subgroepen of soorten van het geslacht Shigella.

  • Shigella dysenteriae (15 serotypes)

  • Shigella flexneri (8 serotypes)

  • Shigella boydii (19 serotypes)

  • Shigella sonnei (1 serotype)

14
New cards

Wat is 1 van de belangrijkste eigenschappen bij Shigella bacteriën?

Het zijn onbeweeglijke Enterobacteriaceae!

15
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Shigella.

Pathogene darmparasiet bij de mens (uitzonderlijk bij dieren)

16
New cards

Bespreek het algemeen pathogeen vermogen van het geslacht Shigella.

Veroorzaken diarree:

  • Dysenterie (invasieve type, darminfectie doorgaans met bloed en slijm in de stoelgang)

  • Niet-bloederige diarree

Ernst van de diarree is gerelateerd aan de soort: Sh. dysenteriae > Sh. flexneri > Sh. boydii > Sh. sonnei

Zeldzame oorzaak van sepsis

Zeldzame complicatie = HUS door productie van Shiga-toxinen door Sh. dysenteriae

17
New cards

Bespreek de overdracht van het geslacht Shigella.

  • Feco-orale overdracht (persoon-persoon) of via gecontamineerd voedsel of water

  • Vnl. onder slechte hygiënische omstandigheden

  • Dysenteriae, flexneri en boydii komen vnl. voor in tropische streken

  • Sonnei komt vnl. voor in onze streken

18
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Shigella.

  • Groei op alle algemene bodems

  • Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief), vaak kleine kolonies na 24h incubatie

  • Groei op SS-agar met kleurloze kolonies (lactosenegatief) (sommige stammen van Sh. dysenteriae groeien evenwel niet op SS-agar)

  • Groei op XLD-agar met rode kolonies (lactose-, sucrose-, en xylosenegatief en ook geen lysinedecarboxylatie)

  • Facultatief aeroob

19
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Shigella op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase, acetaat en mannitol.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosenegatief)

  • Kligler-type: shigella-type (+ - - -)

  • MIU: - ± - (onbeweeglijk!)

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: + / -

  • DNase: -

  • acetaat: - (in tegenstelling tot Escherichia)

  • mannitol: + (uitgezonderd Sh. dusenteriae)

  • Metabool weinig actief

20
New cards

Wat is er belangrijk bij de biochemische testen van Shigella?

Biochemisch vermoeden van Shigella dient steeds bevestigd te worden door serotypering. Deze laat toe de subgroep en het specifiek serotype te bepalen.

21
New cards

Bespreek de behandling van het geslacht Shigella.

Meestal gevoelig voor ampicilline, cotrimoxazole en fluorochinolonen.

  • toenemend aantal resistente stammen in ontwikkelingslanden → gevoeligheid wordt moeilijker te voorspellen en in deze gevallen is een antibiogram vereist

22
New cards

Hoeveel serotypes heeft de soort S. enterica binnen het geslacht Salmonella?

Meer dan 2000 serotypes

  • typhi, enteritidis, typhimurium, paratyphi A …

23
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Salmonella.

Pathogene parasiet van mens, zoogdieren, vogels en koudbloedigen.

  • Menselijke serotypes: typhi, paratyphi A, B en C → enkel bij de mens

  • Zoönotische serotypes: enteritidis, typhimurium, dublin … → komen vnl. voor bij dieren maar kunnen soms ook infecties teweegbrengen bij de mens

  • Dierlijke serotypes: enkel bij dieren

24
New cards

Bespreek de overdracht van menselijke en zoönotische serotypes bij het geslacht Salmonella.

Menselijke serotypes:

  • feco-oraal contact (persoon-persoon) of via gecontamineerd voedsel en water → lage infectieuze dosis!

Zoönotische serotypes:

  • Via gecontamineerd voedsel (van dierlijke oorsprong, zoals kippeneieren)

  • Via direct contact met dieren

25
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van menselijke en zoönotische serotypes bij het geslacht Salmonella.

Menselijke serotypes:

  • tyfus en paratyfus ((para)tyfeuze koorts)

  • kiemdrager

Zoönotische serotypes:

  • gastro-enteritis

  • sepsis (zeldzaam)

  • kiemdrager

26
New cards

Bespreek de tyfus, de paratyfus en het kiemdragerschap bij de menselijke serotypes van het geslacht Salmonella.

Incubatietijd = 5-10 dagen - 6 weken

Symptomen:

  • Begint met ziektegevoel (malaise), daarna geleidelijk oplopende hoge koorts.

  • Na 1 week is de patiënt suf en traag, heeft deze vage buikpijn en algemene uitputting.

Zeer ernstige ziekte met een mortaliteit van ongeveer 10% zonder antibioticumbehandeling, en een mortaliteit van <1% met antibioticumbehandeling.

Na het doormaken van de ziekte kunnen deze serotypes achterblijven in de galblaas → chronische kiemdragerschap

Onze streken: uitsluitend importpathologie (vanuit ontwikkelingslanden)

27
New cards

Bespreek de gastro-enteritis, de sepsis, en het kiemdragerschap, bij de zoönotische serotypes van het geslacht Salmonella.

Gastro-enteritis

  • incubatietijd: 2-tal dagen

  • symptomen: diarree, meestal met bloed en slijm, en bijmenging van WBC, ook koorts en abdominale krampen

Sepsis (zeldzaam)

  • vnl. bij personen met een verminderde weerstand

  • Hierbij kunnen infecties op afstand ontstaan: osteomyelitis, artritis, pneumonie…

Kiemdragerschap

  • in principe slechts voor enkele weken

  • kan langer zijn bij oa. behandeling met antibiotica, jonge en oude leeftijd, hypochloorhydrie of achloorhydrie, aanwezigheid van galstenen

28
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Salmonella.

  • Groei op alle algemene bodems

  • Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief)

  • Groei op SS-agar met kleurloze kolonies met zwart centrum (lactosenegatief en H2S-positief)

  • Groei op XLD-agar met rode kolonies (met zwart centrum) (lactose-, sucrose-, en xylosepositief maar ook lysinedecarboxylatie, en H2S-positief)

  • Facultatief aeroob

(Foto → SS-agar)

<ul><li><p>Groei op alle algemene bodems</p></li><li><p>Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief)</p></li><li><p>Groei op SS-agar met kleurloze kolonies met zwart centrum (lactosenegatief en H2S-positief)</p></li><li><p>Groei op XLD-agar met rode kolonies (met zwart centrum)<em> (lactose-, sucrose-, en xylosepositief maar ook lysinedecarboxylatie, en H2S-positief)</em></p></li><li><p>Facultatief aeroob</p></li></ul><p>(Foto → SS-agar) </p>
29
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Salmonella op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase, citraat, ONPG en lysine-decarboxylatie.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosenegatief en H2S positief)

  • Kligler-type: salmonella-type (+ (+) - +) → paratyphi A is wel H2S negatief en typhi vertoont weinig H2S productie, en ook geen gasproductie

  • MIU: + - -

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: + / -

  • DNase: -

  • citraat: + (-)

  • ONPG (bèta-galactosidase): -

  • Lysine-decarboxylatie: +

30
New cards

Wat is er belangrijk bij de biochemische testen van Salmonella?

Biochemisch vermoeden van Salmonella dient steeds bevestigd te worden door serotypering.

31
New cards

Bespreek de mogelijke antigenen bij Salmonella (serotypering).

  • Somatisch O-antigeen → onderverdeling in verschillende groepen: A, B, C1, C2, D, E1…

  • Flagellair H-antigeen

  • Kapselantigeen = Vi-antigeen → enkel bij typhi (zeldzaam positief bij paratyphi, dublin en sommige Citrobacter stammen)

32
New cards

Bespreek kort hoe de serotypering van Salmonella verloopt.

Agglutinatie met polyvalent O-antiserum

  • Indien positief → agglutinatie met specifieke O-groep antisera: D, B…

  • Daarna kan eventueel het H-antigeen opgespoord worden

  • En eventueel het Vi-antigeen bij vermoeden van typhi

Verdere serotypering gebeurt in referentielabo’s

33
New cards

Bespreek de serotypering van S. enterica typhi.

  • O-antigeen met groep D antisera

  • H-antigeen met anti-d

  • Vi-antigeen met anti-Vi

Als het Vi-antigeen zeer sterk is, wordt het O-antigeen soms gemaskerd

  • Opkoken bacteriesuspensie gedurende 15 minuten en vervolgens hertesten met O-antisera

34
New cards

Berspreek de WIDAL-test voor Salmonella.

De WIDAL-test is een test die antistoffen (of agglutininen) opspoort, die gericht zijn tegen de O, H, en Vi-antigenen, in het serum (bloed).

  • Echter leidt het vaak naar valse positieve en valse negatieve resultaten, waardoor geen definitieve diagnose mogelijk is.

  • Enkel nuttig bij verdenking op tyfus.

  • Meestal pas ± 1 week na de infectie aantoonbaar.

  • Antistoffen tegen Vi-antigenen verdwijnen normaal na genezing, maar blijven aanwezig bij chronische dragers → belangrijk voor de sceening naar chronisch dragerschap

35
New cards

Bespreek de behandeling van het geslacht Salmonella.

Niet-gecompliceerde gastro-enteritis

  • NIET behandelen met antibiotica aangezien deze het dragerschap kunnen verlengen

Tyfus en paratyfus

  • WEL behandelen met antibiotica = BELANGRIJK (mortaliteit <1% ipv 10%)

  • Gevoeligheid = weinig voorspelbaar → antibiogram is meestal vereist

36
New cards

Bespreek de preventie van tyfus.

Vaccinatie tegen tyfus

  • Vivotif → obv. levend verzwakte typhi stam, orale inname (3 maal 1 capsule met 2 dagen interval)

37
New cards

Benoem 3 pathogene soorten binnen het geslacht Yersinia (in het totaal 10-tal soorten).

  • Yersinia enterocolitica

  • Yersinia pseudotuberculosis

  • Yersinia pestis

38
New cards

Wat kan er gezegd worden over Y. frederiksenii en Y. kristensenii?

Dit zijn niet-pathogene soorten binnen het geslacht Yersinia.

39
New cards

Bespreek het voorkomen van Y. enterocolitica, pseudotuberculosis en pestis.

  • Enterocolitica = parasiet van varkens en runderen en wordt via voedsel (rauw vlees) overgebracht op de mens

  • Pseudotuberculosis = parasiet van varkens, vogels en andere in het wild levende dieren.

  • Pestis = parasiet van knaagdieren die via beten van rattenvlooien op de mens kan worden overgezet

40
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Y. enterocolitica.

Oorzaak van gastro-enteritis

  • incubatietijd= 4-7 dagen

  • slepend verloop bij jonge kinderen (2-4 weken!)

  • abdominale pijn, kolieken, koorts en braken bij oudere kinderen en volwassenen (pseudo-appendiculair syndroom)

  • onze streken: vnl. serotype O:3, minder serotype O:9, zeldzaam andere serotypes

  • associatie met het eten van rauw varkensvlees (rauw gehakt, varkenstongen…)

Zeldzaam sepsis

  • belangrijke risicofactoren: hemochromatose, gedaalde afweer (oa. verminderde fagocytose), toegenomen virulentie van de bacterie

  • via bloedtransfusie door mogelijke groei van Y. enterocolitica bij koelkasttemperatuur en stimulatie van de groei door exogeen ijzer (bloedzakken)

Post-infectieuze complicaties

  • reactieve artritis tgv. neerslag Ag-AL complexen in de verschillende gewrichten: enkele dagen tot 1 maand na start van de diarree, bij 10-30% van de volwassenen, symptomen duren gemiddeld 1-4 maanden

  • erythema nodosum tgv. neerslag Ag-AL complexen in de oppervlakkige arteriolen

<p>Oorzaak van gastro-enteritis</p><ul><li><p>incubatietijd= 4-7 dagen</p></li><li><p>slepend verloop bij jonge kinderen (2-4 weken!)</p></li><li><p>abdominale pijn, kolieken, koorts en braken bij oudere kinderen en volwassenen (pseudo-appendiculair syndroom)</p></li><li><p>onze streken: vnl. serotype O:3, minder serotype O:9, zeldzaam andere serotypes</p></li><li><p>associatie met het eten van rauw varkensvlees (rauw gehakt, varkenstongen…)</p></li></ul><p>Zeldzaam sepsis</p><ul><li><p>belangrijke risicofactoren: hemochromatose, gedaalde afweer (oa. verminderde fagocytose), toegenomen virulentie van de bacterie</p></li><li><p>via bloedtransfusie door mogelijke groei van Y. enterocolitica bij koelkasttemperatuur en stimulatie van de groei door exogeen ijzer (bloedzakken)</p></li></ul><p>Post-infectieuze complicaties</p><ul><li><p>reactieve artritis tgv. neerslag Ag-AL complexen in de verschillende gewrichten: enkele dagen tot 1 maand na start van de diarree, bij 10-30% van de volwassenen, symptomen duren gemiddeld 1-4 maanden</p></li><li><p>erythema nodosum tgv. neerslag Ag-AL complexen in de oppervlakkige arteriolen</p></li></ul><p></p>
41
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Y. pseudotuberculosis.

Mesenteriale lymfadenitis

  • vergroting en abcedatie (toenemende zwelling met toenemende pijn) van de lymfeklieren in de ileocaecale streek

  • acuut pijnsyndroom gelijkend appendicitis = pseudo-appendicitis

42
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Y. pestis.

Verwekker van de pest

  • nog enkele haarden in Z. Amerika, Afrika en V. Oosten

  • niet meer in onze streken

  • potentieel gevaar → biologische oorlogsvoering met verspreiding via de aerogene weg

43
New cards

Bespreek de gramkleuring van het geslacht Yersinia.

Kleine gramnegatieve staven tot coccobacillaire vormen!

<p><u>Kleine</u> gramnegatieve staven tot coccobacillaire vormen! </p>
44
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Yersinia.

  • Groei op alle algemene bodems

  • Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief) (kleine kolonies na 24 uur)

  • Groei op SS-agar met kleurloze kolonies (lactosenegatief)

  • Groei op CIN-agar met kolonies die een rood centrum en heldere perifere zone vertonen na 48 uur incubatie (mannitol positief)

  • Facultatief aeroob

<ul><li><p>Groei op alle algemene bodems</p></li><li><p>Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief) (kleine kolonies na 24 uur)</p></li><li><p>Groei op SS-agar met kleurloze kolonies (lactosenegatief)</p></li><li><p>Groei op CIN-agar met kolonies die een rood centrum en heldere perifere zone vertonen na 48 uur incubatie (mannitol positief) </p></li><li><p>Facultatief aeroob</p></li></ul><p></p>
45
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Yersinia op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosenegatief)

  • Kligler-type: Shigella-type (+ - - -)

  • MIU: + +(-) -

Y. enterocolitica: indol +(-), Y. pseudoturberculosis: indol -

Beweeglijk bij 22-30°C, vaak onbeweeglijk bij 37°C

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: + / -

  • DNase: -

46
New cards

Wat is er belangrijk bij de biochemische testen van Yersinia enterocolitica?

Biochemisch vermoeden van Yersinia enterocolitica dient steeds bevestigd te worden door serotypering, temeer omdat een aantal serotypes (wellicht) niet pathogeen zijn.

In onze streken zijn voornamelijk serotype O3 en O9 de belangrijkste pathogene serotypes.

47
New cards

Bespreek de serologische diagnostiek bij Yersinia enterocolitica.

Speelt een belangrijke rol bij het vaststellen van post-infectieuze complicaties van Y. enterocolitica → bacterie is in deze gevallen vaak niet meer kweekbaar aangezien de gastro-intestinale infectie dan meestal al voorbij is

Twee manieren:

  • Opsporen van antistoffen (agglutininen, IgM (en IgG)) tegen celwandpolysacchariden (LPS, O-antigenen): positief kort na de acute fase van een infectie, maar na enkele maanden terug negatief

  • Opsporen van antistoffen ten opzichte van Yersinia outer proteins (YOPs) met behulp van immunoblot technieken → gevoeliger en specifieker, vnl. bij post-infectieuze complicaties, antistoffen blijven langer aantoonbaar dan agglutininen (IgA, IgG)

48
New cards

Bespreek de behandeling van Yersinia enterocolitica en Y. pseudotuberculosis.

Y. enterocolitica = meestal zelflimiterend en geen antibiotica-therapie vereist

Cotrimoxazole en doxycycline → bij ernstige gevallen

  • Y. enterocolitica O3 en O9: ampicilline R

  • Y. pseudotuberculosis: ampiciline S

Nut van antibiotica bij artritis = niet duidelijk (eventueel wel nut door eliminatie van Y. enterocolitica in de mesenterische lymfeknopen → verkort mogelijks het beloop?)

49
New cards

Wat is er in het algemeen bijzonder aan de geslachten Proteus, Morganella en Providencia.

  • Zijn sterk verwante geslachten

  • Deze geslachten zijn in staat om fenylalanine en tryptofaan te desamineren → FAD (TDA) positief !!! (= vrijwel unieke eigenschap binnen de familie van de Enterobacteriaceae)

50
New cards

Bespreek het algemeen voorkomen van de geslachten Proteus, Morganella en Providencia.

  • Saprofieten in de omgeving

  • Transiënte darmflora

51
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Proteus mirabilis en Proteus vulgaris.

  • P. mirabilis = frequente oorzaak van urineweginfecties (cystitis) en speelt een rol bij niersteenvorming (door hun sterke urease-activiteit worden ammoniak en CO2 in de urine gevormd → pH-verandering → niersteenvorming)

  • P. vulgaris (Morganella morganii en Providencia spp.) komen meer voor als “opportunistische” pathogenen in het ziekenhuismilieu

  • Sepsis

  • Wondinfecties

52
New cards

Bespreek de isolatie van de geslachten Proteus, Morganella en Providencia.

  • Groei op alle algemene bodems

  • Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief)

  • Proteus spp. zwermen uit op de meeste vaste voedingsbodems (niet op voedingsbodems met verlaagde elektrolytenconcentraties) (zeer scherpe geur)

  • Facultatief aeroob

<ul><li><p>Groei op alle algemene bodems</p></li><li><p>Groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief)</p></li><li><p>Proteus spp. zwermen uit op de meeste vaste voedingsbodems (niet op voedingsbodems met verlaagde elektrolytenconcentraties) (zeer scherpe geur) </p></li><li><p>Facultatief aeroob</p></li></ul><p></p>
53
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Proteus op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosenegatief)

  • Kligler-type: Salmonella type (+ (+) - +)

  • MIU: mirabilis + - +, vulgaris + + +

  • FAD (TDA): +

  • MR-VP: + / -

  • DNase: -

54
New cards

Bespreek de behandeling van de geslachten Proteus, Morganella en Providencia.

  • Gevoeligheid is weinig voorspelbaar → een antibiogram is meestal vereist

  • P. mirabilis = meestal ampicilline S, 1ste en 2de generatie cefalosporines S

  • P. vulgaris (Morganella morganii en Providencia spp.) = meestal ampicilline R, 1ste en 2de generatie cefalosporines R

55
New cards

Welke twee soorten zijn belangrijk binnen het geslacht Klebsiella?

K. pneumoniae en K. oxytoca

56
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Klebsiella.

Behoort tot de commensale darmflora van de mens (minder talrijk dan E. coli) en de bovenste luchtwegen

57
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Klebsiella.

Oorzaak van: urineweginfecties, pneumonie (vnl. K. pneumoniae), sepsis…

K. oxytoca veroorzaakt voornamelijk infecties bij patiënten met een verminderde weerstand (opportunistische infecties)

58
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Klebsiella.

  • groei op alle algemene bodems

  • groei op MC met roze slijmerige kolonies (lactosepositief)

  • facultatief aeroob

<ul><li><p>groei op alle algemene bodems </p></li><li><p>groei op MC met roze slijmerige kolonies (lactosepositief) </p></li><li><p>facultatief aeroob</p></li></ul><p></p>
59
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Klebsiella op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosepositief)

  • Kligler-type: Coli-type (+ + + -) of Paracoli-type (+ + - -)

  • MIU: oxytoca - + +, pneumoniae - - + (onbeweeglijk!)

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: - / + !!!

  • DNase: -

60
New cards

Bespreek de behandeling van het geslacht Klebsiella.

  • Veel resistentie-ontwikkeling op basis van verschillende resistentiemechanismen → praktisch altijd ampicilline resistent

  • Gevoeligheid is weinig voorspelbaar → een antibiogram is meestal vereist

61
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Serratia.

  • Saprofieten in de omgeving

  • Transiënte darmflora en flora van de bovenste luchtwegen

62
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van het geslacht Serratia.

Oorzaak van:

  • wondinfecties

  • pneumonie

  • urineweginfecties

  • sepsis

Opportunistische pathogenen (nosociomale infecties)

63
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Serratia.

  • groei op alle algemene bodems

  • groei op MC met kleurloze kolonies (lactosenegatief)

  • facultatief aeroob

64
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Serratia op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, Kligler-type, MIU, FAD (TDA), MR-VP, DNase, gelatinase.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend, oxidasenegatief en facultatief aeroob (lactosenegatief)

  • Kligler-type: Shigella-type (+ - - -)

  • MIU: oxytoca + - -

  • FAD (TDA): -

  • MR-VP: - / + !!!

  • DNase: + !!! (gelatinase +)

65
New cards

Bespreek de behandeling van het geslacht Serratia.

  • Zijn natuurlijk resistent tegen verschillende antibiotica, en verwerven snel resistentie tegen andere antibiotica, op basis van verschillende resistentiemechanismen

  • Gevoeligheid is weinig voorspelbaar → een antibiogram is meestal vereist

66
New cards

Geef 3 verschillende species die behoren tot het geslacht Pasteurella.

  • Pasteurella multocida

  • Pasteurella canis

  • Pasteurella dogmatis

67
New cards

Bespreek het voorkomen van het geslacht Pasteurella.

  • Commensaal van de bovenste luchtwegen bij in het wild levende dieren en huisdieren, vooral honden en katten → verwekker van pasteurellose (= hemorrhagische septicemie) bij dieren

68
New cards

Welke twee species binnen het geslacht Pasteurella veroorzaken de meeste humane infecties?

P. multocida (ongeveer 70%) en P. canis (ongeveer 20%)

De andere 10% van de infecties worden veroorzaakt door overige species.

69
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van het geslacht Pasteurella bij humane infecties.

Wondinfectie na honden- en/of kattenbeten en/of -krabben → vnl. door kattenbeten

  • snelle pijnontwikkeling

  • erytheem

  • zwelling

  • etter

Diepere (systemische) infecties kunnen ook voorkomen:

  • sepsis

  • osteomyelitis

  • artritis

  • meningitis

70
New cards

Bespreek de isolatie van het geslacht Pasteurella.

  • groei op bloedagar met kleine, niet-hemolytische, doorschijnende kolonies na 24u incubatie

  • geen groei op MC !

  • Facultatief aeroob

<ul><li><p>groei op bloedagar met kleine, niet-hemolytische, doorschijnende kolonies na 24u incubatie </p></li><li><p>geen groei op MC ! </p></li><li><p>Facultatief aeroob </p></li></ul><p></p>
71
New cards

Bespreek de identificatie van het geslacht Pasteurella multocida op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, beweeglijkheid, urease, indool en mannitol.

  • Gramnegatieve staven, glucose fermenterend (gele stomp bij Kligler), oxidasepositief en facultatief aeroob

  • Oxidasepositief → oxidasereactie is vaak negatief of zwakker positief met het dimethylreagens, dan met het tetra-methyl-p-fenyleendiamine reagens, reactie wordt ook negatief beïnvloed door een zure pH (bijvoorbeeld bij Kligler)

  • Onbeweeglijk

  • Ureasenegatief (onderscheid met Actinobacillus ureae)

  • Indoolpositief (onderscheid met Actinobacillus ureae)

  • Mannitolpositief (onderscheid met Pasteurella canis)

(MIU → - + -)

<ul><li><p>Gramnegatieve staven, glucose fermenterend (gele stomp bij Kligler), oxidasepositief en facultatief aeroob</p></li><li><p>Oxidasepositief → oxidasereactie is vaak negatief of zwakker positief met het dimethylreagens, dan met het tetra-methyl-p-fenyleendiamine reagens, reactie wordt ook negatief beïnvloed door een zure pH (bijvoorbeeld bij Kligler)</p></li><li><p>Onbeweeglijk</p></li><li><p>Ureasenegatief (onderscheid met Actinobacillus ureae)</p></li><li><p>Indoolpositief (onderscheid met Actinobacillus ureae)</p></li><li><p>Mannitolpositief (onderscheid met Pasteurella canis)</p></li></ul><p>(MIU → - + -)</p><p></p>
72
New cards

Bespreek de behandeling van het geslacht Pasteurella.

  • Gevoelig voor penicilline, ampicilline, macroliden en fluorocinolonen

  • Zelzaam bèta-lactamase producerende stammen

73
New cards

Bespreek het voorkomen van Actinobacillus ureae.

Behoort tot de normale commensale flora van de bovenste luchtwegen bij de mens

74
New cards

Bespreek het pathogeen vermogen van Actinobacillus ureae.

  • Purulente bronchitis

  • Zeldzaam: sepsis, meningitis …

75
New cards

Bespreek de isolatie van Actinobacillus ureae.

  • groei op bloedagar met kleine, niet-hemolytische, slijmerige kolonies na 24u incubatie

  • geen groei op MC !

  • Facultatief aeroob

76
New cards

Bespreek de identificatie van Actinobacillus ureae op vlak van gramkleuring, glucosefermentatie, oxidase, aeroob/anaeroob, beweeglijkheid, urease, indool en mannitol.

  • Gramnegatieve staven (korte dikke staafjes), glucose fermenterend, oxidasepositief en facultatief aeroob

  • Onbeweeglijk

  • Ureasepositief (onderscheid met Pasteurella multocida)

  • Indoolnegatief (onderscheid met Pasteurella multocida)

  • Mannitolpositief (onderscheid met Pasteurella canis)

<ul><li><p>Gramnegatieve staven (korte dikke staafjes), glucose fermenterend, oxidasepositief en facultatief aeroob</p></li><li><p>Onbeweeglijk</p></li><li><p>Ureasepositief (onderscheid met Pasteurella multocida)</p></li><li><p>Indoolnegatief (onderscheid met Pasteurella multocida)</p></li><li><p>Mannitolpositief (onderscheid met Pasteurella canis)</p></li></ul><p></p>
77
New cards

Bespreek de behandeling van Actinobacillus ureae.

Gevoelig voor penicilline en ampicilline.

Explore top notes

note
european expansion and exploration
Updated 1082d ago
0.0(0)
note
Chemistry Notes
Updated 789d ago
0.0(0)
note
Jobs in German (formation)
Updated 1154d ago
0.0(0)
note
Biostatistics, Chapters I & II
Updated 1272d ago
0.0(0)
note
3.4: Controversies
Updated 334d ago
0.0(0)
note
Vocal Music in Two Worlds
Updated 1371d ago
0.0(0)
note
european expansion and exploration
Updated 1082d ago
0.0(0)
note
Chemistry Notes
Updated 789d ago
0.0(0)
note
Jobs in German (formation)
Updated 1154d ago
0.0(0)
note
Biostatistics, Chapters I & II
Updated 1272d ago
0.0(0)
note
3.4: Controversies
Updated 334d ago
0.0(0)
note
Vocal Music in Two Worlds
Updated 1371d ago
0.0(0)

Explore top flashcards

flashcards
vocab words
184
Updated 474d ago
0.0(0)
flashcards
HL Bio C1 Free Response
20
Updated 1115d ago
0.0(0)
flashcards
APWH Cumulative Vocab List 2023
305
Updated 1058d ago
0.0(0)
flashcards
Greek Etyma Week 27
29
Updated 238d ago
0.0(0)
flashcards
ANSC Equipment
31
Updated 1135d ago
0.0(0)
flashcards
Eutropius High Frequency Vocab
147
Updated 219d ago
0.0(0)
flashcards
ECON-2302: Unit 1 Test
53
Updated 415d ago
0.0(0)
flashcards
vocab words
184
Updated 474d ago
0.0(0)
flashcards
HL Bio C1 Free Response
20
Updated 1115d ago
0.0(0)
flashcards
APWH Cumulative Vocab List 2023
305
Updated 1058d ago
0.0(0)
flashcards
Greek Etyma Week 27
29
Updated 238d ago
0.0(0)
flashcards
ANSC Equipment
31
Updated 1135d ago
0.0(0)
flashcards
Eutropius High Frequency Vocab
147
Updated 219d ago
0.0(0)
flashcards
ECON-2302: Unit 1 Test
53
Updated 415d ago
0.0(0)