1/43
Deze flashcards omvatten belangrijke begrippen en definities uit de herhaling van statistiek in week 1 van blok 10.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Beschrijving statistiek
Een manier om data samen te vatten en overzichtelijk te maken.
Toetsende statistiek
Je gebruikt data om een conclusie te trekken over een grotere groep.
Centrummaten
Statistische maten die de hoogte in het midden beschrijven, zoals gemiddelde, mediaan en modus.
Spreidingsmaten
Statistische maten die de breedte of variabiliteit van data beschrijven, zoals bereik en standaarddeviatie.
Nominaal meetniveau
Categorieën zonder ordening.
Ordinaal meetniveau
Categorieën met een logische ordening.
Interval meetniveau
Gegevens met een rangorde en gelijke intervallen, maar zonder betekenisvol nulpunt.
Ratio meetniveau
Gegevens met een rangorde, gelijke intervallen en een betekenisvol nulpunt.
Hypothese
Een veronderstelling die kan worden getest door middel van statistische analyses.
P-waarde
De kans dat het waargenomen resultaat of een extremer resultaat optreedt, gegeven dat de nulhypothese waar is.
Binomiaal toets
Toets voor nominale variabele met slechts 2 antwoordcategorieën.
Significantieniveau (α)
De kans op een fout (bijv. het verkeerd verwerpen van de nulhypothese) die je accepteert.
Steekproefgegevens
Data verzameld uit een kleinere groep afgeleid van een grotere populatie.
Standaarddeviatie (σ)
De gemiddelde afstand van elke score tot het gemiddelde.
Variantie
Het rekenkundig gemiddelde van de gekwadrateerde afwijkingen tot het gemiddelde.
Kernmaat
Maten die de centrale tendentie van een dataset aangeven, zoals het gemiddelde en de mediaan.
Frequentietabel
Een tabel die weergeeft hoe vaak elk waarde of categorie voorkomt in een dataset.
Beschrijving statistiek
Een manier om data samen te vatten en overzichtelijk te maken.
Toetsende statistiek
Je gebruikt data om een conclusie te trekken over een grotere groep.
Centrummaten
Statistische maten die de hoogte in het midden beschrijven, zoals gemiddelde, mediaan en modus.
Spreidingsmaten
Statistische maten die de breedte of variabiliteit van data beschrijven, zoals bereik en standaarddeviatie.
Nominaal meetniveau
Categorieën zonder ordening.
Ordinaal meetniveau
Categorieën met een logische ordening.
Interval meetniveau
Gegevens met een rangorde en gelijke intervallen, maar zonder betekenisvol nulpunt.
Ratio meetniveau
Gegevens met een rangorde, gelijke intervallen en een betekenisvol nulpunt.
Hypothese
Een veronderstelling die kan worden getest door middel van statistische analyses.
P-waarde
De kans dat het waargenomen resultaat of een extremer resultaat optreedt, gegeven dat de nulhypothese waar is.
Binomiaal toets
Toets voor nominale variabele met slechts 2 antwoordcategorieën.
Significantieniveau (\alpha)
De kans op een fout (bijv. het verkeerd verwerpen van de nulhypothese) die je accepteert.
Steekproefgegevens
Data verzameld uit een kleinere groep afgeleid van een grotere populatie.
Standaarddeviatie (\sigma)
De gemiddelde afstand van elke score tot het gemiddelde.
Variantie
Het rekenkundig gemiddelde van de gekwadrateerde afwijkingen tot het gemiddelde.
Kernmaat
Maten die de centrale tendentie van een dataset aangeven, zoals het gemiddelde en de mediaan.
Frequentietabel
Een tabel die weergeeft hoe vaak elk waarde of categorie voorkomt in een dataset.
Modus
De waarde die het meest voorkomt in een dataset.
Mediaan
Het middelste getal in een gesorteerde reeks gegevens wanneer deze van klein naar groot zijn gerangschikt.
Gemiddelde
De som van alle waarden gedeeld door het totaal aantal waarden (\bar{x} = \frac{\sum x}{n}).
Bereik (Range)
Het verschil tussen de hoogste en laagste waarde in een dataset (X{max} - X{min}).
Interkwartielafstand (IQR)
De spreidingsmaat die het verschil tussen het derde kwartiel (Q3) en het eerste kwartiel (Q1) weergeeft.
Boxplot
Een grafische weergave van de vijf-getallensamenvatting (minimum, Q1, mediaan, Q3, maximum).
Histogram
Een grafiek die de frequentieverdeling van een continue variabele weergeeft met aaneengesloten kolommen.
Chi-kwadraattoets
Een statistische toets om te bepalen of er een significante samenhang is tussen twee categorische variabelen.
T-toets
Een statistische toets die wordt gebruikt om te bepalen of de gemiddelden van twee groepen significant van elkaar verschillen.
Betrouwbaarheidsinterval (BI)
Een interval rondom een steekproefwaarde waarvan men met een bepaalde zekerheid stelt dat de populatieparameter erin valt.