Nederlandse letterkunde: Vorm en vernieuwing in modern en hedendaags proza

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/108

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

109 Terms

1
New cards

serialisering

een verhaal verspreiden in verschillende delen

2
New cards

aandachtseconomie

als een serie je aandacht trekt dan levert ze geld op

3
New cards

totaliserend genre

de grote politieke, maatschappelijke, … verbanden samenbrengen in één verhaal

4
New cards

epos

een literair genre dat maatschappelijke en historische verbanden verbindt rond een held

5
New cards

hypergeconnecteerd

wij zijn voortdurend aan elkaar verbonden (vb: globalisering, sociale media, …)

6
New cards

terugkeer

telkens dezelfde lees- en kijkervaring, maar die mag eigenlijk niet telkens hetzelfde zijn aangezien elk deel een nieuwe ervaring moet zijn

7
New cards

feuilletonliteratuur

elke dag/week wordt er een fragment van het verhaal in de krant/ het tijdschrift geplaatst

8
New cards

poeta vates

auteur als visionair

9
New cards

poeta faber

auteur als ambachtsman

10
New cards

bricoleur

de auteur gaat aan de slag met veel verhaaltjes en deeltjes die hij aan elkaar knutselt

11
New cards

magnum opus

het hoogtepunt in het schrijversoeuvre

12
New cards

maximalisatie

een literair genre met een overdaad aan informatie, ideeën en encyclopedische eigenschappen

13
New cards

multidimensioneel

de verschillende delen van de cyclus focussen elk op een andere dimensie van het leven en dragen zo bij aan het grotere geheel

14
New cards

romancyclus

een geheel dat bestaat uit meerdere, zelfstandig te lezen romans

15
New cards

gesloten systeem

de cirkel is rond (vb: romancyclus)

16
New cards

open systeem

je kan altijd nieuwe delen toevoegen (vb: serie)

17
New cards

closure

je hebt als lezer het gevoel dat het verhaal afgerond is

18
New cards

macroteksten

tekstuele structuren die uit afzonderlijke delen bestaan maar ook een globale narratieve en semantische samenhang vertonen

19
New cards

monoteksten

een autonome tekst

20
New cards

familiegelijkenissen

Wittgenstein; elke manifestatie heeft een aantal van de eigenschappen maar niet per se allemaal

21
New cards

emploi moderne

Besson; wanneer we over de romancyclus spreken, hebben we het over de moderne roman (vb: visie op auteur)

22
New cards

integration de la partie au tout

Besson; de terugkerende personages, thematische continuïteit en gedeelde verhaalwereld zorgen voor verbindingen tussen de delen

23
New cards

romans-mondes

Besson; gericht op de wereld

24
New cards

oeuvres-mondes

Besson; het moderne epos was gericht op de creatie van een heel eigen wereld

25
New cards

discours

alles wat je zegt, hoe je je voordoet, je lichaamstaal

26
New cards

fenomenologische zin

de idee dat er geen object is in de werkelijkheid dat wij kunnen kennen zonder onze subjectiviteit in te schakelen

27
New cards

fenomenon

fenomeen dat je waarneemt als groep of individu

28
New cards

mislukking

er wordt niet volgehouden aan de suspense/ oorspronkelijke ambitie & onvoltooide cycli

29
New cards

suspense

nieuwsgierigheid, je bent benieuwd en je wacht in spanning op het volgende deel

30
New cards

verveling

de romancyclus is te omvangrijk waardoor je vermoeid raakt

31
New cards

cycliciteit

het einde is een spiegeling van het begin

32
New cards

omnibus

een geheel van publicaties die afzonderlijk van elkaar werden gepubliceerd rond een gelijkaardig onderwerp

33
New cards

roman fleuve

één doorlopend verhaal/ roman in meerdere delen

34
New cards

thematische continuïteit

de romancyclus raakt een bepaalde thematiek aan en die thematiek loopt door

35
New cards

thematische discontinuïteit

elk deel van de cyclus snijdt een andere thematiek aan, maar samen vormen ze toch een geheel

36
New cards

narratieve (dis)continuïteit

afhankelijk of volgende narratieve aspecten doorlopen, zoals terugkeer van personages, gedeelde verhaalwereld, closure en temporaliteit

37
New cards

gedeelde verhaalwereld

cycli delen doorgaans dezelfde verhaalwereld of tenminste hetzelfde tekstuele universum, ze keren terug in twee verschillende gehelen

38
New cards

terugkeer van personages

zorgt voor herkenning en erkenning bij de lezer die alle personages in zijn hoofd moet houden, maar ook voor kennismaking met nieuwe personages

39
New cards

economische functie

bezuiniging van narratieve informatie, de auteur moet het leven en de geschiedenis van de terugkerende personages niet meer uiteenzetten want de lezer heeft al kennis met hen gemaakt

40
New cards

productieve functie

personages hebben narratief potentieel: ze kunnen handelen, zich ontwikkelen en bewegen

41
New cards

unificerende functie

zorgen voor eenheid in de veelheid

42
New cards

centrerend

personages komen op een bepaald moment op de voorgrond te staan

43
New cards

decentrerend

personages verdwijnen op een bepaald moment naar de achtergrond

44
New cards

feeling of completeness

de cyclus heeft alle vragen opgelost die hij impliciet gesteld heeft

45
New cards

gespreide en gelaagde closure

verschillende verhalen krijgen een afronding op verschillende momenten in de cyclus

46
New cards

zwakke closure

op het einde van de delen verwacht je deze closure

47
New cards

sterke closure

op het einde van de cyclus verwacht je deze closure

48
New cards

informatiespreiding

het opvullen van narratieve gaten

49
New cards

suspense

een initiërend gebeurtenis zorgt ervoor dat je benieuwd bent wat er in het vervolg/ de toekomst gaat gebeuren

50
New cards

verrassing

je had als lezer geen verwachtingen, maar plots gebeurt er toch iets dat je niet had verwacht

51
New cards

nieuwsgierigheid

je bent als lezer nieuwsgierig naar hetgeen dat in het verleden gebeurd is

52
New cards

temporaliteit

de thematisering en organisatie van de tijd

53
New cards

narratieve tijd

versnellingen, vertragingen, flashforwards, flashbacks

54
New cards

historische tijd

vat krijgen op een specifieke periode in de geschiedenis

55
New cards

kalender- en kloktijd

worstelen met de vergankelijkheid

56
New cards

breedte

de synchroniteit van het leven vatten

57
New cards

cyclische tijd

terugkeer van seizoenen, het overgaan van dag in de nacht, …

58
New cards

psychologische tijd

de tijd van de ervaring

59
New cards

representation

we krijgen als lezer de indruk dat we de tijd kunnen bemeesteren, maar dat is in realiteit niet zo

60
New cards

transtekstualiteit

Genette; een netwerk van teksten die onderling naar elkaar verwijzen (~ deel-geheelrelatie romancyclus)

61
New cards

Livre

de voltooide totaliteit

62
New cards

fragmentarische opvatting

de cyclus niet als geheel maar als kleine aparte deeltjes analyseren

63
New cards

deconstructie

Derrida; je ziet de wereld/personen/teksten niet in termen van eenheid maar in contradicties > hetgeen dat wij als opposities zien, zijn eigenlijk een economie die steunen op elkaar

64
New cards

tekstgenetische

avant-texte, alles wat voorafgaat aan het finale werk neem je mee in de interpretatie van het werk, in plaats van enkel te focussen op het eindresultaat

65
New cards

Conrads synthesemodel

zowel het vormelijke als het historische aspect analyseren; de unitaire en fragmentarische opvatting verenigen

66
New cards

segmentiviteit

waar de auteur het ene deel van het andere deel afscheidt

67
New cards

iteration

het terugkerende element dat de de lezer/kijker aantrekt en zorgt voor herkenning

68
New cards

multiplicity

verschillende verhaallijnen kunnen door elkaar lopen in de romancyclus, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen prominente en minder-prominente verhaallijnen

69
New cards

momentum

de plaats in het verhaal dat ervoor zorgt dat de lezer/ kijker nieuwsgierig is naar het vervolg

70
New cards

world-building

je bouwt een fictieve verhaalwereld op waarin je inzichten verwerft

71
New cards

personnel

de manier waarop de personages georganiseerd zijn in de cyclus/serie

72
New cards

design

de typische herkenbare stijl

73
New cards

effect de mas

de massieve omvang van de roman

74
New cards

effect de monde

de uitbouw van een wereld

75
New cards

victoriaanse energie

focus op samenhang en psychologische diepgang

76
New cards

modernistische energie

focus op experiment en fragmentatie

77
New cards

transmediaal

een fenomeen dat voorkomt in verschillende media

78
New cards

transhistorisch

een fenomeen dat voorkomt in verschillende tijdsperiodes

79
New cards

matière de Bretagne

Arthurromans

80
New cards

matière de France

Karel de Grote en zijn ridders

81
New cards

matière de Rome

Romeinse legenden

82
New cards

empirisme

Zola in “le rougon-macquart”, zo dicht mogelijk bij de sociale en maatschappelijke werkelijkheid aansluiten zoals die is

83
New cards

determinisme

de manier hoe het milieu de mens bepaald

84
New cards

historische roman

Ferron; in de 19e eeuw het genre bij uitstek om nationalistische ideeën te verspreiden

85
New cards

autofictie

om de totaliteit en complexiteit van het leven te vatten heb je verschillende delen nodig

86
New cards

familieroman

een familie is een complex fenomeen dat bestaat uit verschillende delen zoals de romancyclus

87
New cards

experimentele roman

literatuur wordt als instrument gebruikt voor experiment, aangezien het complexiteit toelaat (vb: Michiels, Pollet, Schierbeek, …)

88
New cards

realisme

het leven tonen zoals het is

89
New cards

mimesis

de verhouding tussen de wereld en het werk

90
New cards

pragmatische poëtica

de verhouding tussen de lezer en het werk

91
New cards

moederboek

een roman waarin een moeder die reeds overleden is het woord neemt

92
New cards

cyclusauteur

een auteur die zijn/haar oeuvre vooral wijdt aan de cyclus (vb: Michiels)

93
New cards

recyclage

de idee dat teksten in een nieuwe context een nieuwe betekenis krijgen

94
New cards

working class hero

De tandeloze tijd; een markant figuur uit de arbeidersklasse dat respect verdient voor zijn strijd tegen de onrechtvaardigheid

95
New cards

traag narratief ritme

een beperkte actie in de verhaalwereld wordt uitgesponnen vertelt (tijd van het verhaal > tijd van de gebeurtenissen)

96
New cards

retorische dimensie

de lezer wordt door de tekst gestuurd

97
New cards

cognitieve dimensie

vorm van aandacht/geheugen

98
New cards

sociologische dimensie

de cyclus ingebed in het literaire veld

99
New cards

vervreemding

je denkt voor een langere tijd met een ander hoofd mee over de denkbeeldige verhaalwereld, personages en stijl, waardoor je anders naar het fenomeen gaat kijken dat in de cyclus wordt aangehaald

100
New cards

vernetwerkte aandacht

je aandacht gaat naar de tekst zelf, maar je aandacht gaat onbewust ook naar de verbanden met de andere delen van de cyclus