1/28
eindtentamen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Univariaat
1 variabele
Bivariaat
2 variabelen (hoe verhouden deze naar elkaar, relatie analyseren)
multivariaat
3 of meer variabelen (voorspellen, hoe dragen variabelen hier aan bij)
parameter
een numerieke samenvatting van de populatie
inferentiële statistiek
iets zeggen over populatie vanuit steekproef
beschrijvende statistiek
vat verzamelde informatie samen (bijv. gemiddelden)
Om inferenties te kunnen maken over de populatie willen we een…
representatieve steekproef → hiervoor gebruiken we randomisatie
randomisatie
het willekeurig kiezen van onderzoekseenheden (bij een survey
mensen) uit een grotere groep om mee te doen aan je onderzoek. Dit zorgt ervoor dat alle eenheden in de groep
een gelijke kans hebben om geselecteerd te worden
Mits de steekproef (n) groot genoeg is, is dit een effectieve manier om tot een representatieve te komen zonder
bias
steekproeffout
de fout die we maken bij het voorspellen van de populatie parameter op basis van de steekproef (gebeurt eigenlijk altijd, kans kleiner maken door grotere steekproef)
Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 1
Is steekproef representatief voor gehele populatie (facebook gebruikers zijn niet representatief)
Belangrijk rekening houden met wie jij met je survey bereikt (media platformen zijn sturend voor doelgroep)
Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.1
Selectie bias:
bij steekproeftrekking bepaalde groepen over- of ondervertegenwoordigd
vrijwilligersbias: deelnemers melden zichzelf aan
online survey op bepaalde platforms
grote n (grote steekproef) helpt hier niet!
Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.2
Response bias (bij survey onderzoek)
systematische fout die optreedt wanneer de antwoorden van deelnemers worden beïnvloed door bepaalde factoren, waardoor de antwoorden niet de werkelijke opvattingen, attitudes, of gedrag van de deelnemers weerspiegelen. Hoe stel je een vraag, welk antwoord krijg je dan.
Sociale wenselijkheid bias
Instemmingsbias (meepraten met onderzoeker)
Interviewerbias: interviewer (en wat hij/zij representeert) kan een bepaalde reactie ontlokken, resultaten beïnvloeden
Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.3
Nonresponse bias
systematische fout die optreedt wanneer bepaalde individuen die voor een onderzoek zijn geselecteerd, niet deelnemen of niet reageren. Als de niet-respondenten systematisch verschillen van de respondenten, kan dit leiden tot een vertekening van de onderzoeksresultaten
Studentenevaluaties: wie reageren er niet
Variabelen, waarden en eenheid van analyse
Eenheden van analyse
datgene waarover je informatie verzamelt en waar je uitspraken over wil doen
Variabelen, waarden en eenheid van analyse
Variabelen
gemeten kenmerken van een analyse eenheid
vragen in vragenlijst worden bijv variabelen
gender, leeftijd
Variabelen, waarden en eenheid van analyse
Waarden
de specifieke score van een analyse eenheid op een variabele tabellen: rijen zijn respondenten, in kolommen staan variabelen
Meetniveaus: variabelen
nominaal (nominal) - kwantitatieve schaal
ordinaal (ordinal) - kwantitatieve schaal
interval (scale) - categoriale schaal
ratio (scale) - categoriale schaal
Nominaal
categorieën zonder volgorde.
Je kunt alleen onderscheid maken maar niet ordenen (bijv. religie). Codering arbitrair maar nodig in SPSS, maar dus geen inherente ordening, 2 is niet ‘meer’ dan 3
ordinaal
categorieën met een volgorde maar zonder vaste afstanden tussen de categorieën.
Verschil tussen 1 en 2 is dus niet hetzelfde als 2 en 3 (bijv. opleidingsniveau)
interval
Numerieke waarden met gelijke afstanden tussen de punten, maar zonder een absoluut nulpunt. betekenisvolle ordening, afstanden zijn gelijk (bijv. temperatuur)
ratio
Numerieke waarde met gelijke afstanden met een absoluut nulpunt.
→ dezelfde eigenschappen als interval (afstanden zijn gelijk, natuurlijke ordening). Absoluut betekenisvol nulpunt, Variabele is ‘afwezig’ bij nulpunt (bijv. gewicht).
meetniveaus: discreet
kan alleen specifieke, afzonderlijke waarden aannemen.
Deze waarden zijn vaak (maar niet altijd) gehele getallen.
Er is geen mogelijkheid om tussenliggende waarde te hebben tussen opeenvolgende waarden.
→ nominaal en ordinaal discreet
→ interval en ratio discreet en continu
meetniveaus: continu
Kan elke waarde aannemen binnen een bepaald bereik. Dit betekent dat er oneindig veel mogelijke waarden zijn tussen elke twee verschillende waarden.
→ interval en ratio zowel discreet als continu
Validiteit en betrouwbaarheid
Veel concepten in de sociale wetenschap zijn niet zo eenvoudig te meten! - Armoede, sociaal kapitaal, democratie, discriminatie. Lastig meetbaar te maken
Betrouwbaarheid
verwijst naar de consistentie of herhaalbaarheid van een meting. Een meting is betrouwbaar als je bij herhaling dezelfde resultaten krijgt onder dezelfde omstandigheden. Het gaat erom dat de meting stabiel en voorspelbaar is.
Validiteit
in de sociale wetenschappen verwijst naar de mate waarin een test meet wat het daadwerkelijk zou moeten meten.
Wel betrouwbaar maar niet valide
als niet alle variabelen meenemen bijvoorbeeld. dus meet niet daadwerkelijk wat je pretendeert te meten. Problematische vertaling van theoretisch construct naar operationalisatie. Operationalisering dekt slechts beperkt aantal relevante aspecten van het concept. (response bias is ook een validiteitsprobleem, specifiek in een survey)
Wel valide maar niet betrouwbaar
door specifieke interpretatie van onderzoeker, resultaten zullen erg verschillen tussen onderzoekers (of bijvoorbeeld onduidelijke vragen)
schema vailiditeit en betrouwbaarheid