onderzoeksmethoden 3 - hoorcollege 1

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/28

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

eindtentamen

Last updated 10:00 AM on 1/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

29 Terms

1
New cards

Univariaat

1 variabele

2
New cards

Bivariaat

2 variabelen (hoe verhouden deze naar elkaar, relatie analyseren)

3
New cards

multivariaat

3 of meer variabelen (voorspellen, hoe dragen variabelen hier aan bij)

4
New cards

parameter

een numerieke samenvatting van de populatie

5
New cards

inferentiële statistiek

iets zeggen over populatie vanuit steekproef

6
New cards

beschrijvende statistiek

vat verzamelde informatie samen (bijv. gemiddelden)

7
New cards

Om inferenties te kunnen maken over de populatie willen we een…

representatieve steekproef → hiervoor gebruiken we randomisatie

8
New cards

randomisatie

  • het willekeurig kiezen van onderzoekseenheden (bij een survey

    mensen) uit een grotere groep om mee te doen aan je onderzoek. Dit zorgt ervoor dat alle eenheden in de groep

    een gelijke kans hebben om geselecteerd te worden

  • Mits de steekproef (n) groot genoeg is, is dit een effectieve manier om tot een representatieve te komen zonder

    bias

9
New cards

steekproeffout

de fout die we maken bij het voorspellen van de populatie parameter op basis van de steekproef (gebeurt eigenlijk altijd, kans kleiner maken door grotere steekproef)

10
New cards

Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 1

  • Is steekproef representatief voor gehele populatie (facebook gebruikers zijn niet representatief)

  • Belangrijk rekening houden met wie jij met je survey bereikt (media platformen zijn sturend voor doelgroep)

11
New cards

Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.1

  1. Selectie bias:

  • bij steekproeftrekking bepaalde groepen over- of ondervertegenwoordigd

    • vrijwilligersbias: deelnemers melden zichzelf aan

    • online survey op bepaalde platforms

    • grote n (grote steekproef) helpt hier niet!

12
New cards

Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.2

  1. Response bias (bij survey onderzoek)

  • systematische fout die optreedt wanneer de antwoorden van deelnemers worden beïnvloed door bepaalde factoren, waardoor de antwoorden niet de werkelijke opvattingen, attitudes, of gedrag van de deelnemers weerspiegelen. Hoe stel je een vraag, welk antwoord krijg je dan.

    • Sociale wenselijkheid bias

    • Instemmingsbias (meepraten met onderzoeker)

    • Interviewerbias: interviewer (en wat hij/zij representeert) kan een bepaalde reactie ontlokken, resultaten beïnvloeden

13
New cards

Wat kan er mis gaan bij het nemen van een steekproef? → 2.3

  1. Nonresponse bias

  • systematische fout die optreedt wanneer bepaalde individuen die voor een onderzoek zijn geselecteerd, niet deelnemen of niet reageren. Als de niet-respondenten systematisch verschillen van de respondenten, kan dit leiden tot een vertekening van de onderzoeksresultaten

    • Studentenevaluaties: wie reageren er niet

14
New cards

Variabelen, waarden en eenheid van analyse

  • Eenheden van analyse

datgene waarover je informatie verzamelt en waar je uitspraken over wil doen

15
New cards

Variabelen, waarden en eenheid van analyse

  • Variabelen

  • gemeten kenmerken van een analyse eenheid

  • vragen in vragenlijst worden bijv variabelen

  • gender, leeftijd

16
New cards

Variabelen, waarden en eenheid van analyse

  • Waarden

  • de specifieke score van een analyse eenheid op een variabele tabellen: rijen zijn respondenten, in kolommen staan variabelen

17
New cards

Meetniveaus: variabelen

  1. nominaal (nominal) - kwantitatieve schaal

  2. ordinaal (ordinal) - kwantitatieve schaal

  3. interval (scale) - categoriale schaal

  4. ratio (scale) - categoriale schaal

18
New cards

Nominaal

categorieën zonder volgorde.

Je kunt alleen onderscheid maken maar niet ordenen (bijv. religie). Codering arbitrair maar nodig in SPSS, maar dus geen inherente ordening, 2 is niet ‘meer’ dan 3

19
New cards

ordinaal

categorieën met een volgorde maar zonder vaste afstanden tussen de categorieën.

Verschil tussen 1 en 2 is dus niet hetzelfde als 2 en 3 (bijv. opleidingsniveau)

20
New cards

interval

Numerieke waarden met gelijke afstanden tussen de punten, maar zonder een absoluut nulpunt. betekenisvolle ordening, afstanden zijn gelijk (bijv. temperatuur)

21
New cards

ratio

Numerieke waarde met gelijke afstanden met een absoluut nulpunt.


→ dezelfde eigenschappen als interval (afstanden zijn gelijk, natuurlijke ordening). Absoluut betekenisvol nulpunt, Variabele is ‘afwezig’ bij nulpunt (bijv. gewicht).

22
New cards

meetniveaus: discreet

kan alleen specifieke, afzonderlijke waarden aannemen.

Deze waarden zijn vaak (maar niet altijd) gehele getallen.

Er is geen mogelijkheid om tussenliggende waarde te hebben tussen opeenvolgende waarden.

→ nominaal en ordinaal discreet

→ interval en ratio discreet en continu

23
New cards

meetniveaus: continu

Kan elke waarde aannemen binnen een bepaald bereik. Dit betekent dat er oneindig veel mogelijke waarden zijn tussen elke twee verschillende waarden.

→ interval en ratio zowel discreet als continu

24
New cards

Validiteit en betrouwbaarheid

Veel concepten in de sociale wetenschap zijn niet zo eenvoudig te meten! - Armoede, sociaal kapitaal, democratie, discriminatie. Lastig meetbaar te maken

25
New cards

Betrouwbaarheid

verwijst naar de consistentie of herhaalbaarheid van een meting. Een meting is betrouwbaar als je bij herhaling dezelfde resultaten krijgt onder dezelfde omstandigheden. Het gaat erom dat de meting stabiel en voorspelbaar is.

26
New cards

Validiteit

in de sociale wetenschappen verwijst naar de mate waarin een test meet wat het daadwerkelijk zou moeten meten.

27
New cards

Wel betrouwbaar maar niet valide

als niet alle variabelen meenemen bijvoorbeeld. dus meet niet daadwerkelijk wat je pretendeert te meten. Problematische vertaling van theoretisch construct naar operationalisatie. Operationalisering dekt slechts beperkt aantal relevante aspecten van het concept. (response bias is ook een validiteitsprobleem, specifiek in een survey)

28
New cards

Wel valide maar niet betrouwbaar

door specifieke interpretatie van onderzoeker, resultaten zullen erg verschillen tussen onderzoekers (of bijvoorbeeld onduidelijke vragen)

29
New cards

schema vailiditeit en betrouwbaarheid