1/159
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
bederven
bedierf
bedriegen
bedrogen
beginnen
begonnen
begrijpen
begrepen
bergen
borgen
bevelen
bevalen
bieden
boden
bijten
beten
binden
bonden
blazen
bliezen
blijken
bleken
blijven
bleven
braden
braadden
breken
braken
brengen
brachten
buigen
bogen
denken
dachten
doen
deden
dragen
droegen
drijven
dreven
drinken
dronken
duiken
doken
dwingen
dwongen
ervaren
ervoeren
eten
aten
fluiten
floten
gaan
gingen
genezen
genazen
gelden
golden
genieten
genoten
geven
gaven
gieten
goten
glijden
gleden
glimmen
glommen
graven
groeven
grijpen
grepen
hangen
hingen
helpen
hielpen
hoeven
hoefden
houden
hielden
jagen
joegen
kiezen
kozen
kijken
keken
klimmen
klommen
klinken
klonken
kluiven
kloven
knijpen
knepen
kopen
kochten
krijgen
kregen
krimpen
krompen
kruipen
kropen
lachen
lachten
laden
laadden
laten
lieten
liegen
logen
liggen
lgen
lijden
leden
lijken
leken
lopen
liepen
malen
maalden
melken
molken
meten
maten
mijden
meden
moeten
moesten
nemen
namen
nijgen
negen
pluizen
plozen
prijzen
prezen
raden
raadden
verraden
verrieden
rijden
reden
rijzen
rezen
roepen
riepen
ruiken
roken
scheiden
scheidden
schelden
scholden
schenden
schonden
schenken
schonken
scheppen
schiepen
scheren
scheerden
schieten
schoten
schijnen
schenen
schrijven
schreef
schrikken
schrokken
schuilen
scholen
schuiven
schoven
slapen
sliepen
slijpen
slepen
slijten
sleten
slinken
slonken
sluipen
slopen
sluiten
sloten
smelten
smolten
smijten
smeten
snijden
sneden
snuiten
snoten
snuiven
snoven
spannen
spanden
spijten
speten
spinnen
sponnen