1/79
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Hoe kunnen drugs effect hebben op gedrag?
Wanneer chemische structuur van drug lijkt op een neurotransmitter kunnen drugs receptorfunctie beïnvloeden
bijv. blokkeren/stimuleren van receptoren, sterker/zwakker doorgeven van signalen
Wat doen hallucinogenen en hoe werken deze?
verdraaien perceptie van werkelijkheid door serotonine receptoren voor langere periodes dan normaal te stimuleren
→ versterkt connecties tussen hersengebieden die normaal niet communiceren; spontane communicatie kan domineren over input van zintuigen
bijv. lysergic acid di-ethylamine (LSD)
Wat gebeurt er na receptoractivatie met glutamaat of GABA?
neurotransmitters worden via reuptake m.b.v. gespecialiseerde transporter eiwitten terug opgenomen in presynaptische cel
Wat is de functie van reuptake? Wat zijn de voordelen en limitaties?
Recyclen van neurotransmitters (voor hergebruik door presynaptische cel)
Stopzetten van effect op postsynaptische ceel
→ vooral bij ionotropische synapsen belangrijk voor timing
Voordeel: efficiënt proces
Nadeel: kost tijd en is niet volledig
Wat gebeurt er na receptoractivatie met acetylcholine?
opsplitsing in acetaat en choline door enzym acetylcholinesterase
reuptake in presynaptische cel
her-synthese tot acetylcholinee via diffusie
Wat gebeurt er na receptoractivatie met serotonine en catecholamines?
Twee mogelijkheden:
Reuptake van meeste tot alle neurotransmitters door presynaptische cel
→ snelheid varieert per hersengebied en individu, is langzamer dan bij GABA/glutamaat, waardoor concentratie hoger opbouwt en neurotransmitters meer significant effect hebben
Afbreken van neurotransmitters die niet opgenomen zijn
→ worden afgevoerd via bloed en urine
Wat gebeurt er na receptoractivatie met neuropeptides? Wat heeft dit voor mogelijk effect?
Diffuseren weg van membraan, zonder reuptake
→ hersynthese duurt langer, waardoor neuron mogelijk zonder voorraad kan zitten
Hoe werken stimulerende drugs? Hoe produceren zij ontwenning?
remmen transporters, waardoor effecten van neurotransmitters zoals monoamines worden verlengd
→ overtollige neurotransmitters worden afgebroken door enzymen, waardoor presynaptische cel tijd nodig heeft voor herstel van voorraad
→ lagere neurotransmitter niveaus leidt tot ontwenning
bijv. verlaagde dopamine-niveaus à minder energie/motivatie en milde depressie
Wat zijn de effecten van amfetamine, cocaïne en antidepressiva?
verlengen effecten van dopamine, zorgt voor verhoogde arousal
→ meeste anti-depressants werken soortgelijk, maar zwakker
bijv. methylfenidaat (Ritalin, vaak voorgeschreven aan mensen met ADHD) blokkeert heropname van dopamine op geleidelijke wijze (toediening in pilvorm)
Kan het zenuwstelsel ontvangst van signalen bevestigen?
Ja, door het geven van negatieve feedback, zoals…
Remmen van nieuwe synthese en vrijgave van vrijgegeven neurotransmitters door autoreceptoren op presynaptische terminalen
Vrijgave van reverse transmitters
bijv. anandamide of 2-AG
→ reizen vanaf gestimuleerde postsynaptische neuron naar presynaptische uiteinde om verdere vrijgave van neurotransmitter te remmen
Wat zijn de hoofdeffecten op de synapsen van…
amfetamine
cocaïne
methylfenidaat (Ritalin)
MDMA (XTC)
nicotine
opiaten
cannabinoïden
hallucinogenen



Waarvoor gebruiken synapsen elektrische processen? Hoe werkt dit?
Snelle elektrische processen worden gebruikt voor exacte synchronisatie tussen cellen, voor bijv. ademhaling
→ membranen van neuron maken direct contact bij gap junction
grote poriën (altijd geopend) in beide membranen liggen op precieze lijn
ionen zoals Na+ kunnen vrij doorstromen
→ twee neuronen gedragen zich als één neuron; depolarisatie kan direct worden doorgegeven tussen cellen

Psychoactieve drugs
beïnvloeding subjectieve ervaring & gedrag door inwerking op zenuwstelsel
Antagonist
blokkeert neurotransmitter, remt transmissie
Agonist
verhoging of nabootsing neurotransmitter effect, faciliteert transmissie
Affiniteit van drug
mate waarop drug aan receptor kan binden
Efficiëntie (efficacy) van drug
activatie/stimulatie van receptor door drug
Waarom verschillen de effectiviteit en bijwerkingen van drugs per persoon?
Receptoren waarop drugs werken variëren tussen mensen
Wat zijn de verschillende manieren van administratie? Wat beïnvloedt de administratiewijze (in het algemeen)?
Injectie, absorptie via slijmvliezen, inademing, oraal (van langzaam tot snel)
Administratiewijze beïnvloedt snelheid en mate van bereiken van actieve locaties
Wat zijn de karakteristieken, voor- en nadelen van orale inname?
is meest voorkomend, drugs kunnen worden opgenomen in bloedbaan vanuit:
darmen
maagwand (werkt sneller in, bijv. alcohol)
Voordelen: gemakkelijk en relatief veilig
Nadelen:
Onvoorspelbaar (beïnvloedbaar door hoeveelheid en soort eten in maag)
Ongeschikt voor drugs die niet absorbeerbaar zijn of in spijsvertering worden afgebroken tot inactieve metabolieten
Wat zijn de karakteristieken, voor- en nadelen van injectie?
veelvoorkomend in medische wereld met verschillende varianten:
subcutaan (SC, vetweefsel onder huid)
intramusculair (IM, grote spieren)
intraveneus (IV, direct in aderen onder huid)
→ snelst
Voordelen: sterk, snel en voorspelbare effecten
Nadelen:
weinig tot geen mogelijkheid om nadelige effecten tegen te gaan van..
bijv. overdosis, onzuiverheden, allergische reacties
ontwikkeling van littekenweefsel, infecties en ingezakte aderen op klein aantal plekken met grote, toegankelijke aderen
Wat zijn de karakteristieken en nadelen van inademing?
directe opname in bloedbaan via capillairen in longen
→ vaak gebruikt bij verdoving, tabak en marijuana
Nadelen:
Moeilijke precieze regulatie van dosis
Schade aan longen bij chronische inademing
Wat zijn de karakteristieken en nadelen van absorptie via slijmvliezen?
gaat via neus (bijv. cocaïne), mond en rectum
Nadeel: zeer beschadigend
Wat gebeurt er met een drug nadat deze de bloedbaan betreed?
Meerdere opties:
Wordt getransporteerd naar bloedvaten van het centrale zenuwstelsel
→ veel schadelijke chemicaliën worden tegengehouden door bloed-hersenbarrière, psychoactieve drugs kunnen deze oversteken (zijn klein en/of vetoplosbaar)
Activiteit wordt verminderd door enzymen uit lever, metabolieten worden vervolgens geëlimineerd
→ drug metabolisme = omzetten naar non-actieve vorm wat capacitieit tot passeren van vette membranen en bloed-hersenbarrière verhindert
Wat doen psychoactieve drugs zodra ze de bloed-hersenbarrière zijn overgestoken?
vrij rondzweven totdat deze neuronen tegenkomen en de communicatie bij synapsen aanpassen via…
directe verbinding aan receptoren op membraan van neuron
→ onmiddelijke reactie
veranderen van transporter eiwit activiteit
bijv. blokkeren van reuptake; verhoogt neurotransmitter niveaus
veranderen van enzymactiviteit die neurotransmitters afbreken
→ sterkere drug response = hogere neurotransmitter niveaus
Wat zijn de verschillende klasses van drugs?
Naam | Werking | Voorbeelden |
Stimulanten | inwerking op beloningssysteem, verhoogde dopamine en arousal | cocaïne, amfetamine, nicotine |
Depressants | vertragen hersen snelheid en neuron firing rate/excitability | alcohol, benzodiazepines |
Opiaten | sterke pijnstiller door inwerking op beloningssysteem | morfine, heroïne, fentanyl |
Hallucinogenen | inwerking op groot aantal neurotransmitter systemen | LSD, MDMA, ketamine |
Cannabinoïden | verminderen algemene neurotransmitter vrijgave | delta-9-THC |
drugs die direct op beloningssysteem werken (dopamine) zijn zeer verslavend
klasses zijn complex door zelfde effecten maar verschillende mechanismes en pathways
bijv. cocaïne blokkeert reuptake, nicotine stimuleert receptoren, amfetamine doet beiden
Hoe is het mesotelencephalisch dopamine systeem ontdekt?
Bij ratten die aan hendel voor elektrische intracranial zelfstimulatie van brein trekken (plezierige stimulus veroorzaakt door verhoogde dopamine vrijgave)
Wat is het mesotelencephalisch dopamine systeem?
Systeem wat dopaminergische neuronen volgt die projecteren vanuit mesencephalon naar telencephalon volgens…
Nigrostriatal pathway: substantia nigra → striatum, is geassocieerd met Parkinson
Mesocorticolimbic pathway: projecteert uit ventral tegmental area naar frontale cortex en limbic system
→ medieert en is betrokken bij intracraniale stimulatie




Wat is een primaire functie van de nucleus accumbens?
de vrijgave van dopamine
Hoe kan dopamine vrijgave (in)direct verhoogd worden?
Bekrachtigende stimulatie of stimuli
Stimulerende drugs (verhogen/verlengen vrijgave dopamine)
bijv. cocaïne en amfetamine
Nicotine (stimuleert neuronen die dopamine vrijgeven)
Opiaten (remmen neuronen die dopamine vrijgave remmen)
Seksuele opwinding, muziek, smaak van suiker en inbeelden van iets plezierig;
leiden allen tot hogere dopamine-vrijgave uit nucleus accumbens
→ gokken en gamen verhoogt activiteit ook (bij mensen die dit gewoontelijk doen)
Hoe zou je drugsverslaving kunnen definiëren? Kan je ook verslaafd zijn aan dingen die niet met drugs te maken hebben?
herhaaldelijk en compulsief gebruik van drug, ondanks negatieve effecten op gezondheid & sociaal leven en meerdere mislukte pogingen om te stoppen
→ kan ook gebaseerd zijn op gedrag
bijv. overeten, gokken, internet
Hoe komt volgens het brain-disease model of addiction verslaving tot stand?
door een disbalans tussen een dominerende aanpak-gerichte motivationele systeem (dopamine) en zwakkere, regulerende controle systeem

PFC = prefrontal cortex
VTA = ventral tegmental area
SNc = substantia nigra
Hoe definiëren impliciete en expliciete sociale normen hoe mensen over drugs en verslaving denken?
Injunctieve normen = hoe mensen denken over bepaald gedrag
bijv. volgens de wet mag je geen MDMA gebruiken
Beschrijvende normen = hoe mensen denken dat anderen zich echt gedragen
→ vaak bepalend voor eigen gedrag en drugsgebruik
De sociale normen (en fysieke omgeving, zoals reclame) veranderen voortdurend, aandacht is bepalend voor gedrag (maar vaak onbewust)
Wat is belangrijk om je te realiseren m.b.t. legaliteit van drugs en schadelijkheid?
Dat beleid vaak niet evenredig is met schadelijkheid van middel, verslaving/afhankelijkheid is slechts een klein onderdeel van schadelijkheid

Wat zijn de DSM-V criteria voor diagnosis van verslaving?
Verminderde controle (cognitieve functie)
Beperkt sociaal functioneren
Risicovol gebruik
Farmacologische effecten

Dus, middelengebruik ≠ verslaving & effecten van middelen op brein ≠ verslavingsproces
Wat is een craving (verlangen)?
aandringend zoeken naar middel; treedt ook op als gebruik niet meer als plezierig wordt ervaren of bij langdurige abstinentie
Hoe verandert gewoontelijk drugsgebruik het brein? Wat betekent dit voor het beëindigen van verslaving?
Gebruik geeft minder dopamine vrij
Signalen geassocieerd met gebruik geven meer dopamine vrij (vanuit striatum)
→ komt door verminderde reactiviteit van nucleus accumbens op andere type motivatie
→ tijdens abstinentieperiode worden synapsen die reageren op drug-signalen gevoeliger, gevoeligheid neemt daarna gedeeltelijk af
Anhedonie: algemeen onvermogen om plezier te ervaren uit natuurlijk bekrachtiging
bijv. eten, seks, slapen
→ blijvende verandering is grote oorzaak van terugval na abstinentie
Herhaaldelijk alcohol- of cocaïnegebruik verlaagt capaciteit om impulsen te weerstaan
→ komt door verminderde bloedtoevoer en metabolische activiteit in prefrontale cortex
Verandering in receptordichtheid, transmissie van signalen en neurale activiteit
→ simpelweg stoppen met gebruik is geen oplossing voor verslaving, omdat het brein een lange hersteltijd nodig heeft voor fundamentele veranderingen
Welke netwerken zijn betrokken bij langdurig middelenmisbruik en verslaving?
reinforcement learning network
→ positieve ervaringen verhoogt verlangen om gebruik te herhalen
medial prefrontal cortex, amygdala, striatum, parahippocampal gyrus, hippocampus, anterior insula
executive control network
→ belangrijk om over verslaving heen te komen
dorsal anterior cingulate cortex, pre-supplementary motor area, dorsolateral prefrontal cortex, dorsomedial prefrontal cortex, posterior parietal cortex, interior frontal gyrus
salience network
→ drijft aandacht naar belangrijke signalen gerelateerd aan gebruik
ventral anterior cingulate cortex, orbitofrontal cortex, amygdala, striatum, anterior insula
social network
→ sociaal gebruik kan leiden tot afhankelijkheid

Wat zeggen hedonic dysregulation theories over verslaving?
middelen worden gebruikt als zelf-medicatie om negatief gevoel en ontwenning te verlichten
→ wordt veroorzaakt door veranderd beloningssysteem
Wat zeggen cognitive dysregulation theories over verslaving?
beperkte functionering van frontale kwab door middelen gebruik, waardoor gebruikers impulsiever zijn en gebrek aan controle over acties hebben
Wat zeggen behavioral economic theories over verslaving?
middelengebruik wordt veroorzaakt door het feit dat mensen kleine, snelle beloningen meer waarderen dan grote, verre beloningen
Wat zeggen habit theories over verslaving?
middelengebruik is een uit de hand gelopen gewoonte (automatisch gedrag) zonder specifiek doel
Wat zeggen psychische afhankelijkheidstheorieën over verslaving?
als verslaafden fysiek afhankelijk worden, betreden ze een vicieuze cirkel van gebruiken en ontwenningsverschijnselen
→ na detoxificatie (= geleidelijke afbouw tot abstinentie onder medisch toezicht) veel terugval, heeft twee redenen
Sommige zeer verslavende middelen produceren geen hevige ontwenning
Patroon van veel gebruikers volgt al periodes van binges en detoxificatie vanwege verplichtingen of gebrek aan middel
Wat zeggen positive-incentive theorieën over verslaving? Hoe is deze theorie uitgebreid?
verslaafden blijven gebruiken om positieve, plezierige en hedonische effecten van drugs te ervaren
→ breidde uit met beloningsmechanismes (via mesocorticolimbic pathway), wat samen met de rol van geconditioneerde reacties de basis vormen voor huidige theorieën
Wat zegt de incentive-sensitization theory over verslaving?
herhaaldelijk gebruik verhoogt positive-incentive value maar verlaagt hedonische waarde (door tolerantie), wat motivatie en craving verhoogt voor verslavingsgevoelige individuen
→ brein wordt hypersensitized
Hoe ontwikkelt verslaving?
Volgens drie stappen:
Initieel drugsgebruik
Gewoontelijk drugsgebruik
Drug craving en herhaaldelijk terugvallen
Hoe begint initieel drugsgebruik?
Beïnvloed door prijs, beschikbaarheid, groepsdruk, gebrek aan voeding, sociale stress, stressvolle levenservaringen
→ verreikende activiteiten, sociale interactie en andere vormen van bekrachtiging beschermen tegen middelengebruik
Voorspellend gedrag is novelty seeking en gebruik als instrument of zelf-medicatie
bijv. cafeïne voor alertheid, alcohol voor sociale interactie en gemeenschap, marihuana voor stressvermindering
Waar wordt gewoontelijk drugsgebruik door gekarakteriseerd?
Positive-incentive value (willen; verwacht plezier) vaak veel groter dan hedonic value (genieten; daadwerkelijk plezier)
Breinfunctionering verandert op verschillende manieren, maakt individu gevoeliger voor transitie naar gewoontelijk gebruik
Gedragscomponent: onvermogen om te onthouden van gedrag met negatieve consequenties, maken van slechte beslissingen, nemen van risico’s
Waar wordt drug craving en herhaaldelijk terugvallen door veroorzaakt? Hoe zou je dit kunnen verminderen?
stress
drug priming = enkele blootstelling aan eerder misbruikte drug
→ individuen gebruiken één keer als ze denken dat ze alles onder controle hebben
signalen geassocieerd met drugsgebruik
→ incubatie van drug craving = sterkere opwekking van craving door geassocieerde signalen na langere periode van abstinentie
Wordt verminderd door verrijking in omgeving en bekrachtiging niet gerelateerd aan gebruik
Wat is tolerantie? Hoe kun je dit aantonen?
afname in gevoeligheid voor effecten van middel, neemt vaak toe in ontwikkeling van verslaving
→ aantoonbaar door verandering van dose-response curve
bijv. steeds hogere heroïnedosis tot mogelijk lethale dosissen

Wat is contingent drug tolerance?
tolerantie welke wordt opgebouwd tegen ervaren effecten van drugs
bijv. anti-epileptische werking van alcohol

Wat is conditioned drug tolerance?
tolerantie welke wordt opgebouwd wanneer drug in exacte situatie als voorheen wordt toegediend
→ is gebaseerd op signalen geassocieerd met gebruik
Gebruik en effecten van drug (US) wordt geassocieerd met bepaalde signalen uit omgeving via klassieke conditionering = conditioned compensatory responses
Exteroceptive stimuli zijn extern en publiek
bijv. omgeving van gebruik/toediening
Interoceptive stimuli zijn intern en privé
bijv. gedachtes & gevoelens geproduceerd door gebruik
Conditioned compensatory responses activeren geleerde mechanismes die ongeconditioneerde effecten van drug tegenwerken
→ kunnen verzwakt worden door extinctie
bijv. injecties met zoutoplossing zonder morfine verzwakt tolerantie tegen morfine bij volgende injectie mét morfine
Effecten van geconditioneerde stimuli zijn altijd vergelijkbaar met die van ongeconditioneerde stimuli (= compenserende reacties tegen verstoringen in neurale functionering door drugsgebruik)
Wat is drug sensitization?
toename in gevoeligheid voor (bepaalde effecten van) een middel
→ kan ook situatie specifiek zijn = conditioned drug sensitization
Welke twee soorten veranderingen spelen een rol bij tolerantie?
Metabolische tolerantie = lagere hoeveelheid drugs die actieve plaats bereiken
Functionele tolerantie = verminderde reactiviteit op drug
→ meeste psychoactieve drugs bouwen functionele tolerantie op door neurale aanpassingen
bijv. verminderde aantal receptoren, verminderde efficiëntie of impact van hechten
Wat is cross-tolerantie?
productie van tolerantie voor andere drugs die werken volgens eenzelfde mechanisme
Wat is ontwenning? Waar wordt dit door bepaald?
Sterke fysiologische reacties bij plotselinge absentie van middelen
→ symptomen verschillen per drug en zijn vaak tegenovergesteld aan effecten van drug; mensen die verschijnselen ervaren zijn fysiek afhankelijk
lange blootstelling aan hoge dosis + snelle eliminatie → sterkste ontwenning
Hoe kan ontwenning bijdragen aan verslaving?
tegengaan van symptomen draagt bij aan gedrag
leren dat middel helpt met omgaan met stress geassocieerd met symptomen
→ generaliseert naar andere bronnen van stress
Beschrijf van nicotine…
waaruit dit vekregen wordt
varianten en toediening
werking
gezondheidsrisico’s chronisch gebruik
Trans-generationele epigentische effecten
behandeling & ontwenning
prevalentie
Psychoactieve drug | Nicotine |
Verkregen uit | Tabaksplant |
Varianten & toediening | Inademing: Oraal: |
Werking | Hecht aan nicotinic cholergenic receptoren, bouwt significante tolerantie op: Niet-rokers ervaren veel negatieve effecten Rokers ervaren ontspanning, oplettendheid en verminderde eetlust |
Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik | Rokers syndroom:
|
Trans-generationele epigentische effecten | Gebruik door ouders werkt teratogeen = verstoort foetale ontwikkeling |
Behandeling & ontwenning | Weinig effectieve behandelingen, 20% van stoppogingen >2 jaar Bij geforceerde abstinentie intense compulsieve cravings en ontwenning Stoppen levert grote gezondheidsvoordelen |
Prevalantie | 68% van gebruikers bouwt verslaving op binnen twee weken |
Beschrijf van alcohol…
varianten en toediening
werking
gezondheidsrisico’s chronisch gebruik
Trans-generationele epigentische effecten
behandeling & ontwenning
Psychoactieve drug | Alcohol |
Werking | Infiltreert membranen en brengt schade aan over gehele lichaam, werkt diuretisch (verhoogt urineproductie) en als depressant: Neurotoxische effecten Lage dosis: stimulatie neurale signalen Matige dosis: onderdrukking neurale signalen Hoge dosis: onderdrukking neurale signalen |
Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik | Veel schade gerelateerd aan gedrag beïnvloed door alcoholconsumptie |
Trans-generationele epigentische effecten | Ontwikkeling foetaal-alcohol syndroom gedurende zwangerschap bij consumptie door ouders
|
Behandeling & ontwenning | Alcoholgebruik produceert tolerantie (vooral functioneel, maar ook sneller metabolisme) en fysieke afhankelijkheid met hevige ontwenning
|
Beschrijf van THC (delta-9-tetrahydrocannabinol)…
waaruit dit vekregen wordt
varianten en toediening
werking
gezondheidsrisico’s chronisch gebruik
Trans-generationele epigentische effecten
behandeling & ontwenning
prevalentie
Psychoactieve drug | THC (delta-9-tetrahydrocannabinol) |
Verkregen uit | Cannabis (hennep), meeste psychoactieve cannabinoïden komen uit gedroogde hars hasj |
Varianten & toediening | Inademing (joint of pijp) Oraal (bakken in oliesubstraat, zoals brownie) |
Werking | Hecht aan reverse transmitters CB1 en CB2-receptoren (voor endogene metabotropische neurotransmitters endocannabinoids) → effecten zijn afhankelijk van dosis Lage dosis: subtiel, lastig meetbaar en beïnvloed door sociale situatie Hoge dosis: beperking psychologisch functioneren Werkt mogelijk neurobeschermend en therapeutisch |
Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik | Problemen met hart- en vatenstelsel
|
Trans-generationele epigentische effecten | Verhoogde gevoeligheid voor anxiety veroorzaakt door stress |
Behandeling & ontwenning | Ontwenningsverschijnselen: irriteerbaarheid, misselijkheid, nachtmerries, slaapproblematiek |
Prevalantie | Slechts 9% van gebruikers wordt verslaafd, meeste gebruik begint in tienerjaren en eindigt rond 30-40 jaaar |
Beschrijf van stimulanten…
waaruit dit vekregen wordt
varianten en toediening
werking
gezondheidsrisico’s chronisch gebruik
Trans-generationele epigentische effecten
behandeling & ontwenning
Psychoactieve drug | Stimulanten |
Verkregen uit | Cocaplant of (semi)synthetisch |
Varianten & toediening | Cocaïne hydrochloride (snuiven of injectie) Amfetamine of d-/dextroamfetaminee (oraal) |
Werking | Heeft lokale verdovende werking en verhoogt neurale activiteit door…
→ leidt tot verminderde behoefte aan eten/slaap en verhoogt welzijn Bij cocaine spree (= buien van extreem hoog gebruik) wordt tolerantie tegen euforie-producerende effecten verhoogt
Amfetamines werken soortgelijk aan cocaïne en kunnen ook amfetamine psychose veroorzaken |
Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik | Langdurige gebruik is geassocieerd met…
|
Trans-generationele epigentische effecten | Nageslacht van cocaïne-afhankelijke vaders…
|
Behandeling & ontwenning | Relatief milde ontwenningsverschijnselen: insomnia en negatieve stemmingswisselingen |
Beschrijf van opiaten…
waaruit dit vekregen wordt
varianten en toediening
werking
gezondheidsrisico’s chronisch gebruik
Trans-generationele epigentische effecten
behandeling & ontwenning
prevalentie
Psychoactieve drug | Opiaten |
Verkregen uit | Opium = gedroogd vocht uit zaadjes opiumklaproos |
Varianten & toediening | Injectie: Oraal (maar kan ook geïnjecteerd): |
Werking | Binden aan receptoren voor endorfines & enkefalines, werken als analgetica (= pijnstillers) Na injectie volgt rush van intens plezier, wat verloopt tot algemene euforische staat |
Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik | Weinig gezondheidsrisico’s, ondanks hoge mate van verslaving Meeste medische risico’s zijn indirect doordat afhankelijkheid tot slechte financiële situaties kan leiden om middel te bemachtigen
|
Trans-generationele epigentische effecten | Nageslacht van mannelijke gebruikers hebben…
|
Behandeling & ontwenning | Ontwenningsverschijnselen volgen bepaald patroon:
|
Waarom is onderzoek naar gezondheidsrisico’s van drugsgebruik vaak complex?
Is gebaseerd op correlationeel onderzoek, waarbij…
Gezondheid wordt vergeleken tussen gebruikers en niet-gebruikers
→ verschillen kunnen ook komen door andere verschillen tussen groepen
Meeste gebruikers worden geworven uit verslavingszorg
→ vaak ernstige verslavingen die moeilijk behandelbaar zijn t.o.v. algemene populatie van gebruikers
Wat zijn de aspecten van ervaringen waardoor mensen kunnen verschillen in aanleg tot verslaving?
Kindertijd
bijv. mishandeling, blootstelling aan middel in baarmoeder, afwezige ouders
Omgeving in volwassenheid (vooral bij alcoholisme op latere leeftijd, boven 25)
bijv. reactie op tegenslagen
→ op vroegere leeftijd (onder 25) vaak veroorzaakt door:
Familiegeschiedenis van alcoholisme
Genetische aanleg
Snelle aanvang van probleem
→ reageren minder goed op behandeling
Wat zijn de genetische invloeden waardoor mensen kunnen verschillen in aanleg tot verslaving?
zijn vaak niet-specifiek: verhogen risico op meerdere mentale stoornissen en algemeen risicovol gedrag; kans op middelenmisbruik hangt ook sterk af van omgeving en ervaringen
Een uitzondering: alcoholmisbruik wordt verminderd door gen dat alcoholmetabolisme reguleert
→ minder productie van acetyldehyde hydrogenase enzym zorgt voor accumulatie van acetyldehyde, heeft omcomfortable symptomen
bijv. blozen, verhoogde hartslag, misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn, weefselschade

Hoe kunnen risicofactoren/-gedrag voor middelenmisbruik geïdentificeerd worden m.b.v. langdurig longitudinaal onderzoek?
Meten van zoveel mogelijk variabelen bij groep van kinderen/adolescenten
Bepaal wie alcoholproblemen ontwikkelt
Identificeer welke vroege factoren alcoholproblemen voorspellen
bijv. impulsiviteit, nemen van risico, makkelijk verveeld, sensatie zoeken
Hoe kan alcoholmisbruik voorspeld worden o.b.v. familiebanden?
Identificeer jonge mannen die nog géén probleemdrinker zijn
Vergelijk gedrag bij mannen waarvan…
Vader last van alcoholisme heeft (gehad)
→van zonen wordt verwacht dat deze ook toekomstig alcoholist worden
Géén nabij familielid last van alcoholisme heeft (gehad)
Gedrag wat vaker voorkomt bij zonen van alcoholische vaders zou waarschijnlijk voorspellend zijn voor toekomstig alcoholisme
bijv. onder gemiddelde intoxicatie na consumptie van redelijke hoeveelheid alcohol
→ blijven mogelijk doordrinken, leidt tot alcoholmisbruik
→ ook aangetoond in vrouwen; mensen die boven gemiddelde intoxicatie ervaren ontwikkelen, indien van toepassing, vaak minder ernstig probleem

Hoe is verslaving gerelateerd aan leeftijd?
Adolescenten hebben grootste risico op aanvang en escalatie
Middelenmisbruik neemt af op latere leeftijd (remission/maturing out of addiction)
Wat zijn de risicofactoren voor verslaving in adolescentie?
Hypergevoelig salience network; verhoogde gevoeligheid voor…
(sociale) beloningen
ontdekking en onafhankelijkheid (risicovol gedrag) kan leiden
Hypergevoeligheid voor sociale omgeving (verhoogd voor leeftijdsgenoten, verlaagd voor ouders)
minder rekening houden met andermans perspectief
verhoogde gevoeligheid voor buitensluiting en risico nemen in bijzijn van leeftijdsgenoten
Hersenplasticiteit (= verandering hersenconnecties door gen-omgeving interacties) & leer-/geheugenflexibiliteit
→ bij verslaving is hersenplasticiteit gefocust op gebieden betrokken bij leren en complexe cognitieve functies, waardoor bij vroege aanvang de prognose voor verslaving en terugval kan verslechteren
Suboptimale controle over gedrag, emotie en impulsen in verleidelijke situaties
→ wordt verhoogd in bijzijn van vrienden
Neurotoxiciteit tijdens hersenontwikkeling
→ middelen kunnen de vorming van efficiënte hersennetwerken verhinderen
bijv. verminderd hersenvolume in gebieden m.b.t. controle over gedrag, lagere cortex dikte, slechtere cognitieve prestaties
Hoe wordt er op latere leeftijd meer weerstand opgebouwd tegen verslaving?
Hypergevoeligheid voor sociale omgeving: bij overgang naar volwassen rollen wordt alcohol en drugsgebruik gedevalueerd
→ is context & cultuur afhankelijk!
bijv. bepaalde werkculturen kunnen drugsgebruik stimuleren
Sociale plasticiteit hypothese:
social attunement is hoog
behavioral control neemt langzaam toe met leeftijd en remt social attunement af (als brein nog hoge plasticiteit heeft om te stoppen met problematisch gebruik)

Wat zijn de meest voorkomende behandelingen voor verslaving?
deelname aan aan Alcoholics of Narcotics Anonymous
behandeling door psychotherapeut
medicatie
bijv. direct na alcoholconsumptie medicatie innemen die misselijkheid veroorzaakt
→ leert aversie voor smaak alcohol aan; snel, effectief, maar niet populair
Waarom is het complex om medicatie tegen verslaving te ontwikkelen?
Veel neurotransmitters en receptoren zijn betrokken bij alledaagse lichaamsfuncties en processen
Hoe werkt Antabuse (disulfiram)?
antagoniseert enzym wat acetaldehyde metaboliseert, waardoor alcoholconsumptie tot negatieve effecten leidt
→ werkt als placebo:
dreiging van ziek worden ontmoedigt alcoholconsumptie, zelfs als in werkelijkheid ander middel wordt genomen dan Antabuse
wanneer iemand toch besluit om te drinken, zal deze eerder stoppen met Antabuse dan alcohol
Hoe werken naloxone (Revia) en naltrexone?
blokkeren opiaat-receptoren; verminderen plezier verkregen door alcohol
→ acamprosate is ongeveer even effectief, maar exact mechanisme is onbekend
Hoe wordt medicatie ingezet bij opiatenmisbruik?
om de schadelijkheid te verminderen voor een langer, gezonder leven met betere functionering door verminderd gevaar
→ geen beëindiging van verslaving
Hoe werken methadon en buprenorphine?
activeren zelfde breinreceptoren met zelfde effect als heroïne en morfine, maar worden oraal genomen
→ vertraagde bloedopname…
voorkomt snel opkomende rush dat gedrag beïnvloedt (minder plezierig)
leidt tot geleidelijke opkomst van ontwenningsverschijnselen
vermijdt risico van injectie met geïnfecteerde naald
Hoe werkt levomethadyl acetaat (LAAM)?
produceert zelfde, maar langer effect dan methadon
→ vermindert aantal bezoeken aan kliniek