Theme 4 Drugs

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/79

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

80 Terms

1
New cards

Hoe kunnen drugs effect hebben op gedrag?

Wanneer chemische structuur van drug lijkt op een neurotransmitter kunnen drugs receptorfunctie beïnvloeden
bijv. blokkeren/stimuleren van receptoren, sterker/zwakker doorgeven van signalen

2
New cards

Wat doen hallucinogenen en hoe werken deze?

verdraaien perceptie van werkelijkheid door serotonine receptoren voor langere periodes dan normaal te stimuleren
→ versterkt connecties tussen hersengebieden die normaal niet communiceren; spontane communicatie kan domineren over input van zintuigen
bijv. lysergic acid di-ethylamine (LSD)

3
New cards

Wat gebeurt er na receptoractivatie met glutamaat of GABA?

neurotransmitters worden via reuptake m.b.v. gespecialiseerde transporter eiwitten terug opgenomen in presynaptische cel

4
New cards

Wat is de functie van reuptake? Wat zijn de voordelen en limitaties?

  1. Recyclen van neurotransmitters (voor hergebruik door presynaptische cel)

  2. Stopzetten van effect op postsynaptische ceel
    → vooral bij ionotropische synapsen belangrijk voor timing

Voordeel: efficiënt proces
Nadeel: kost tijd en is niet volledig

5
New cards

Wat gebeurt er na receptoractivatie met acetylcholine?

  1. opsplitsing in acetaat en choline door enzym acetylcholinesterase

  2. reuptake in presynaptische cel

  3. her-synthese tot acetylcholinee via diffusie

6
New cards

Wat gebeurt er na receptoractivatie met serotonine en catecholamines?

Twee mogelijkheden:

  • Reuptake van meeste tot alle neurotransmitters door presynaptische cel
    → snelheid varieert per hersengebied en individu, is langzamer dan bij GABA/glutamaat, waardoor concentratie hoger opbouwt en neurotransmitters meer significant effect hebben

  • Afbreken van neurotransmitters die niet opgenomen zijn
    → worden afgevoerd via bloed en urine

7
New cards

Wat gebeurt er na receptoractivatie met neuropeptides? Wat heeft dit voor mogelijk effect?

Diffuseren weg van membraan, zonder reuptake
→ hersynthese duurt langer, waardoor neuron mogelijk zonder voorraad kan zitten

8
New cards

Hoe werken stimulerende drugs? Hoe produceren zij ontwenning?

remmen transporters, waardoor effecten van neurotransmitters zoals monoamines worden verlengd
→ overtollige neurotransmitters worden afgebroken door enzymen, waardoor presynaptische cel tijd nodig heeft voor herstel van voorraad
→ lagere neurotransmitter niveaus leidt tot ontwenning
bijv. verlaagde dopamine-niveaus à minder energie/motivatie en milde depressie

9
New cards

Wat zijn de effecten van amfetamine, cocaïne en antidepressiva?

verlengen effecten van dopamine, zorgt voor verhoogde arousal
meeste anti-depressants werken soortgelijk, maar zwakker
bijv. methylfenidaat (Ritalin, vaak voorgeschreven aan mensen met ADHD) blokkeert heropname van dopamine op geleidelijke wijze (toediening in pilvorm)

10
New cards

Kan het zenuwstelsel ontvangst van signalen bevestigen?

Ja, door het geven van negatieve feedback, zoals…

  • Remmen van nieuwe synthese en vrijgave van vrijgegeven neurotransmitters door autoreceptoren op presynaptische terminalen

  • Vrijgave van reverse transmitters
    bijv. anandamide of 2-AG
    → reizen vanaf gestimuleerde postsynaptische neuron naar presynaptische uiteinde om verdere vrijgave van neurotransmitter te remmen

11
New cards

Wat zijn de hoofdeffecten op de synapsen van…

  • amfetamine

  • cocaïne

  • methylfenidaat (Ritalin)

  • MDMA (XTC)

  • nicotine

  • opiaten

  • cannabinoïden

  • hallucinogenen

12
New cards
term image

13
New cards

Waarvoor gebruiken synapsen elektrische processen? Hoe werkt dit?

Snelle elektrische processen worden gebruikt voor exacte synchronisatie tussen cellen, voor bijv. ademhaling
→ membranen van neuron maken direct contact bij gap junction

  • grote poriën (altijd geopend) in beide membranen liggen op precieze lijn

  • ionen zoals Na+ kunnen vrij doorstromen
    → twee neuronen gedragen zich als één neuron; depolarisatie kan direct worden doorgegeven tussen cellen

14
New cards

Psychoactieve drugs

beïnvloeding subjectieve ervaring & gedrag door inwerking op zenuwstelsel

15
New cards

Antagonist

blokkeert neurotransmitter, remt transmissie

16
New cards

Agonist

verhoging of nabootsing neurotransmitter effect, faciliteert transmissie

17
New cards

Affiniteit van drug

mate waarop drug aan receptor kan binden

18
New cards

Efficiëntie (efficacy) van drug

activatie/stimulatie van receptor door drug

19
New cards

Waarom verschillen de effectiviteit en bijwerkingen van drugs per persoon?

Receptoren waarop drugs werken variëren tussen mensen

20
New cards

Wat zijn de verschillende manieren van administratie? Wat beïnvloedt de administratiewijze (in het algemeen)?

Injectie, absorptie via slijmvliezen, inademing, oraal (van langzaam tot snel)

Administratiewijze beïnvloedt snelheid en mate van bereiken van actieve locaties

21
New cards

Wat zijn de karakteristieken, voor- en nadelen van orale inname?

is meest voorkomend, drugs kunnen worden opgenomen in bloedbaan vanuit:

  • darmen

  • maagwand (werkt sneller in, bijv. alcohol)

Voordelen: gemakkelijk en relatief veilig

Nadelen:

  • Onvoorspelbaar (beïnvloedbaar door hoeveelheid en soort eten in maag)

  • Ongeschikt voor drugs die niet absorbeerbaar zijn of in spijsvertering worden afgebroken tot inactieve metabolieten

22
New cards

Wat zijn de karakteristieken, voor- en nadelen van injectie?

veelvoorkomend in medische wereld met verschillende varianten:

  • subcutaan (SC, vetweefsel onder huid)

  • intramusculair (IM, grote spieren)

  • intraveneus (IV, direct in aderen onder huid)
    → snelst

Voordelen: sterk, snel en voorspelbare effecten

Nadelen:

  • weinig tot geen mogelijkheid om nadelige effecten tegen te gaan van..
    bijv. overdosis, onzuiverheden, allergische reacties

  • ontwikkeling van littekenweefsel, infecties en ingezakte aderen op klein aantal plekken met grote, toegankelijke aderen

23
New cards

Wat zijn de karakteristieken en nadelen van inademing?

directe opname in bloedbaan via capillairen in longen
→ vaak gebruikt bij verdoving, tabak en marijuana

Nadelen:

  • Moeilijke precieze regulatie van dosis

  • Schade aan longen bij chronische inademing

24
New cards

Wat zijn de karakteristieken en nadelen van absorptie via slijmvliezen?

gaat via neus (bijv. cocaïne), mond en rectum

Nadeel: zeer beschadigend

25
New cards

Wat gebeurt er met een drug nadat deze de bloedbaan betreed?

Meerdere opties:

  • Wordt getransporteerd naar bloedvaten van het centrale zenuwstelsel
    → veel schadelijke chemicaliën worden tegengehouden door bloed-hersenbarrière, psychoactieve drugs kunnen deze oversteken (zijn klein en/of vetoplosbaar)

  • Activiteit wordt verminderd door enzymen uit lever, metabolieten worden vervolgens geëlimineerd
    drug metabolisme = omzetten naar non-actieve vorm wat capacitieit tot passeren van vette membranen en bloed-hersenbarrière verhindert

26
New cards

Wat doen psychoactieve drugs zodra ze de bloed-hersenbarrière zijn overgestoken?

vrij rondzweven totdat deze neuronen tegenkomen en de communicatie bij synapsen aanpassen via…

  1. directe verbinding aan receptoren op membraan van neuron
    → onmiddelijke reactie

  2. veranderen van transporter eiwit activiteit
    bijv. blokkeren van reuptake; verhoogt neurotransmitter niveaus

  3. veranderen van enzymactiviteit die neurotransmitters afbreken
    → sterkere drug response = hogere neurotransmitter niveaus

27
New cards

Wat zijn de verschillende klasses van drugs?

Naam

Werking

Voorbeelden

Stimulanten

inwerking op beloningssysteem, verhoogde dopamine en arousal
→ zeer verslavend positief geval, kan leiden tot anxiety

cocaïne, amfetamine, nicotine

Depressants
(kalmerende middelen)

vertragen hersen snelheid en neuron firing rate/excitability
→ beperkte coördinatie en geheugen

alcohol, benzodiazepines

Opiaten

sterke pijnstiller door inwerking op beloningssysteem
→ extreme gevoelens van euforie en beloning

morfine, heroïne, fentanyl

Hallucinogenen

inwerking op groot aantal neurotransmitter systemen
→ aanpassing perceptie en integratie van zintuigen; veroorzaakt emotionele en cognitieve veranderingen

LSD, MDMA, ketamine

Cannabinoïden

verminderen algemene neurotransmitter vrijgave
→ vertraging

delta-9-THC

  • drugs die direct op beloningssysteem werken (dopamine) zijn zeer verslavend

  • klasses zijn complex door zelfde effecten maar verschillende mechanismes en pathways
    bijv. cocaïne blokkeert reuptake, nicotine stimuleert receptoren, amfetamine doet beiden

28
New cards

Hoe is het mesotelencephalisch dopamine systeem ontdekt?

Bij ratten die aan hendel voor elektrische intracranial zelfstimulatie van brein trekken (plezierige stimulus veroorzaakt door verhoogde dopamine vrijgave)

29
New cards

Wat is het mesotelencephalisch dopamine systeem?

Systeem wat dopaminergische neuronen volgt die projecteren vanuit mesencephalon naar telencephalon volgens…

  • Nigrostriatal pathway: substantia nigra striatum, is geassocieerd met Parkinson

  • Mesocorticolimbic pathway: projecteert uit ventral tegmental area naar frontale cortex en limbic system
    medieert en is betrokken bij intracraniale stimulatie

30
New cards
term image

31
New cards
term image

32
New cards

Wat is een primaire functie van de nucleus accumbens?

de vrijgave van dopamine

33
New cards

Hoe kan dopamine vrijgave (in)direct verhoogd worden?

  • Bekrachtigende stimulatie of stimuli

  • Stimulerende drugs (verhogen/verlengen vrijgave dopamine)
    bijv. cocaïne en amfetamine

  • Nicotine (stimuleert neuronen die dopamine vrijgeven)

  • Opiaten (remmen neuronen die dopamine vrijgave remmen)

Seksuele opwinding, muziek, smaak van suiker en inbeelden van iets plezierig;
leiden allen tot hogere dopamine-vrijgave uit nucleus accumbens
→ gokken en gamen verhoogt activiteit ook (bij mensen die dit gewoontelijk doen)

34
New cards

Hoe zou je drugsverslaving kunnen definiëren? Kan je ook verslaafd zijn aan dingen die niet met drugs te maken hebben?

herhaaldelijk en compulsief gebruik van drug, ondanks negatieve effecten op gezondheid & sociaal leven en meerdere mislukte pogingen om te stoppen
→ kan ook gebaseerd zijn op gedrag

bijv. overeten, gokken, internet

35
New cards

Hoe komt volgens het brain-disease model of addiction verslaving tot stand?

door een disbalans tussen een dominerende aanpak-gerichte motivationele systeem (dopamine) en zwakkere, regulerende controle systeem

  • PFC = prefrontal cortex

  • VTA = ventral tegmental area

  • SNc = substantia nigra

36
New cards

Hoe definiëren impliciete en expliciete sociale normen hoe mensen over drugs en verslaving denken?

  • Injunctieve normen = hoe mensen denken over bepaald gedrag
    bijv. volgens de wet mag je geen MDMA gebruiken

  • Beschrijvende normen = hoe mensen denken dat anderen zich echt gedragen
    → vaak bepalend voor eigen gedrag en drugsgebruik

De sociale normen (en fysieke omgeving, zoals reclame) veranderen voortdurend, aandacht is bepalend voor gedrag (maar vaak onbewust)

37
New cards

Wat is belangrijk om je te realiseren m.b.t. legaliteit van drugs en schadelijkheid?

Dat beleid vaak niet evenredig is met schadelijkheid van middel, verslaving/afhankelijkheid is slechts een klein onderdeel van schadelijkheid

38
New cards

Wat zijn de DSM-V criteria voor diagnosis van verslaving?

  • Verminderde controle (cognitieve functie)

  • Beperkt sociaal functioneren

  • Risicovol gebruik

  • Farmacologische effecten

Dus, middelengebruik ≠ verslaving & effecten van middelen op brein ≠ verslavingsproces

39
New cards

Wat is een craving (verlangen)?

aandringend zoeken naar middel; treedt ook op als gebruik niet meer als plezierig wordt ervaren of bij langdurige abstinentie

40
New cards

Hoe verandert gewoontelijk drugsgebruik het brein? Wat betekent dit voor het beëindigen van verslaving?

  • Gebruik geeft minder dopamine vrij

  • Signalen geassocieerd met gebruik geven meer dopamine vrij (vanuit striatum)
    komt door verminderde reactiviteit van nucleus accumbens op andere type motivatie
    tijdens abstinentieperiode worden synapsen die reageren op drug-signalen gevoeliger, gevoeligheid neemt daarna gedeeltelijk af

  • Anhedonie: algemeen onvermogen om plezier te ervaren uit natuurlijk bekrachtiging
    bijv. eten, seks, slapen

    → blijvende verandering is grote oorzaak van terugval na abstinentie

  • Herhaaldelijk alcohol- of cocaïnegebruik verlaagt capaciteit om impulsen te weerstaan
    komt door verminderde bloedtoevoer en metabolische activiteit in prefrontale cortex

  • Verandering in receptordichtheid, transmissie van signalen en neurale activiteit

→ simpelweg stoppen met gebruik is geen oplossing voor verslaving, omdat het brein een lange hersteltijd nodig heeft voor fundamentele veranderingen

41
New cards

Welke netwerken zijn betrokken bij langdurig middelenmisbruik en verslaving?

  • reinforcement learning network
    → positieve ervaringen verhoogt verlangen om gebruik te herhalen
    medial prefrontal cortex, amygdala, striatum, parahippocampal gyrus, hippocampus, anterior insula

  • executive control network
    → belangrijk om over verslaving heen te komen
    dorsal anterior cingulate cortex, pre-supplementary motor area, dorsolateral prefrontal cortex, dorsomedial prefrontal cortex, posterior parietal cortex, interior frontal gyrus

  • salience network
    → drijft aandacht naar belangrijke signalen gerelateerd aan gebruik
    ventral anterior cingulate cortex, orbitofrontal cortex, amygdala, striatum, anterior insula

  • social network
    → sociaal gebruik kan leiden tot afhankelijkheid

42
New cards

Wat zeggen hedonic dysregulation theories over verslaving?

middelen worden gebruikt als zelf-medicatie om negatief gevoel en ontwenning te verlichten
→ wordt veroorzaakt door veranderd beloningssysteem

43
New cards

Wat zeggen cognitive dysregulation theories over verslaving?

beperkte functionering van frontale kwab door middelen gebruik, waardoor gebruikers impulsiever zijn en gebrek aan controle over acties hebben

44
New cards

Wat zeggen behavioral economic theories over verslaving?

middelengebruik wordt veroorzaakt door het feit dat mensen kleine, snelle beloningen meer waarderen dan grote, verre beloningen

45
New cards

Wat zeggen habit theories over verslaving?

middelengebruik is een uit de hand gelopen gewoonte (automatisch gedrag) zonder specifiek doel

46
New cards

Wat zeggen psychische afhankelijkheidstheorieën over verslaving?

als verslaafden fysiek afhankelijk worden, betreden ze een vicieuze cirkel van gebruiken en ontwenningsverschijnselen
→ na detoxificatie (= geleidelijke afbouw tot abstinentie onder medisch toezicht) veel terugval, heeft twee redenen

  1. Sommige zeer verslavende middelen produceren geen hevige ontwenning

  2. Patroon van veel gebruikers volgt al periodes van binges en detoxificatie vanwege verplichtingen of gebrek aan middel

47
New cards

Wat zeggen positive-incentive theorieën over verslaving? Hoe is deze theorie uitgebreid?

verslaafden blijven gebruiken om positieve, plezierige en hedonische effecten van drugs te ervaren
breidde uit met beloningsmechanismes (via mesocorticolimbic pathway), wat samen met de rol van geconditioneerde reacties de basis vormen voor huidige theorieën

48
New cards

Wat zegt de incentive-sensitization theory over verslaving?

herhaaldelijk gebruik verhoogt positive-incentive value maar verlaagt hedonische waarde (door tolerantie), wat motivatie en craving verhoogt voor verslavingsgevoelige individuen
→ brein wordt hypersensitized

49
New cards

Hoe ontwikkelt verslaving?

Volgens drie stappen:

  1. Initieel drugsgebruik

  2. Gewoontelijk drugsgebruik

  3. Drug craving en herhaaldelijk terugvallen

50
New cards

Hoe begint initieel drugsgebruik?

  • Beïnvloed door prijs, beschikbaarheid, groepsdruk, gebrek aan voeding, sociale stress, stressvolle levenservaringen
    verreikende activiteiten, sociale interactie en andere vormen van bekrachtiging beschermen tegen middelengebruik

  • Voorspellend gedrag is novelty seeking en gebruik als instrument of zelf-medicatie
    bijv. cafeïne voor alertheid, alcohol voor sociale interactie en gemeenschap, marihuana voor stressvermindering

51
New cards

Waar wordt gewoontelijk drugsgebruik door gekarakteriseerd?

  • Positive-incentive value (willen; verwacht plezier) vaak veel groter dan hedonic value (genieten; daadwerkelijk plezier)

  • Breinfunctionering verandert op verschillende manieren, maakt individu gevoeliger voor transitie naar gewoontelijk gebruik

  • Gedragscomponent: onvermogen om te onthouden van gedrag met negatieve consequenties, maken van slechte beslissingen, nemen van risico’s

52
New cards

Waar wordt drug craving en herhaaldelijk terugvallen door veroorzaakt? Hoe zou je dit kunnen verminderen?

  • stress

  • drug priming = enkele blootstelling aan eerder misbruikte drug
    individuen gebruiken één keer als ze denken dat ze alles onder controle hebben

  • signalen geassocieerd met drugsgebruik
    incubatie van drug craving = sterkere opwekking van craving door geassocieerde signalen na langere periode van abstinentie

Wordt verminderd door verrijking in omgeving en bekrachtiging niet gerelateerd aan gebruik

53
New cards

Wat is tolerantie? Hoe kun je dit aantonen?

afname in gevoeligheid voor effecten van middel, neemt vaak toe in ontwikkeling van verslaving
→ aantoonbaar door verandering van dose-response curve
bijv. steeds hogere heroïnedosis tot mogelijk lethale dosissen

54
New cards

Wat is contingent drug tolerance?

tolerantie welke wordt opgebouwd tegen ervaren effecten van drugs
bijv. anti-epileptische werking van alcohol

<p>tolerantie welke wordt opgebouwd tegen ervaren effecten van drugs<br><strong>bijv. </strong>anti-epileptische werking van alcohol</p><p></p>
55
New cards

Wat is conditioned drug tolerance?

tolerantie welke wordt opgebouwd wanneer drug in exacte situatie als voorheen wordt toegediend
→ is gebaseerd op signalen geassocieerd met gebruik

  • Gebruik en effecten van drug (US) wordt geassocieerd met bepaalde signalen uit omgeving via klassieke conditionering = conditioned compensatory responses

    • Exteroceptive stimuli zijn extern en publiek
      bijv. omgeving van gebruik/toediening

    • Interoceptive stimuli zijn intern en privé
      bijv. gedachtes & gevoelens geproduceerd door gebruik

  • Conditioned compensatory responses activeren geleerde mechanismes die ongeconditioneerde effecten van drug tegenwerken
    → kunnen verzwakt worden door extinctie
    bijv. injecties met zoutoplossing zonder morfine verzwakt tolerantie tegen morfine bij volgende injectie mét morfine

Effecten van geconditioneerde stimuli zijn altijd vergelijkbaar met die van ongeconditioneerde stimuli (= compenserende reacties tegen verstoringen in neurale functionering door drugsgebruik)

56
New cards

Wat is drug sensitization?

toename in gevoeligheid voor (bepaalde effecten van) een middel
→ kan ook situatie specifiek zijn = conditioned drug sensitization

57
New cards

Welke twee soorten veranderingen spelen een rol bij tolerantie?

  • Metabolische tolerantie = lagere hoeveelheid drugs die actieve plaats bereiken

  • Functionele tolerantie = verminderde reactiviteit op drug
    meeste psychoactieve drugs bouwen functionele tolerantie op door neurale aanpassingen
    bijv. verminderde aantal receptoren, verminderde efficiëntie of impact van hechten

58
New cards

Wat is cross-tolerantie?

productie van tolerantie voor andere drugs die werken volgens eenzelfde mechanisme

59
New cards

Wat is ontwenning? Waar wordt dit door bepaald?

Sterke fysiologische reacties bij plotselinge absentie van middelen
symptomen verschillen per drug en zijn vaak tegenovergesteld aan effecten van drug; mensen die verschijnselen ervaren zijn fysiek afhankelijk

lange blootstelling aan hoge dosis + snelle eliminatie sterkste ontwenning

60
New cards

Hoe kan ontwenning bijdragen aan verslaving?

  • tegengaan van symptomen draagt bij aan gedrag

  • leren dat middel helpt met omgaan met stress geassocieerd met symptomen
    → generaliseert naar andere bronnen van stress

61
New cards

Beschrijf van nicotine

  • waaruit dit vekregen wordt

  • varianten en toediening

  • werking

  • gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

  • Trans-generationele epigentische effecten

  • behandeling & ontwenning

  • prevalentie

Psychoactieve drug

Nicotine

Verkregen uit

Tabaksplant

Varianten & toediening

Inademing:
roken (verbranding tabaksplant, produceert tar)
vapen (damp met nicotine)

Oraal:
kauwgom

Werking

Hecht aan nicotinic cholergenic receptoren, bouwt significante tolerantie op:

Niet-rokers ervaren veel negatieve effecten
bijv. misselijkheid, zweten, buikpijn

Rokers ervaren ontspanning, oplettendheid en verminderde eetlust

Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

Rokers syndroom:
pijn in borst, zware/piepende ademhaling, hoesten, verhoogd risico op infecties en dodelijke ziektes in luchtwegen
bijv. kanker, bronchitis, pneumonie

Buerger’s ziekte bij sterke afhankelijkheid (vooral mannen):
Vernauwde bloedvaten in benen, veroorzaakt afsterven weefsel (= gangreen), vereist amputatie

 

Trans-generationele epigentische effecten

Gebruik door ouders werkt teratogeen = verstoort foetale ontwikkeling
bijv. hogere kans op miskraam, doodgeboorte of vroeg overlijden, psychiatrische stoornissen tijdens adolescentie

Behandeling & ontwenning

Weinig effectieve behandelingen, 20% van stoppogingen >2 jaar

Bij geforceerde abstinentie intense compulsieve cravings en ontwenning

Stoppen levert grote gezondheidsvoordelen

Prevalantie

68% van gebruikers bouwt verslaving op binnen twee weken

62
New cards

Beschrijf van alcohol

  • varianten en toediening

  • werking

  • gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

  • Trans-generationele epigentische effecten

  • behandeling & ontwenning

Psychoactieve drug

Alcohol

Werking

Infiltreert membranen en brengt schade aan over gehele lichaam, werkt diuretisch (verhoogt urineproductie) en als depressant:

Neurotoxische effecten
Verstoort second messenger functies binnen neuronen en transmissie van GABA en glutamaat
Methyleert (beschadigt) DNA
Medieert thiamine-tekorten (kan leiden tot Korsakoff’s syndroom)
Algemeen verlies van witte en grijze stof in cortex

specifieke effecten zijn afhankelijk van dosis

Lage dosis: stimulatie neurale signalen
Faciliteert sociale interactie (heeft nog steeds schadelijk effecten)

Matige dosis: onderdrukking neurale signalen
Beperking in cognitie, perceptie, uitdrukking en motoriek, verlies van controle

Hoge dosis: onderdrukking neurale signalen
Bewusteloosheid, uitzetting bloedvaten (kan leiden tot hypothermie), overlijden door onderdrukking ademhaling (bloedpercentage 0,5 procent)

Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

Veel schade gerelateerd aan gedrag beïnvloed door alcoholconsumptie
bijv. verkeersdoden door bestuurders onder invloed

Lichamelijke risico’s: beschading lever (cirrhosis), verhoogd risico op hartaanvallen, kanker en ziektes aan spijsverteringssstelsel

Trans-generationele epigentische effecten

Ontwikkeling foetaal-alcohol syndroom gedurende zwangerschap bij consumptie door ouders
kan leiden tot…

  • Hersenschade

  • Verstandelijke beperking

  • Slechte coördinatie

  • Ondermaatse spierdefinitie

  • Laag geboortegewicht en vertraagde groei

  • Fysieke deformiteiten

 

Behandeling & ontwenning

Alcoholgebruik produceert tolerantie (vooral functioneel, maar ook sneller metabolisme) en fysieke afhankelijkheid met hevige ontwenning
heeft vier fasen

  1. 6-8 uur na abstinentie: anxiety, trillen, misselijkheid, snelle hartslag

  2. 10-30 uur na abstinentie: hyperactiviteit, slapeloosheid, hallicunaties

  3. 12-48 uur na abstinentie: stuiptrekkingen

  4. 3-5 dagen na abstinentie (kan tot week aanhouden): delirium tremens (DTs) = verontrustende hallicunaties en delusies, desorientatie, prikkelbaarheid, verwarring, hyperthermie, verhoogde hartslag
    kunnen lethaal zijn

 

63
New cards

Beschrijf van THC (delta-9-tetrahydrocannabinol)…

  • waaruit dit vekregen wordt

  • varianten en toediening

  • werking

  • gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

  • Trans-generationele epigentische effecten

  • behandeling & ontwenning

  • prevalentie

Psychoactieve drug

THC (delta-9-tetrahydrocannabinol)

Verkregen uit

Cannabis (hennep), meeste psychoactieve cannabinoïden komen uit gedroogde hars hasj

Varianten & toediening

Inademing (joint of pijp)

Oraal (bakken in oliesubstraat, zoals brownie)

Werking

Hecht aan reverse transmitters CB1 en CB2-receptoren (voor endogene metabotropische neurotransmitters endocannabinoids)

effecten zijn afhankelijk van dosis

Lage dosis: subtiel, lastig meetbaar en beïnvloed door sociale situatie
bijv. ontspanning, verlaagde anxiety, intensere perceptie, trek (in suiker), verandering in denken

Hoge dosis: beperking psychologisch functioneren
Verminderd korte-termijn geheugen en capaciteit tot uitvoeren van meerstaps-handelingen, moeite met spraak en houden van gesprek, verdraaiing zintuigen, intense emoties, paranoïde gevoelens

Werkt mogelijk neurobeschermend en therapeutisch
bijv. onderdrukking misselijkheid, stimulatie eetlust, blokkeren epileptische aanvallen, vermindering anxiety

Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

Problemen met hart- en vatenstelsel

  • Correlationele samenhang met hersenschade (gebrek aan temporale volgorde)

  • Kleiner volume hippocampus

  • Andere hersenactiviteit bij uitvoering functional brain imaging taken
    onduidelijk of verschil schadelijk of bevoorderlijk is

  • Problemen met geheugen (tot 72 uur na gebruik)

  • Hogere kans op schizofrenie diagnose
    kans verhoogt bij gebruik vanaf adolescentie

 

Trans-generationele epigentische effecten

Verhoogde gevoeligheid voor anxiety veroorzaakt door stress

Behandeling & ontwenning

Ontwenningsverschijnselen: irriteerbaarheid, misselijkheid, nachtmerries, slaapproblematiek

Prevalantie

Slechts 9% van gebruikers wordt verslaafd, meeste gebruik begint in tienerjaren en eindigt rond 30-40 jaaar

64
New cards

Beschrijf van stimulanten

  • waaruit dit vekregen wordt

  • varianten en toediening

  • werking

  • gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

  • Trans-generationele epigentische effecten

  • behandeling & ontwenning

Psychoactieve drug

Stimulanten

Verkregen uit

Cocaplant of (semi)synthetisch

Varianten & toediening

Cocaïne hydrochloride (snuiven of injectie)
Onzuivere crack/basecoke (roken)

Amfetamine of d-/dextroamfetaminee (oraal)
Gekristalliseerde methamfetamine (roken)
MDMA/XTC of 3,4-methylenedioxymethamphetamine (oraal)

Werking

Heeft lokale verdovende werking en verhoogt neurale activiteit door…

  • Aanpassen van dopamine transporter activiteit (cocaïne)

  • Verhoogde vrijgave van monoamines (overige stimulanten)

→ leidt tot verminderde behoefte aan eten/slaap en verhoogt welzijn
bijv. zelfverzekerd, alert, energetisch, vriendelijk, spraakzaam

Bij cocaine spree (= buien van extreem hoog gebruik) wordt tolerantie tegen euforie-producerende effecten verhoogt
eindigt wanneer middel op is of bij serieuze toxische bijwerkingen
bijv. slapeloosheid, trillingen, misselijkheid, hyperthermia, cocaine psychose, verlies van bewustzijn, epileptische aanvallen, problemen met ademhaling/hartslag, beroerte

 

Amfetamines werken soortgelijk aan cocaïne en kunnen ook amfetamine psychose veroorzaken
MDMA werkt empathogeen = produceert gevoelens van empathie

Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

Langdurige gebruik is geassocieerd met…

  • Cognitieve beperkingen (MDMA & meth)

  • Verhoogd risico op Parkinson’s (amfetamine en gerelateerde drugs)

  • Problemen met hartritme (alle stimulanten)

Trans-generationele epigentische effecten

Nageslacht van cocaïne-afhankelijke vaders…

  • Gebruiken hogere dosis bij zelf-administratie

  • Vertonen meer anxiety- en depressie-gerelateerd gedrag

Behandeling & ontwenning

Relatief milde ontwenningsverschijnselen: insomnia en negatieve stemmingswisselingen

65
New cards

Beschrijf van opiaten

  • waaruit dit vekregen wordt

  • varianten en toediening

  • werking

  • gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

  • Trans-generationele epigentische effecten

  • behandeling & ontwenning

  • prevalentie

Psychoactieve drug

Opiaten

Verkregen uit

Opium = gedroogd vocht uit zaadjes opiumklaproos

Varianten & toediening

Injectie:
Morfine
en codeïne (geïsoleerd uit opium)
Heroïne (semisynthetisch, toevoeging acetylgroepen; betere doorkruising bloed-hersenbarrière)

Oraal (maar kan ook geïnjecteerd):
Fentanyl en oxycodon (synthetisch, meest potent en verslavend)
Methadon, levomethadylacetaat en buprenorfine

Werking

Binden aan receptoren voor endorfines & enkefalines, werken als analgetica (= pijnstillers)

Na injectie volgt rush van intens plezier, wat verloopt tot algemene euforische staat
na herhaaldelijk gebruik ontwikkelt tolerantie en fysieke afhankelijkheid

Gezondheidsrisico’s chronisch gebruik

Weinig gezondheidsrisico’s, ondanks hoge mate van verslaving
bijv. constipatie, onregelmatige menstruatie en verlaagd libido
individuen die constante voorraad en steriele naalden kunnen bemachtigen, zoals medisch personeel, kunnen goed functioneren

Meeste medische risico’s zijn indirect doordat afhankelijkheid tot slechte financiële situaties kan leiden om middel te bemachtigen

  • Ontvangen slechte zorg

  • Grotere kans op infcties

  • Injectie van onzuivere stoffen waar mogelijk nog potentere middelen aan zijn toegevoegd

 

 

Trans-generationele epigentische effecten

Nageslacht van mannelijke gebruikers hebben…

  • Meer intense ontwenningsverschijnselen

  • Verminderde synaptische plasticiteit

Behandeling & ontwenning

Ontwenningsverschijnselen volgen bepaald patroon:

  1. Beginnen meestal 6-12 uur na laatste dosis 
    bijv. moeite met stilzitten, gapen, zweten, tranen, loopneus, braken, diarree, anxiety

  1. Onrustige slaap die meerdere uren aanhoudt 

  1. Na ontwaken zetten symptomen voort met karakteristiek kippenvel en spasmes 
     meest intens op tweede en derde dag, op zevende dag nagenoeg verdwenen 

 

66
New cards

Waarom is onderzoek naar gezondheidsrisico’s van drugsgebruik vaak complex?

Is gebaseerd op correlationeel onderzoek, waarbij…

  • Gezondheid wordt vergeleken tussen gebruikers en niet-gebruikers
    verschillen kunnen ook komen door andere verschillen tussen groepen

  • Meeste gebruikers worden geworven uit verslavingszorg
    vaak ernstige verslavingen die moeilijk behandelbaar zijn t.o.v. algemene populatie van gebruikers

67
New cards

Wat zijn de aspecten van ervaringen waardoor mensen kunnen verschillen in aanleg tot verslaving?

  • Kindertijd
    bijv. mishandeling, blootstelling aan middel in baarmoeder, afwezige ouders

  • Omgeving in volwassenheid (vooral bij alcoholisme op latere leeftijd, boven 25)
    bijv. reactie op tegenslagen
    op vroegere leeftijd (onder 25) vaak veroorzaakt door:

    • Familiegeschiedenis van alcoholisme

    • Genetische aanleg

    • Snelle aanvang van probleem
      → reageren minder goed op behandeling

68
New cards

Wat zijn de genetische invloeden waardoor mensen kunnen verschillen in aanleg tot verslaving?

zijn vaak niet-specifiek: verhogen risico op meerdere mentale stoornissen en algemeen risicovol gedrag; kans op middelenmisbruik hangt ook sterk af van omgeving en ervaringen

Een uitzondering: alcoholmisbruik wordt verminderd door gen dat alcoholmetabolisme reguleert
minder productie van acetyldehyde hydrogenase enzym zorgt voor accumulatie van acetyldehyde, heeft omcomfortable symptomen
bijv. blozen, verhoogde hartslag, misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn, weefselschade

69
New cards

Hoe kunnen risicofactoren/-gedrag voor middelenmisbruik geïdentificeerd worden m.b.v. langdurig longitudinaal onderzoek?

  • Meten van zoveel mogelijk variabelen bij groep van kinderen/adolescenten

  • Bepaal wie alcoholproblemen ontwikkelt

  • Identificeer welke vroege factoren alcoholproblemen voorspellen
    bijv. impulsiviteit, nemen van risico, makkelijk verveeld, sensatie zoeken

70
New cards

Hoe kan alcoholmisbruik voorspeld worden o.b.v. familiebanden?

  • Identificeer jonge mannen die nog géén probleemdrinker zijn

  • Vergelijk gedrag bij mannen waarvan…

    • Vader last van alcoholisme heeft (gehad)
      van zonen wordt verwacht dat deze ook toekomstig alcoholist worden

    • Géén nabij familielid last van alcoholisme heeft (gehad)

  • Gedrag wat vaker voorkomt bij zonen van alcoholische vaders zou waarschijnlijk voorspellend zijn voor toekomstig alcoholisme
    bijv. onder gemiddelde intoxicatie na consumptie van redelijke hoeveelheid alcohol
    blijven mogelijk doordrinken, leidt tot alcoholmisbruik

ook aangetoond in vrouwen; mensen die boven gemiddelde intoxicatie ervaren ontwikkelen, indien van toepassing, vaak minder ernstig probleem

71
New cards

Hoe is verslaving gerelateerd aan leeftijd?

  • Adolescenten hebben grootste risico op aanvang en escalatie

  • Middelenmisbruik neemt af op latere leeftijd (remission/maturing out of addiction)

72
New cards

Wat zijn de risicofactoren voor verslaving in adolescentie?

  • Hypergevoelig salience network; verhoogde gevoeligheid voor…

    • (sociale) beloningen

    • ontdekking en onafhankelijkheid (risicovol gedrag) kan leiden

  • Hypergevoeligheid voor sociale omgeving (verhoogd voor leeftijdsgenoten, verlaagd voor ouders)

    • minder rekening houden met andermans perspectief

    • verhoogde gevoeligheid voor buitensluiting en risico nemen in bijzijn van leeftijdsgenoten

  • Hersenplasticiteit (= verandering hersenconnecties door gen-omgeving interacties) & leer-/geheugenflexibiliteit
    → bij verslaving is hersenplasticiteit gefocust op gebieden betrokken bij leren en complexe cognitieve functies, waardoor bij vroege aanvang de prognose voor verslaving en terugval kan verslechteren

  • Suboptimale controle over gedrag, emotie en impulsen in verleidelijke situaties
    → wordt verhoogd in bijzijn van vrienden

  • Neurotoxiciteit tijdens hersenontwikkeling
    → middelen kunnen de vorming van efficiënte hersennetwerken verhinderen
    bijv. verminderd hersenvolume in gebieden m.b.t. controle over gedrag, lagere cortex dikte, slechtere cognitieve prestaties

73
New cards

Hoe wordt er op latere leeftijd meer weerstand opgebouwd tegen verslaving?

  • Hypergevoeligheid voor sociale omgeving: bij overgang naar volwassen rollen wordt alcohol en drugsgebruik gedevalueerd
    → is context & cultuur afhankelijk!
    bijv. bepaalde werkculturen kunnen drugsgebruik stimuleren

  • Sociale plasticiteit hypothese:

    • social attunement is hoog

    • behavioral control neemt langzaam toe met leeftijd en remt social attunement af (als brein nog hoge plasticiteit heeft om te stoppen met problematisch gebruik)

74
New cards

Wat zijn de meest voorkomende behandelingen voor verslaving?

  • deelname aan aan Alcoholics of Narcotics Anonymous

  • behandeling door psychotherapeut

  • medicatie
    bijv. direct na alcoholconsumptie medicatie innemen die misselijkheid veroorzaakt
    leert aversie voor smaak alcohol aan; snel, effectief, maar niet populair

75
New cards

Waarom is het complex om medicatie tegen verslaving te ontwikkelen?

Veel neurotransmitters en receptoren zijn betrokken bij alledaagse lichaamsfuncties en processen

76
New cards

Hoe werkt Antabuse (disulfiram)?

antagoniseert enzym wat acetaldehyde metaboliseert, waardoor alcoholconsumptie tot negatieve effecten leidt
→ werkt als placebo:

  • dreiging van ziek worden ontmoedigt alcoholconsumptie, zelfs als in werkelijkheid ander middel wordt genomen dan Antabuse

  • wanneer iemand toch besluit om te drinken, zal deze eerder stoppen met Antabuse dan alcohol

77
New cards

Hoe werken naloxone (Revia) en naltrexone?

blokkeren opiaat-receptoren; verminderen plezier verkregen door alcohol
acamprosate is ongeveer even effectief, maar exact mechanisme is onbekend

78
New cards

Hoe wordt medicatie ingezet bij opiatenmisbruik?

om de schadelijkheid te verminderen voor een langer, gezonder leven met betere functionering door verminderd gevaar
→ geen beëindiging van verslaving

79
New cards

Hoe werken methadon en buprenorphine?

activeren zelfde breinreceptoren met zelfde effect als heroïne en morfine, maar worden oraal genomen
vertraagde bloedopname…

  • voorkomt snel opkomende rush dat gedrag beïnvloedt (minder plezierig)

  • leidt tot geleidelijke opkomst van ontwenningsverschijnselen

  • vermijdt risico van injectie met geïnfecteerde naald

80
New cards

Hoe werkt levomethadyl acetaat (LAAM)?

produceert zelfde, maar langer effect dan methadon
vermindert aantal bezoeken aan kliniek