VDI2

1. Heelkunde & Chirurgie

1.1 Heelkunde

Heelkunde is het medisch specialisme dat zich bezighoudt met het operatief behandelen van aandoeningen, met als doel:

  • genezing

  • herstel van functie

  • voorkomen van complicaties

  • levensreddend ingrijpen

Niet elke chirurgische ingreep is genezend; sommige zijn diagnostisch (bv. exploratieve laparoscopie) of palliatief.

1.2 Chirurgie

Chirurgie = het kunstmatig openen van het lichaam om dieper gelegen structuren te bereiken.

Technieken

Laparotomie (open chirurgie)
  • Grote incisie

  • Snelle toegang → vaak bij spoed

  • Meer weefselschade

  • Meer pijn, infectierisico, langere hospitalisatie

Laparoscopie (kijkoperatie)
  • Kleine incisies

  • Camera + instrumenten

  • Minder pijn en bloedverlies

  • Sneller herstel

  • Niet altijd mogelijk bij spoed of instabiele patiënt

Chirurgische disciplines

  • Algemene heelkunde

  • Orthopedie

  • Neurochirurgie

  • Cardiothoracale chirurgie

  • Urologie

  • Gynaecologie

  • Plastische chirurgie


2. Anesthesie

2.1 Doel van anesthesie

Anesthesie heeft als doel:

  • pijnloosheid

  • bewustzijnsverlies (indien nodig)

  • spierrelaxatie

  • bewaking van vitale functies

  • reanimatie indien nodig

De anesthesist is verantwoordelijk voor:

  • luchtweg

  • ademhaling

  • circulatie

  • pijnbestrijding

  • postop comfort

2.2 Soorten anesthesie

1. Algemene anesthesie (narcose)

  • Volledig bewustzijnsverlies

  • Geen spontane ademhaling

  • Luchtwegbeveiliging nodig (tube/larynxmasker)

  • Invloed op alle orgaansystemen

2. Lokale anesthesie

  • Verdoving van een klein gebied

  • Patiënt blijft volledig wakker

  • Geen invloed op ademhaling

3. Regionale anesthesie

  • Groter lichaamsdeel verdoofd

  • Bewustzijn blijft behouden

  • Duur: 3–12 uur

  • Motorische én sensibele uitval

Types
  • Neuro-axiaal

    • Spinaal

    • Epiduraal

  • Locoregionaal

    • Plexusblokkade (arm, schouder)

    • Blokkade van been/zenuw


2.3 Premedicatie

Wordt 30–90 minuten vóór de ingreep toegediend.

Doelen

  • Angst verminderen

  • Minder anesthetica nodig

  • Minder misselijkheid/braken

Middelen

  • Benzodiazepines (bv. midazolam)

Nadelen

  • Verwardheid (vooral ouderen)

  • Ademhalingsdepressie

  • Trager ontwaken

  • Verhoogd aspiratierisico


2.4 Fases van algemene anesthesie

1. Inleiding

  • IV anestheticum

  • Verlies van bewustzijn

  • Plaatsing luchtweg:

    • endotracheale tube

    • of larynxmasker

2. Onderhoud

  • Inhalatieanesthetica + IV medicatie

  • Continue bewaking:

    • ECG

    • bloeddruk

    • zuurstofsaturatie

    • CO₂

    • temperatuur

3. Beëindiging

  • Stop anesthetica

  • Toediening zuurstof

  • Spontane ademhaling herneemt

  • Verwijderen luchtweg


2.5 Luchtwegbeheer

Endotracheale tube

Altijd vrije luchtweg
Invasief
Keelpijn, heesheid postop

Larynxmasker

Minder invasief
Niet geschikt bij aspiratierisico


2.6 Effecten van narcose

  • Daling bloeddruk

  • Verminderde ademhaling

  • Slijmvorming

  • Hypothermie

  • Restwerking medicatie

Postoperatief risico op ademhalingsproblemen


3. Preoperatieve fase

3.1 Informed consent

  • Patiënt krijgt informatie over:

    • ingreep

    • risico’s

    • alternatieven

  • Vrije toestemming vereist

3.2 Preoperatieve evaluatie

ASA-classificatie

  • ASA 1: gezonde patiënt

  • ASA 2: lichte systemische aandoening

  • ASA 3: ernstige aandoening

  • ASA 4: levensbedreigend

  • ASA 5: moribund

Hoe hoger ASA, hoe groter anesthesierisico.


3.3 Anamnese en klinisch onderzoek

  • Medicatiegebruik

  • Allergieën

  • Voorgeschiedenis

  • Roken, alcohol, drugs

  • Gebit

  • Ademhaling en circulatie


3.4 Aanvullende onderzoeken

Bloedonderzoek

  • Hb / Hct / RBC → zuurstoftransport

  • WBC / CRP → infectie

  • Trombocyten → bloeding

  • PT / INR / aPTT → stolling

  • Glycemie → wondheling

  • Nierfunctie → uitscheiding medicatie

  • Bloedgroep → transfusie

Andere onderzoeken

  • ECG

  • RX thorax

  • Longfunctie


3.5 Risicopatiënten

  • Cardiale aandoeningen

  • COPD / astma

  • Nierinsufficiëntie

  • Diabetes

  • Obesitas

  • Ondervoeding

  • Stollingsstoornissen

  • Ouderen


4. Onmiddellijke preoperatieve voorbereiding

4.1 Nuchter zijn

  • Voorkomt aspiratie

  • Richtlijnen strikt volgen

4.2 Ademhaling

  • Ademhalingsoefeningen

  • Hoesttechniek

  • Rookstop (min. 2 weken)

4.3 Circulatie

  • Been- en voetbewegingen

  • Antistolling

  • TED-kousen

4.4 Huidvoorbereiding

  • Douche

  • Ontharen met clipper

  • Geen scheren → infectierisico!

4.5 Laatste controles

  • Identiteit

  • Allergieën

  • Vitale functies

  • Checklist OK


5. Veiligheid op OK

WHO Surgical Safety Checklist

  1. Sign in

  2. Time out

  3. Sign out

Vermindert fouten en complicaties drastisch.


6. Postoperatieve fase

6.1 Observatiepunten

  • Ademhaling

  • Circulatie

  • Bewustzijn

  • Pijn

  • Urineproductie

  • Wonde/drains


6.2 Normale reacties

  • Lichte tachycardie

  • Lichte hypotensie

  • Subfebriele temperatuur (<24u)

  • Pijn

  • Misselijkheid


6.3 Postoperatieve complicaties

Ademhaling

  • Atelectase

  • Hypoxie

  • Aspiratie

  • Obstructie

Circulatie

  • Bloeding

  • Shock

  • Trombose / embolie

Gastro-intestinaal

  • Misselijkheid

  • Braken

  • Ileus

Infectie

  • Wondinfectie

  • Sepsis


7. Wonden & wondzorg

7.1 Functies van de huid

  • Bescherming

  • Thermoregulatie

  • Afweer

  • Vochtbalans


7.2 Soorten wonden

  • Acute wonden

  • Chronische wonden

  • Oncologische wonden

  • Iatrogene wonden


7.3 Wondgenezing

Fases

  1. Stolling

  2. Ontsteking

  3. Proliferatie

  4. Remodellering

Types genezing

  • Primair: gesloten wond

  • Secundair: open wond

  • Tertiair: vertraagd sluiten


7.4 Factoren die wondgenezing beïnvloeden

  • Doorbloeding

  • Voeding

  • Infectie

  • Diabetes

  • Roken

  • Medicatie

  • Leeftijd

  • Pijn


7.5 Infectiecontinuüm

  1. Contaminatie

  2. Kolonisatie

  3. Lokale infectie

  4. Uitgebreide infectie

  5. Systemische infectie

Altijd eerst reinigen, dan ontsmetten


8. Fracturen

8.1 Behandelingsprincipes

  1. Repositie

  2. Immobilisatie

  3. Revalidatie


8.2 Behandelmethoden

  • Tractie

  • Osteosynthese

  • Externe fixator

  • Gips


8.3 Verpleegkundige aandacht

  • Circulatie

  • Pijn

  • Huid

  • Infectiepreventie

  • Mobilisatie


9. Maag-darm: sondes & voeding

9.1 Maagsonde

  • Diagnostisch

  • Therapeutisch

  • Aspiratie

Complicaties

  • Foute ligging

  • Aspiratie

  • Drukletsels


9.2 Sondevoeding

  • Enteraal = voorkeur

  • Toediening:

    • Continu

    • Intermitterend

    • Bolus (niet jejunaal!)


9.3 PEG

  • Bij langdurige voeding

  • Strikte verzorging nodig

  • Infectierisico insteekplaats


Examengerichte tip
Denk altijd in dit schema:

Symptoom → mogelijke complicatie → verpleegkundige actie