1/59
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Definitie Heelkunde
Medisch specialisme gericht op de operatieve behandeling van aandoeningen voor genezing, functieherstel of levensreddend ingrijpen.
Diagnostische chirurgie
Een ingreep met als doel een diagnose te stellen, bijvoorbeeld een exploratieve laparoscopie.
Palliatieve chirurgie
Chirurgische ingrepen bedoeld om symptomen te verlichten in een ongeneeslijke fase, niet om te genezen.
Definitie Chirurgie
Het kunstmatig openen van het lichaam om dieper gelegen weefsels of organen te bereiken.
Laparotomie
Open chirurgie met een grote incisie, vaak gebruikt bij spoed vanwege de snelle toegang tot organen.
Nadelen Laparotomie
Veroorzaakt meer weefselschade, meer pijn en een hoger infectierisico vergeleken met laparoscopie.
Laparoscopie
Een minimaal invasieve kijkoperatie met kleine incisies, een camera en speciale instrumenten.
Voordelen Laparoscopie
Minder bloedverlies, minder postoperatieve pijn en een sneller herstel voor de patiënt.
Chirurgische disciplines
Verschillende vakgebieden zoals orthopedie, neurochirurgie, urologie en plastische chirurgie.
Doelen van anesthesie
Pijnloosheid, bewustzijnsverlies (indien nodig), spierrelaxatie en bewaking van vitale functies.
Verantwoordelijkheid anesthesist
Beheer van de luchtweg, ademhaling, circulatie en postoperatieve pijnbestrijding.
Algemene anesthesie (narcose)
Volledig verlies van bewustzijn waarbij de patiënt geen spontane ademhaling heeft.
Lokale anesthesie
Verdoving van een specifiek klein gebied waarbij de patiënt volledig bij bewustzijn blijft.
Regionale anesthesie
Verdoving van een groter lichaamsdeel (3-12 uur) met behoud van bewustzijn.
Spinale anesthesie
Een vorm van neuro-axiale regionale anesthesie waarbij medicatie in de ruggenprik wordt toegediend.
Epidurale anesthesie
Een vorm van neuro-axiale anesthesie waarbij een katheter in de epidurale ruimte wordt geplaatst.
Plexusblokkade
Een locoregionale verdoving van een zenuwknooppunt, bijvoorbeeld voor ingrepen aan arm of schouder.
Premedicatie timing
Wordt doorgaans 30-90 minuten vóór de chirurgische ingreep toegediend.
Doelen van premedicatie
Angstvermindering, behoefte aan anesthetica verlagen en preventie van misselijkheid.
Premedicatie middelen
Vaak benzodiazepines zoals midazolam.
Nadeel premedicatie bij ouderen
Verhoogd risico op verwardheid en ademhalingsdepressie.
Inleidingsfase anesthesie
De start van de narcose via IV-medicatie en het plaatsen van een endotracheale tube of larynxmasker.
Onderhoudsfase anesthesie
Het stabiel houden van de patiënt met inhalatie- en IV-medicatie onder continue monitoring van vitale functies.
Beëindigingsfase anesthesie
Het stopzetten van anesthetica en het hernemen van de spontane ademhaling.
Endotracheale tube
Een invasieve methode voor luchtwegbeveiliging die altijd een vrije luchtweg garandeert.
Larynxmasker
Een minder invasief hulpmiddel voor de luchtweg, maar ongeschikt bij een verhoogd aspiratierisico.
Effect narcose op circulatie
Kan leiden tot een daling van de bloeddruk en hypothermie.
Informed consent
Patiënt geeft vrije toestemming na informatie over risico's, alternatieven en het type ingreep.
ASA 1
Een gezonde patiënt zonder systemische aandoeningen.
ASA 2
Een patiënt met een lichte systemische aandoening.
ASA 3
Een patiënt met een ernstige systemische aandoening.
ASA 4
Een patiënt met een constante levensbedreigende aandoening.
ASA 5
Een stervende patiënt (moribund) die zonder operatie waarschijnlijk niet overleeft.
Preoperatief lab: Hb / Hct / RBC
Onderzoek gericht op het vermogen tot zuurstoftransport in het bloed.
Preoperatief lab: WBC / CRP
Onderzoek naar de aanwezigheid van infecties of ontstekingen.
Preoperatief lab: PT / INR / aPTT
Onderzoek naar de stollingsstatus om bloedingsrisico's in te schatten.
Preoperatief lab: Glycemie
Belangrijk voor het inschatten van de snelheid en kwaliteit van wondheling.
Risicopatiënten preoperatief
Patiënten met COPD, diabetes, obesitas, nierinsufficiëntie of stollingsstoornissen.
Nuchter zijn richtlijn
Absoluut noodzakelijk om aspiratie (maaginhoud in de longen) tijdens narcose te voorkomen.
Huidvoorbereiding
Douchen en ontharen met een clipper; niet scheren om infectierisico door wondjes te vermijden.
WHO Checklist: Sign in
De eerste veiligheidscheck vóór de inleiding van de anesthesie.
WHO Checklist: Time out
De check net vóór de allereerste incisie waarbij het team de procedure overloopt.
WHO Checklist: Sign out
De laatste check vóórdat de patiënt de operatiekamer verlaat.
Normale postoperatieve temp
Een subfebriele temperatuur gedurende de eerste 24 uur wordt als normaal beschouwd.
Postoperatieve atelectase
Een ademhalingscomplicatie waarbij delen van de longen inklappen.
Postoperatieve ileus
Een gastro-intestinale complicatie waarbij de darmbeweging stilvalt.
Functies van de huid
Bescherming, thermoregulatie, immuunafweer en handhaven van de vochtbalans.
Wondgenezingsfase 1: Stolling
Onmiddellijke reactie om het bloedverlies te stoppen.
Wondgenezingsfase 2: Ontsteking
Het opruimen van bacteriën en dood weefsel.
Wondgenezingsfase 3: Proliferatie
De aanmaak van nieuw weefsel en bloedvaten.
Wondgenezingsfase 4: Remodellering
Het sterker worden en herstructureren van het nieuwe weefsel.
Primaire wondgenezing
Genezing van een operatief gesloten, schone wond.
Secundaire wondgenezing
Genezing waarbij de wondranden niet tegen elkaar liggen en de wond open moet toegroeien.
Tertiaire wondgenezing
Het bewust uitstellen van de wondsluiting, vaak bij infectiegevaar.
Infectiecontinuüm stadia
Van contaminatie en kolonisatie naar lokale, uitgebreide en systemische infectie (sepsis).
Fractuurbehandeling: Repositie
Het terugbrengen van botdelen in hun natuurlijke positie (zetten).
Fractuurbehandeling: Immobilisatie
Het fixeren van de fractuur via gips, tractie of osteosynthese.
Osteosynthese
Het operatief vastzetten van botbreuken met platen, schroeven of pennen.
Maagsonde functies
Kan diagnostisch, therapeutisch of voor aspiratie van maaginhoud gebruikt worden.
Sondevoeding contra-indicatie bolus
Mag nooit direct in het jejunum (nuchtere darm) worden