VDI2

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
linked notesView linked note
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/59

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

60 Terms

1
New cards

Definitie Heelkunde

Medisch specialisme gericht op de operatieve behandeling van aandoeningen voor genezing, functieherstel of levensreddend ingrijpen.

2
New cards

Diagnostische chirurgie

Een ingreep met als doel een diagnose te stellen, bijvoorbeeld een exploratieve laparoscopie.

3
New cards

Palliatieve chirurgie

Chirurgische ingrepen bedoeld om symptomen te verlichten in een ongeneeslijke fase, niet om te genezen.

4
New cards

Definitie Chirurgie

Het kunstmatig openen van het lichaam om dieper gelegen weefsels of organen te bereiken.

5
New cards

Laparotomie

Open chirurgie met een grote incisie, vaak gebruikt bij spoed vanwege de snelle toegang tot organen.

6
New cards

Nadelen Laparotomie

Veroorzaakt meer weefselschade, meer pijn en een hoger infectierisico vergeleken met laparoscopie.

7
New cards

Laparoscopie

Een minimaal invasieve kijkoperatie met kleine incisies, een camera en speciale instrumenten.

8
New cards

Voordelen Laparoscopie

Minder bloedverlies, minder postoperatieve pijn en een sneller herstel voor de patiënt.

9
New cards

Chirurgische disciplines

Verschillende vakgebieden zoals orthopedie, neurochirurgie, urologie en plastische chirurgie.

10
New cards

Doelen van anesthesie

Pijnloosheid, bewustzijnsverlies (indien nodig), spierrelaxatie en bewaking van vitale functies.

11
New cards

Verantwoordelijkheid anesthesist

Beheer van de luchtweg, ademhaling, circulatie en postoperatieve pijnbestrijding.

12
New cards

Algemene anesthesie (narcose)

Volledig verlies van bewustzijn waarbij de patiënt geen spontane ademhaling heeft.

13
New cards

Lokale anesthesie

Verdoving van een specifiek klein gebied waarbij de patiënt volledig bij bewustzijn blijft.

14
New cards

Regionale anesthesie

Verdoving van een groter lichaamsdeel (3-12 uur) met behoud van bewustzijn.

15
New cards

Spinale anesthesie

Een vorm van neuro-axiale regionale anesthesie waarbij medicatie in de ruggenprik wordt toegediend.

16
New cards

Epidurale anesthesie

Een vorm van neuro-axiale anesthesie waarbij een katheter in de epidurale ruimte wordt geplaatst.

17
New cards

Plexusblokkade

Een locoregionale verdoving van een zenuwknooppunt, bijvoorbeeld voor ingrepen aan arm of schouder.

18
New cards

Premedicatie timing

Wordt doorgaans 30-90 minuten vóór de chirurgische ingreep toegediend.

19
New cards

Doelen van premedicatie

Angstvermindering, behoefte aan anesthetica verlagen en preventie van misselijkheid.

20
New cards

Premedicatie middelen

Vaak benzodiazepines zoals midazolam.

21
New cards

Nadeel premedicatie bij ouderen

Verhoogd risico op verwardheid en ademhalingsdepressie.

22
New cards

Inleidingsfase anesthesie

De start van de narcose via IV-medicatie en het plaatsen van een endotracheale tube of larynxmasker.

23
New cards

Onderhoudsfase anesthesie

Het stabiel houden van de patiënt met inhalatie- en IV-medicatie onder continue monitoring van vitale functies.

24
New cards

Beëindigingsfase anesthesie

Het stopzetten van anesthetica en het hernemen van de spontane ademhaling.

25
New cards

Endotracheale tube

Een invasieve methode voor luchtwegbeveiliging die altijd een vrije luchtweg garandeert.

26
New cards

Larynxmasker

Een minder invasief hulpmiddel voor de luchtweg, maar ongeschikt bij een verhoogd aspiratierisico.

27
New cards

Effect narcose op circulatie

Kan leiden tot een daling van de bloeddruk en hypothermie.

28
New cards

Informed consent

Patiënt geeft vrije toestemming na informatie over risico's, alternatieven en het type ingreep.

29
New cards

ASA 1

Een gezonde patiënt zonder systemische aandoeningen.

30
New cards

ASA 2

Een patiënt met een lichte systemische aandoening.

31
New cards

ASA 3

Een patiënt met een ernstige systemische aandoening.

32
New cards

ASA 4

Een patiënt met een constante levensbedreigende aandoening.

33
New cards

ASA 5

Een stervende patiënt (moribund) die zonder operatie waarschijnlijk niet overleeft.

34
New cards

Preoperatief lab: Hb / Hct / RBC

Onderzoek gericht op het vermogen tot zuurstoftransport in het bloed.

35
New cards

Preoperatief lab: WBC / CRP

Onderzoek naar de aanwezigheid van infecties of ontstekingen.

36
New cards

Preoperatief lab: PT / INR / aPTT

Onderzoek naar de stollingsstatus om bloedingsrisico's in te schatten.

37
New cards

Preoperatief lab: Glycemie

Belangrijk voor het inschatten van de snelheid en kwaliteit van wondheling.

38
New cards

Risicopatiënten preoperatief

Patiënten met COPD, diabetes, obesitas, nierinsufficiëntie of stollingsstoornissen.

39
New cards

Nuchter zijn richtlijn

Absoluut noodzakelijk om aspiratie (maaginhoud in de longen) tijdens narcose te voorkomen.

40
New cards

Huidvoorbereiding

Douchen en ontharen met een clipper; niet scheren om infectierisico door wondjes te vermijden.

41
New cards

WHO Checklist: Sign in

De eerste veiligheidscheck vóór de inleiding van de anesthesie.

42
New cards

WHO Checklist: Time out

De check net vóór de allereerste incisie waarbij het team de procedure overloopt.

43
New cards

WHO Checklist: Sign out

De laatste check vóórdat de patiënt de operatiekamer verlaat.

44
New cards

Normale postoperatieve temp

Een subfebriele temperatuur gedurende de eerste 24 uur wordt als normaal beschouwd.

45
New cards

Postoperatieve atelectase

Een ademhalingscomplicatie waarbij delen van de longen inklappen.

46
New cards

Postoperatieve ileus

Een gastro-intestinale complicatie waarbij de darmbeweging stilvalt.

47
New cards

Functies van de huid

Bescherming, thermoregulatie, immuunafweer en handhaven van de vochtbalans.

48
New cards

Wondgenezingsfase 1: Stolling

Onmiddellijke reactie om het bloedverlies te stoppen.

49
New cards

Wondgenezingsfase 2: Ontsteking

Het opruimen van bacteriën en dood weefsel.

50
New cards

Wondgenezingsfase 3: Proliferatie

De aanmaak van nieuw weefsel en bloedvaten.

51
New cards

Wondgenezingsfase 4: Remodellering

Het sterker worden en herstructureren van het nieuwe weefsel.

52
New cards

Primaire wondgenezing

Genezing van een operatief gesloten, schone wond.

53
New cards

Secundaire wondgenezing

Genezing waarbij de wondranden niet tegen elkaar liggen en de wond open moet toegroeien.

54
New cards

Tertiaire wondgenezing

Het bewust uitstellen van de wondsluiting, vaak bij infectiegevaar.

55
New cards

Infectiecontinuüm stadia

Van contaminatie en kolonisatie naar lokale, uitgebreide en systemische infectie (sepsis).

56
New cards

Fractuurbehandeling: Repositie

Het terugbrengen van botdelen in hun natuurlijke positie (zetten).

57
New cards

Fractuurbehandeling: Immobilisatie

Het fixeren van de fractuur via gips, tractie of osteosynthese.

58
New cards

Osteosynthese

Het operatief vastzetten van botbreuken met platen, schroeven of pennen.

59
New cards

Maagsonde functies

Kan diagnostisch, therapeutisch of voor aspiratie van maaginhoud gebruikt worden.

60
New cards

Sondevoeding contra-indicatie bolus

Mag nooit direct in het jejunum (nuchtere darm) worden