1/90
A set of vocabulary flashcards based on the lecture notes from Campus 4 Nederlands, covering words and their meanings.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
voldoen aan
beantwoorden aan, zijn zoals verwacht of gewenst
zienderogen
(goed) waarneembaar
inschikkelijk
als je je makkelijk aanpast of doet wat anderen willen
censuur
controle op en schrappen van verboden zaken in teksten, films, voorstellingen
moraal
opvatting over wat goed en slecht is en over hoe je hoort te leven
titanenwerk
heel zwaar en moeilijk werk
urgent
wat heel dringend is
altruïsme
bereidheid om te helpen zonder eigenbelang, handelen in het belang van anderen (tegenstelling: egoïsme)
baldadig
wild, uitgelaten, vernielzuchtig
status quo
toestand waarin iets zich bevindt
status quo handhaven
geen verandering brengen in de bestaande toestand
vermurwen
murw of week maken
duurzaam
weinig belastend voor het milieu
aanhankelijk
geneigd zich aan iemand te hechten
hartig
met een zoute of pittige smaak
vroom
erg godsdienstig
complex
meerdere gebouwen die bij elkaar horen
oorspronkelijk
helemaal in het begin
maquette
model in het klein van een gebouw
interactief
onderling samenwerkend
universum
heelal, wereld
restaureren
gebouwen of kunstwerken in hun oude staat herstellen
advertorial
advertentie in de vorm van een artikel in een tijdschrift of krant
actueel
wat op het ogenblik plaatsvindt of gebeurt
relevant
belangrijk
autoriteit
gezag
accuraat
nauwkeurig, precies
witregel
een regel zonder tekst, bedoeld om alinea’s van elkaar te scheiden
invalshoek
perspectief, manier om iets te bekijken
torso
romp, bovenlichaam
gedrongen
kort maar stevig
aanwenden
gebruiken
weemoedig
met droevige gedachten
ontheemd
zonder thuis, soms ook eenzaam
transistorradio
kleine draagbare radio
verweerd
ruw uitziend, vaak aangetast door het weer
tanig
bruingeel, ook mager, pezig
egaal
effen, met dezelfde kleur
ware toedracht
de waarheid, hoe iets in werkelijkheid gebeurd is
associatie
link die je onbewust maakt, gedachte die door iets opgeroepen wordt
manipuleren
beïnvloeden, misleiden
pleister op een houten been
een nutteloze maatregel
minimaliseren
zo klein mogelijk maken, als onbelangrijk voorstellen
apathisch
gevoelloos, onverschillig
welwillend
van goede wil, bereid om te luisteren en mee te werken
kruin
top van een boom
aangeslagen
aangedaan, geëmotioneerd
het mocht niet baten
het heeft niet geholpen
district
deelgemeente, deel van een gebied
rooien
uit de grond halen
perceptie
hoe iets waargenomen of ervaren wordt
behaaglijk
aangenaam, gezellig, comfortabel
claimen
opeisen, aanspraak maken op
aansporen
stimuleren, aanmoedigen
contrasteren
afsteken, tegenstelling vormen
creëren
maken, scheppen
deskundigheid
expertise, vakkennis
inspireren
ingeven, bezielen
invalshoek
gezichtspunt, benaderingswijze
motiveren
aanmoedigen
onpartijdig
onbevooroordeeld
ontleden
in delen scheiden, afzonderlijke delen onderzoeken
overweging
argument, overdenking
pleiten
de verdediging voeren
relatief
betrekkelijk, vergeleken met iets anders
voordragen
voorstellen als kandidaat, ten gehore brengen
vormgeven
ontwerpen
narcisme
gedrag dat wordt gekenmerkt door een obsessie met het eigen uiterlijk, egoïsme, dominantie, ambitie en gebrek aan empathie.
hooghartig
arrogant, verwaand, je beter voelend dan je bent
gletsjer
ijsmassa op een berg die heel langzaam naar beneden glijdt
gigantisch
reusachtig, heel groot
gutsen (uit)
stromen uit (vaak gebruikt bij bloed)
komeet
hemellichaam met een staartvormig uiteinde dat in een baan rond de zon draait
achterdochtig
wantrouwig, als je iemand niet vertrouwt
behoedzaam
voorzichtig, diplomatisch
parallel
overeenkomst, gelijkenis
ambitieus
heel ijverig, proberen heel goed te zijn in iets
voorspoedig
gunstig, zoals je graag wil
zich verdienstelijk maken
zich nuttig maken
geteisterd
gedurende lange tijd schade toegebracht
integreren
opnemen in een groter geheel
inburgeren
(van nieuwkomers) de taal, cultuur, geschiedenis en regels leren van het land waar je komt wonen
frequent
dikwijls voorkomend, herhaaldelijk
geletterdheid
het kunnen lezen en schrijven
laaggeletterdheid
het moeite hebben met lezen en schrijven
editie
uitgave; bepaalde druk van een krant, boek of tijdschrift
stabiel
niet telkens veranderend
opfleuren
minder somber maken
bon ton (zijn)
in de mode (zijn)
problematisch
moeilijk op te lossen
relatief
in verhouding tot iets anders, afhankelijk van andere dingen