PDT: college 8 (deel 1)

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:10 PM on 1/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

28 Terms

1
New cards

Wat is hechting volgens Bowlby?

Hechting is een fundamentele psychologische behoefte aan een veilige emotionele band met een belangrijk persoon, meestal een ouder of verzorger.

2
New cards

Welke twee basisbehoeften moeten in hechting in balans worden gehouden?

Verbondenheid (nabijheid, troost en steun) en autonomie (de wereld zelfstandig verkennen).

3
New cards

Waarom blijft hechting een levenslange invloed hebben?

Omdat de zoektocht naar balans tussen verbondenheid en autonomie de sociale en emotionele ontwikkeling een leven lang beïnvloedt.

4
New cards

Wat is het hechtingssysteem?

Een aangeboren overlevingsmechanisme dat geactiveerd wordt bij stress, gevaar of verlies om veiligheid te herstellen via nabijheid tot een hechtingsfiguur.

5
New cards

Wat is de regulerende functie van het hechtingssysteem?

Troost van een hechtingsfiguur kalmeert het zenuwstelsel en helpt bij emotionele regulatie.

6
New cards

Wat wordt bedoeld met de voortdurende veiligheidsbehoefte van de mens?

De mens is voortdurend, vaak onbewust, op zoek naar veiligheid.

7
New cards

Welke rol speelt hechtingsgeschiedenis in latere relaties?

Vroege ervaringen bepalen of we makkelijk om hulp vragen, ons terugtrekken of anderen vertrouwen.

8
New cards

Waarom is veilige hechting cruciaal voor ontwikkeling?

Het biedt een veilige basis van waaruit het kind kan exploreren en bevordert veerkracht, zelfvertrouwen en gezonde relaties.

9
New cards

Wat zijn onbewuste innerlijke werkingsmodellen?

Verinnerlijkte, dynamische mentale representaties van relaties die ons gedrag en interpretaties sturen.

10
New cards

Hoe beïnvloeden innerlijke werkingsmodellen de interpretatie van sociale situaties?

Ze filteren informatie selectief zodat die past bij het bestaande model.

11
New cards

Wat wordt bedoeld met bevestigingsdrang?

De onbewuste neiging om innerlijke werkmodellen bevestigd te zien in interacties.

12
New cards

Wat is het doel van psychoanalytische behandeling bij werkingsmodellen?

Het opsporen, provoceren en bijstellen van onbewuste innerlijke werkingsmodellen.

13
New cards

Waarom richt de interventie zich op de primaire relatie?

Omdat daar de basale structuur van de persoonlijkheid is gevormd.

14
New cards

Wat onderzocht Ainsworth met de Vreemde Situatie?

Hechtingsstijlen bij kinderen: veilig, onveilig-vermijdend en onveilig-ambivalent.

15
New cards

Wat meet het Adult Attachment Interview (AAI)?

De staat van gehechtheid bij volwassenen via de coherentie van hun verhaal over de jeugd.

16
New cards

Wat kenmerkt de veilige/autonome hechtingsstijl in het AAI?

Een coherent, evenwichtig verhaal met geïntegreerde positieve en negatieve ervaringen.

17
New cards

Wat typeert de gepreoccupeerde hechtingsstijl bij volwassenen?

Emotionele vervlechting met het verleden, wijdlopige en onheldere verhalen met veel boosheid en verwarring.

18
New cards

Wat kenmerkt de vermijdende/afwijzende hechtingsstijl?

Minimaliseren van hechting, idealisatie of devaluatie van ouders en gebrek aan concrete herinneringen.

19
New cards

Wat wijst op een gedesorganiseerde/onopgeloste hechtingsstijl?

Incoherentie en logische breuken in het verhaal bij trauma of verlies.

20
New cards

Wat wordt bedoeld met holding of containment?

Het vermogen van de ouder om de angst en emoties van het kind te dragen en te reguleren.

21
New cards

Hoe ontstaat onveilige hechting volgens het opofferingsdilemma?

Het kind offert eigen behoeften op om nabijheid van een falende ouder te behouden.

22
New cards

Welke twee overlevingsstrategieën ontstaan bij onveilige hechting?

Opofferen van autonomie (gepreoccupeerd) of opofferen van intimiteit (vermijdend).

23
New cards

Wat is Sterns centrale visie op therapeutische verandering?

Verandering ontstaat via intersubjectief contact in het hier en nu.

24
New cards

Wat is het emergent self volgens Stern?

Een vroeg gevoel van voorspelbaarheid en continuïteit gebaseerd op terugkerende ervaringen.

25
New cards

Wat is affect attunement?

Emotionele afstemming waarbij de ouder reageert op wat het kind vanbinnen voelt.

26
New cards

Wat is een present moment in therapie?

Een doorleefde herbeleving van een vroegere ervaring in het hier en nu via impliciet geheugen.

27
New cards

Wat is het verschil tussen Kairos en Chronos?

Kairos is subjectieve, betekenisvolle tijd; Chronos is objectieve kloktijd.

28
New cards

Wat zijn moments of intersubjective meeting?

Processen van match, mismatch en repair die leiden tot therapeutische verandering