huid

0.0(0)
studied byStudied by 14 people
0.0(0)
call with kaiCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/94

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:30 PM on 1/4/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

95 Terms

1
New cards

Wat is de alternatieve naam voor onbehaarde huid en wat zijn twee typische locaties?

De dikke huid; handpalmen en voetzolen.

2
New cards

Welke twee kenmerken typeren de onbehaarde huid macroscopisch?

Een dikke epidermis en veel stevigheid.

3
New cards

Hoe wordt de epidermis histologisch geclassificeerd?

Als een verhoornend meerlagig plaveiselepitheel met vijf lagen.

4
New cards

Noem de vijf lagen van de epidermis in de dikke huid van diep naar oppervlakkig.

  1. Stratum basale, 2. Stratum spinosum, 3. Stratum granulosum, 4. Stratum lucidum, 5. Stratum corneum.
5
New cards

Welke laag is specifiek voor de dikke huid en ontbreekt in de dunne huid?

Het stratum lucidum (de extra heldere laag).

6
New cards

Wat is de activiteit van keratinocyten in het stratum basale?

Ze delen zich actief.

7
New cards

Wat bouwen keratinocyten op terwijl ze naar boven migreren?

Keratinefilamenten.

8
New cards

Wat wordt er specifiek gevormd in het stratum granulosum?

Hoornkorrels.

9
New cards

Hoe zien de cellen in het stratum corneum eruit en wat is hun lot?

Het zijn platte, afgeplatte, keratine-gevulde cellen die uiteindelijk desquameren (afschilferen).

10
New cards

Wat is de positie van de dermis ten opzichte van de epidermis?

Het is de bindweefsellaag direct onder de epidermis.

11
New cards

Wat is de samenstelling van de dermis qua vezels?

Dicht, onregelmatig gerangschikt collageen (voornamelijk type I) en elastische vezels.

12
New cards

Welke cellen bevinden zich in de dermis?

Fibroblasten, mestcellen en andere bindweefselcellen.

13
New cards

Naast cellen en vezels, wat bevat de dermis nog meer?

Een uitgebreid netwerk van bloedvaten en zenuwen.

14
New cards

In welke twee lagen is de dermis onderverdeeld?

De oppervlakkige papillaire laag en de dieper gelegen reticulaire laag.

15
New cards

Wat zijn de kenmerken van de papillaire laag?

Fijne collageenvezels en bloedvatjes dicht onder de epidermis.

16
New cards

Wat typeert de reticulaire laag?

Dikke collageenbundels.

17
New cards

Wat zijn bindweefselpapillen en epidermale richels?

Bindweefselpapillen zijn instulpingen van de dermis in de epidermis; epidermale richels (kammen) zijn instulpingen van de epidermis in de dermis.

18
New cards

Wat is de functie van het golvende grensvlak tussen dermis en epidermis?

Het zorgt voor een stevige hechting tussen beide lagen.

19
New cards

Wat zijn de twee hoofdfuncties van de dermis voor de epidermis?

Het geven van mechanische sterkte en voeding via bloedvaten.

20
New cards

Wat is de alternatieve naam voor de hypodermis en waaruit bestaat deze?

Subcutis; bestaande uit losmazig bindweefsel met veel vet.

21
New cards

Hoe wordt het vetkussen in de hypodermis genoemd?

Panniculus adiposus.

22
New cards

Wat zijn de twee functies van de hypodermis?

Isolatie tegen kou en het beweeglijk maken van de huid ten opzichte van onderliggend weefsel.

23
New cards

Welke adnexen ontbreken in de onbehaarde huid?

Haarfollikels, arrector-pili-spiertjes, talgklieren en apocriene zweetklieren.

24
New cards

Waarom zijn eccriene zweetklieren belangrijk in de onbehaarde huid?

Voor thermoregulatie door zweet af te scheiden via het dikke huidoppervlak.

25
New cards

Wat zijn de vier celtypen in de epidermis?

Keratinocyten, melanocyten, Langerhans-cellen en Merkel-cellen.

26
New cards

Welk percentage van de epidermiscellen zijn keratinocyten?

Ongeveer 90–95%.

27
New cards

Hoe zijn keratinocyten onderling verbonden?

Via desmosomen.

28
New cards

Wat zijn tonofilamenten?

Keratinevezels die keratinocyten opbouwen.

29
New cards

Hoe zien de keratinocyten eruit in het stratum spinosum?

Het zijn polygonale cellen met intercellulaire bruggetjes.

30
New cards

Wat is de functie van keratinocyten?

Ze vormen de belangrijkste mechanische barrière en produceren keratine.

31
New cards

Wat zijn melanocyten en waar liggen ze?

Pigmentvormende cellen in het stratum basale.

32
New cards

Hoe hechten melanocyten aan het basale membraan?

Via hemidesmosomen.

33
New cards

Welk enzym gebruiken melanocyten voor pigmentvorming?

Tyrosinase.

34
New cards

Hoe bereikt pigment de omringende huidcellen?

Melanosomen worden via de dendritische uitlopers van de melanocyt in de aanpalende keratinocyten gebracht.

35
New cards

Wat zijn Langerhans-cellen en waar bevinden ze zich?

Dendritische immuuncellen in het stratum spinosum.

36
New cards

Welke specifieke structuren bevatten Langerhans-cellen?

Birbeck-granules (bleekrode structuurtjes).

37
New cards

Wat is de herkomst van Langerhans-cellen?

Mesenchymale (histiocytaire) oorsprong.

38
New cards

Wat is de functie van Langerhans-cellen?

Antigeen-presenterende cellen die na opname van ziekteverwekkers T-lymfocyten in lymfeklieren activeren.

39
New cards

Wat is de functie van Merkel-cellen en waar liggen ze?

Sensorische receptoren voor lichte aanraking/druk in het stratum basale.

40
New cards

Hoe zien Merkel-cellen er microscopisch uit?

Ze lijken op keratinocyten maar bevatten kleine elektrondichte granula en maken contact met een zenuwuiteinde.

41
New cards

Wat is de dichtheid van melanocyten in de huid?

Ongeveer 600–1200 per mm^2.

42
New cards

Noem twee locaties waar melanocyten relatief minder voorkomen.

Handpalmen en voetzolen.

43
New cards

Waar in de haarstructuur vind je melanocyten?

In de haarwortels.

44
New cards

Wat zijn melanosomen?

Gespecialiseerde lysosoomachtige organellen die gevuld worden met melanine.

45
New cards

Hoe onderscheid je een melanocyt histologisch van een keratinocyt?

Onregelmatig gevormde kern en afwezigheid van keratinefilamenten.

46
New cards

Wat is het startaminozuur voor melanogenese?

Tyrosine.

47
New cards

Beschrijf de tussenstappen van melaninevorming.

Tyrosine → dopa → dopaquinon → melanine.

48
New cards

Wat is het verschil tussen eumelanine en feomelanine?

Eumelanine is donkerbruin/zwart; feomelanine is roodgeel.

49
New cards

Wat zijn de vier stadia van melanosomen?

Stadia I–IV.

50
New cards

Waarom plaatsen keratinocyten pigmentkorrels boven de kern?

Om het DNA te beschermen tegen UV-straling (natuurlijke zonnebrandcrème).

51
New cards

Wat is de embryonale herkomst en migratieperiode van melanocyten?

Neurale lijst; ze migreren in de 12–14e week de epidermis binnen.

52
New cards

Wat is een epidermale melanine-eenheid?

Een groep keratinocyten waaraan één melanocyt pigment levert.

53
New cards

Wat zijn de drie hoofdtypen exocriene klieren in de huid?

Talgklieren, eccriene zweetklieren en apocriene zweetklieren.

54
New cards

Wat is de secretiewijze van talgklieren?

Holocrien.

55
New cards

Waar monden talgklieren meestal in uit?

Een haarfollikel.

56
New cards

Noem vier plekken waar vrije talgklieren voorkomen.

Tepelhof, glans penis/clitoris, lippenrode en rond de anus.

57
New cards

Wat zijn acini in een talgklier?

Bolvormige eindstukken waar cellen delen en differentiëren.

58
New cards

Wat zijn onverhoornde pré-sébocyten?

Basale delende cellen in de acini.

59
New cards

Wat gebeurt er tijdens de differentiatie van een sebocyt?

De cel vult zich met triglyceriden/lipiden, de kern krimpt en de cel valt uiteen.

60
New cards

Wat is de samenstelling van talg (sebum)?

Triglyceriden, vrije vetzuren en cholesterolesters.

61
New cards

Wat zijn de drie functies van talg?

Smeren van huid/haar (hydrofobe barrière), voorkomen van uitdroging en remmen van bacteriële groei.

62
New cards

Welke hormonen verhogen de talgproductie?

Androgenen.

63
New cards

Beschrijf de structuur van een eccriene zweetklier.

Onvertakt, sterk gekronkeld buisvormig (merocrien) met een diepe secretie-eenheid en afvoergang.

64
New cards

Wat zijn de twee cellagen in het secretie-endstuk van een eccriene klier?

Donkere cellen (ruw ER, secretiegranules) en lichte cellen (mitochondriën, ionentransport).

65
New cards

Wat is de functie van myo-epitheelcellen in zweetklieren?

Ze zijn contractiel en liggen om het secretie-eindstuk.

66
New cards

Welk type epitheel vormt de afvoergang van de eccriene klier?

Tweelagig kubisch epitheel.

67
New cards

Waarom is eindzweet hypotoon?

Omdat Na+ en Cl− in de afvoergang worden geherabsorbeerd.

68
New cards

Noem twee afvalstoffen in zweet.

Ureum en melkzuur.

69
New cards

Hoe worden eccriene klieren geactiveerd?

Warmte en cholinerge (acetylcholine) stimuli.

70
New cards

Waar bevinden apocriene zweetklieren zich?

Oksels, rond de anus, tepels en genitale regio.

71
New cards

Waarin verschilt het lumen van apocriene klieren van eccriene?

Het lumen is wijder.

72
New cards

Waar monden apocriene klieren uit?

In haarfollikels.

73
New cards

Wat is het afscheidingsproduct van apocriene klieren?

Stroperig, melkachtig vocht met eiwitten en lipiden.

74
New cards

Hoe ontstaat de lichaamsgeur bij apocriene klieren?

Bacteriën breken het reukloze vocht af tot vluchtige vetzuren.

75
New cards

Wat is de functie en innervatie van apocriene klieren?

Sociaal/seksueel gedrag en stressrespons; adrenerge (sympathische) vezels.

76
New cards

Waarom is de naam 'apocrien' eigenlijk foutief?

Omdat ze ook merocrien zijn (geen celblaasje afgesnoerd).

77
New cards

Waaruit ontwikkelen haren zich?

Uit instulpingen van de epidermis in de dermis.

78
New cards

Wat is de bulbus?

Het verdikte uiteinde van de haarfollikel.

79
New cards

Wat bevindt zich in de bulbus en wat is de functie?

De bindweefselpapil met capillairen die de haarmatrix voedt.

80
New cards

Wat is de haarmatrix?

De delende en differentiërende cellagen boven de papil.

81
New cards

Noem de drie lagen van de haarschacht (caput pili) van binnen naar buiten.

Haarmerg (medulla), haarcortex en haarcuticula.

82
New cards

Wat is de haarcortex?

Concentrische laag vezelachtige cellen; bevat de meeste keratine en pigment.

83
New cards

Wat is de haarcuticula?

De buitenste laag van platte, schubvormige hoornplaten.

84
New cards

Wat zijn de twee wortelscheden?

Inwendige wortelschede (verhoornt/degenereert bij de talgklier) en uitwendige wortelschede (continu met de epidermis).

85
New cards

Wat is de glasmembraan?

Een verdikte basaalmembraan tussen follikel en dermis.

86
New cards

Wat is de musculus arrector pili?

Een bundeltje glad spierweefsel dat haar rechtzet (kippenvel) en helpt bij talgafvoer.

87
New cards

Hoe ontstaat rood haar?

Door een toename van feomelanine.

88
New cards

Wat is de nagelmatrix?

De wortel onder de huidplooi (eponychium) waar nagelplaatcellen ontstaan.

89
New cards

Wat is de lunula?

De zichtbare witte halve maan aan de basis van de nagel.

90
New cards

Waaruit bestaat de nagelplaat?

Vele lagen compacte, harde keratine-cellen zonder kern.

91
New cards

Wat is de groeisnelheid van de nagel?

Ongeveer 0,1–0,2 mm per dag.

92
New cards

Welke lagen van de epidermis bevat het nagelbed?

Alleen stratum basale en stratum spinosum.

93
New cards

Waarom is de nagel roze?

Door bindweefselpapillen met capillairen in het nagelbed.

94
New cards

Wat is het eponychium?

De nagelriem (proximale huidplooi) die kiemen buiten houdt.

95
New cards

Wat is het hyponychium?

Het verhoornd epitheel onder de vrije distale rand van de nagel.