1/118
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
de achternaam
le nom de famille
heten
s'appeler
een identiteitskaart
une carte d'identité
een naam
un nom
een voornaam
un prénom
een adres
une adresse
een appartement, flat
un appartement
wonen bij iemand
habiter chez quelqu'un
een boerderijtje
une fermette
een boulevard, laan
un boulevard
op het platteland
à la campagne
een domicilie, woonplaats
un domicile
een dorp
un village
een flatgebouw, pand
un immeuble
een gebouw
un bâtiment
een huis
une maison
huren
louer
een kasteel
un château
kopen
acheter
een laan
une avenue
een land
un pays
leven, wonen
vivre
de voorstad
la banlieue
een stad
une ville
in de stad
en ville
een straat
une rue
een studio, eenkamerflat
un studio
verhuizen
déménager
een villa
une villa
wonen in (+stad of dorp)
habiter à (+ville ou village)
wonen in (+straat of laan)
habiter / (+rue ou avenue)
In welke stad woon je?
Tu habites dans quelle ville?
In welke stad woon je?
Dans quelle ville est-ce que tu habites?
een gsm
un GSM
een sms'je sturen naar iemand
envoyer un SMS/un texte à quelqu'un
het zonenummer (telefoon)
le préfixe; l'indicatif de la zone (m)
het landnummer (telefoon)
l'indicatif du pays (m)
iemand opbellen
appeler quelqu'un
telefoneren naar iemand, opbellen
téléphoner à quelqu'un
het telefoonnummer
le numéro de téléphone
iemand terugbellen
rappeler quelqu'un
de dood
la mort
een geboorte
une naissance
de geboortedatum
la date de naissance
de geboorteplaats
le lieu de naissance
geboren worden
naître
leven
vivre
een leven
une vie
sterven
mourir
een baby, zuigeling
un bébé
bejaard, oud
âgé(e)
de jeugd, jongelui
les jeunes (m) ; la jeunesse
de oudste, eerstgeborene
l'aîné(e)
een kind
un(e) enfant
een leeftijd
un âge
meerderjarig
majeur(e)
minderjarig
mineur(e)
Hoe oud bent u?
Quel âge avez-vous?
een verjaardag
un anniversaire
een volwassene
un(e) adulte
10 jaar (oud) zijn
avoir 10 ans
een dame, mevrouw
une dame
dames (aanspreking)
Mesdames
een heer
un monsieur
Heren (aanspreking)
Messieurs (MM.)
juffrouw (aanspreking)
Mademoiselle (Mlle)
een juffrouw
une demoiselle, une jeune fille
juffrouwen (aanspreking)
Mesdemoiselles
Mevrouw (aanspreking)
Madame (Mme)
Mijnheer (aanspreking)
Monsieur (M.)
de sekse, het geslacht
le sexe
een moeder
une mère
een vader
un père
een broer
un frère
een zus
une sœur
een meisje, dochter
une fille
een zoon
un fils
een jongen
un garçon
een man
un homme
de echtgenoten (man & vrouw)
les époux (m)
een echtgenote, vrouw
une femme
een echtgenoot, man
un mari
een familie
une famille
gescheiden (niet meer gehuwd)
divorcé(e)
getrouwd, gehuwd
marié(e)
een gezin (man, vrouw + evt. kinderen)
un ménage
een grootmoeder, oma
une grand-mère
de grootouders
les grands-parents (m.)
een grootvader, opa
un grand-père
een huwelijk
un mariage
de kleinkinderen
les petits-enfants (m.)
een neef (zoon van oom of tante)
un cousin
een nicht (dochter van oom of tante)
une cousine
een neef (zoon van zus/broer)
un neveu
een nicht (dochter van zus/broer)
une nièce
een ongehuwde, vrijgezel
un(e) célibataire
de ouders
les parents (m.)
Een ouder, familielid
un parent
een schoonbroer
un beau-frère
de schoonouders
les beaux-parents (m)