Kaarten: 4.4 se présenter | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/118

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:16 AM on 10/15/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

119 Terms

1
New cards

de achternaam

le nom de famille

2
New cards

heten

s'appeler

3
New cards

een identiteitskaart

une carte d'identité

4
New cards

een naam

un nom

5
New cards

een voornaam

un prénom

6
New cards

een adres

une adresse

7
New cards

een appartement, flat

un appartement

8
New cards

wonen bij iemand

habiter chez quelqu'un

9
New cards

een boerderijtje

une fermette

10
New cards

een boulevard, laan

un boulevard

11
New cards

op het platteland

à la campagne

12
New cards

een domicilie, woonplaats

un domicile

13
New cards

een dorp

un village

14
New cards

een flatgebouw, pand

un immeuble

15
New cards

een gebouw

un bâtiment

16
New cards

een huis

une maison

17
New cards

huren

louer

18
New cards

een kasteel

un château

19
New cards

kopen

acheter

20
New cards

een laan

une avenue

21
New cards

een land

un pays

22
New cards

leven, wonen

vivre

23
New cards

de voorstad

la banlieue

24
New cards

een stad

une ville

25
New cards

in de stad

en ville

26
New cards

een straat

une rue

27
New cards

een studio, eenkamerflat

un studio

28
New cards

verhuizen

déménager

29
New cards

een villa

une villa

30
New cards

wonen in (+stad of dorp)

habiter à (+ville ou village)

31
New cards

wonen in (+straat of laan)

habiter / (+rue ou avenue)

32
New cards

In welke stad woon je?

Tu habites dans quelle ville?

33
New cards

In welke stad woon je?

Dans quelle ville est-ce que tu habites?

34
New cards

een gsm

un GSM

35
New cards

een sms'je sturen naar iemand

envoyer un SMS/un texte à quelqu'un

36
New cards

het zonenummer (telefoon)

le préfixe; l'indicatif de la zone (m)

37
New cards

het landnummer (telefoon)

l'indicatif du pays (m)

38
New cards

iemand opbellen

appeler quelqu'un

39
New cards

telefoneren naar iemand, opbellen

téléphoner à quelqu'un

40
New cards

het telefoonnummer

le numéro de téléphone

41
New cards

iemand terugbellen

rappeler quelqu'un

42
New cards

de dood

la mort

43
New cards

een geboorte

une naissance

44
New cards

de geboortedatum

la date de naissance

45
New cards

de geboorteplaats

le lieu de naissance

46
New cards

geboren worden

naître

47
New cards

leven

vivre

48
New cards

een leven

une vie

49
New cards

sterven

mourir

50
New cards

een baby, zuigeling

un bébé

51
New cards

bejaard, oud

âgé(e)

52
New cards

de jeugd, jongelui

les jeunes (m) ; la jeunesse

53
New cards

de oudste, eerstgeborene

l'aîné(e)

54
New cards

een kind

un(e) enfant

55
New cards

een leeftijd

un âge

56
New cards

meerderjarig

majeur(e)

57
New cards

minderjarig

mineur(e)

58
New cards

Hoe oud bent u?

Quel âge avez-vous?

59
New cards

een verjaardag

un anniversaire

60
New cards

een volwassene

un(e) adulte

61
New cards

10 jaar (oud) zijn

avoir 10 ans

62
New cards

een dame, mevrouw

une dame

63
New cards

dames (aanspreking)

Mesdames

64
New cards

een heer

un monsieur

65
New cards

Heren (aanspreking)

Messieurs (MM.)

66
New cards

juffrouw (aanspreking)

Mademoiselle (Mlle)

67
New cards

een juffrouw

une demoiselle, une jeune fille

68
New cards

juffrouwen (aanspreking)

Mesdemoiselles

69
New cards

Mevrouw (aanspreking)

Madame (Mme)

70
New cards

Mijnheer (aanspreking)

Monsieur (M.)

71
New cards

de sekse, het geslacht

le sexe

72
New cards

een moeder

une mère

73
New cards

een vader

un père

74
New cards

een broer

un frère

75
New cards

een zus

une sœur

76
New cards

een meisje, dochter

une fille

77
New cards

een zoon

un fils

78
New cards

een jongen

un garçon

79
New cards

een man

un homme

80
New cards

de echtgenoten (man & vrouw)

les époux (m)

81
New cards

een echtgenote, vrouw

une femme

82
New cards

een echtgenoot, man

un mari

83
New cards

een familie

une famille

84
New cards

gescheiden (niet meer gehuwd)

divorcé(e)

85
New cards

getrouwd, gehuwd

marié(e)

86
New cards

een gezin (man, vrouw + evt. kinderen)

un ménage

87
New cards

een grootmoeder, oma

une grand-mère

88
New cards

de grootouders

les grands-parents (m.)

89
New cards

een grootvader, opa

un grand-père

90
New cards

een huwelijk

un mariage

91
New cards

de kleinkinderen

les petits-enfants (m.)

92
New cards

een neef (zoon van oom of tante)

un cousin

93
New cards

een nicht (dochter van oom of tante)

une cousine

94
New cards

een neef (zoon van zus/broer)

un neveu

95
New cards

een nicht (dochter van zus/broer)

une nièce

96
New cards

een ongehuwde, vrijgezel

un(e) célibataire

97
New cards

de ouders

les parents (m.)

98
New cards

Een ouder, familielid

un parent

99
New cards

een schoonbroer

un beau-frère

100
New cards

de schoonouders

les beaux-parents (m)