1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
3 invloeden op de geschiedenis van een organisme
3 invloeden op de geschiedenis van een organisme
genetische effecten (pop en soort versch)
epigenetica
priximale influences tijdens leven (bijv inname moeder op borstvoeding)
verschillen tussen soorten en populaties (eerst bespreken) :
1. Wat is Life History Theory?
kernidee
Life history traits
onderdelen adhv rups
activiteiten
Kernidee:
Een levensgeschiedenis is het schema van groei, voortplanting en veroudering (inclusief dood) van een organisme.
Life history traits zijn gerelateerd aan de timing en het voorkomen van deze belangrijke levensloopgebeurtenissen.
Sommige levenscycluskenmerken zijn van toepassing op alle soorten (bijv. onderhoud); andere slechts op een deel van de soorten.
(vb soorten 1 nakomelingen worp, dan dood, bij andere meerdere, vragen stellen over tijd ertussen)
onderdelen van life history traits
rups ; hoe snel groeit die, leeftijd volwassen, kwaliteit (fitness), niet alleen hoeveel nakomelingen > ook wat ze mee krijgen van hun ouders, ouderlijke investering
Activiteiten
Organismen hebben beperkte tijd & energie ā moeten keuzes maken hoe ze dit verdelen over:
Groei (body, hersenen)
Onderhoud (gezondheid, herstel)
Reproductie (kinderen krijgen/opvoeden)
Belangrijk:
Deze keuzes beĆÆnvloeden fitness (overleving + voortplanting)
Geen bewuste keuzes ā evolutionair gevormd

Trade-offs (HEEL BELANGRIJK)
definitie
voorbeelden
Definitie:
Meer investeren in A = minder in B
trade offs : kosten voor de fitheid die worden betaald wanneer een gunstige verandering in ƩƩn eigenschap gekoppeld is aan een nadelige verandering in een andere
⢠trade offs tussen activiteiten voorkomen dat ze tegelijkertijd worden gemaximaliseerd en kunnen zich voordoen binnen en tussen levensfasen
Voorbeelden:
Overleving vs reproductie
Veel kinderen vs kwaliteit van kinderen
Groei vs voortplanting
En wat adaptief is voor de ouder om te doen, dat hangt van allerlei factoren in de omgeving af
trade off 2 types
2 types:
Resource trade-offs
Energie is beperkt
bv: meer afweer ā minder reproductie
100 euro, in hermes ; niks meer voor apple
Functional trade-offs
Eigenschap A maakt B minder nodig of minder effectief
bv: sterke verdediging ā minder mobiliteit nodig
bijv helmpje helpt tegen predatoren maar zwaaarder > minder goed zwemmen
Life-history strategy
voorbeeld
⢠Een life-history strategy is een specifieke en gecoördineerde manier om tijd en energie te verdelen over verschillende activiteiten
⢠bijv. ā nakomelingen en ā ouderlijke investering
⢠'maximaliseert' de inclusieve fitness in een gegeven ecologie
⢠impliceert geen bewuste afweging
Dus wat je verwacht is dat die live history traits niet helemaal onafhankelijk zijn van elkaar,
bij deze soort is het zo dat ze heel veel nakomelingen produceren dan. Ā» dan zullen ze wel een life history strategie hebben waarbij ze bijvoorbeeld relatief weinig ouderlijke investering per nakomeling doen.
inclusive fitness

Fast vs Slow life histories
continuum
vb
š° Fast (r-selected)
Vroege reproductie
Veel nakomelingen
Weinig investering per kind
Korte levensduur
hoge mortaliteit
populatie grootte - varieert
klimaat - varieert
š Ontstaat in:
Onveilige / onvoorspelbare omgevingen
Ā
š¢ Slow (K-selected)
Late reproductie
Weinig kinderen
Veel investering per kind
Lange levensduur
lage mortaliteit
populatie grootte - constant
climaat - stabiel
š Ontstaat in:
Veilige / stabiele omgevingen
Ā
š” Belangrijk inzicht:
Het is een continuüm (fast ā slow), geen zwart-wit categorie
zijn ook dieren die ertussen liggen bijv schildpaden
opossoms ; vertonen slower life histories op eilanden met minder predatoren dan eilanden met veel nakomelingen
tasmanian : faster, omdat latere leeftijd kinderen ; mortaliteit verhoogt
molrat : verouderen niet door laatste stukje dna vervangen
chernobyl kernramp wolven nu ; zelden kanker

Mensen & de ācognitive nicheā
gevolg
relatief lang onvolwassen
veel leren = cognitieve niche
Mensen hebben:
Lange kindertijd
Grote hersenen
Veel leren nodig
leren van elkaar en door onszelf (erg extreem)
š Waarom?
Complexe omgeving (jagen, tools, sociale kennis)
kinderen in bepaalde omgevingen kunnen al 4-5-6 jarige leeftijd volledig eten vangen of met manchettes omgaan
Gevolg:
veel niches bevolken (blessing en curse)
āSlowā strategie
Veel investering in leren

de cognitieve niche vergelijking met apen
voedsel
interessante studie jagen
kijkt breedte dieet van chimpansees eten aantal aapsoorten, vogelsoorten,
veel minder generalistisch dan de mens
heel breed
maakt dat we veel plekken kunnen wonen
interessante studie ; sjamanen in bolivia ; jagen
leeftijd meer kcal produceren, dan consumeren?
mannen rond de 40 beste jagers
kracht piek 20 jaar
higher return rate = sterke + kracht

menopauze + hypothese
niet meer zelf nakomelingen kunnen produceren, wel nog doorleven
bij veel dieren is dit niet
is dat een designfeature?
res van natuurlijke selectie?
zo ja wat waren dan de selectie druk?
functie van het doorleven?
Ā
šµ Grandmother hypothesis
Post-reproductieve vrouwen helpen kleinkinderen
ā verhoogt inclusive fitness
mogelijk ; ouder kans gezonde nakomeling af, kan reden zijn
menopauze whales
waarom adaptief ; grootouders hebben kennis niet aanwezig bij andere volwassenen

Take aways
⢠Life-history research examines how organisms balance allocation of finite resources across different activities
⢠r-selected species have āfasterā life histories and are more likely to evolve in harsh and unpredictable environments
⢠K-selected species have āslowerā life histories and are more likely to evolve in safe and stable environments
Individuele verschillen (plasticiteit)
fenotypische plasticiteit
hypothese (allergie)
rol van vroege omgeving
belangrijke kritiek
š Niet alleen soorten verschillen, maar ook individuen!
š§ Phenotypic plasticity
Zelfde genotype ā andere uitkomst afhankelijk van omgeving
hypothese :
dat dat je lichaam eigenlijk aanpast op basis van de blootstelling die je meekrijgt.
Als je heel steriel opgroeit, Ā» ik hoef me eigenlijk nergens voor te wapenen, want het komt niet voor.
een evolutionary theorie van socialisatie : (belsky)
deels fast slow ideen toegepast op individuele verschillen!
š¶ Rol van vroege omgeving (Belsky)
misschien door ouderzorg, ouders in een omgeving bent waarin te weinig resources zaijn en waarin gevaar is dat de ouders op een andere manier zich verhouden tot kinderen dan in de omgeving waar er genoeg resources zijn,
kind ontwikkeling adaptaties voor brede omgeving Ā» sneller volwassen worden
Kinderen leren:
Hoe betrouwbaar de wereld is
Of mensen te vertrouwen zijn
Of resources stabiel zijn
š Dit beĆÆnvloedt hun latere strategie (fast vs slow)
Ā neurobiologisch maturatie - bewijs voor bepaalde kenmerken
ā Belangrijke kritiek (tentamen!!)
cross cultureel Ā» Weinig bewijs voor ƩƩn duidelijke fastāslow schaal
Trade-offs moeilijk aan te tonen bij mensen
idee dat je je vroege levenservaringen gebruikt om je langetermijn ontwikkeling te beinvloeden en dat dat adaptief zou zijn, mathematische modellen laten zien dat het heel vaak niet zo is, dus er zijn ook theoretische kritieken

Individuele verschillen (plasticiteit)
fenotypische plasticiteit
Zelfde genotype ā verschillende uitkomsten afhankelijk van de omgeving.
Hypothese: het lichaam past zich aan op basis van blootstelling en omgeving.
Voorbeeld: een steriele omgeving ā minder noodzaak om immuunsysteem āvoor te bereidenā.
proximale invloeden
Rol van vroege omgeving (Belsky)
neurobiologische maturatie
Vroege ervaringen beïnvloeden ontwikkelingsstrategieën.
Ouderzorg en omgeving spelen hierbij een rol:
Bij weinig resources of gevaar ā ouders gedragen zich anders ā kind past zich aan.
Adaptaties: kinderen ontwikkelen strategieƫn die passen bij hun omgeving, bv.:
Sneller volwassen worden in onstabiele omgevingen.
Leren hoe betrouwbaar mensen en resources zijn.
Resultaat: beïnvloedt latere strategieën (fast vs slow life history).
Neurobiologische maturatie
Er is bewijs dat vroege ervaringen bepaalde kenmerken en maturatie beĆÆnvloeden.
Belangrijke kritiek (tentamen!) belsky
Cross-cultureel: weinig bewijs voor ƩƩn universele fastāslow schaal.
Trade-offs moeilijk te demonstreren bij mensen.
Theorie: vroege ervaringen sturen langetermijnontwikkeling adaptief.
Maar wiskundige modellen laten zien dat dit vaak niet adaptief hoeft te zijn.
demographic transition
hoge geboorte en sterfte aantallen in babytijd
lage sterfte en geboorte getallen

trade offs visible
wanneer wel visible ?
no trade offs visible : variatie in acquisitie, equal allocation
variatie in acquisitiem variatie in allocation
startpunt is anders

Ā Predictive Adaptive Responses (PAR)
definitie
hoe werkt het
2 types
Definitie:
Organisme gebruikt vroege signalen (informatie in het heden) om toekomst te voorspellen en past zich daarop aan
eis is dat er een correlatie is tussen de wereld nu en de wereld later
vb nu cues wereld gevaarlijik, reproductieve ontwikkeling versnellen, auto correlatie hoog is (in de toekomst)
wheather forecast
š§ Hoe werkt het?
Je krijgt cues (bv stress, armoede)
Je voorspelt toekomstige omgeving
Je past je ontwikkeling aan
Ā
2 types:
1. External PAR
Vroege omgeving voorspelt latere omgeving
bv: stressvolle jeugd ā fast strategie
ā Cruciaal:
PAR werkt alleen als:
š vroege omgeving ā latere omgeving
Ā

2. Internal PAR alternatief
adaptief?
geen voorspellende waarde over toekomst omgeving
Vroege schade ā lichaam slechter ā kortere levensduur
NIET per se adaptief
Ā

Sensitive periods
definitie
critical period
waar zie je dit?
waarom niet altijd plastisch?
wanneer ontstaan sensitve periods?
Definitie:
Periodes waarin de impact van ervaring op fenotype extra veel invloed (dus meer plastisch?
Ā
š„ Critical period (extreem geval)
Alleen in specifieke periode mogelijk
Onomkeerbaar
Ā
wanneer komt dit voor
verschilt in de ontwikkeling
verschil tussen soorten
verschil tussen individuen
verschil binnen individu
oa physiological mechanismes
evolutie van sensitieve periodes
evolutie sensitieve periode ; Afhankelijk van:
Beschikbaarheid van informatie (cues)
Hoe informatief die cues zijn
Kosten van plasticiteit
Voordeel van aanpassen
š§ Waarom niet altijd plastic?
Plasticiteit kost:
Energie
Tijd
Risico
š Daarom alleen in bepaalde periodes
