1/34
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
neerslaan
abattre
ontvangen
accueillir
verwerven
acquérir
slaan, verslaan
battre
vechten, strijden
se battre
besluiten
conclure
overtuigen
convaincre
plukken
ceillir
debatteren
débattre
zich verzetten
se débattre
niet aanstaan
déplaire
oplossen in een vloeistof, ontbinden, dissociëren
dissoudre
ontroeren
Ă©mouvoir
wegvluchten
s'enfuir
uitsluiten
exclure
moeten
falloir
vluchten
fuir
haten
haĂŻr
omvatten, opnemen, insluiten
inclure
onderbreken
interrompre
geboren worden
naitre
(elkaar) aanstaan
plaire (se)
regenen
pleuvoir
achtervolgen
poursuivre
bevorderen, promoten
promouvoir
opvangen
recueillir
eisen
requérir
oplossen
résourdre
breken
rompre
volstaan
suffire
volgen
suivre
verzwijgen
taire
zwijgen
se taire
overwinnen
vaincre
waard zijn
valoir