JAL - HC 6 KERNBEGRIPPEN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/61

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:20 PM on 3/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

62 Terms

1
New cards

Argumentatie

Een complexe taalhandeling met als specifiek communicatief doel het oplossen van een meningsverschil.

2
New cards

Deugdelijk argumenteren

Het op een correcte manier verdedigen van een stelling, waarbij wordt voldaan aan drie voorwaarden: aanvaardbare premissen, geldige/plausibele redeneringen en naleving van de tien discussieregels.

3
New cards

Protagonist

De persoon die een stelling naar voren brengt en deze moet verdedigen wanneer daarom wordt gevraagd (draagt de bewijslast).

4
New cards

Antagonist

De persoon die twijfel uit of kritiek levert op de stelling van de protagonist.

5
New cards

Pragma-dialectische theorie

Een normatieve theorie die argumentatie beschouwt als een complexe taalhandeling met als doel het oplossen van een meningsverschil, en die een kader biedt om argumentatieve gedachtewisselingen te beoordelen aan de hand van tien regels.

6
New cards

Presumptiebeginsel

Het principe dat de status quo (de bestaande situatie) vermoedelijk correct is. In geval van conflicterende stellingen rust de bewijslast op de uitdager (degene die de verandering wil).

7
New cards

Enthymeem

Een redenering waarin niet alle premissen expliciet worden vermeld; er wordt een premisse verzwegen.

8
New cards

Vrijheidsregel

Regel 1: Niemand mag zijn gesprekspartner beletten een andere stelling te verdedigen. Iedereen moet vrijuit kunnen spreken.

9
New cards

Bewijslastregel

Regel 2: Wie een stelling poneert (de protagonist), moet die verdedigen als daarom wordt gevraagd.

10
New cards

Standpuntregel

Regel 3: Een aanval moet gericht zijn op de stelling die de andere partij daadwerkelijk naar voren heeft gebracht.

11
New cards

Relevantieregel

Regel 4: Je mag je stelling alleen onderbouwen met argumenten die relevant zijn voor die stelling.

12
New cards

Verzwegen-premisseregel

Regel 5: Men mag geen verantwoordelijkheid ontkennen voor een premisse die men impliciet heeft gelaten, en mag ook niet ten onrechte een verzwegen premisse aan de gesprekspartner toeschrijven.

13
New cards

Uitgangspuntregel

Regel 6: Je moet je argumentatie baseren op uitgangspunten die beide partijen aanvaarden.

14
New cards

Geldigheidsregel

Regel 7: Als je deductief redeneert, moet die redenering geldig zijn (of geldig gemaakt kunnen worden door verzwegen premissen te expliciteren). Bij andere redeneringen is plausibiliteit vereist.

15
New cards

Argumentatieschemaregel

Regel 8: De overgang van onderbouwing naar stelling moet via een weg gebeuren die aanvaardbaar is voor je gesprekspartner (via een aanvaardbaar argumentatieschema).

16
New cards

Afsluitingsregel

Regel 9: Men moet bereid zijn de uitkomst van de discussie te aanvaarden.

17
New cards

Helderheidsregel

Regel 10: Gebruik geen onduidelijke of dubbelzinnige formuleringen en interpreteer formuleringen van de andere partij zo accuraat mogelijk.

18
New cards

Welwillendheidsprincipe

Het principe dat je, wanneer een gesprekspartner zich dubbelzinnig uitdrukt, diens bewoordingen welwillend moet proberen te begrijpen.

19
New cards

Argumentum ad hominem

Een persoonlijke aanval waarbij men de stelling bekritiseert door de persoon van de steller aan te vallen (beledigend, omstandigheids- of inconsistentievariant). Schendt de vrijheidsregel wanneer onterecht.

20
New cards

Argumentum ad baculum

Een argument waarbij men een stelling probeert af te dwingen door te verwijzen naar een dreiging of nadelige gevolgen voor de tegenpartij ("met de stok").

21
New cards

Argumentum ad misericordiam

Een argument waarbij men inspeelt op het medelijden van de deelnemer om deze zijn stelling te laten varen.

22
New cards

Stroman-argument

Het vervormen van andermans stelling tot een karikatuur (een "man van stro") om deze gemakkelijker te kunnen weerleggen. Schendt de standpuntregel.

23
New cards

Ignoratio elenchi

Een afleidingsmanoeuvre waarbij men een ander onderwerp ter sprake brengt en het debat een andere richting uitstuurt. Letterlijk: "ontwetendheid van wat moet worden weerlegd". Schendt de relevantieregel.

24
New cards

Rode haring

Synoniem voor ignoratio elenchi: een irrelevante afleiding in een discussie.

25
New cards

Genetische drogreden

Een specifieke vorm van de omstandigheidsvariant van het argumentum ad hominem, waarbij men een stelling enkel beoordeelt op basis van de oorsprong of herkomst van de steller.

26
New cards

Tu quoque-drogreden

De inconsistentievariant van het argumentum ad hominem, waarbij men de geloofwaardigheid van een stelling ondermijnt door erop te wijzen dat de steller zelf het tegenovergestelde doet ("jij ook").

27
New cards

Argumentum ad verecundiam

Een onterecht beroep op ontzag, waarbij men zich beroept op een expert buiten diens vakgebied of zonder dat er consensus bestaat.

28
New cards

Halo-effect

De cognitieve bias waarbij men meer waarde hecht aan de mening van een expert, zelfs buiten diens eigen vakgebied.

29
New cards

Argumentum ad populum

Een argument waarbij men stelt dat een standpunt juist is omdat het volk of de meerderheid het deelt.

30
New cards

Valseconsensuseffect

De cognitieve bias waarbij mensen de neiging hebben om te overschatten hoeveel andere mensen denken zoals zij.

31
New cards

Bandwagon effect

De cognitieve bias waarbij mensen overhaast meespringen op de kar van de meerderheid.

32
New cards

Post hoc, ergo propter hoc

Een redeneerfout waarbij men ten onrechte concludeert dat omdat gebeurtenis A voorafging aan gebeurtenis B, A de oorzaak is van B ("na dit, dus door dit").

33
New cards

Cum hoc, ergo propter hoc

Een redeneerfout waarbij men ten onrechte concludeert dat omdat twee gebeurtenissen samenvallen, de ene de oorzaak is van de andere ("met dit, dus door dit").

34
New cards

Hellend vlak (slippery slope)

Een variant van het argument op basis van gevolgen, waarbij men stelt dat het toelaten van A zal leiden tot een onvermijdelijke keten van gebeurtenissen die eindigt in het onwenselijke Z, dus A mag niet worden toegelaten.

35
New cards

Argumentum ad ignorantiam

Een argument op basis van gebrek aan informatie, waarbij men een stelling onderbouwt door te verwijzen naar onwetendheid of het ontbreken van bewijs van het tegendeel.

36
New cards

Equivocatie

Een redeneerfout waarbij een begrip met meerdere betekenissen wordt gebruikt in een redenering, waardoor een betekenisverschuiving ontstaat die de redenering ongeldig maakt.

37
New cards

Is/ought-drogreden

De foutieve redenering waarbij men uit een feitelijke toestand (is) alleen een normatief oordeel (ought) afleidt, zonder een extra normatieve premisse.

38
New cards

Argumentum ad lapidem

Het wegzetten van een stelling als absurd zonder deze inhoudelijk te weerleggen.

39
New cards

Argumentatieschema

Een herkenbaar patroon of type verband dat wordt gebruikt om een argument op te bouwen van premissen naar conclusie. Elk schema gaat gepaard met kritische vragen om de deugdelijkheid te beoordelen.

40
New cards

Argument op basis van bijzondere geplaatstheid

Een schema waarbij men zich beroept op een persoon die door zijn positie of toevallige, ongestructureerde ervaring bijzonder goed geplaatst is om de relevante informatie te kennen.

41
New cards

Argument op basis van (inhoudelijke) deskundigheid

Een schema waarbij men zich beroept op een persoon met systematische, gestructureerde expertise om een stelling aannemelijk te maken.

42
New cards

Argument op basis van de persoon

Een schema dat wordt gebruikt om een stelling te bekritiseren door de steller te bekritiseren. Kan deugdelijk zijn (bv. bij partijdigheid) maar vaak een drogreden. Kent vier varianten: beledigend, omstandigheids-, inconsistentie- en onbekwaamheidsvariant.

43
New cards

Argument op basis van gedeelde overtuiging

Een schema waarbij men een stelling ondersteunt door te wijzen op het feit dat velen (de meerderheid, "de man in de straat") die stelling delen.

44
New cards

Argument op basis van gevolgen

Een schema waarbij men een stelling onderbouwt door te wijzen op de positieve of negatieve gevolgen ervan.

45
New cards

Argument op basis van regelmaat

Een schema waarbij men een conclusie afleidt uit een regelmatig optredend verband tussen gebeurtenissen (voor voorspelling of verklaring).

46
New cards

Argument op basis van gelijkenis (analogie)

Een schema (a simile of a pari) waarbij men stelt dat wat geldt voor het brongeval ook moet gelden voor het doelgeval omdat er een relevante gelijkenis bestaat.

47
New cards

Argument op basis van verschil (a contrario)

Een schema waarbij men een stelling onderbouwt door te verwijzen naar een relevant verschil tussen het doelgeval en een brongeval, zodat het besluit anders moet luiden.

48
New cards

Argument a fortiori

Een schema waarbij men stelt dat wat geldt voor een bepaald geval, des te meer moet gelden voor een sterker, zwaarder of evidenter geval binnen dezelfde categorie.

49
New cards

Argument op basis van regels

Een schema waarbij men een stelling verdedigt door haar voor te stellen als een toepassing van een algemene regel (gedrags-, waarderings- of betekenisregel) op een concreet geval.

50
New cards

Argument op basis van testresultaten

Een schema waarbij men een stelling onderbouwt door te verwijzen naar testresultaten, experimenten of wetenschappelijke analyses.

51
New cards

Argument op basis van gebrek aan informatie

Een schema (argumentum ad ignorantiam) waarbij men een stelling onderbouwt door te verwijzen naar onwetendheid of het gebrek aan bewijs van het tegendeel.

52
New cards

Brongeval (analogon)

Het geval waarnaar men verwijst in een analogie- of a contrario-argument; het geval waarvoor de regel of het oordeel al vaststaat.

53
New cards

Doelgeval

Het geval waarover men een conclusie wil trekken in een analogie- of a contrario-argument; het geval waarvan de status moet worden bepaald.

54
New cards

Analogiegevolg

Het resultaat van de analogie-redenering: de conclusie dat wat geldt voor het brongeval ook geldt voor het doelgeval.

55
New cards

Antecedens

Het "als"-deel van een conditionele uitspraak (als p, dan q). Belangrijk voor de beoordeling van de deugdelijkheid van a contrario-argumenten.

56
New cards

Consequens

Het "dan"-deel van een conditionele uitspraak (als p, dan q).

57
New cards

Voldoende voorwaarde

Een voorwaarde die, als ze aanwezig is, voldoende is om het gevolg te laten optreden. Bij een a contrario-argument leidt dit tot ondeugdelijkheid.

58
New cards

Noodzakelijke voorwaarde

Een voorwaarde die aanwezig moet zijn opdat het gevolg kan optreden. Bij een a contrario-argument leidt dit tot deugdelijkheid.

59
New cards

Correlatie

Een statistisch verband tussen twee variabelen. Correlatie impliceert geen causaliteit.

60
New cards

Causaliteit

Een oorzakelijk verband tussen twee gebeurtenissen of variabelen.

61
New cards

Ethosvariabelen

De drie aspecten van de spreker die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid: deskundigheid, onpartijdigheid en belangeloosheid.

62
New cards

Curse of knowledge

De cognitieve bias waarbij men zich moeilijk kan verplaatsen in iemand die minder kennis heeft, waardoor men onduidelijk kan formuleren

Explore top notes

note
APUSH Unit 6
Updated 836d ago
0.0(0)
note
Bigger than Big Revision
Updated 1041d ago
0.0(0)
note
Weltwirtschaftskrise
Updated 1231d ago
0.0(0)
note
Biology: Unit 1 Review
Updated 1137d ago
0.0(0)
note
AP government and politics unit 1
Updated 1074d ago
0.0(0)
note
Continuity and Change in Russia
Updated 1169d ago
0.0(0)
note
APUSH Unit 6
Updated 836d ago
0.0(0)
note
Bigger than Big Revision
Updated 1041d ago
0.0(0)
note
Weltwirtschaftskrise
Updated 1231d ago
0.0(0)
note
Biology: Unit 1 Review
Updated 1137d ago
0.0(0)
note
AP government and politics unit 1
Updated 1074d ago
0.0(0)
note
Continuity and Change in Russia
Updated 1169d ago
0.0(0)

Explore top flashcards

flashcards
Greek & Latin Stems 1
24
Updated 531d ago
0.0(0)
flashcards
Language Literature Final
67
Updated 1068d ago
0.0(0)
flashcards
Section 3 - Caesar Vocab
31
Updated 936d ago
0.0(0)
flashcards
English Unit 3 & 5 Vocab
40
Updated 1216d ago
0.0(0)
flashcards
AP Lang Summer Vocab
86
Updated 987d ago
0.0(0)
flashcards
Nl woorden 23-44
22
Updated 161d ago
0.0(0)
flashcards
Greek & Latin Stems 1
24
Updated 531d ago
0.0(0)
flashcards
Language Literature Final
67
Updated 1068d ago
0.0(0)
flashcards
Section 3 - Caesar Vocab
31
Updated 936d ago
0.0(0)
flashcards
English Unit 3 & 5 Vocab
40
Updated 1216d ago
0.0(0)
flashcards
AP Lang Summer Vocab
86
Updated 987d ago
0.0(0)
flashcards
Nl woorden 23-44
22
Updated 161d ago
0.0(0)