Gedrag en Omgeving begrippenlijst

0.0(0)
studied byStudied by 404 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/141

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

termen die me moeilijk/belangrijk leken in eigen woorden, sorry als er foutjes in zitten!

Last updated 2:16 PM on 1/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

142 Terms

1
New cards

actor-observer difference

een verschil in attributie tussen twee personen. de observer kijkt eerder naar disposities, terwijl de actor naar situationele factoren kijkt

2
New cards

actuele zelf

de “zelf” die mensen denken dat ze zijn

3
New cards

altruïsme

pro-sociaal gedrag waarbij iemand anderen helpt zonder na te denken over de gevolgen voor zichzelf

4
New cards

appraisal

de interpretatie die iemand aan een (emotionele) situatie geeft

5
New cards

approach/inhibition theorie

een theorie die stelt dat mensen met veel sociale macht (high-power) hun doelen achterna gaan en weinig denken aan anderen, terwijl low-power mensen juist voorzichtig doen en aan andere denken

6
New cards

hechtingstheorie

de theorie dat de hechting die iemand als kind met hun ouders vormt veel invloed heeft op de rest van de relaties in het leven

7
New cards

attitude

je mening/zicht tegenover iets, bestaande uit 3 componenten: affect, behaviour, cognition

8
New cards

attitude inoculation

een techniek waarbij je eerst een mild argument krijgt tegen jouw mening, waardoor je vervolgens weerbaarder wordt tegen sterkere meningen

9
New cards

beschikbaarheidsheuristiek

een heuristiek waarbij je idee van hoevaak iets voorkomt wordt beïnvloedt door hoe snel je aan een voorbeeld ervan kan denken (je ziet een vliegtuigcrash op het nieuws → vliegtuigen zijn heel gevaarlijk)

10
New cards

base-rate informatie

algemene, statistische info over hoevaak iets voorkomt in een populatie

11
New cards

basking in reflected glory

trots voelen over prestaties van andere leden van jouw groep

12
New cards

better-than-average effect

de vinding dat mensen zich over het algemeen hoger inschatten dan anderen

13
New cards

bottom-up processing

“data-driven” processing waarbij iemand eerst stimuli meemaakt en er vervolgens conclusies over maakt

14
New cards

broaden-and-build hypothesis

de theorie dat positieve emoties je blik verbreden waardoor je vervolgens waardevolle hulpbronnen opbouwt, zoals sociale relaties en veerkracht

15
New cards
16
New cards

centrale route

een manier (route) van overtuigen waarbij je mensen echt na laat denken over de inhoud van een boodschap

17
New cards

cognitive dissonantie theorie

een theorie dat een contradictie tussen iemands overtuiging en hun gedrag lijdt tot ongemakkelijke gevoelens, en een drang om ze te laten overlappen

18
New cards

color-blindness

een ideologie over diversiteit die stelt dat we kleur en ethnische achtergrond moeten negeren en ieder ander als uniek moeten behandelen

19
New cards

communal relationship

een relatie in een groep waarbij mensen om elkaar geven en zich verantwoordelijk voor elkaar voelen. dit zijn vaak langdurige relaties.q

20
New cards

comparison level for alternatives

de verwachting die iemand in een relatie heeft, over wat ze eventueel uit andere potentiele relaties zouden kunnen krijgen

21
New cards

confirmation bias

de bias waarbij mensen alleen zoeken naar informatie die hun ideeën supporten

22
New cards

conformiteit

het veranderen van je gedrag om beter bij anderen te passen, vaak omdat je druk voelt

23
New cards

construal level theorie

de theorie dat mensen heel abstract nadenken over dingen die ver weg van ze zijn (figuurlijk), en veel concreter nadenken over dingen die dichterbij zijn

24
New cards

contact hypothesis

de hypothese dat vooroordelen over verschillende groepen verminderd kan worden als mensen uit deze groepen meer met elkaar omgaan

25
New cards

contingencies of self-worth

de stelling dat mensen hun zelf-waarde specifiek baseren op prestaties in dingen die belangrijk voor hen zijn

26
New cards

correlational research

onderzoek waarbij je twee of meer variabelen meet om te kijken of er een relatie tussen hen is

27
New cards

counterfactual thinking

nadenken over wat er misschien gebeurt zou zijjn als dingen anders waren gebeurd

28
New cards

covariatie principe

het idee dat gedrag ook moet worden toegewijd aan mogelijke situaties, in plaats van alleen aan het geobserveerde gedrag (iemand is onaardig want onbehulpzaam → ze hadden haast)

29
New cards

culture of honor

een cultuur waarin eer en reputatie heel belangrijk is, wat leidt tot sensitiviteit voor beledegingen en aggressie

30
New cards

deception research

onderzoek waarbij deelnemers worden misleid

31
New cards

dehumanizatie

het geven van onmenselijke karakteristieken aan mensen, vaak aan leden van andere groepen

32
New cards

deindividuatie

het verlies van het gevoel van een individuele identiteit met als gevolg een verlies van zelf-regulatie. dit komt voor bij mensen in grote groepen.

33
New cards

descriptieve norm

het gedrag dat de meeste mensen laten zien in een bepaalde context

34
New cards

diffusion of responsibility

wanneer er meerdere mensen om je heen zijn wat zorgt voor een vermindering van het gevoel van verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld wanneer iemand een noodsituatie heeft

35
New cards

discounting principle

het principe dat we een oorzaak minder belangrijk vinden wanneer andere mogelijke oorzaken hetzelfde gedrag kunnen verklaren (iemand is aardig tijdens een sollicitatiegesprek → “dat komt vast door het gesprek, en niet omdat diegene aardig is”)

36
New cards

disposities

interne factoren die iemands gedrag sturen, zoals geloof, waardes, persoonlijkheid of skills

37
New cards

dominant response

de meest waarschijnlijke, automatische reactie die iemand in een bepaalde situatie geeft

38
New cards

duration neglect

een denkfout waarbij mensen de duratie van een ervaring vergeten, en de ervaring vooral beoordelen op het hevigste moment en het einde

39
New cards

effort justification

de neiging om iets waar je veel moeite in hebt gestopt positiever te beoordelen, omdat je wilt dat het de moeite waard was

40
New cards

elaboration likelihood model

een model dat twee routes van overtuiging beschrijft: centraal en perifeer

41
New cards

entity theory of intelligence

de theorie dat intelligentie aangeboren is en niet veranderd kan worden

42
New cards

equity theory

de theorie dat mensen gemotiveerd zijn om in relaties eerlijkheid en gelijkheid na te streven, zodat ze beide evenveel ‘costs’ en ‘rewards’ uit de relatie halen

43
New cards

ethnocentrisme

iemands eigen groep verheerlijken, en andere groepen lasteren

44
New cards

evaluation apprehension

de zorgen die mensen hebben over hoe andere mensen hun zullen zien en evalueren

45
New cards

exchange relationship

een relatie die vooral draait om wat mensen uit elkaar kunnen halen, en niet om emoties. vaak kortdurig.

46
New cards

face

het publieke “imago” dat we willen dat anderen zien

47
New cards

focal emotion

een emotie die in een bepaalde cultuur extra belangrijk of centraal is, zoals trots in sommige westerse culturen, of schaamte in sommige aziatische culturen

48
New cards

focalisme

de neiging om teveel te focusen op 1 aspect van een situatie, en andere aspecten te negeren. dit gebeurt vaak bij affective forecasting; je overschat hoe verdrietig je gaat zijn over een break-up omdat andere dingen in je leven ook invloed hebben op je emoties.

49
New cards

voet-tussen-de-deur-techniek

een beïnvloedingstechniek waarbij je eerst om iets kleins vraagt. wanneer iemand ja zegt vraag je iets groters, en mensen zijn geneigd om weer ja te zeggen.

50
New cards

framing effect

het grote effect dat de presentatie van informatie heeft op de beslissing die mensen erover maken. mensen zullen bijv. eerder een behandeling met een 90% overlevingskans kiezen dan een behandeling met een 10% sterftekans.

51
New cards

fundamentele attributiefout

de neiging om het gedrag van anderen teveel toe te schrijven aan hun persoonlijkheid, en te weinig aan de situatie

52
New cards

Gestalt psychology

een stroming in de psychologie die stelt dat mensen informatie waarnemen als gehelen, en niet als losse delen. je ziet bijvoorbeeld een vorm ipv losse lijntjes, je organiseert dingen in patronen en je hersenen vullen soms ontbrekende informatie aan.

53
New cards

group polarization

de neiging van groepen om extremere keuzes te maken dan individuelen. als de groep een mening heeft, maken groepsdiscussies deze vaak nog extremer.

54
New cards

groupthink

foutief nadenken van mensen in hechte groepen. kritisch denken wordt onderdrukt en mensen durven geen andere meningen te geven, waardoor de groep slechte beslissingen maakt.

55
New cards

halo effect

wanneer je een mooi persoon ziet ga je er automatisch vanuit dat ze naast hun uiterlijk allemaal andere positieve kwaliteiten hebben

56
New cards

heuristieken

mentale vuistregels die mensen gebruiken om snel beslissingen te maken. ze zijn handig maar kunnen leiden tot systematische denkfouten.

57
New cards

hindsight bias

de neiging van mensen om na een gebeurtenis te denken dat ze (de uitkomst van) de gebeurtenis hadden kunnen voorspellen

58
New cards

hostile media phenomenon

het fenomeen waarbij mensen (neutrale) media zien als bevooroordeeld tegen hun eigen ideeën

59
New cards

ideale zelf

de zelf die mensen het liefst zouden willen zijn

60
New cards

indentifiable victim effect

de neiging om meer te voelen wanneer er een duidelijk slachtoffer is dan wanneer een abstractere groep mensen lijdt

61
New cards

illusory correlation

het geloof dat 2 variabelen aan elkaar gerelateerd zijn, terwijl dat niet zo is

62
New cards

immune neglect

de neiging van mensen om te onderschatten hoe goed ze kunnen herstellen van negatieve gebeurtenissen. na tegenslagen voelen mensen zich vaak sneller beter dan ze voorspellen.

63
New cards

implementation intention

een heel concreet plan dat beschrijft waar, wanneer en hoe je een bepaald gedrag gaat uitvoeren. als X gebeurt dan doe ik Y. Als ik stress voel, dan doe ik 3 diepe ademhalingen.

64
New cards

Implicit Association Test (IAT)

een test die onbewuste associaties van mensen test door te kijken hoe snel mensen woorden of beelden aan elkaar koppelen

65
New cards

incremental theory of intelligence

de theorie dat intelligentie verbeterd kan worden door eraan te werken

66
New cards

independent (individualistic) culture

een cultuur waarin de nadruk ligt op het individu in plaats van op de groep. mensen zien zichzelf als uniek en autonoom, en ze vinden zelfexpressie en hun eigen doelen belangrijk. komt veel voor in westerse landen.

67
New cards

individuation

bewust zijn van jezelf waardoor je bewust nadenkt over je keuzes, normen en waarden

68
New cards

induced (forced) compliance

wanneer iemand iets doet wat in strijd is met hun eigen overtuigingen, vaak vanwege externe invloeden. vaak passen mensen daarna hun attitudes aan. denk aan het experiment met de saaie taak; mensen met weinig externe rechtvaardiging ($1) vonden de taak leuker dan mensen met veel externe rechtvaardiging ($20).

69
New cards

informational social influence

wanneer mensen geloven dat anderen iets beter weten en informatie die ze van anderen krijgen vertrouwen

70
New cards

institutional review board

een committee dat onderzoeksvoorstellen bekijkt en bepaald of ze ethisch verantwoord zijn

71
New cards

instrumentele agressie

agressie om andere redenen dan woede, zoals ideologische, politieke of financiële redenen.

72
New cards

hostile aggression

agressie met de bedoeling om iemand anders pijn te doen vanwege woede

73
New cards

interdependent (collectivistic) culture

een cultuur waarin mensen zich een deel van het geheel voelen. ze voelen zich verbonden met andere leden van de groep en ze vinden individuele dingen minder belangrijk. komt vaker voor in Aziatische culturen.

74
New cards

internalization

het privé accepteren van / geloven in gedrag, normen, waarden of ideeën (niet vanwege druk van buitenaf)

75
New cards

investment model of commitment

een model over interpersoonlijke relaties dat verklaart waarom mensen in relaties blijven. volgens het model wordt dit bepaald door 3 factoren: satisfaction, quality of alternatives en investments.

76
New cards

just world hypothesis

het idee dat mensen krijgen wat ze verdienen en verdienen wat ze krijgen

77
New cards

Marley hypothese

de hypothese dat mensen die weinig kennen hebben over de geschiedenis van racisme, ook minder geneigd zijn om hedendaags racisme te herkennen. wie veel weet over de geschiedenis ziet racisme sneller.

78
New cards

mere exposure effect

het idee dat wanneer je vaker een stimulus meemaakt, bijvoorbeeld een object of een persoon, je deze ook leuker gaat vinden.

79
New cards

minimal group paradigm

een experimenteel paradigme waarbij mensen in willekeurige/onbelangrijke groepen worden ingedeeld. deze mensen bleken toch hun eigen groep te gaan bevoordelen en de andere groep te benadelen.

80
New cards

moral foundations theory

de theorie dat morele oordelen zijn gebaseerd op aangeboren fundamenten (care, fairness, loyalty, authority, liberty)

81
New cards

multiculturalisme

een ideologie over diversiteit die stelt dat we elkaars culturen en ethnische identiteiten moeten apprecieren

82
New cards

naturalistic fallacy

de denkfout waarbij iemand zegt dat iets goed is omdat het “natuurlijk” is. bijvoorbeeld medicijnen of homoseksualiteit.

83
New cards

negative state relief hypothesis

de hypothese die stelt dat mensen prosociaal gedrag vertonen om hun eigen negatieve gevoelens te verminderen. het helpen is dus egoïstisch gemotiveerd.

84
New cards

norm of reciprocy

sociale norm die zegt dat je iets terug moet doen voor iemand die jou heeft geholpen.

85
New cards

normative social influence

wanneer andere mensen invloed op je hebben omdat je niet buitengesloten wil raken, of omdat je geaccepteerd wil worden

86
New cards

ought self

wie je vind dat je zou moeten zijn

87
New cards

outgroup homogeneity effect

de neiging om leden van een outgroup op elkaar te vinden lijken, terwijl leden van je ingroup juist heel divers en verschillend zijn. “ze lijken allemaal op elkaar!”

88
New cards

own-race identification bias

de neiging voor mensen om gezichten van mensen met hetzelfde ras beter te kunnen herkennen en uit elkaar te kunnen houden

89
New cards

paired distinctiveness

wanneer mensen twee opvallende gebeurtenissen aan elkaar koppelen terwijl er geen verband bestaat. bijvoorbeeld negatieve stereotypes; je ziet een minderheid een keer in hun neus peuteren → omdat beide opvallen lijken ze samen te horen → je onthoudt die combinatie en het valt je vaker op.

90
New cards

perifere route

een manier (route) om mensen te overtuigen waarbij je makkelijke informatie geeft, en mensen probeert over te halen zonder dat ze er kritisch over na hoeven te denken.

91
New cards

pluralistic ignorance

wanneer iedereen in een groep denkt dat hun mening anders is dan die van groepsgenoten, terwijl dat niet zo is. mensen denken “ik ben de enige die dit vindt” waardoor ze minder geneigd zijn om hun mening te delen, en mensen zich aanpassen aan een norm die eigenlijk niemand in de groep ondersteunt.

92
New cards

precarious manhood hypothesis

een hypothese die stelt dat mannelijkheid geen vaste status is, maar steeds opnieuw bewezen moet worden en kwetsbaar en onzeker is. het stelt ook dat wanneer deze mannelijkheid wordt verloren, dit tot agressief gedrag lijkt.

93
New cards

prescriptive/injunctive norm

hoe een persoon zich in een bepaalde situatie zou moeten gedragen

94
New cards

prevention focus

een manier van motivatie gericht op veiligheid, verantwoordelijkheid en het vermijden van fouten. Een student met een … studeert vooral om niet te falen, deadlines te halen en fouten te voorkomen, in plaats van om iets nieuws te bereiken (dat hoort bij promotion focus).

95
New cards

primacy effect

de neiging om informatie die als eerst wordt gepresenteerd beter te verwerken en te onthouden

96
New cards

priming

bloot worden gesteld aan een eerste stimulus (prime), die dan onbewust invloed heeft op hoe je reageert op een volgende stimulus. Na het zien van het woord doctor herken je het woord nurse sneller dan een willekeurig woord zoals bread.

97
New cards

prisoner’s dilemma

een klassiek theoretisch scenario waarin twee mensen moeten kiezen tussen samenwerken of verraden. verraden lijkt voor ieder individu rationeel, maar samenwerking levert beide de beste uitkomst.

98
New cards

promotion focus

een manier van motivatie gericht op idealen en het verkrijgen van positieve effecten

99
New cards

reactance theory

theorie die stelt dat mensen hun vrijheid willen herstellen wanneer ze het gevoel hebben dat deze wordt beperkt. wanneer je iemand vertelt wat ze moeten doen, kan het juist tot het tegenovergestelde gedrag leiden.

100
New cards

reactive devaluation

een bias waarbij mensen een voorstel afkomstig van een tegenpartij minder waardevol inschatten dan het is