1/141
termen die me moeilijk/belangrijk leken in eigen woorden, sorry als er foutjes in zitten!
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
actor-observer difference
een verschil in attributie tussen twee personen. de observer kijkt eerder naar disposities, terwijl de actor naar situationele factoren kijkt
actuele zelf
de “zelf” die mensen denken dat ze zijn
altruïsme
pro-sociaal gedrag waarbij iemand anderen helpt zonder na te denken over de gevolgen voor zichzelf
appraisal
de interpretatie die iemand aan een (emotionele) situatie geeft
approach/inhibition theorie
een theorie die stelt dat mensen met veel sociale macht (high-power) hun doelen achterna gaan en weinig denken aan anderen, terwijl low-power mensen juist voorzichtig doen en aan andere denken
hechtingstheorie
de theorie dat de hechting die iemand als kind met hun ouders vormt veel invloed heeft op de rest van de relaties in het leven
attitude
je mening/zicht tegenover iets, bestaande uit 3 componenten: affect, behaviour, cognition
attitude inoculation
een techniek waarbij je eerst een mild argument krijgt tegen jouw mening, waardoor je vervolgens weerbaarder wordt tegen sterkere meningen
beschikbaarheidsheuristiek
een heuristiek waarbij je idee van hoevaak iets voorkomt wordt beïnvloedt door hoe snel je aan een voorbeeld ervan kan denken (je ziet een vliegtuigcrash op het nieuws → vliegtuigen zijn heel gevaarlijk)
base-rate informatie
algemene, statistische info over hoevaak iets voorkomt in een populatie
basking in reflected glory
trots voelen over prestaties van andere leden van jouw groep
better-than-average effect
de vinding dat mensen zich over het algemeen hoger inschatten dan anderen
bottom-up processing
“data-driven” processing waarbij iemand eerst stimuli meemaakt en er vervolgens conclusies over maakt
broaden-and-build hypothesis
de theorie dat positieve emoties je blik verbreden waardoor je vervolgens waardevolle hulpbronnen opbouwt, zoals sociale relaties en veerkracht
centrale route
een manier (route) van overtuigen waarbij je mensen echt na laat denken over de inhoud van een boodschap
cognitive dissonantie theorie
een theorie dat een contradictie tussen iemands overtuiging en hun gedrag lijdt tot ongemakkelijke gevoelens, en een drang om ze te laten overlappen
color-blindness
een ideologie over diversiteit die stelt dat we kleur en ethnische achtergrond moeten negeren en ieder ander als uniek moeten behandelen
communal relationship
een relatie in een groep waarbij mensen om elkaar geven en zich verantwoordelijk voor elkaar voelen. dit zijn vaak langdurige relaties.q
comparison level for alternatives
de verwachting die iemand in een relatie heeft, over wat ze eventueel uit andere potentiele relaties zouden kunnen krijgen
confirmation bias
de bias waarbij mensen alleen zoeken naar informatie die hun ideeën supporten
conformiteit
het veranderen van je gedrag om beter bij anderen te passen, vaak omdat je druk voelt
construal level theorie
de theorie dat mensen heel abstract nadenken over dingen die ver weg van ze zijn (figuurlijk), en veel concreter nadenken over dingen die dichterbij zijn
contact hypothesis
de hypothese dat vooroordelen over verschillende groepen verminderd kan worden als mensen uit deze groepen meer met elkaar omgaan
contingencies of self-worth
de stelling dat mensen hun zelf-waarde specifiek baseren op prestaties in dingen die belangrijk voor hen zijn
correlational research
onderzoek waarbij je twee of meer variabelen meet om te kijken of er een relatie tussen hen is
counterfactual thinking
nadenken over wat er misschien gebeurt zou zijjn als dingen anders waren gebeurd
covariatie principe
het idee dat gedrag ook moet worden toegewijd aan mogelijke situaties, in plaats van alleen aan het geobserveerde gedrag (iemand is onaardig want onbehulpzaam → ze hadden haast)
culture of honor
een cultuur waarin eer en reputatie heel belangrijk is, wat leidt tot sensitiviteit voor beledegingen en aggressie
deception research
onderzoek waarbij deelnemers worden misleid
dehumanizatie
het geven van onmenselijke karakteristieken aan mensen, vaak aan leden van andere groepen
deindividuatie
het verlies van het gevoel van een individuele identiteit met als gevolg een verlies van zelf-regulatie. dit komt voor bij mensen in grote groepen.
descriptieve norm
het gedrag dat de meeste mensen laten zien in een bepaalde context
diffusion of responsibility
wanneer er meerdere mensen om je heen zijn wat zorgt voor een vermindering van het gevoel van verantwoordelijkheid, bijvoorbeeld wanneer iemand een noodsituatie heeft
discounting principle
het principe dat we een oorzaak minder belangrijk vinden wanneer andere mogelijke oorzaken hetzelfde gedrag kunnen verklaren (iemand is aardig tijdens een sollicitatiegesprek → “dat komt vast door het gesprek, en niet omdat diegene aardig is”)
disposities
interne factoren die iemands gedrag sturen, zoals geloof, waardes, persoonlijkheid of skills
dominant response
de meest waarschijnlijke, automatische reactie die iemand in een bepaalde situatie geeft
duration neglect
een denkfout waarbij mensen de duratie van een ervaring vergeten, en de ervaring vooral beoordelen op het hevigste moment en het einde
effort justification
de neiging om iets waar je veel moeite in hebt gestopt positiever te beoordelen, omdat je wilt dat het de moeite waard was
elaboration likelihood model
een model dat twee routes van overtuiging beschrijft: centraal en perifeer
entity theory of intelligence
de theorie dat intelligentie aangeboren is en niet veranderd kan worden
equity theory
de theorie dat mensen gemotiveerd zijn om in relaties eerlijkheid en gelijkheid na te streven, zodat ze beide evenveel ‘costs’ en ‘rewards’ uit de relatie halen
ethnocentrisme
iemands eigen groep verheerlijken, en andere groepen lasteren
evaluation apprehension
de zorgen die mensen hebben over hoe andere mensen hun zullen zien en evalueren
exchange relationship
een relatie die vooral draait om wat mensen uit elkaar kunnen halen, en niet om emoties. vaak kortdurig.
face
het publieke “imago” dat we willen dat anderen zien
focal emotion
een emotie die in een bepaalde cultuur extra belangrijk of centraal is, zoals trots in sommige westerse culturen, of schaamte in sommige aziatische culturen
focalisme
de neiging om teveel te focusen op 1 aspect van een situatie, en andere aspecten te negeren. dit gebeurt vaak bij affective forecasting; je overschat hoe verdrietig je gaat zijn over een break-up omdat andere dingen in je leven ook invloed hebben op je emoties.
voet-tussen-de-deur-techniek
een beïnvloedingstechniek waarbij je eerst om iets kleins vraagt. wanneer iemand ja zegt vraag je iets groters, en mensen zijn geneigd om weer ja te zeggen.
framing effect
het grote effect dat de presentatie van informatie heeft op de beslissing die mensen erover maken. mensen zullen bijv. eerder een behandeling met een 90% overlevingskans kiezen dan een behandeling met een 10% sterftekans.
fundamentele attributiefout
de neiging om het gedrag van anderen teveel toe te schrijven aan hun persoonlijkheid, en te weinig aan de situatie
Gestalt psychology
een stroming in de psychologie die stelt dat mensen informatie waarnemen als gehelen, en niet als losse delen. je ziet bijvoorbeeld een vorm ipv losse lijntjes, je organiseert dingen in patronen en je hersenen vullen soms ontbrekende informatie aan.
group polarization
de neiging van groepen om extremere keuzes te maken dan individuelen. als de groep een mening heeft, maken groepsdiscussies deze vaak nog extremer.
groupthink
foutief nadenken van mensen in hechte groepen. kritisch denken wordt onderdrukt en mensen durven geen andere meningen te geven, waardoor de groep slechte beslissingen maakt.
halo effect
wanneer je een mooi persoon ziet ga je er automatisch vanuit dat ze naast hun uiterlijk allemaal andere positieve kwaliteiten hebben
heuristieken
mentale vuistregels die mensen gebruiken om snel beslissingen te maken. ze zijn handig maar kunnen leiden tot systematische denkfouten.
hindsight bias
de neiging van mensen om na een gebeurtenis te denken dat ze (de uitkomst van) de gebeurtenis hadden kunnen voorspellen
hostile media phenomenon
het fenomeen waarbij mensen (neutrale) media zien als bevooroordeeld tegen hun eigen ideeën
ideale zelf
de zelf die mensen het liefst zouden willen zijn
indentifiable victim effect
de neiging om meer te voelen wanneer er een duidelijk slachtoffer is dan wanneer een abstractere groep mensen lijdt
illusory correlation
het geloof dat 2 variabelen aan elkaar gerelateerd zijn, terwijl dat niet zo is
immune neglect
de neiging van mensen om te onderschatten hoe goed ze kunnen herstellen van negatieve gebeurtenissen. na tegenslagen voelen mensen zich vaak sneller beter dan ze voorspellen.
implementation intention
een heel concreet plan dat beschrijft waar, wanneer en hoe je een bepaald gedrag gaat uitvoeren. als X gebeurt dan doe ik Y. Als ik stress voel, dan doe ik 3 diepe ademhalingen.
Implicit Association Test (IAT)
een test die onbewuste associaties van mensen test door te kijken hoe snel mensen woorden of beelden aan elkaar koppelen
incremental theory of intelligence
de theorie dat intelligentie verbeterd kan worden door eraan te werken
independent (individualistic) culture
een cultuur waarin de nadruk ligt op het individu in plaats van op de groep. mensen zien zichzelf als uniek en autonoom, en ze vinden zelfexpressie en hun eigen doelen belangrijk. komt veel voor in westerse landen.
individuation
bewust zijn van jezelf waardoor je bewust nadenkt over je keuzes, normen en waarden
induced (forced) compliance
wanneer iemand iets doet wat in strijd is met hun eigen overtuigingen, vaak vanwege externe invloeden. vaak passen mensen daarna hun attitudes aan. denk aan het experiment met de saaie taak; mensen met weinig externe rechtvaardiging ($1) vonden de taak leuker dan mensen met veel externe rechtvaardiging ($20).
informational social influence
wanneer mensen geloven dat anderen iets beter weten en informatie die ze van anderen krijgen vertrouwen
institutional review board
een committee dat onderzoeksvoorstellen bekijkt en bepaald of ze ethisch verantwoord zijn
instrumentele agressie
agressie om andere redenen dan woede, zoals ideologische, politieke of financiële redenen.
hostile aggression
agressie met de bedoeling om iemand anders pijn te doen vanwege woede
interdependent (collectivistic) culture
een cultuur waarin mensen zich een deel van het geheel voelen. ze voelen zich verbonden met andere leden van de groep en ze vinden individuele dingen minder belangrijk. komt vaker voor in Aziatische culturen.
internalization
het privé accepteren van / geloven in gedrag, normen, waarden of ideeën (niet vanwege druk van buitenaf)
investment model of commitment
een model over interpersoonlijke relaties dat verklaart waarom mensen in relaties blijven. volgens het model wordt dit bepaald door 3 factoren: satisfaction, quality of alternatives en investments.
just world hypothesis
het idee dat mensen krijgen wat ze verdienen en verdienen wat ze krijgen
Marley hypothese
de hypothese dat mensen die weinig kennen hebben over de geschiedenis van racisme, ook minder geneigd zijn om hedendaags racisme te herkennen. wie veel weet over de geschiedenis ziet racisme sneller.
mere exposure effect
het idee dat wanneer je vaker een stimulus meemaakt, bijvoorbeeld een object of een persoon, je deze ook leuker gaat vinden.
minimal group paradigm
een experimenteel paradigme waarbij mensen in willekeurige/onbelangrijke groepen worden ingedeeld. deze mensen bleken toch hun eigen groep te gaan bevoordelen en de andere groep te benadelen.
moral foundations theory
de theorie dat morele oordelen zijn gebaseerd op aangeboren fundamenten (care, fairness, loyalty, authority, liberty)
multiculturalisme
een ideologie over diversiteit die stelt dat we elkaars culturen en ethnische identiteiten moeten apprecieren
naturalistic fallacy
de denkfout waarbij iemand zegt dat iets goed is omdat het “natuurlijk” is. bijvoorbeeld medicijnen of homoseksualiteit.
negative state relief hypothesis
de hypothese die stelt dat mensen prosociaal gedrag vertonen om hun eigen negatieve gevoelens te verminderen. het helpen is dus egoïstisch gemotiveerd.
norm of reciprocy
sociale norm die zegt dat je iets terug moet doen voor iemand die jou heeft geholpen.
normative social influence
wanneer andere mensen invloed op je hebben omdat je niet buitengesloten wil raken, of omdat je geaccepteerd wil worden
ought self
wie je vind dat je zou moeten zijn
outgroup homogeneity effect
de neiging om leden van een outgroup op elkaar te vinden lijken, terwijl leden van je ingroup juist heel divers en verschillend zijn. “ze lijken allemaal op elkaar!”
own-race identification bias
de neiging voor mensen om gezichten van mensen met hetzelfde ras beter te kunnen herkennen en uit elkaar te kunnen houden
paired distinctiveness
wanneer mensen twee opvallende gebeurtenissen aan elkaar koppelen terwijl er geen verband bestaat. bijvoorbeeld negatieve stereotypes; je ziet een minderheid een keer in hun neus peuteren → omdat beide opvallen lijken ze samen te horen → je onthoudt die combinatie en het valt je vaker op.
perifere route
een manier (route) om mensen te overtuigen waarbij je makkelijke informatie geeft, en mensen probeert over te halen zonder dat ze er kritisch over na hoeven te denken.
pluralistic ignorance
wanneer iedereen in een groep denkt dat hun mening anders is dan die van groepsgenoten, terwijl dat niet zo is. mensen denken “ik ben de enige die dit vindt” waardoor ze minder geneigd zijn om hun mening te delen, en mensen zich aanpassen aan een norm die eigenlijk niemand in de groep ondersteunt.
precarious manhood hypothesis
een hypothese die stelt dat mannelijkheid geen vaste status is, maar steeds opnieuw bewezen moet worden en kwetsbaar en onzeker is. het stelt ook dat wanneer deze mannelijkheid wordt verloren, dit tot agressief gedrag lijkt.
prescriptive/injunctive norm
hoe een persoon zich in een bepaalde situatie zou moeten gedragen
prevention focus
een manier van motivatie gericht op veiligheid, verantwoordelijkheid en het vermijden van fouten. Een student met een … studeert vooral om niet te falen, deadlines te halen en fouten te voorkomen, in plaats van om iets nieuws te bereiken (dat hoort bij promotion focus).
primacy effect
de neiging om informatie die als eerst wordt gepresenteerd beter te verwerken en te onthouden
priming
bloot worden gesteld aan een eerste stimulus (prime), die dan onbewust invloed heeft op hoe je reageert op een volgende stimulus. Na het zien van het woord doctor herken je het woord nurse sneller dan een willekeurig woord zoals bread.
prisoner’s dilemma
een klassiek theoretisch scenario waarin twee mensen moeten kiezen tussen samenwerken of verraden. verraden lijkt voor ieder individu rationeel, maar samenwerking levert beide de beste uitkomst.
promotion focus
een manier van motivatie gericht op idealen en het verkrijgen van positieve effecten
reactance theory
theorie die stelt dat mensen hun vrijheid willen herstellen wanneer ze het gevoel hebben dat deze wordt beperkt. wanneer je iemand vertelt wat ze moeten doen, kan het juist tot het tegenovergestelde gedrag leiden.
reactive devaluation
een bias waarbij mensen een voorstel afkomstig van een tegenpartij minder waardevol inschatten dan het is