1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
epiek eigenschappen
lange geidchten
dactylische hexameters
schemaverzen
speciale woorden
episch taalgebruik
E heldendicht/epos
ilias en odysee
historisch/helden/godenfiguren
hellenistische periode ( 3e - 1ste eeuw v.C ) => epyllia ( korter, liefde, psychologie ) => poeta doctus ( geleerde in mythe ) v.: de Argonautica van Apollonius
vanaf 3e eeuw in Rome populair v.C ) metamorphoses Ovidius
E leerdicht
didachtische vorm van epiek
info over goden/morele/regels… voor gewone mens
hellenistische periode : + filosofische en wetenschap
2e eeuw v.C in Rome => de georgica (vergilius) en ars amatoria ( ovidius )
L lyriek eigenschap
betekenis ( lier )
instrumentale begeleiding
versmaten
poetisch genre
gedichten of liederen
L elegie
betekenis ( klaagzang )
klaagzang, drink- en liefdeslied
tweeledige verzen met afwisselend hexameter ( elegisch disticha ) en pentameter
rome niet meer met fluitspel begeleiding
L epigram
betekent : opschrift
graven en offergaven
rome populair als spotdicht voor wantoestanden en bekende figuren
L jambische poezie
geschreven in jambische disticha
= versmaat die zoals omgangstaal klinkt
fel en sarcastisch
L gezongen lyriek
oorspronkelijk gezongen
uiteenlopende versmaten
gelegenheids poezie ( huwelijk/begrafenis )
ook als lofzang winnaars en hymnen voor goden
dichters als individu met persoonlijke gevoelens ( sapho ( grieks ) )
in rome meer persoonlijker qua inhoud bv. catullus met ‘carmina’
L bucolische poezie
betekent : herder
bezingt natuur en landschap
hellenistische periode
inrome : vergilius met bucolica t( beschrijft de ideale wereld )
L Satire
oorsprong : romeinse genre ( 2e eeuw v.C )
spottend en kritsche benadering wantoestanden maatschapij
in dactylische hexameters
horatius met sermones en juvenalis
dramatiek eigenschappen
betekent handeling/daad
verdeeld in proloog ( 3-5 episodes )
ontstaan in griekeland ( cultus van dionysus )
mannelijke acteurs die (+) rollen hadden
verwissseling van kledij en maskers
5e eeuw v.C hogotepunt in athene met dionysia
tragedies en komedies ( meer voor romeinen )
D Tragedie
conflict door hybris/overmoed ( goddelijke menselijke wet overtreden => straf ondergaan ( noodlot )
griekse tragediedichters : aeschylus, sophocles
romese tragediedichter : seneca met medea
kom
D komedie
alledaagse, grappige situaties
vaak met vaste rollen bv.: luie zoon etc.
grieks ekomediedichter : aristophanes
rome hoogtepunt in 2e eeuw met plautus met mostellaria
proza
verdergaande structuur, geen terugkerende versus/herhalende metrische structuur
poezie
van het grieks doen/maken, dichter is scheppter, litreaire = proza en poezie, niet literaire : rehct, epigrafie, numismatiek
poeta ..
vates
schepper, profeet
schept en heeft talent en w. geïnspireerd door muzen
faber
schepper, vakman
talent EN technische vaardigheid ( opgeleid )
rretorisch gevormd : metrie, stijl, retorische middelen
doctus
kennis van literatuur, geschieeenis, aardrijkskunde, mythologie,…
voor lezer is kennis van gedachtewereld vereist
overleverign
materialen waarop teksten overgeleverd ( papyrus en perkament )
+ teksten oudheid verloren, deel bewaard
rechtstreeks of onrechtstreeks ovregeleverd
stijlvfiguren van klank en woord
alliteratie
assonantie
eindrijm
onomatopees
stijlfiguur woordvolgorde
inversie
chiasme
parallellisme
hyperbaton
enjambement
stijlfiguur weglating/herhaling
repetitio ( direct herhaalt )
anafoor
epifoor
tautologie Tautologie → “Altijd en eeuwig” 2/meer woorden die elkaar “versterken”
pleonasme
polysyndeton
asyndeton
ellips
polyptoton Hij leeft een levend leven” (zelfde woord, andere vorm
zeugma
stiljfiguur betekenis
antithese
oxymoron Oud nieuws” (tegengestelde woorden samen
paradox
hendiadys → “Rust en vrede” (één idee met twee woorden
hypallage De slapende wind” (bijvoeglijk naamwoord hoort eigenlijk bij iets anders)
hyperbool
litotes
anticipatio
verschillende vormen beeldspraak
metafoor en metonymie
retorische stijlfiguren
gradatio
tweeledgigheid
drieledigheid ( trikolon)
scriptorem
plaats waar monikken klassieke teksten overschreven