1/109
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Nummers: 16,17,18,26,27,28,36,37,38,46,47,48
Nummers van de molaren zijn ….
Molaren (Afbeelding)
NIET KIJKEN NAAR DE NUMMERS

De … is:
Kauwen (malen)
Behoud van verticale dimensie
Ondersteuning van de wangen (esthetiek)
De functie van de molaren is …
De molaren zijn breder … dan … (Vestibulair aanzicht)
De molaren zijn … M-D dan C-O (Vestibulair aanzicht)
Verhouding groote molaar (Afbeelding)(Vestibulair aanzicht()
.

De … wordt smaller van vestibulair naar linguaal (Behalve bij sommige eerste bovenmolaren met een grote DL cuspide) (Occlusaal aanzicht)
De kroon worst …. (Occlusaal aanzicht)
Verloop kroon (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

De … wordt smaller van mesiaal naar distaal (Occlusaal aanzicht 2)
De kroon wordt … (Occlusaal aanzicht 2)
Verloop kroon (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht 2)(
.

De kroon wordt korter van … naar … Dus de kroonhoogte is korter op de … dan op de … (Vestibulair aanzicht)
De kroon wordt … van mesiaal naar distaal. Dus de kroonhoogte is … op de distale helft dan op de mesiale helft. (Verstibulair aanzicht)
Verloop kroon (Afbeelding)(Vestibulair aanzicht)
.

De … ligt aan de vestibulaire zijde ter hoogte van het cervicaal derde, aan de linguale zijde in het midden derde (Proximaal aanzicht)
De maximale contour ligt …. (Proximaal aanzicht)
Maximale contour (Afbeelding)(Proximaal aanzicht)
.

De … liggen aan de mesiale zijde op de overgang occlusaal en midden derde, en aan de distale zijde meer naar cervicaal (meer naat het midden van de tand) (Vestibulair aanzicht)
De proximale contactpunten (Maximale contour) liggen … (Vestibulair aanzicht)
Proximale contactpunten (Afbeelding)(Vestibulair aanzicht)
.

De …. van ondermolaren (en de …. van bovenmolaren) zijn langer dan de …., wanneer de molaren verticaal gepositioneerd zijn. (Vestibulair, mesiaal en distaal aanzicht)
De linguale cuspides van ondermolaren (En de mesio-linguale cuspides van bovenmolaren) zijn … dan de vestibulaire cupsides, wanneer de molaren verticaal gepositioneerd zijn (Vestibulair, mesiaal en distaal aanzicht)
Cuspides (Afbeelding)(Vestibulair, mesiaal en distaal aanzicht)
.

OM is breder M-D dan V-L: meer rechthoekige of vijfhoekige outline.
BM is breder V-L dan M-D: meer vierkant of parallelogramvormige outline
(Occlusaal aanzicht)
Vergelijking breedte boven vs. ondermolaren (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking breedte boven vs. ondermolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

De kroon van OM is naar linguaal getipt (hangt wat over de wortel), terwijl bij de BM de kroon rechter verloopt (Proximaal aanzicht)
Vergelijking tipping van de kroon bovenste vs. onderstemolaren (Proximaal aanzicht)
Vergelijking tipping van de kroon bovenste vs. onderstemolaren (Afbeelding)(Proximaal aanzicht)
.

OM: 2 wortels: M (Langer en breder), D (Korter en smaller)
BM: 3 wortels: P (langst), MV (Breder dan DV), DV (Kortst)
(Vestibulair of linguaal aanzicht)
Vergelijking aantal wortels bovenste vs. onderstemolaren (Vestibulair of linguaal aanzicht)
Vergelijking aantal wortels bovenste vs. onderstemolaren (Vestibulair of linguaal aanzicht)(Afbeelding)
.

BM: Schuine kam
OM: twee transversale kammen (niet helemaal correct!!!)
(Occlusaal aanzicht)
Vergelijking soorten kammen bovenste vs. onderstemolaren (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking soorten kammen bovenste vs. onderstemolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)(
.

1ste OM: 5 cuspides: MV, mid-V, DV, ML, DL
W-vormige occlusale groeve
2de OM: 4 cuspides: MV, ML, DV, DL
Kruisvormige occlusale groeve
(Vestibulair en occlusaal aanzicht)
Vergelijking cuspides 1ste en 2de ondermolaar (Vestibulair en occlusaal aanzicht)
Vergelijking cuspides 1ste en 2de ondermolaar (Vestibulair en occlusaal aanzicht)(Afbeelding)
.

1ste OM vertoont meer divergerende wortels en de wortels zijn ook duidelijker gescheiden. De furcatie ligt meer naar de cervixlijn dan bij 2de OM.
Bij de 2de OM, de wortels zijn meer parallel en vaak versmolten.
(Vestibulair en linguaal aanzicht)
Vergelijking verloop wortels 1ste vs. 2de ondermolaar (Vestibulair en linguaal aanzicht)
Vergelijking verloop wortels 1ste vs. 2de ondermolaar (Vestibulair en linguaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Normaal gezien zijn de ML en DL cupside zichtbaar aangezien deze langer zijn dan de vestibulaire cupsides.
De ML cuspide is breder dan de DL cuspide
Linguale groeve tussen de 2 linguale cuspides. Deze is weinig cariësgevoelig.
De cervixlijn verloopt vrij recht (Kan dicht bij de furcatie liggen)
(Linguaal aanzicht)
Vergelijking algemene info tussen ondermolaren (Linguaal aanzicht)
Vergelijking algemene info tussen ondermolaren (Linguaal aanzicht)(Afbeelding)
.

1ste OM: groter dan 2de OM
1ste OM heeft meestal 5 cuspides:
3V: MV groter dan DV, groeter dan D (kleinste, kort)
2L: ML (Hoogste) grotere dan DL (2de hoogste)
1ste OM heeft 2 vestibulaire groeven (mesiovestibulair, distovestibaulair), de 2de OM heeft 1 groeve (Vestibulair)
(Vestibulair aanzicht)
Vergelijking grootte cuspides 1ste en 2de ondermolaren (Vestibulair aanzicht)
Vergelijking grootte cuspides 1ste en 2de ondermolaren (Afbeelding)(Vestibulair aanzicht)
.

Cervixlijn: heel lichtjes concaaf naar apicaal
Distale marginale kam ligt meer naar cervicaal dan de mesiale marginale kam (idem voor de proximale contactpunten). Daarom zie je bij een distaal aanzicht meer van het occlusaal vlak dan bij een mesiaal aanzicht.
(Proximaal aanzicht)
Vergelijking cervixlijn & Distale marginale kam tussen ondermolaren (Proximaal aanzicht)
Vergelijking cervixlijn & Distale marginale kam tussen ondermolaren (Proximaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Het distaal valk van de 1ste OM is meer convex door de aanwezigheid van de 5de cuspide distaal.
Het mesiaal vlak van beide molaren verloopt vrij recht
(Vestibulair aanzicht)
Vergelijking vlakken 1ste vs. 2de ondermolaar (Vestibulair aanzicht)
Vergelijking vlakken 1ste vs. 2de ondermolaar (Afbeelding)Vestibulair aanzicht)
.

De vestibulaire bolling ter hoogte van het cervicaal derde wordt cervicale vestibulaire kam genoemd. Deze loopt van mesiaal naar distaal en is meer uitgepsroken in de mesiale helft.
(Occlusaal aanzicht)
Vergelijking cervicale vestibulaire kam bij ondermolaren (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking cervicale vestibulaire kam bij ondermolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

De mesiale wortel heeft een indeuking mesiaal en distaal (Distaal is dieper)
De kleinere distale wortel heeft een indeuking mesiaal (distaal is variabel)
(Proximaal aanzicht)
Vergelijking mesiale en distale wortel bij ondermolaren (Proximaal aanzicht)
Vergelijking emsiale en distale wortel bij ondermolaren (afbeelding)(Proximaal aanzicht)
.

De tweede ondermolaar is rechthoekig (MD > VL)
De tand wordt smaller van M naar D, Van V naar L.
De vestibulaire cervicale kam is meer uitgesproken mesiaal ter hoogte van de 2de M.
(Occlusaal aanzicht)
Outline en taper van de 2de ondermolaar (Occlusaal aanzicht)
Outline en taper van de 2de ondermolaar (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

De vestibulaire cervicale kam is meer prominent in het midden (Ter hoogte van de middenste cuspide), hierdoor krijgt de outline meer de vorm van een vijfhoek.
De tand wordt smaller van V naar L.
Het distaal derde is smaller V-L dan het mesiaal derde.
(Occlusaal aanzicht)
Outline en taper van de 1ste ondermolaar (Occlusaal aanzicht)
Outline en taper van de 1ste ondermolaar (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

Vier driehoekige kammen vormen twee transversale kammen:
MV + ML = mesiale transversale kam.
DV + DL = Distale transversale kam.
De driehoekige kam ter hoogte van de distale cuspide is apart.
NIET HELEMAAL CORRECT !!!
(Occlusaal aanzicht)
Kammen ter hoogte van ondermolaren (Occlusaal aanzicht)
Kammen ter hoogte van ondermolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

De 1ste en 2de OM hebben 3 fossae (+ put)
Centrale fossa (Grootste)
MEsiale driehoekige fossa
Distale driehoekige fossa (Kleiner)
De vestibulaire groeve tussen beide vestibulaire cuspides eindigt in een vestibulaire pit. Deze is cariësgevoelig.
(Occlusaal aanzicht)
Fossa ter hoogte van ondermolaren (Occlusaal aanzicht)
Fossa ter hoogte van ondermolaren (Occlusaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Mesiale en distale contactzones zijn iets vestibulair van de VL middellijn gelegen (Occlusaal aanzicht)
Proximale contactzone ter hoogte van de ondermolaren (Occlusaal aanzicht)
Proximale contactzone ter hoogte van de ondermolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

Er is meer versmalling van V naar L bij de 2de BM door de kleinere DL cuspide
De 1ste BM heeft een meer prominente DL cuspide.
(Occlusaal en palataal aanzicht)
Vergelijking cuspide 1ste en 2de bovenmolaar (Occlusaal en palataal aanzicht)
Vergelijking cuspide 1ste en 2de bovenmolaar (Afbeelding)(Occlusaal en palataal aanzicht)
.

1ste BM hebben vaak een 5de cuspide ter hoogte van de ML cuspide namelijk de knobbel van Carabelli.
2de BM hebben nooit een knobbel van Carabelli
(Occlusaal aanzicht)
Vergelijking knobbel 1ste vs. 2de bovenmolaar (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking knobbel 1ste vs. 2de bovenmolaar (Afbeelding)(Occclusaal aanzicht)
.

1ste M vertoont meer divergerende wortels en de wortels zijn ook duidelijk gescheiden.
Bij de 2de M, de wortels zijn meer parallel en vaak versmolten.
(Vestibulair en linguaal aanzicht)
Vergelijking verloop wortels 1ste vs. 2de bovenmolaar (Vestibulair en linguaal aanzicht)
Vergelijking verloop wortels 1ste vs. 2de bovenmolaar (Vestibulair en linguaal aanzicht)(Afbeelding)
.

De occluslae parallelogram is meer getwist bij de 2de M dan bij de 1ste M. De M-V en D-L hoeken van de parallelogram zij scherper. (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking parallelogram 1ste vs. 2de bovenmolaar (Occlusaal aanzicht)
Vergelijking parallelogram 1ste vs. 2de bovenmolaar (Afbeelding)(Occlusaal aanzihct)
.

Grote knobbel van Carabelli met maximale contour in eht occlusaal derde aan de linguale zijde (Afbeelding)
.

Knobbel van Carabelli is aanwezig ter hoogte van 70% van de eerste bovenmolaren. deze varieert in grootte (Afbeelding).
.

Variatie in grootte van de DL cuspide bij de 2de bovenmolaar (Afbeelding)
.

Twee prominente cuspides: MV breder en hoger dan DV
De hoogste MP cuspide top kan gezien worden bij vestibulair aanzicht
De buccale groeve maakt een splitsing tussen de MV en de DV cuspide, deze niet niet cariesgevoelig.
(Buccaal aanzicht)
Aantal en grootte van de cuspides van bovenmolaren (Buccaal aanzicht)
Aantal en grootte van de cuspides van bovenmolaren (Afbeelding)(Buccaal aanzicht)
.

Drie wortels:
Palataal (Langste) zit tussen de MV en DV in
DV: kortste
MV: langer en breder dan DV
De plitsting tussen de wortels ligt meer naar cervicaal bij de 1ste BM
(Vestibulair aanzicht)
Wortels van de bovenmolaren (vestibulair aanzicht)
1ste BM: ML cupside is hoogste en grootst met vaak knobbel van Carabelli, en iets klinere DL cuspide
2de BM: heeft de hoogste ML cuspdie, de DL cuspide is duidelijker kleiner (soms afwezig)
De palatale groeven en pit zijn geovelig aan cariës.
(Palataal aanzicht)
Aantal en grootte van de cuspides van de bovenmolaren (Palataal aanzicht)
Aantal en grootte van de cuspides ban de bovenmolaren (Afbeelding)(Palataal aanzicht)
.

De mesiale marginale kam is meer naar occlusaal gelegen dan de distale marginale kam. Bij een distaal aanzicht is dus meer van het occlusaal vlak te zien dan bij een mesiaal aanzicht. (Proximaal aanzicht)
Marginale kam bij bovenmolaren (Proximaal aanzicht)
De cervixlijn is vrij vlak
Vertoont iets meer curvatuur aan de mesiale dan aan de distale zijde.
(Proximaal aanzicht)
Cervixlijn ter hoogte van bovenmolaren (Proximaal aanzicht)
Slechts 2 wortels zijn zichtbaar banuit de mesiale zijde (aangezien de DV wortel korter en smaller is dan de MV wortel)
De palatale wortel is het langst (Banaanvormig)
(Proximaal aanzicht)
Wortels ter hoogte van bovenmolaren (Proximaal aanzicht)
In geval van 4 cuspides:
Transverslae kam van de ML naar de MV cuspide
Schuine kam van de ML naar de DV cuspide
(Occlusaal aanzicht)
Kammen ter hoogte van de bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)
Kammen ter hoogte an de bovenmolaren (Afbeelding)(Occlusaal aanzicht)
.

Vier fossae (Indien er 4 grote cuspides)
Centrale (Grootste)
Distaal schuin (Tweede groootste, cigaarovrmig)
Mesiaal driehoekig
Distaal driehoekig (Klein)
Indien drie cuspides (DL cuspide ontbreekt): slechts 3 fossae: mesiaal, centraal, en distaal
(Occlusaal aanzicht)
Fossae ter hoogte van de bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)
Fossae ter hoogte van de bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Centrale groeven van de mesiale naar de centrale fossa
Vestibulaire groeve verloopt over het vestibulair vlak naar de centrale fossa.
Disto-palatale groeve (van de distale fossa naar palataal)
Transversale groeve over de schuine kam
(Occlusaal aanzicht)
Groeven ter hoogte van de bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)
Groeven ter hoogte van de bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Mesiale en distale contacten zijn vestibulair van de V-L middenlin gelegen.
MEsiaal is meer vestibulair dan distaal
Distaal van de 1ste molaar ligt bijna in het midden
(Occlusaal aanzicht)
Proximale contacten ter hoogte van bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)
Proximale contacten ter hoogte van bovenmolaren (Occlusaal aanzicht)(Afbeelding)
.

Vijfhoek = 1ste ondermolaar
Rechthoek = 2de ondermolaar
Parallellogram = 1ste en 2de bovenmolaar
Hartvormig = 2de bovenmolaar met 3 cuspides
Vergelijk de occlusale outline van molaren
Vergelijk de occlusale outline van molaren (Afbeelding)
.

Kleiner (Kroon en wortel)
Kleiner occlusaal vlak
Meer bijkomende fissuren/groeven
De morfologie kan gelijken op die van de eerste of tweede molaar (Ook eventueel knobbel van Carabelli ter hoogte van derde bovenmolaar)
Wortels vaak vergroeid, furcatie vaak laag
Wortels zijn dunner, meer puntvormig; indien gebogen: naar distaal.
Kenmerken van de derde molaar verschillend van de eerste en tweede molaar
3 buccale cuspide: mesiobucaal, distobucaal en distaal
2 buccale groeve: mesiobuccal en distobuccaal
Wijdere wortel spreiding, kortere Truncus (wortelstam)
Wortel meer gebogen
(Buccaal aanzicht)
eigenschappen van de 1ste ondermolaar in vergelijking met de 2de ondermolaar (Buccaal aanzicht)
2 buccale cuspideL mesiobuccal en distobuccaal
1 buccale groeve
minder wortel spreiding, langere truncus (Worteslstam)
Rechtere wortels
(Buccaal aanzicht)
Eigenschappen van de 2de ondermolaar in vergelijking met de 1ste ondermolaar (Buccaal aanzicht)
Kroon versmalt en is korter richting distaal
distaal contactpunt is meer cervicaal dan mesiaal contactpunt
Kroon heeft distaal meer bolling voorbij de wortel mesiaal
Mesiale wortel is langer dan de distale wortel
1ste ondermolaar:
Distale cuspide is de kleinste buccale cuspide
2de ondermolaar:
Distobuccale cuspide is kleiner dan mesiobuccaal
(Buccaal aanzicht)
Eigenschappen van de 1ste en 2de bovenmolaar om onderscheidt te maken tussen links en rechts (Buccaal aanzicht)
Wijdere wortel verspreiding, kortere truncus
Wortel meer gebogen
Meer kroon versmalling naar linguaal
(Linguaal aanzicht)
eigenschappen van de 1ste ondermolaar in vergelijking met de 2de ondermolaar (Linguaal aanzicht)
Mindere wortel spreiding, langere truncus
Rechtere wortels
Minder kroon versmalling naar linguaal
(Linguaal aanzicht)
Eigenschappen van de 2de ondemrolaar in vergelijking met de 1ste ondermolaar (Linguaal aanzicht)
Dezelfde outline kenmerken vanaf buccaal gezien worden ook gezien vanuit de linguale kijk.
Mesiolinguale cuspide is de langste
Distale marginale kam is meer cervical dan de mesiale marginale kam.
(Linguaal aanzicht)
Eigenschappen van de 1ste en 2de ondermolaar voor onderscheidt tussen links en rechts (Linguaal aanzicht)
Mesiale wortel is wijd vestibulolinguaal met onscherpe punt
Kroon is wijder vestibulolinguaal dan occlusocervicaal.
(Proximaal aanzicht)
Eigenschappen 1ste ondermolaar in vergelijking met de 2de ondermolaar (Proximaal aanzicht)
Mesiale wortel is minder wijd vestibulolinguaal met gebogen top
Kroon is minder wijd vestibulolinguaal
(Proximaal aanzicht)
Eigenschappen 2de ondermolaar in vergelijjing met dd 1ste ondermolaar (Proximaal aanzicht)
Mesiale wortel is breeder buccolinguaal, dus de sitale wortel wordt niet gezien vanuit mesiaal aanzicht
Distale marginale kam is meer cervicaal dan mesiale marginale kam
(Proximaal aanzicht)
Eigenschappen van 1ste en 2de ondermolaar voor bepaling links of rechts (Proximaal aanzicht)
Gewoonlijk 5 cuspides; 3 buccale & 2 linguale
minder prominente buccale cervicale kam
Pentagon vorm
Meer kroon versmalling van buccaal naar linguaal
Minder secundaire groeve
Centrale groeve zigzag mesiaal naar distaal
Mesiobuccale en distobuccale groeve sluiten niet op elkaar aan met linguale groeve (do not align)
(Occlusaal aanzicht)
Eigenschappen 1ste ondermolaar in vergelijking met 2de ondermolaar (Occlusaal aanzicht)
Meestal 4 cuspides (2 buccal & 2 linguaal)
Buccale kam meer prominent aanwezig (mesiaal)
Meer rechthoekige vorm
Minder kroon versmalling van buccaal naar linguaal
Meer secundaire groeve
Centrale groeve rechter
Buccale en linguale groeve lopen in elkaar over met centrale groeve als een +
(Occlusaal aanzicht)
Eigenschappen 2de ondermolaar in vergelijking met 1ste ondermolaar (Occlusaal aanzicht)
Grote mesiolinguale en mesiobuccale cuspide
1ste ondermolaar:
Kroon versmalt in distale derde
2de ondermolaar:
Kroon verwijd op mesiaal door de buccale cervicale kam
(Occlusaal aanzicht)
Eigenschappen van 1ste en 2de ondemrolaar voor bepalen links en rechts (Occlusaal aanzicht)
Wortels verspreiden meer, kortere truncus
Wortels met minder distale buiging
Buccale cuspide bijna dezelfde grootte
(Buccaal aanzicht)
Eigenschappen 1ste bovenmolaar in vergelijking met 2de bovenmolaar (Bucaal aanzicht)
Wortels spreiden minder uit, groter truncus
Wortels met meer distale buiging
Mesiobuccale cuspide groter dan distobuccale
(Buccaal aanzicht)
Eigenschappen 2de bovenmolaar in vergelijking met de 1ste ondermolaar (Buccaal aanzicht)
Distobuccale cuspide korter dan wijdere mesiobuccale cuspide
Mesiobuccale wortel langer dan distobuccale
Kroon helt naar distaal op zijn wortel met de occlusale oppervlakte korter op distaal.
(Buccaal aanzicht)
Eigenschappen 1ste en 2de bovenmolaar voor bepaling links of rechts (Buccaal aanzicht)
Buccale wortels spreiden uit achter linguale wortel
Linguale cuspide bijna dezelfde breedte
(Linguale aanzicht)
Eigenschappen 1ste bovenmolaar in vergelijking met 2de bovenmolaar (Linguaal aanzicht)
Buccale wortels zijn minder uitgespreidt
Distolinguale cuspide smaller dan mesiolinguale of afwezig
(Linguaal aanzicht)
Eigenschappen 2de bovenmolaar in vergelijking met 1ste bovenmolaar (Linguaal aanzicht)
De distale helft van de kroon is korter dan de mesiale helft
De distale marginale kam is meer cervicaal geplaatst dan de mesiale marginale kam
1ste bovenmolaar:
Cuspide van Carabelli aanwezig op mesiolinguaal
Mesiolinguale cuspide is een klein beetje groter dan distolinguaal
2de bovenmolaar:
Cuspide van Carabelli afwezig
Mesiolinguale cuspide groter in vergelijking met kleinere distonlingual.
(Linguaal aanzicht)
Eigenschappen 1ste en 2de bovenmolaar voor bepaling links of rechts (Linguaal aanzicht)
een beetje wortelspreiding voorbij de kroon
Cuspide van Carabelli op mesiolinguale cuspide
(Proximaal aanzicht)(
Eigenschappen 1ste bovenmolaar in vergelijking met de 2de bovenmolaar (Proximaal aanzicht)