1/64
Freudiaanse Ontwikkelingsfasen
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Freud
Ontwikkelde een psychoseksuele theorie over persoonlijkheidsontwikkeling.
Psychoseksuele ontwikkeling
Ontwikkeling waarbij de libidineuze energie zich doorheen fasen verplaatst.
Libido
Psychische energie die gericht is op lustbevrediging.
Lustprincipe
Streven naar onmiddellijke bevrediging en vermijden van onlust.
Realiteitsprincipe
Rekening houden met de eisen van de werkelijkheid.
Psychoseksuele fase
Een ontwikkelingsfase waarin de libido gericht is op een specifieke erogene zone.
Doel psychoseksuele ontwikkeling
Opbouw van de persoonlijkheid door het doorlopen van conflicten.
Orale fase
0–1 jaar
Erogene zone orale fase
Mond
Kernconflict orale fase
Zuigen, bijten en voeding.
Orale fase – dynamiek incorporatie
Lust wordt beleefd door het object (bv. moeder/borst/voeding) in zich op te nemen.
Orale fase – betekenis incorporatie
Eerste objectrelatie waarbij de ander wordt geïnternaliseerd.
Gevolg normale orale fase
Ontwikkeling van basisvertrouwen en afhankelijkheid.
Fixatie orale fase
Kan leiden tot orale gewoonten of afhankelijkheid.
Anale fase
1–3 jaar
Erogene zone anale fase
Anus
Kernconflict anale fase
Zindelijkheid en controle.
Anale fase – dynamiek controle
Spanning tussen vasthouden en loslaten.
Anale fase – betekenis controle
Lust en onlust gekoppeld aan autonomie, macht en beheersing.
Gevolg normale anale fase
Ontwikkeling van autonomie en zelfcontrole.
Fixatie anale fase
Kan leiden tot dwangmatigheid of slordigheid.
Fallische fase
3–6 jaar
Erogene zone fallische fase
Genitaliën
Kernconflict fallische fase
Oedipus- en Elektracomplex.
Oedipuscomplex
Jongen voelt aantrekking tot moeder en rivaliteit met vader.
Elektracomplex
Meisje voelt aantrekking tot vader en rivaliteit met moeder.
Fallische fase – dynamiek identificatie
Identificatie met ouder van hetzelfde geslacht.
Fallische fase – betekenis identificatie
Internalisatie van normen en waarden.
Ontwikkeling überich
Ontstaat door identificatie tijdens de fallische fase.
Latentiefase
6–12 jaar
Kenmerk latentiefase
Libido is relatief onderdrukt.
Latentiefase – dynamiek sublimatie
Libidineuze energie wordt omgezet in sociaal aanvaardbare activiteiten.
Latentiefase – betekenis sublimatie
Energie wordt gericht op leren, vriendschappen en schoolse prestaties.
Genitale fase
12+ jaar
Kenmerk genitale fase
Rijpe seksuele interesse en volwassen relaties.
Genitale fase – dynamiek integratie
Integratie van eerdere fasen in volwassen intimiteit.
Genitale fase – betekenis integratie
Ontwikkeling van wederkerige relaties en seksuele rijpheid.
Succesvolle ontwikkeling
Alle fasen worden zonder fixatie doorlopen.
Fixatie
Blijvende gerichtheid van libido op een eerdere ontwikkelingsfase.
Regressie
Tijdelijke terugval naar een eerdere fase bij stress of conflict.
Verschil fixatie en regressie
Fixatie is blijvend, regressie is tijdelijk.
Retardatie
Vertraagde ontwikkeling waarbij fasen niet leeftijdsadequaat worden bereikt.
Es
Onbewust deel van de persoonlijkheid, gestuurd door het lustprincipe.
Ich
Rationeel deel van de persoonlijkheid dat bemiddelt tussen es en realiteit.
Überich
Moreel deel van de persoonlijkheid met normen en waarden.
Conflict es-ich-überich
Interne spanning tussen lust, realiteit en moraal.
Afweermechanismen
Onbewuste strategieën van het ich om angst te verminderen.
Verdringing
Onaanvaardbare impulsen worden uit het bewustzijn geweerd.
Projectie
Eigen onaanvaardbare gevoelens worden aan anderen toegeschreven.
Ontkenning
Weigeren om een realiteit te erkennen.
Rationalisatie
Onaanvaardbaar gedrag logisch verklaren.
Sublimatie
Onaanvaardbare impulsen omzetten in sociaal aanvaardbaar gedrag.
Freud en gedrag
Gedrag wordt gestuurd door onbewuste processen.
Kritiek op Freud
Theorie is moeilijk toetsbaar en sterk seksueel gericht.
Belang Freud
Legde basis voor persoonlijkheids- en ontwikkelingspsychologie.