1/27
Deze flashcards bevatten belangrijke termen en definities uit de psychologie, met een focus op Freud en de humanistische stroming.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Persoonlijkheidsontwikkeling
Door onbewuste verlangens en conflicten uit de kindertijd.
Grondlegger van de psychoanalyse
Sigmund Freud.
IJsbergmetafoor
Dat het grootste deel van het psychisch leven onbewust is.
Bewuste
Waar we ons op dit moment van bewust zijn.
Voorbewuste
Inhoud die gemakkelijk bewust kan worden.
Onbewuste
Inhoud die niet rechtstreeks bewust kan worden en gedrag stuurt.
Eros
Levensdrift: seksuele, levensbevorderende en creatieve impulsen.
Thanatos
Doodsdrift: agressieve en destructieve impulsen.
Instanties van de persoonlijkheid
Id, ego en superego.
Id
Het primitieve en onbewuste deel van de persoonlijkheid.
Principe van het id
Het lustprincipe.
Ontstaan van het ego
Rond 1 tot 2 jaar.
Taak van het ego
Bemiddelen tussen id, superego en realiteit.
Principe van het ego
Het realiteitsprincipe.
Ontstaan van het superego
Rond 4 tot 5 jaar.
Principe van het superego
Het moraliteitsprincipe.
Componenten van het superego
Ego-ideaal en geweten.
Vorming van de persoonlijkheid volgens Freud
In de vroege kindertijd.
Bepaling van persoonlijkheidsontwikkeling
De bevrediging van de libido doorheen psychoseksuele stadia.
Fixatie
Blijven hangen in een psychoseksueel stadium.
Kern van de humanistische psychologie
Streven naar zelfactualisatie.
Psychologen van de humanistische stroming
Rogers, Maslow en Allport.
Fenomenologische realiteit volgens Rogers
De subjectieve beleving van de werkelijkheid.
Congruentie
Overeenstemming tussen actuele en ideale zelf.
Incongruentie
Kloof tussen actuele en ideale zelf.
Radicaal behaviorisme over persoonlijkheid
Persoonlijkheid bestaat niet.
Cognitieve psychologie
De rol van gedachten en interpretaties.
Locus of control
Overtuiging dat gebeurtenissen intern of extern gecontroleerd zijn.