Thema 3 Situationeel aansturen

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/22

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

23 Terms

1
Acceptatiemodel
Model waarbij de medewerker datgene wat er moet gebeuren accepteert.
2
Assessment
Werksituatie die wordt nagebootst
3
Autoritair leiderschap
Leiderschapsstijl waarbij de leider het alleen voor het zeggen wil hebben.
4
Betrekkingsniveau
Wijze waarom in communicatie een boodschap wordt gegeven. Lichaamstaal speelt daarbij een bepalende rol.
5
Communicatie
Proces waarbij de zender de intentie heeft via een medium een boodschap over te brengen naar een of meerdere ontvangers.
6
Competentieniveau
Niveau waarop medewerkers hun taken kunnen en willen uitvoeren.
7
Delegeren
Het overdragen van (een deel van een) bevoegdheid of verantwoordelijkheid van een persoon aan een andere, meestal hiërarchisch ondergeschikt, persoon.
8
Democratisch leiderschap
Leiderschapstijl waarbij de manager altijd het besluit van de meerderheid volgt.
9
Duplex communicatiemiddel
Communicatiemiddel waarmee je een boodschap kunt versturen en direct een antwoord van de ontvanger kunt ontvangen. Denk aan telefoon of e-mail. Ook wel: tweezijdig communicatiemiddel.
10
Eenzijdig communicatiemiddel
Communicatiemiddel waarmee je wel een boodschap kunt versturen, maar niet kunt ontvangen. Denk aan een megafoon of omroepinstallatie. Ook wel: Simplex communicatiemiddel.
11
Etherdiscipline
De wijze waarop wordt gecommuniceerd om ervoor te zorgen dat alleen die informatie die nodig is, gedeeld wordt.
12
Externe ruis
Verstoring van het communicatieproces door invloeden van buiten. Denk aan lawaai.
13
Extrinsieke leider
Leider die het leidinggeven krijgt opgedragen of dit heeft aangeleerd.
14
Flexibel leiderschap
Stijl van leidinggeven kiezen die het best bij de situatie past. Ook wel: Situationeel leiderschap.
15
Hersey en Blancherd
Wetenschappers die het uitgangspunt van situationee/flexibel leiderschap koppelen aan de kenmerken van medewerkers.
16
Inhoudsniveau
Boodschap zoals deze letterlijk door een persoon wordt verstuurd, de inhoud van de boodschap.
17
Interne ruis
Verstoring van het communicatieproces die invloeden van binnenuit. Denk aan onduidelijk spreken of slecht luisteren.
18
Intrinsieke leider
Leider die in elke situatie de leiding op zich nemen.
19
LSD
Luisteren, samenvatten en doorvragen.
20
Looprooster
Rooster waarop staat wie wanneer de verschillende posities bemant en welke werkzaamheden er worden uitgevoerd.
21
Non-verbale communicatie
Communicatie zonder gesproken of geschreven taal. Denk aan gezichtsuitdrukking of lichaamstaal.
22
Opleggingsmodel
Model waarbij de leider zegt hoe de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en geen enkele ruimte laat om hierover in discussie te gaan.
23
Overtuigingsmodel
Model waarbij de leidinggevende probeert de medewerker te overtuigen van de manier waarop bepaalde