1/99
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
substanties die je mood, gedachte en gedrag veranderen
psychoactive drugs
de route die drug aflegt om bij target te komen
route of administratie
5 routes of administratie
1) oraal
2) inhaleert in longen
3) injectie in bloed
4) injectie in brein
5) Huid/spier
nadeel oraal
makkelijkst maar wel complex =>moet eerst geabsorbeerd worden in epitheel in maag en dunne darm hierna pas in bloedstroom
(als vast dan moet het opgelost worden door maag, liquid is sneller)
route inademen in longen
1) gassen gaan door wanden van respiratoir systeem (bijna meteen van zodra geïnhaleerd)
2) absorbeerd door membranen in bloedstroom
welke route minste obstakels
brein
dichte juncties tussen cellen van bloedvaten in brein
blood-brain barriere

functie blood-brain barriere
1) beschermen van brein inzake ionenbalans
2) blokkeren van stoffen die balans kunnen verstoren
De uitwisseling in het brein gebeurt door wat?
astrocyten
wat wisselen astrocyten uit in brein
zuurstof
(te geven aan de neuronen en gliacellen)
3 regio's waar geen blood-brain barriere is
1) Area postrema (onderaan hersenstam)
2) Hypofyse/ pituitary gland
3) pijnappelklier/pineal gland
pineal gland functie
laat hormonen toe om dag-nachtcyclus te kunnen controleren

Hypofyse/pituitary gland functie
detecteert hormonen om andere hormonen in reactie hierop los te laten in bloed

Area postrema functie
detecteert giftige stoffen om braakreflex op te wekken

van wat is cappilaries opgebouwd
endothelial cells
verschil endothelial cells in lichaam en brein
lichaam:
1) capillary wall NIET dicht op elkaar
2) substanties kunnen door clefts tussen cellen
brein:
1) capillary wall WEL fused: tight junctions (omringd met astrocyte voeten)
2) meeste substanties kunnen niet door de cel
waarom moet de blood-brain barriere soms overgestoken worden
1) brein heeft O nodig
2) glucose nodig
3) amino acids nodig
2 stubstanties die de barriere kunnen oversteken
1) kleine moleculen kunnen door endothelial membraan
2) complexe moleculen gedragen langs het membraan
2 manieren voor complexe moleculen gedragen langs het membraan
1) actieve transport systeem
2) ionen pomp
wanneer het lichaam drug begint kapot te maken
catabolisme
catabolisme verloop (3)
1) verdunning/dilution door heel het lichaam
2) het op te delen
3) catabolization door heel lichaam
hoe drug uit lichaam krijgen
urine, zweet, uitgeademde lucht, borstmelk,...
Drugs die synaptische transmissie doen toenemen
agonisten
Drugs die synaptische transmissie doen afnemen
antagonisten
7 stappen in neurotransmissie in de synaps
1) synthese van NT. (in cell body)
2) opslag van NT (in vesicles)
3) vrijgave van NT. (terminal presyn -> synap)
4) receptor interactie (in postsynap)
5) activatie of inactivatie van NT
6) heropname of weg gooien

drugs die zich voor doen als agonists of anatagonists bij ACh synapsen bij skeletspieren (leg deze 2 uit)
1) ACh agnostis: stimuleren spieren
2) ACh antagonist: remmen spieren
agonist die ACh-release stimuleert, welke toxine
black widow spider venom
antagonist die ACh-release blokkeert
(ook medisch gebruikt om selectief bepaalde spieren
te verlammen, werkend item in Botox om gezichtsspieren te verlammen)
botulinum toxin
2drugs die werken op ACh receptoren
1) nicotine: agonist
2) curare: antagonists (gebruikt voor dieren even te verlammen en bij operaties)
agonist die AChE inhibeert waardoor meer ACh in synaps
(kleine dosissen gebruikt voor behandeling myasthenia gravis, spieren hierbij verzwakt)
Fysostigmine
verminderde respons op drug door herhaalde blootstelling
tolerantie
exp: mensen elke dag laten drinken: keken naar tolerantie op 3 vlakken
1) metabolische tolerantie
2) cellular tolerantie
3) learned/aangeleerde tolerantie
resultaten metabolische tolerantie
aantal enzymen nodig om stof af te breken stijgt
(word sneller metaboliseert)
resultaten cellular tolerantie
hersencellen veranderen om de effecten van drug op brein minimaal te houden
(ookal zoveel gedronken kan weinig gedrag signalen)
resultaten aangeleerde tolerantie
het omgaan met de eisen van het leven onder invloed van een middel
toegenomen responsiviteit op drug (zelfde dosis) door periodiek gebruik
sensitisatie
exp: ratten in observatiebox, reacties op amfetamine-injecties bekijken (stimuleren dopaminereceptoren) Om de 3-4 dagen nieuwe injectie
resultaten
Motorische activiteit werd steeds meer uitgesproken na toediening van eenzelfde dosis
exp: flupentixol toegediend (antagonist, blokkeert DA-receptoren) aan goed getrainde ratten net voor zwemtaak
Over trials heen steeds lagere zwemsnelheid, met uiteindelijk zelfs volledig stoppen
(Sensitisatie niet altijd gekenmerkt door toename in gedrag, kan ook tot afname gedrag leiden!)
neurale basis als evidentie voor sensitisatie
1) Veranderingen in de synaps (vb. na sensitisatie amfetamine ➔ meer dopaminerelease in de synaps)
2) Veranderingen in aantal receptoren postsynaptisch
3) Verandering in snelheid neurotransmitter-metabolisme in synaptische spleet
4) Verandering in neurotransmitter-reuptake
5) Verandering in aantal en grootte van synapsen
aangeleerde basis probleem
moeilijk te verkrijgen in hun thuis
mensen/dieren gewend om bepaalde gedragingen te stellen in thuisomgeving waardoor het moeilijk is om (ook onder invloed van een drug) de responsen op cues uit thuisomgeving aan te passen
indien men weg is van thuis en nieuwe prikkelcues krijgt, is conditioneren van nieuwe responsen makkelijker
home- out effect
groeperen van drugs adhv hun gedrag en psychoactieve effecten (5)
1) groep 1: antianxiety agents en sedative-hyponitcs
2) groep 2: antipsychotic agents
3) groep 3: antidepressieva en mood stabiliteit
4) groep 4: opioid analgesics
5) groep 5: psychotropics
3 namen van psychoactieve drugs
1) chemical: drugs structuur
2) generic: generiek en lowercase
3) proprietary: brand name
2 drugs in antianxiety agents en sedative-hyponitcs
1) Phencyclidine (PCP, angel dust)
2) 'Verkrachtingsdrugs'
Best gekende anxiolytica
benzodiazepines
Bekende producten van benzodiazepines
(mensen die moeilijkheden hebben met omgaan met serieuze stress)
1) diazepam (Valium)
2) alprazolam (Xanax)
3) clonazepam (Klonopin)
2 gekende Sedatieve hypnotica
1) alchohol
2) barbituraten
functie Sedatieve hypnotica
slaap induceren, verdoven, coma
overdracht van tolerantie naar andere drugs in de groep
(bij Sedatieve hypnotica)
cross-tolerantie
welke recepor is een target voor alcohol en barbituraten
GABA
FASD
= patroon van fysieke en intellectuele afwijkingen
Fetal Alcohol Spectrum Disorder
kenmerken FASD
1) slechte gezondheid, drug gebruik door ouders voor geboren
2) rare gezicht kenmerken
3) abnormaal brein
4) gedrag symptomen
Activatie van de GABA_A-receptor gevolg (3)
1) opent een Cl⁻-kanaal
2) wat leidt tot chloride-influx, hyperpolarisatie en inhibitie van het postsynaptisch neuron
3) → globale daling van neuronaal vuren.
stoffen blokkeren het Cl⁻-kanaal (bv. picrotoxine), gevolg hiervan
veroorzaken excitaties en epileptische aanvallen; (daarom kunnen GABA-versterkende middelen anti-epileptisch werken)
verzamelnaam voor verschillende stoornissen waaronder schizofrenie, gekenmerkt door hallucinatie, wanen en een hoop andere symptomen
Psychose
2 kenmerken schizofrenie
1) hallucinaties
2) dellusions
FGAs
First-generation antipsychotica
2 drugs van FGA
1) Fenothiazines
2) Butyrofenonen
werking: FGA (Fenothiazines en Butyrofenonen)
blokkeren dopamine D2-receptor
SGA's
Second-generation antipsychotica
drugs bij SGA
clozapine - Clozaril
werking: SGA
beetje blokkeren van dopamine D2-receptor, ook serotonine 5-HT2-receptor
te grote hoeveelheid dopamine (vnl frontaal) veroorzaakt symptomen van schizofrenie
Dopaminehypothese van schizofrenie
wat leidt tot schizofrenie like symptomen
amphetamine
stemmingsstoornis
Major depression
welke vitamine tekort geassocieerd met depressie
Vitamine D
3 antidepressivie effecten drugs
1) Monoamineoxidase-inhibitoren: MAO
2) Tricyclische antidepressiva:
3) atypische antidepressiva (SSRI: selective serotonin reuptake inhibitors)
MAO werking
meer serotoninerelease doordat ze enzym
MAO voor afbraak serotonine inhiberen in axonuiteinde
Tricyclische antidepressiva werking
blokkeren heropname-transportereiwitten
verklaring waarom antidepressieve drugs snel werkt
antidepressiva stimuleren second messengers in neuronen die herstel van beschadigde neuronen activeren
verminderen intensiteit van de ene pool van de stoornis, waardoor de andere minder waarschijnlijk zal getriggerd worden
Stemmingsstabilisatoren
Antipsychotica werking
blokkeren D2-receptors
(en gaan dus de eventuele hallucinaties en wanen tijdens een manier tegen= epilepsy)
ieder bestanddeel dat bindt aan morfine-gevoelige receptoren, slaap inducerende en pijnstillende eigenschappen
Opioïde analgetica
2 Natuurlijke opioïden
1)Opium uit plant (opium poppy)
2)Opioïden uit brein = endorfines
functie Opium
eurofie, verdoving, slaap en tegen hoesten en diarree
2 chemische stoffen Opium
1) Codeïne (hoestmedicijn, pijnstiller)
2) Morfine (in lever omzetting van codeïne ➔ morfine)
4klassen van Opioïden
1) endorfines
2) enkefalines
3) dynorphines
4) endomorfine
3 receptoren voor Opioïden
1) mu
2) kappa
3) delta
waar Opioïden (2)
1) CZS
2) PZS
Synthetische opioïden
(gebruikt in klinische context voor pijnbehandeling)
1) heroine
2) hydromorphone
3) levorphanol
4) oxymorphone
.. (allemaal verslavend)
soldier's disease'
morfineverslaving
2 categorieën Psychotrope drugs
1) Gedragsmatige stimulantia: effect op motoriek en stemming
2) Psychedelica en hallucinogene stimulantia: effect op perceptie, productie hallucinaties
stimulantia die effect hebben op mentaal niveau, motorisch niveau, arousal, perceptie en stemming
Psychotrope drugs
Leiden tot toename van motoractiviteit, toename in stemming en alertheid
Gedragsmatige stimulantia
2 Gedragsmatige stimulantia
1) cocaïne
2) amfetamine
synthetisch vervaardigde drug, ontdekt tijdens pogingen om norepinefrine na te bootsen
amfetamine
werking amfetamine
1) Dopamine-agonist: blokkeert heropnametransporter + stimuleert vrijstelling door presynaptisch neuron
2) ➔ meer dopamine in synaptische spleet
3) meer stimulatie van dopaminereceptoren
Illegaal amfetaminederivaat
methamfetamine (speed)
werking cocaine
Dopamine-agonist: blokkeert DA heropnametransporters
Werken in op perceptie en cognitieve processen, veroorzaken soms hallucinaties
sychedelica en hallucinogene stimulantia
5 soorten sychedelica en hallucinogene stimulantia
1) acetylcholine psychedelica
2) anandamide psychedelica
3) glutamate psychedelica
4) norepinephrine psychedelica
5) serotonin psychedelica
2 voorbeelden serotonin psychedelica
1) LSD (lysergic acid diethylamide) + psilocybine
2) MDMA (amfetaminederivaat)
LSD werking
stimuleren sommige 5-HT-receptors en blokkeren andere serotonerge neuronen via 5-HT-autoreceptors
(agonist van 5-HT2-receptor)
(schizofrenie
Gevoel van welzijn en ontlichaming, visuele verstoringen
+ Geassocieerd met slaap-, stemmings-, angst-, geheugen- en aandachtsstoornissen
MDMA
effect Norepinefrine-psychedelica
Produceert fysische gewaarwordingen: ruimtelijke ongebondenheid en visuele hallucinaties
voorbeeld van Norepinefrine-psychedelica
mescaline
4 voorbeelden van glutamate psychedelica
1) PCP
2) ketamine
3) dextromethorphan
4) stikstofoxide
werking glutamate psychedelica
Blokkeren NMDA-receptor
effecten van glutamate psychedelica
hallucinaties en out-of-body-experiences
blokkeren (atropine) of faciliteren (nicotine) van transmissie thv ACh-synapsen
acetylcholine psychedelica