Kaarten: neuro 2: pharma: H3: main groups of psychoactive drugs | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:05 PM on 1/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

substanties die je mood, gedachte en gedrag veranderen

psychoactive drugs

2
New cards

de route die drug aflegt om bij target te komen

route of administratie

3
New cards

5 routes of administratie

1) oraal

2) inhaleert in longen

3) injectie in bloed

4) injectie in brein

5) Huid/spier

4
New cards

nadeel oraal

makkelijkst maar wel complex =>moet eerst geabsorbeerd worden in epitheel in maag en dunne darm hierna pas in bloedstroom

(als vast dan moet het opgelost worden door maag, liquid is sneller)

5
New cards

route inademen in longen

1) gassen gaan door wanden van respiratoir systeem (bijna meteen van zodra geïnhaleerd)

2) absorbeerd door membranen in bloedstroom

6
New cards

welke route minste obstakels

brein

7
New cards

dichte juncties tussen cellen van bloedvaten in brein

blood-brain barriere

<p>blood-brain barriere</p>
8
New cards

functie blood-brain barriere

1) beschermen van brein inzake ionenbalans

2) blokkeren van stoffen die balans kunnen verstoren

9
New cards

De uitwisseling in het brein gebeurt door wat?

astrocyten

10
New cards

wat wisselen astrocyten uit in brein

zuurstof

(te geven aan de neuronen en gliacellen)

11
New cards

3 regio's waar geen blood-brain barriere is

1) Area postrema (onderaan hersenstam)

2) Hypofyse/ pituitary gland

3) pijnappelklier/pineal gland

12
New cards

pineal gland functie

laat hormonen toe om dag-nachtcyclus te kunnen controleren

<p>laat hormonen toe om dag-nachtcyclus te kunnen controleren</p>
13
New cards

Hypofyse/pituitary gland functie

detecteert hormonen om andere hormonen in reactie hierop los te laten in bloed

<p>detecteert hormonen om andere hormonen in reactie hierop los te laten in bloed</p>
14
New cards

Area postrema functie

detecteert giftige stoffen om braakreflex op te wekken

<p>detecteert giftige stoffen om braakreflex op te wekken</p>
15
New cards

van wat is cappilaries opgebouwd

endothelial cells

16
New cards

verschil endothelial cells in lichaam en brein

lichaam:

1) capillary wall NIET dicht op elkaar

2) substanties kunnen door clefts tussen cellen

brein:

1) capillary wall WEL fused: tight junctions (omringd met astrocyte voeten)

2) meeste substanties kunnen niet door de cel

17
New cards

waarom moet de blood-brain barriere soms overgestoken worden

1) brein heeft O nodig

2) glucose nodig

3) amino acids nodig

18
New cards

2 stubstanties die de barriere kunnen oversteken

1) kleine moleculen kunnen door endothelial membraan

2) complexe moleculen gedragen langs het membraan

19
New cards

2 manieren voor complexe moleculen gedragen langs het membraan

1) actieve transport systeem

2) ionen pomp

20
New cards

wanneer het lichaam drug begint kapot te maken

catabolisme

21
New cards

catabolisme verloop (3)

1) verdunning/dilution door heel het lichaam

2) het op te delen

3) catabolization door heel lichaam

22
New cards

hoe drug uit lichaam krijgen

urine, zweet, uitgeademde lucht, borstmelk,...

23
New cards

Drugs die synaptische transmissie doen toenemen

agonisten

24
New cards

Drugs die synaptische transmissie doen afnemen

antagonisten

25
New cards

7 stappen in neurotransmissie in de synaps

1) synthese van NT. (in cell body)

2) opslag van NT (in vesicles)

3) vrijgave van NT. (terminal presyn -> synap)

4) receptor interactie (in postsynap)

5) activatie of inactivatie van NT

6) heropname of weg gooien

<p>1) synthese van NT. (in cell body)</p><p>2) opslag van NT (in vesicles)</p><p>3) vrijgave van NT. (terminal presyn -&gt; synap)</p><p>4) receptor interactie (in postsynap)</p><p>5) activatie of inactivatie van NT</p><p>6) heropname of weg gooien</p>
26
New cards

drugs die zich voor doen als agonists of anatagonists bij ACh synapsen bij skeletspieren (leg deze 2 uit)

1) ACh agnostis: stimuleren spieren

2) ACh antagonist: remmen spieren

27
New cards

agonist die ACh-release stimuleert, welke toxine

black widow spider venom

28
New cards

antagonist die ACh-release blokkeert

(ook medisch gebruikt om selectief bepaalde spieren

te verlammen, werkend item in Botox om gezichtsspieren te verlammen)

botulinum toxin

29
New cards

2drugs die werken op ACh receptoren

1) nicotine: agonist

2) curare: antagonists (gebruikt voor dieren even te verlammen en bij operaties)

30
New cards

agonist die AChE inhibeert waardoor meer ACh in synaps

(kleine dosissen gebruikt voor behandeling myasthenia gravis, spieren hierbij verzwakt)

Fysostigmine

31
New cards

verminderde respons op drug door herhaalde blootstelling

tolerantie

32
New cards

exp: mensen elke dag laten drinken: keken naar tolerantie op 3 vlakken

1) metabolische tolerantie

2) cellular tolerantie

3) learned/aangeleerde tolerantie

33
New cards

resultaten metabolische tolerantie

aantal enzymen nodig om stof af te breken stijgt

(word sneller metaboliseert)

34
New cards

resultaten cellular tolerantie

hersencellen veranderen om de effecten van drug op brein minimaal te houden

(ookal zoveel gedronken kan weinig gedrag signalen)

35
New cards

resultaten aangeleerde tolerantie

het omgaan met de eisen van het leven onder invloed van een middel

36
New cards

toegenomen responsiviteit op drug (zelfde dosis) door periodiek gebruik

sensitisatie

37
New cards

exp: ratten in observatiebox, reacties op amfetamine-injecties bekijken (stimuleren dopaminereceptoren) Om de 3-4 dagen nieuwe injectie

resultaten

Motorische activiteit werd steeds meer uitgesproken na toediening van eenzelfde dosis

38
New cards

exp: flupentixol toegediend (antagonist, blokkeert DA-receptoren) aan goed getrainde ratten net voor zwemtaak

Over trials heen steeds lagere zwemsnelheid, met uiteindelijk zelfs volledig stoppen

(Sensitisatie niet altijd gekenmerkt door toename in gedrag, kan ook tot afname gedrag leiden!)

39
New cards

neurale basis als evidentie voor sensitisatie

1) Veranderingen in de synaps (vb. na sensitisatie amfetamine ➔ meer dopaminerelease in de synaps)

2) Veranderingen in aantal receptoren postsynaptisch

3) Verandering in snelheid neurotransmitter-metabolisme in synaptische spleet

4) Verandering in neurotransmitter-reuptake

5) Verandering in aantal en grootte van synapsen

40
New cards

aangeleerde basis probleem

moeilijk te verkrijgen in hun thuis

41
New cards

mensen/dieren gewend om bepaalde gedragingen te stellen in thuisomgeving waardoor het moeilijk is om (ook onder invloed van een drug) de responsen op cues uit thuisomgeving aan te passen

indien men weg is van thuis en nieuwe prikkelcues krijgt, is conditioneren van nieuwe responsen makkelijker

home- out effect

42
New cards

groeperen van drugs adhv hun gedrag en psychoactieve effecten (5)

1) groep 1: antianxiety agents en sedative-hyponitcs

2) groep 2: antipsychotic agents

3) groep 3: antidepressieva en mood stabiliteit

4) groep 4: opioid analgesics

5) groep 5: psychotropics

43
New cards

3 namen van psychoactieve drugs

1) chemical: drugs structuur

2) generic: generiek en lowercase

3) proprietary: brand name

44
New cards

2 drugs in antianxiety agents en sedative-hyponitcs

1) Phencyclidine (PCP, angel dust)

2) 'Verkrachtingsdrugs'

45
New cards

Best gekende anxiolytica

benzodiazepines

46
New cards

Bekende producten van benzodiazepines

(mensen die moeilijkheden hebben met omgaan met serieuze stress)

1) diazepam (Valium)

2) alprazolam (Xanax)

3) clonazepam (Klonopin)

47
New cards

2 gekende Sedatieve hypnotica

1) alchohol

2) barbituraten

48
New cards

functie Sedatieve hypnotica

slaap induceren, verdoven, coma

49
New cards

overdracht van tolerantie naar andere drugs in de groep

(bij Sedatieve hypnotica)

cross-tolerantie

50
New cards

welke recepor is een target voor alcohol en barbituraten

GABA

51
New cards

FASD

= patroon van fysieke en intellectuele afwijkingen

Fetal Alcohol Spectrum Disorder

52
New cards

kenmerken FASD

1) slechte gezondheid, drug gebruik door ouders voor geboren

2) rare gezicht kenmerken

3) abnormaal brein

4) gedrag symptomen

53
New cards

Activatie van de GABA_A-receptor gevolg (3)

1) opent een Cl⁻-kanaal

2) wat leidt tot chloride-influx, hyperpolarisatie en inhibitie van het postsynaptisch neuron

3) → globale daling van neuronaal vuren.

54
New cards

stoffen blokkeren het Cl⁻-kanaal (bv. picrotoxine), gevolg hiervan

veroorzaken excitaties en epileptische aanvallen; (daarom kunnen GABA-versterkende middelen anti-epileptisch werken)

55
New cards

verzamelnaam voor verschillende stoornissen waaronder schizofrenie, gekenmerkt door hallucinatie, wanen en een hoop andere symptomen

Psychose

56
New cards

2 kenmerken schizofrenie

1) hallucinaties

2) dellusions

57
New cards

FGAs

First-generation antipsychotica

58
New cards

2 drugs van FGA

1) Fenothiazines

2) Butyrofenonen

59
New cards

werking: FGA (Fenothiazines en Butyrofenonen)

blokkeren dopamine D2-receptor

60
New cards

SGA's

Second-generation antipsychotica

61
New cards

drugs bij SGA

clozapine - Clozaril

62
New cards

werking: SGA

beetje blokkeren van dopamine D2-receptor, ook serotonine 5-HT2-receptor

63
New cards

te grote hoeveelheid dopamine (vnl frontaal) veroorzaakt symptomen van schizofrenie

Dopaminehypothese van schizofrenie

64
New cards

wat leidt tot schizofrenie like symptomen

amphetamine

65
New cards

stemmingsstoornis

Major depression

66
New cards

welke vitamine tekort geassocieerd met depressie

Vitamine D

67
New cards

3 antidepressivie effecten drugs

1) Monoamineoxidase-inhibitoren: MAO

2) Tricyclische antidepressiva:

3) atypische antidepressiva (SSRI: selective serotonin reuptake inhibitors)

68
New cards

MAO werking

meer serotoninerelease doordat ze enzym

MAO voor afbraak serotonine inhiberen in axonuiteinde

69
New cards

Tricyclische antidepressiva werking

blokkeren heropname-transportereiwitten

70
New cards

verklaring waarom antidepressieve drugs snel werkt

antidepressiva stimuleren second messengers in neuronen die herstel van beschadigde neuronen activeren

71
New cards

verminderen intensiteit van de ene pool van de stoornis, waardoor de andere minder waarschijnlijk zal getriggerd worden

Stemmingsstabilisatoren

72
New cards

Antipsychotica werking

blokkeren D2-receptors

(en gaan dus de eventuele hallucinaties en wanen tijdens een manier tegen= epilepsy)

73
New cards

ieder bestanddeel dat bindt aan morfine-gevoelige receptoren, slaap inducerende en pijnstillende eigenschappen

Opioïde analgetica

74
New cards

2 Natuurlijke opioïden

1)Opium uit plant (opium poppy)

2)Opioïden uit brein = endorfines

75
New cards

functie Opium

eurofie, verdoving, slaap en tegen hoesten en diarree

76
New cards

2 chemische stoffen Opium

1) Codeïne (hoestmedicijn, pijnstiller)

2) Morfine (in lever omzetting van codeïne ➔ morfine)

77
New cards

4klassen van Opioïden

1) endorfines

2) enkefalines

3) dynorphines

4) endomorfine

78
New cards

3 receptoren voor Opioïden

1) mu

2) kappa

3) delta

79
New cards

waar Opioïden (2)

1) CZS

2) PZS

80
New cards

Synthetische opioïden

(gebruikt in klinische context voor pijnbehandeling)

1) heroine

2) hydromorphone

3) levorphanol

4) oxymorphone

.. (allemaal verslavend)

81
New cards

soldier's disease'

morfineverslaving

82
New cards

2 categorieën Psychotrope drugs

1) Gedragsmatige stimulantia: effect op motoriek en stemming

2) Psychedelica en hallucinogene stimulantia: effect op perceptie, productie hallucinaties

83
New cards

stimulantia die effect hebben op mentaal niveau, motorisch niveau, arousal, perceptie en stemming

Psychotrope drugs

84
New cards

Leiden tot toename van motoractiviteit, toename in stemming en alertheid

Gedragsmatige stimulantia

85
New cards

2 Gedragsmatige stimulantia

1) cocaïne

2) amfetamine

86
New cards

synthetisch vervaardigde drug, ontdekt tijdens pogingen om norepinefrine na te bootsen

amfetamine

87
New cards

werking amfetamine

1) Dopamine-agonist: blokkeert heropnametransporter + stimuleert vrijstelling door presynaptisch neuron

2) ➔ meer dopamine in synaptische spleet

3) meer stimulatie van dopaminereceptoren

88
New cards

Illegaal amfetaminederivaat

methamfetamine (speed)

89
New cards

werking cocaine

Dopamine-agonist: blokkeert DA heropnametransporters

90
New cards

Werken in op perceptie en cognitieve processen, veroorzaken soms hallucinaties

sychedelica en hallucinogene stimulantia

91
New cards

5 soorten sychedelica en hallucinogene stimulantia

1) acetylcholine psychedelica

2) anandamide psychedelica

3) glutamate psychedelica

4) norepinephrine psychedelica

5) serotonin psychedelica

92
New cards

2 voorbeelden serotonin psychedelica

1) LSD (lysergic acid diethylamide) + psilocybine

2) MDMA (amfetaminederivaat)

93
New cards

LSD werking

stimuleren sommige 5-HT-receptors en blokkeren andere serotonerge neuronen via 5-HT-autoreceptors

(agonist van 5-HT2-receptor)

(schizofrenie

94
New cards

Gevoel van welzijn en ontlichaming, visuele verstoringen

+ Geassocieerd met slaap-, stemmings-, angst-, geheugen- en aandachtsstoornissen

MDMA

95
New cards

effect Norepinefrine-psychedelica

Produceert fysische gewaarwordingen: ruimtelijke ongebondenheid en visuele hallucinaties

96
New cards

voorbeeld van Norepinefrine-psychedelica

mescaline

97
New cards

4 voorbeelden van glutamate psychedelica

1) PCP

2) ketamine

3) dextromethorphan

4) stikstofoxide

98
New cards

werking glutamate psychedelica

Blokkeren NMDA-receptor

99
New cards

effecten van glutamate psychedelica

hallucinaties en out-of-body-experiences

100
New cards

blokkeren (atropine) of faciliteren (nicotine) van transmissie thv ACh-synapsen

acetylcholine psychedelica