narratologische middelen

0.0(0)
studied byStudied by 7 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/13

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:12 PM on 10/5/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

14 Terms

1
New cards

alwetende verteller

De verteller beschikt over alle informatie: (de motieven van) alle personages in het verhaal, (de achtergronden van) de gebeurtenissen, het voorafgaande en het vervolg van het verhaal.

2
New cards

prospectieve elementen

De verteller kan spanning in het verhaal brengen door alvast iets over het vervolg te vertellen.

3
New cards

retrospectieve elementen

De verteller kan met een ‘flashback’ verwijzen naar iets dat eerder is gebeurd. Na de flashback gaat het verhaal verder.

4
New cards

raamvertelling

Een verhaal dat is ingelast in een ander verhaal, bijvoorbeeld als een van de personages een verhaal vertelt.

5
New cards

dramatische ironie

De verteller maakt gebruik van het verschil in informatie: de lezer weet meer dan een personage in het verhaal.

6
New cards

enargeia

Het visualiseren van gebeurtenissen door het opnemen van sprekende details, zodat de lezer ze voor zijn ogen ziet gebeuren.

7
New cards

verteltempo

De verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd.

8
New cards

verteltijd

De tijd die nodig is om het verhaal te vertellen.

9
New cards

vertelde tijd

De tijdsduur van de gebeurtenissen die worden verteld.

10
New cards

versnelling

De verteltijd word wordt korter, bijvoorbeeld door een periode in een paar woorden samen te vatten.

11
New cards

vertraging

De verteltijd wordt langer, bijvoorbeeld door allerlei details over de situatie uitvoerig te beschrijven, een vergelijking, een gesprek of een flashback in te lassen.

12
New cards

vertellerscommentaar

De verteller (of de auteur) stapt even uit het verhaal en richt zich rechtstreeks tot de lezer met een opmerking terzijde over een personage of een gebeurtenis.

13
New cards

vertelperspectief

Het perspectief van waaruit het verhaal verteld wordt: het perspectief van alwetende verteller of bijvoorbeeld het perspectief van een van de personages.

14
New cards

ringcompositie

Afakening van een tekstgedeelte door aan het einde een tekstelement uit het begin (al dan niet letterlijk) te herhalen.