1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
definition of money
a product that is generally accepted in excahnge for goods and services = it is a means of exchange
it is based on convention.→ we use it because we believe that other people will accept it
money : explicit agreement
by law, legal tender → the governement tells the mercher it needs to accept the money that has been legalised
money : implicit agreement
whatever the economic agent agrees to use as a means of exchange
karateristieken van geld
waarde in vergelijking met het gewicht
duurzaamheid
deelbaarheid
gestandardiseerde kwaliteit
makkelijk herkenbaar
stabiele koopkracht
karaketristieken van geld : waardevol in vergelijking met het gewicht
Geld heeft waarde maar is licht van gewicht, waardoor het gemakkelijk mee te nemen is.
karaketristieken van geld : duurzaamheid
geld moet lang meegaan zonder verlies. Het wordt niet gemakkelijk vernietigd
karaketristieken van geld : deelbaarheid
geld kan worden gesplits of samengevoegd zonder waardeverlies. Je kunt geld gebruiken om elke prijs te betalen die je moet betalen, en het is gemakkelijk op te splitsen in kleine hoeveelheden, wat het gemak van geld creeert
karaketristieken van geld : gestandardiseerde kwaliteit
elke vorm van geld moet dezelfde waarde hebben. Elk biljet van 20euro heeft dezelfde waarde
in tegenstelling tot vb diamanten die niet gestandardiseerd zijn en waarvan de waarde afhangt van de kleur en zuiverheid
karaketristieken van geld : makkelijk herkenbaar
dankzij watermerken en veiligheidsinstrumenyten kun je meteen zien of het geld echt of nep is
in tegenstelling tot diamanten, waarbij je niet zeker kunt zijn en het missschien gewoon glas is
karaketristieken van geld : stabiele koopkracht
geld moet een stabiele of op zijn minst voorspelbare koopkracht hebben. je kunt de waarde van één euro in een jaar tijd voorspellen, ondankts inflatie, wat het voorspelbaar maakt. De federale bank streeft naar stabiele inflatie om het vertrouwen in geld te behouden
evolutie van geld
ruilhandel (barter trade)
goederen als “geld”
betalingsmiddel : munten (gemunt) of papiergeld
wettig betaalmiddel (fiatgeld)
fiduciair geld
elektronisch geld (E-money) - cryptocurrencies
evolutie van geld : ruilhandel (barter trade)
vroeger vond alle handel plaats via ruil, vb een schaal in ruil voor een geit,
evolutie van geld : goederen als “geld”
metalen en soms vee en graan werden gebruikt als ruilmiddel
evolutie van geld : edelmetalen
nobele metalen zoals goud, ijzer, zilver werden gebruikt en konden worden ingewisseld voor goederen)
evolutie van geld : betalingsmiddel : munten (gemunt) of papiergeld
agentschappen openden en in ruil voor brieven ontving je geld, een vroege vorm van papiergeld
evolutie van geld : wettig betaalmiddel (fiatgeld)
fietgeld wordt door de overheid bepaald als wettig betaalmiddel. De overheid verklaarkt dat alle mensen en bedirjven in hte land het moeten accepteren. Dit betekent niet dat een handelaar verplicht is het fiatgeld te accepteren. Er is contractvrijheid, en een handelaar kan vb besluiten alleen elektronische betalingen accepteren, hoewel contant geld wettig betaalmiddel is
functie van geld
ruilmiddel
investeermiddel (waarde bijhouden)
rekeneenheid
evolutie van geld : fiduciar geld
verkrijgt waarde dankzij het vertrouwen van het publiek dat het algemeen geaccepteerd zal worden als ruilmiddel en dat het koopkracht heeft
De uitgever van fiduciar geld belooft het terug te wisselen voor een commodity of fiatgeld als de houder hierom vraagt
De waarde van de geldtoken > dan de fysieke waarde van de geldtoken
evolutie van banken : geldwissel (money exchange)
vroeger had elk land zijn eigen munteenheid. Om geld te wisselen werden munten gesmolten en nieuwe munten geslagen, wat duur en belastingsgevoelig was. Handelaren specialiseerden zich in het omwisselnen van munten, een ufntcie die tegenwoordiig wordt uitgevoerd door banken
evolutie van banken : depositobanken
in de middeleeuwse boden handelaren met vestigingen in heel europa financiële diensten aan. Geld kon worden gedeponeerd in een vestiging en in ruil ontving men een certificaat van storting.
Dit certificaat kon worden ingewisseld voor geld in andere vestigingen, wat leidde tot de opkomst van het bankbiljet
evolutie van banken : commerciële en centrale banken
de vestigingen begonnen ook geld uit te lenen adhv de deposito’s die ze binnen kregen
vormen van geld : papiergeld en munten (centrale bank geld)
het officiele geld, zoals bepaald door de overheid, bestaat uit munten en bankbiljetten, uitgegeven door de centrale bank
vormen van geld : zichtrekeningen (commerciele bank geld)
betalingen via debetkaarten, creditcards, overschrijvingen, env
vormen van geld : elektronisch geld (E-money)
slimme kaarten, platic kaarten met een chip waarop geld is gestort
Dit geld circuleert vrijelijk zonder tussenkomst van de centrale bank of zelfs particuliere banken
oa prepaid tekefoonkaarten
vormen van geld : alterantieve vormen van geld (cryptocurrencies en specifiek stablecoins)
alternatieve vormen van geld omvatten alles wat gebruikt kan worden voor betalingen en over het algemeen vertrouwd wordt als een algemeen betaalmiddel. Cryptocurrencies, en in het bijzonder stablecoins vallen hieronder
contant geld (currencies)
munten en biljetten die door de overheid worden geslagen en uitgegeven door de cenrale bank
het aandeel van contant geld in de toatel geldhoeveelheid bedraagt 9.5%
giraal geld (cashless money)
het geldbedrag op zichtdeposito’s
maar in ruimere zin : spaardeposito’s, termijnrekeningen en financieële activa met een langere looptijd
waarom bestaat er geen eenduidige en wetenschappelijke definitie voor de hoeveelheid geld in een economie ?
omdat wat als geld wordt beschouwd een conventie is die door de deelnemers in de economie wordt geaccepteerd. Er zijn verschillende concepten van geldhoeveelheid waaronder M1, M2 en M3
M1 (enge zin)
geld in omloop
“overnight”-deposito’s bij de belangrijkste financiele instellingen van het eurogebied
omvat zowel valuta in omloop (uitgegven door de cenyrale bank en circulerend buiten het banksysteem) als girale deposito’s
M2 ( bijna geld)
M1 + deposito’s met een looptijd tot 2 jaar, waarbij aanbetalingen met een opzegtermijn van 3 maanden worden terugbetaald
M2 houdt rekening met financiële activa die niet onmiddelijk aflosbaar zijn maar als beschikbare koopkracht worden beschouwd, omdat ze snel kunnen worden omgezet in “transactiegeld”
M3 (nabij, dichtbij geld)
M2 + repo’s + geldmarktfonds + geldmarktpapier + effecten met een looptijd tot 2 jaar
is de ruimste definitie van geld en omvat verschillende financiele activa die buiten het banksysteem worden gehouden
waarom is eigen vermogen /= M3
M3 is een maatstaf voor de geldhoeveelheid, inclusief contant geld en bepaalde deposito’s
eigen vermogen, vertegenwoordigdt de waarde van een actief na aftek van verpllichtingen. Eigen vermogen wordt niet beschouwd als geld, omdat het niet dezelfde directe liquiditeit biedt voor transacties
geld wordt gebruikt als ruilmiddel, terwijl eigen vermogen eigendom in een actief vertegenwoordigt
waardoor wordt de totale geldhoeveelheid bepaald
M = m.B
M = total money supply
m = money multiplier in the exonomy
B = base money, determined by the ECB
basisgeld
omvat alle verplichtingen van de monetaire autoriteiten aan zowel banken als het algemene publiek
wordt vertegenwoordigd door de reserves R die de banken bij de centrale banken aanhouden, omdat deze altij dinwisselbaar zijn voor valute
het is de hoeveelheid geld gecreeerd door de ECB plus de reserves van de banken bij het centrale banksysteem
wat kan monetair beleid beïnvloeden
basisgeld / basemoney door geld te drukken of de minimumreserves aan te passen
hiermee kunnen monetaire autoriteiten controle uitoefenen over de beschikbaarheid en waarde van besisgeld in de economie
van welke factoren is de geldschepping door commerciële banken afgankelijk (m)
1) het monetair beleid via reservecoefficienten
2) de portefeuille beslissingen van het publiek en de commerciële banken (voorkeuren voor contant geld door het publiek en de reservecoefficient door banken, bovenop de vereiste reserve)
de money multiplier is niet constant, het gaat naar boven en naar beneden door monetaire beleid
veranderingen in het monetair belied hebben directe invloed op de factoren die de geldvermenigvuldiger bepalen, waardoor deze niet constant blijft en kan fluctueren in reactie op verschillende beleidsmaatregelen van de centrale bank
factoren die de voorkeur voor cash bepalen = voorkeur voor contant geld = k → income en wealth
hoe hoger het inkomen en hoe hoger de rijkdom, hoe hoger de consumptie en dus hoe hoger de vraag naar contant geld
hoe hoger het inkomen en hoe hoger de rijkdom, hoe meer mensen zullen sparen en hoe meer deposito’s en andere vormen van investeringen zullen worden aangehouden (afnemend marginaal nut van consumptie)
→ algemeen : dk / dY en dk / dW < 0
factoren die de voorkeur voor cash bepalen = voorkeur voor contant geld = k → i
de interest kosten zijn opportuniteitskosten, hoe hoger de interest, hoe hoger de kost om te consumeren ipv te sparen
→ beter om meer te investeren wanneer de ineterst rates hoog zijn
dk / di <0
factoren die de voorkeur voor cash bepalen = voorkeur voor contant geld = k → payment habits
seasonality (‘discounts’) and black economy or pandemics (positive relation to cash)
technology : the eassier the access to cash on accounts (deposits) is, the less the need to told cash (negative relationship)
wat bepaalt de reservecoefficient r
rentetarieven
refinanceringskost
(reserve)requirements
wat bepaalt de reservecoefficient r : rentetarieven
rentetarieven vormen een opportuniteitskost,
het aanhouden van contanten op de balans betekent dat dit geld geen inkomen genereert (uit leningen), maar de bank zal een rente moeten bettalen om de klant te vergoeden voor zijn deposito’s bji de bank (dr/ di<0)
wat bepaalt de reservecoefficient r → refinancieringskost
de kosten van alterantieve financieringsproducten
als er plots meer klanten geld zouden opnemen, heeft mijn bank niet voldoende reserves
in dat geval moet de bank zichzelf financieren in de markt
als deze alternatieve financering duur zou zijn, dan wil de bank deze financiering vermijden en dus haar reserves hoger houden
dr/d(fin.cost) >0
valuta in omloop (cijfers)
minder dan 15% van M1 wat betekent dat als iedereen zijn geld van de bank zou halen, er niet voldoende bankbiljetten beschikbaar zouden zijn
risico van een bankrun
zou het financiele systeem ernistig schaden
benadrukt de noodzaak van vertrouwen in het systeem
bij gebrek aan vertrouwen, moet de overheid vaak ingrijpen