Anatomie

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/286

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

287 Terms

1
New cards

verschillende soorten anatomie

  • systematische anatomie

    • behandeling van verschillende functionele stelsels → skelet als ‘raamwerk’ van het menselijk lichaam

  • topografische anatomie

    • uiteengerafelde stelsels geplaatst in hun topografisch verband

  • regionale anatomie

    • obv ‘natuurlijke’ gebieden van het lichaam → bv. arm, been, thorax, abdomen, hoofd & hals, handpalm…

  • oppervlakteanatomie

    • waarnemen van anatomische structuren bij levende personen

2
New cards

osteologie

= studie van het skelet

3
New cards

artrologie

= studie van de onderlinge beenverbindingen (articulatio of junctura)

  • verbindingen houden 2 of meer botstukken tegen elkaar

  • maken weinig of veel beweging mogelijk

  • maken het ‘staan’ mogelijk

4
New cards

myologie

= studie van de skeletspieren

  • systeem stelt het lichaam in staat zichzelf of delen van het lichaam te bewegen

5
New cards

innervatie

= studie van de zenuwen die de spieren bevelen

6
New cards

vascularisatie

= studie van de bloedvaten van de ledematen, vereist voor de voeding van het bot, spieren enzovoort

7
New cards

de anatomische positie

= rechtop met ogen naar de horizon gericht, armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren, voeten staan tegen elkaar en de tenen wijzen naar voren

<p>= rechtop met ogen naar de horizon gericht, armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren, voeten staan tegen elkaar en de tenen wijzen naar voren</p>
8
New cards

assen

  • cephalo-caudale as

    • as van boven naar onderen

  • dorso-ventrale as = sagittale as

    • as van rugzijde naar buikzijde

  • latero-laterale as = transversale as

    • van de ene zijde van het lichaam naar de andere → as van rechts naar links of omgekeerd

9
New cards

vlakken

<p></p>
10
New cards

microscopische bouw spierweefsel: 3 soorten spierweefsel

  • dwarsgestreepte spieren

  • gladde spiercellen

  • hartspier

11
New cards

microscopische bouw spierweefsel: dwarsgestreepte spieren

= willekeurige spieren → contractie is onderworpen aan onze wil, we kunnen de werking ervan controleren

  • microscopisch beeld: brede banden met veel dwarsstreepjes erop

    • functionele & contractiele bouwwstenen van spiervezels: myosine & actine in sacromeren (zorgt voor rangschikking)

  • heel snel & krachtige samentrekking, maar raken snel uitgeput → tijd nodig om weer op krachten te komen (fatigue)

  • besturen van spiercontracties: via info die we krijgen over houding van lichaam & veranderingen van houding

    • informatie = proprioceptie → wordt via receptoren in huid, gewrichtskapsels, spieren & pezen doorgeseind naar centrale zenuwstelsel

<p>= willekeurige spieren → contractie is onderworpen aan onze wil, we kunnen de werking ervan controleren</p><ul><li><p>microscopisch beeld: brede banden met veel dwarsstreepjes erop</p><ul><li><p>functionele &amp; contractiele bouwwstenen van spiervezels: myosine &amp; actine in sacromeren (zorgt voor rangschikking)</p></li></ul></li><li><p>heel snel &amp; krachtige samentrekking, maar raken snel uitgeput → tijd nodig om weer op krachten te komen (fatigue)</p></li><li><p>besturen van spiercontracties: via info die we krijgen over houding van lichaam &amp; veranderingen van houding</p><ul><li><p>informatie = proprioceptie → wordt via receptoren in huid, gewrichtskapsels, spieren &amp; pezen doorgeseind naar centrale zenuwstelsel</p></li></ul></li></ul>
12
New cards

microscopische bouw spierweefsel: uitzonderingen soort spieren!

  • dwarsgestreepte spieren die we niet bewust kunnen samentrekken:

    • bv. kleine spiertjes in het middenoor

  • dwarsgestreepte spieren die thuishoren bij andere stelsels:

    • bv. tongspieren, de willekeurige spieren van de uitwendige geslachtsorganen, willekeurige sphincterspieren van anus (aars) & urethra (urinewegkanaal)

13
New cards

microscopische bouw spierweefsel: gladde spiercellen

= onwillekeurige spieren → niet afhankelijk van onze wil

  • geïnnerveerd door autonome/ sympathische/ vegetatieve zenuwstelsel

  • trekken vrij langzaam samen, maar kunnen aan één stuk door blijven werken → raken niet uitgeput

  • zorgen voor automatische handelingen

  • bv. spiercellen in wand van bloedvaten, spiercellen in wand van maag-darmkanaal

<p>= onwillekeurige spieren → niet afhankelijk van onze wil</p><ul><li><p>geïnnerveerd door autonome/ sympathische/ vegetatieve zenuwstelsel</p></li><li><p>trekken vrij langzaam samen, maar kunnen aan één stuk door blijven werken → raken niet uitgeput</p></li><li><p>zorgen voor automatische handelingen</p></li><li><p>bv. spiercellen in wand van bloedvaten, spiercellen in wand van maag-darmkanaal</p></li></ul>
14
New cards

microscopische bouw spierweefsel: hartspier

  • contraheert niet afhankelijk van onze wil, maar microscopische structuur is net als die van dwarsgestreepte spierweefsel

  • contractie: niet afhankelijk van autonome innervatie, maar door automatisme in het hart zelf (eigenschap van hartspiercellen)

15
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: macroscopische bouw van een spier

  • spier → spierbuik + pezen

    • spierbuik: opgebouwd uit spiervezels of spiercellen

      • spiervezels/ spiercellen: omgeven door bindweefsellaagje = endomysium

      • verschillende spiervezels samen = ‘fasciculus’: door perimysium omgeven

      → alle fasciculi: omgeven door epimysium

    • vliezen komen allemaal samen & eindigen in de pees

van klein naar groot:

myofibril → spiercel (spiervezel) → fasiculus → spier

<ul><li><p>spier → spierbuik + pezen</p><ul><li><p>spierbuik: opgebouwd uit spiervezels of spiercellen</p><ul><li><p>spiervezels/ spiercellen: omgeven door bindweefsellaagje = endomysium</p></li><li><p>verschillende spiervezels samen = ‘fasciculus’: door perimysium omgeven</p></li></ul><p>→ alle fasciculi: omgeven door epimysium</p></li><li><p>vliezen komen allemaal samen &amp; eindigen in de pees</p></li></ul></li></ul><p>van klein naar groot: </p><p>myofibril → spiercel (spiervezel) → fasiculus → spier</p>
16
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: aanhechting van de spieren

  • aan het skelet

  • aan de diepe zijde van de huid → bij contractie verplaatst de huid

    • bv. spieren van de mimiek in het aangezicht, m. palmaris brevis thv de handpalm

  • aan andere pezen, vliezen (fascia) of gewrichtskapsel

    • functie: ondersteuning en opstimalisatie van werking van andere spieren of ligamenten

    • bv. m. quadratus plantae, m. tensor fascia lata, mm. lumbricalis

  • aan vliezen (fascia)

    • bv. m. gluteus maximus

<ul><li><p>aan het skelet</p></li><li><p>aan de diepe zijde van de huid → bij contractie verplaatst de huid</p><ul><li><p>bv. spieren van de mimiek in het aangezicht, m. palmaris brevis thv de handpalm</p></li></ul></li><li><p>aan andere pezen, vliezen (fascia) of gewrichtskapsel</p><ul><li><p>functie: ondersteuning en opstimalisatie van werking van andere spieren of ligamenten</p></li><li><p>bv. m. quadratus plantae, m. tensor fascia lata, mm. lumbricalis</p></li></ul></li><li><p>aan vliezen (fascia)</p><ul><li><p>bv. m. gluteus maximus</p></li></ul></li></ul>
17
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: fascia

  • fascia = dun glad bindweefselvliesje → zorgt ervoor dat spier verschuifbaar blijft tov andere spieren + verhindert al te sterke vormveranderingen bij contractie

    • 3 soorten:

      • fascia propria

      • fascia communis

      • fascia generalis

18
New cards

fascia propria

→ omgeeft 1 spier

19
New cards

fascia communis

→ omringt een groep van spieren

20
New cards

fascia generalis

→ omgeeft een volledig onderdeel van het lichaam (kan stevig zijn)

21
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: vagina synovialis/ peesschede

= dubbelwandige buizen, kokers, gevuld met synovia (slijm of smeer)

  • waar pezen langs skeletdelen lopen & onderworpen zijn aan wrijvingskrachten → omgeven door vagina synovialis/ peesschede

  • vergemakkelijken het glijden van pezen

22
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: bursa synovialis/ slijmbeurs

= zakvormige structuur waarin een visceuze vloeistof zit

  • vaak in regio’s waar veel wrijving voorkomt → nabij gewrichten

  • vergemakkelijken het glijden van spierpezen

  • bv. bursa olecrani (studentenelleboog), bursa prepatellaris (patersknie)

23
New cards

macroscopische bouw van een spier & omgevende structuren: retinaculum

= verdikt deel van de fascia thv pols & enkel

  • hecht zich vast op bot-uitsteeksel & houdt de pezen van de spieren op hun plaats

24
New cards

beschrijving en soorten spieren: oorsprong (O) & insertie (I)

= aanhechtingsplaatsen van elke spier aan verschillende botstukken

  • in armen & benen:

    • verbinding met proximale botstuk = oorsprong

    • meer distaal gelegen botstuk = insertie

  • in theorie: oorsprong blijft bij contractie onbeweeglijk, insertie verplaatst zich

    • in werkelijkheid: hangt af van houding & werking van andere spieren

    → beweging door spier opgewekt = gevolg van verkorting van spiervezels

    • richting & zin van beweging kunnen afgeleid worden uit kennis van aanhechtingspunten

  • oorsprong van spieren → vaak niet alleen bot, MAAR:

    • septum intermusculare = bindweefseltussenschot tussen spiergroepen

      • bv. flexoren & extensoren van onderarm en onderbeen

    • oorsprong of insertie op fascia

      • bv. m. tensor fascia lata (insereert op fascia lata), m. palmaris longus (insereert op aponeurosis palmaris)

25
New cards

beschrijving en soorten spieren: verloop (V)

= ligging van de spier tussen oorsprong & insertie

26
New cards

beschrijving en soorten spieren: werking/ functie (W)

= gevolg van samentrekking van de spier = beweging die plaatsvindt tgv contractie van de spier

27
New cards

beschrijving en soorten spieren: innervatie/ bezenuwing (Inn)

= elke spier wordt door bepaalde zenuw geïnnerveerd

→ belangrijk naar pathologie toe

28
New cards

beschrijving en soorten spieren: soorten spieren

  • aantal oorsprongskoppen bepaalt of een spier eenkoppig of meerkoppig is

    • meerkoppig? → meer dan een spierbuik heeft een zelfstandige oorsprong

      • meestal op verschillende botstukken

      • meerkoppigheid komt voor in de naam van de spier: bv. m. biceps brachii, m. triceps brachii, m. quadriceps femoris

  • meerbuikige spieren: meer dan 1 spierbuik ligt achter elkaar tussen oorsprong en insertie

    • spierbuiken verbonden door een tussenpees

    • bv. m. rectus abdominis, m. digastricus

29
New cards

beschrijving en soorten spieren: variaties

  • soms heeft een spier een extra spierbuik of spierkop

  • bij sommige individuen: supplementaire spier

= variaties → sommige zijn frequent, andere minder frequent

  • bv. spieren die vaak ontbreken: m. palmaris longus, m. peroneus tertius, m. psoas minor

30
New cards

beschrijving en soorten spieren: spierlengte & relatie met kracht

  • beschreven door Huxley & Niedergerke → Sliding filament theory

    • optimale spierlengte waarbij een maximale kracht bij contractie wordt uitgevoerd

    • actieve krachtproductie neemt af bij inkorten of verlengen van de spier

  • vuistregel: optimale lengte = lengte waarop spier het meest actief is tijdens normale dagelijkse activiteiten

  • verschillende spieren hebben bijzonder verloop of ondersteunende mechanismen waardoor spierlengte optimaal wordt gehouden

    • bv. deltoïdspier: ondervindt door simultane rotatie van schouderblad minder lengteverlies bij elevatie & kan zo krachtiger blijven contraheren

    • bv. iliopsoasspier thv de heup: behoudt door bijzondere verloop een gunstige lengte bij flexie van de heup

<ul><li><p>beschreven door Huxley &amp; Niedergerke → Sliding filament theory</p><ul><li><p>optimale spierlengte waarbij een maximale kracht bij contractie wordt uitgevoerd</p></li><li><p>actieve krachtproductie neemt af bij inkorten of verlengen van de spier</p></li></ul></li><li><p>vuistregel: optimale lengte = lengte waarop spier het meest actief is tijdens normale dagelijkse activiteiten</p></li><li><p>verschillende spieren hebben bijzonder verloop of ondersteunende mechanismen waardoor spierlengte optimaal wordt gehouden</p><ul><li><p>bv. deltoïdspier: ondervindt door simultane rotatie van schouderblad minder lengteverlies bij elevatie &amp; kan zo krachtiger blijven contraheren</p></li><li><p>bv. iliopsoasspier thv de heup: behoudt door bijzondere verloop een gunstige lengte bij flexie van de heup</p></li></ul></li></ul>
31
New cards

beschrijving en soorten spieren: richting van de spiervezels → soorten (macroscopisch obv richting van hun vezels)

  • parallelvezelige/ fusiforme spieren

  • gevederde/ pennate spieren

32
New cards

parallelvezelige/ fusiforme spieren

= spieren waarvan richting van de spiervezels dezelfde is als die waarin de kracht wordt uitgeoefend

  • parallelvezelig = convergerende spieren

    • spiervezels convergeren van een brede oorsprong naar een smalle pees

    • bv. pectoralis major

33
New cards

gevederde/ pennate spieren

= spieren waarvan de richting van de spiervezels een hoek vertoont met de richting van de uitgeoefende kracht

  • unipennate → alle vezels maken dezelfde hoek

  • bipennate → 2 soorten vezelrichtingen

  • multipennate → verscheidene vezelrichtingen

  • kringspieren/ sfincters → afsluiten van buisvormig kanaal

→ gevederde spieren hebben grotere maximale krachtproductie (meer vezels op doorsnede), maar verliezen sneller hun gunstige lengte-krachtrelatie (maar korter) in vgl met parallelvezelige spieren

34
New cards

beschrijving en soorten spieren: samentrekking/ contractie van de spier

  • beweging = samenwerking van spieren

    • synergisten = spieren die samenwerken om een bepaalde beweging uit te voeren

    • antagonisten = spieren die een beweging in tegengestelde zin veroorzaken

    → bij uitvoeren van beweging: synergisten trekken samen, maar antagonisten werken tezelfdertijd tegen of geven toe

    • bv. buiging in de elleboog gaat gepaard met relaxatie van de strekkers

  • soorten contractie

    • isotonische contractie = constante spierkracht waarbij oorsprong & insertie naar elkaar toe gebracht worden

    • isometrische contractie = oorsprong & insertie blijven ter plaatse

35
New cards

beschrijving en soorten spieren: bloedvoorziening van de spier

  • zeer goed van bloed voorzien

    • bij contracties: debiet kan enorm toenemen (tot 10x) → door arteriële vasodilatatie = arteriën of slagaders verwijden

  • bij een spierscheur → °groot hematoom/ bloeduitstorting

    • op echografie: ‘bell-clapper sign’ → een groot hematoom omgeeft het geruptureerde spiergedeelte = beeld van een klepel in een klok

36
New cards

innervatie van de gestreepte spieren: vezels/ zenuwen

  • motorische vezels

  • sensibele vezels

  • autonome vezels

    → vormen samen een ruggenmergzenuw/ spinale zenuw

    • °uit ruggenmerg

  • hersenzenuwen/ craniale zenuwen

    → °uit hersenen & hersenstam

= perifere zenuwstelsel

  • gemengde of niet gemengde zenuwen opgebouwd uit motorische & sensibele vezels en vezels vanuit het autonome zenuwstelsel

(centrale zenuwstelsel: prikkels bereiken de spieren via uitlopers (axonen) van de zenuwcellen (neuronen), gelegen in de ventrale hoorn van het ruggenmerg (medulla spinalis)

37
New cards

innervatie van de gestreepte spieren: motorische vezels

  • bewuste contractie → beweging

  • rusttonus → aanwezig zonder bewust gebruik te maken van een spier

    • reflexen zijn verantwoordelijk → worden uitgelokt door lichte uitrekking van de spier

    • posturale reflexen handhaven houding van het lichaam

  • trofische (‘voedende’) invloed op de spier, ten gevolge van de rusttonus

    • bv. bij denervatie (= wanneer spier geen innervatie meer ontvangt): totale atrofie (= wegsmelten) van een spier

    • bv. hypertrofie bij verrichten van zware arbeid: toenemen van het volume van de spier, toename van de contractiekracht & het uithoudingsvermogen

38
New cards

innervatie van de gestreepte spieren: sensibele innervatie

  • proprioceptoren = receptoren die informatie in de vorm van prikkels doorsturen naar het centrale zenuwstelsel

    • info over het bewegingsapparaat & over de positie van het lichaam

    • bv. veranderingen in de lengte van de spierbuik, spanning in de pees, krachtontwikkeling van de spier, bewegingen in het gewricht, snelheid, richting & bereiken van de grenzen van de beweging

  • bij een spierrekkingsreflex/ rekreflex: passieve uitrekking van de spier → prikkelt de sensibele zenuwvezeltjes

    • prikkel naar ruggenmerg → activeert de motorische zenuwvezels van de spier → spier trekt kortstondig samen

    • bv. kniepeesreflex: korte tik op de kniepees onder de patella/ knieschijf → contractie van de spier → knie wordt gestrekt

      • antagonisten tezelfdertijd geremd

  • proprioceptieve vezels bereiken meeste spieren langs nervi spinales => samen met motorische vezels in dezelfde zenuwen

    • proprioceptieve prikkel: als bewust ervaren in de grote hersenen, maar in cerebellum (kleine hersenen) onbewuste coördinatie

39
New cards

3 types beenverbindingen

  • junctura fibrosa

  • junctura cartilaginea

  • junctura synovialis

40
New cards

junctura fibrosa

→ botstukken verbonden door middel van fibreus bindweefsel

  • weinig of geen beweeglijkheid mogelijk

  • soorten:

    • sutuur → zeer weinig bindweefsel

      • bv. suturen tussen de schedelbeenderen

    • syndesmose → meer bindweefsel aanwezig

      • bv. syndesmosen tussen sacrum & ilium, fibula & tibia, membrana interossea tussen ulna & radius

    • synostose → verbening van de fibreuze structuren

      • kan door een normale natuurlijk evolutie

        • bv. craniale beenderen

      • kan door afwijkende evolutie

        • bv. tibiofibulaire synostosis na enkelchirurgie, craniosynostose van schedel bij de geboorte

41
New cards

junctura cartilaginea

→ botstukken verbonden door middel van kraakbeen

  • soorten:

    • synchondrose → verbinding door hyalien kraakbeen

      • bv. tussen ribben & sternum, tussen manubrium & corpus sterni

      • bv. epifysaire plaat (groeiplaatembryologie)

    • symfyse → beenderen verbonden door fibrocartilago (met soms een holte)

      • bv. symphysis pubica, tussenwervelschijven

    • synostose → verbening van de cartilagineuze structuren

      • bv. tussen processus xyphoideus & corpus sterni

42
New cards

junctura synovialis (synoviaal gewricht)

= articulatio → eigenlijke gewrichten

  • vrij beweeglijk

  • botten door een gewrichtsholte (cavum articulare) of een gewrichtsspleet van elkaar gescheiden

    • holte: gevuld met synovia/ gewrichtsvocht/gewrichtssmeer

  • gewrichtskapsel (capsula articularis) rond het gewricht

  • gewrichtsvlakken met kraakbeen bedekt → bot komt nooit ik contact met de holte

    = beenderige articulatievlakken die meestal in elkaar passen

    • gewrichtskop = convex

    • gewrichtspan/ -kom = concaaf

  • labrum articulare

    • fibrocartilagineuze rand langs de buitenzijde van de kom, om de gewrichtspan dieper te maken

    • bv. labrum glenoidale, labrum acetabulare

  • meniscus articulare/ discus articulare

    • fibrocartilagineuze/ bindweefsel kraakbeen-tussenschot dat een deel van het gewricht afscheidt = meniscus articulare

      • bv. kniegewricht, acromioclaviculaire gewricht, polsgewricht

    • volledige afscheiding tussen de botuiteinden = discus articulare

      • bv. wervelzuil

      → uit vezelig kraakbeen of vezelig bindweefsel

      → verdelen holte in twee en heffen discongruente oppervlakken op (kop gaat dan beter in kom passen)

      → schokdemping & lastverdeling

      → vervorming van discus of meniscus = betere uitvoering van bepaalde bewegingen

<p>= articulatio → eigenlijke gewrichten</p><ul><li><p>vrij beweeglijk</p></li><li><p>botten door een gewrichtsholte (cavum articulare) of een gewrichtsspleet van elkaar gescheiden</p><ul><li><p>holte: gevuld met synovia/ gewrichtsvocht/gewrichtssmeer</p></li></ul></li><li><p>gewrichtskapsel (capsula articularis) rond het gewricht</p></li><li><p>gewrichtsvlakken met kraakbeen bedekt → bot komt nooit ik contact met de holte</p><p>= beenderige articulatievlakken die meestal in elkaar passen</p><ul><li><p>gewrichtskop = convex</p></li><li><p>gewrichtspan/ -kom = concaaf</p></li></ul></li><li><p>labrum articulare</p><ul><li><p>fibrocartilagineuze rand langs de buitenzijde van de kom, om de gewrichtspan dieper te maken</p></li><li><p>bv. labrum glenoidale, labrum acetabulare</p></li></ul></li><li><p>meniscus articulare/ discus articulare</p><ul><li><p>fibrocartilagineuze/ bindweefsel kraakbeen-tussenschot dat een deel van het gewricht afscheidt = meniscus articulare</p><ul><li><p>bv. kniegewricht, acromioclaviculaire gewricht, polsgewricht</p></li></ul></li><li><p>volledige afscheiding tussen de botuiteinden = discus articulare</p><ul><li><p>bv. wervelzuil</p></li></ul><p>→ uit vezelig kraakbeen of vezelig bindweefsel</p><p>→ verdelen holte in twee en heffen discongruente oppervlakken op (kop gaat dan beter in kom passen)</p><p>→ schokdemping &amp; lastverdeling</p><p>→ vervorming van discus of meniscus = betere uitvoering van bepaalde bewegingen</p></li></ul></li></ul><p></p>
43
New cards

junctura synovialis (synoviaal gewricht) → gewrichtskapsel

  • op de botuiteinden, vormt een zak rond het gewricht

    • binnenste laag = membrana synovialis

      • bedekt de membrana fibrosa naar binnen toe

      • losmazig bindweefsel, scheidt gewrichtsvocht/ synovia af in de gewrichtsholte

      • vastgehecht langs de rand van het gewrichtskraakbeen → begint waar het kraakbeen eindigt op het ene bot & eindigt waar het kraakbeen begint op het andere bot

    • buitenste laag = membrana fibrosa

      • dikke collageenvezels, hecht zich vast op het bot → loopt soms verder als periost

      • ligamenten/ gewrichtsbanden versterken het kapsel/ overspannen het gewricht op zekere afstand → sturen of remmen bewegingen in bepaalde richtingen

        • soms ligamenten midden door gewrichtsholte (kunnen in 2 verdelen) → bv. kruisbanden thv de knie

    • tussen beide membranen: ophoping vetweefsel → membrana synovialis wordt voor zich uitgeduwd

      • °plicae of villi synoviales

  • bursa synovialis = uitstulping van de membrana synovialis doorheen de membrana fibrosa

  • kapselspanners = spieren die plooien wegtrekken (plooivorming van het kapsel in bepaalde standen bij veel gewrichten)

    • bv. musculus articularis genu

  • bloedvoorziening in het kapsel = zeer goed

    • afwezig in het gewrichtskraakbeen → heeft dus geen regeneratievermogen bij een scheur

    • synoviale membraan is goed doorbloed

  • innervatie van kapsel & ligamenten: meestal door dezelfde zenuw als die voor de spieren die het gewricht overbruggen → meestal gemengd

    • proprioceptieve vezels: sturen informatie betreffende stand & beweging van gewricht door naar centrale zenuwstelsel

    • geen zenuwen in het kraakbeen

44
New cards

soorten synoviale gewrichten volgens hun vorm

  • voor bewegingen rond 1 as:

    • scharnier- of cilindergewrichten

    • articulatio trochoidea (draai- of pivotgewrichten)

    • articulatio plana (platte gewrichtsoppervlakken)

  • voor beweging rond 2 assen:

    • articulatio ellipsoidea (eigewricht of condylair gewricht)

    • articulatio sellaris (zadelgewricht)

  • voor beweging rond 3 assen:

    • articulatio spheroidea (kogelgewricht)

<ul><li><p>voor bewegingen rond 1 as:</p><ul><li><p>scharnier- of cilindergewrichten</p></li><li><p>articulatio trochoidea (draai- of pivotgewrichten)</p></li><li><p>articulatio plana (platte gewrichtsoppervlakken)</p></li></ul></li><li><p>voor beweging rond 2 assen:</p><ul><li><p>articulatio ellipsoidea (eigewricht of condylair gewricht)</p></li><li><p>articulatio sellaris (zadelgewricht)</p></li></ul></li><li><p>voor beweging rond 3 assen:</p><ul><li><p>articulatio spheroidea (kogelgewricht)</p></li></ul></li></ul><p></p>
45
New cards

scharnier- of cilindergewrichten

→ voor bewegingen rond 1 as

  • scharniergewricht = ginglymus

  • bijkomende specifieke types:

    • articulatio trochlearis (scharnier met trochlea)

    • articulatio cochlearis = schroefgewricht = assymetrisch scharniergewricht

  • beweging: flexie/ extensie

  • bv. interphalangiale gewrichten, articulatio humeroulnaris, articulatio talocruralis

46
New cards

articulatio trochoidea (draai- of pivotgewricht)

→ voor bewegingen rond 1 as

  • as ligt evenwijdig met de lengteas van de beenderen

  • bv. rotatie tussen radius & ulna

47
New cards

articulatio plana (platte gewrichtsoppervlakken)

→ voor bewegingen rond 1 as

  • translaties (over elkaar schuiven) & rotaties

  • bv. tussen os naviculare & os cuneiforme laterale

48
New cards

articulatio ellipsoidea (eigewricht of condylair gewricht)

→ voor bewegingen rond 2 assen

  • beweging rond de kleine & de grote as

    • mogelijke bewegingen: flexie-extensie & adductie-abductie

  • bv. articulatio radiocarpea (tussen radius & scaphoid-lunatum), articulatio atlanto-occipitalis

49
New cards

articulatio sellaris (zadelgewricht)

→ voor bewegingen rond 2 assen

  • het ene uiteinde heeft de vorm van een zadel, het andere past erin

  • bewegingsmogelijkheden iets breder dan in het eigewricht

    • bv. tussen os trapezium & eerste metacarpaal

50
New cards

articulatio spheroidea (kogelgewricht)

→ voor bewegingen rond 3 assen

  • een concaaf & een convex sfeeroppervlak passen op elkaar

  • beweging volgens alle assen → circumductie

  • bv. articulatio humeri (schoudergewricht), articulatio coxae (heupgewricht)

51
New cards

bewegingen in de gewrichten van het bovenste lidmaat

knowt flashcard image
52
New cards

werking van ligamenten & kapsel: ligamenten

  • ligamenten = stevige structuren fibreus bindweefsel

    • verbinden beenderige elementen

    • vergelijkbaar met pezen & fasciae, want allemaal gemaakt van bindweefsel

      • verschillen: ligamenten verbinden het ene bot met het andere bot, pezen verbinden spier met bot & fasciae verbinden spieren met andere spieren

  • intrinsieke ligamenten → indien de verbinding binnen eenzelfde osteologische structuur plaatsvindt

    • bv. ligamentum transversum humeri tussen tuberculum majus & minus humeri

  • sporadisch inta-articulaire gewrichten

    • bij synoviale gewrichten, als gewrichtsbanden naast de klassieke capsulaire verdikkingen

    • fungeren als mechanische versterkingen

    • zorgen voor gewrichtsstabiliteit

  • belangrijke functie van ligamenten: passieve energieopslag & -vrijgave

    • bv. cyclische bewegingen (bv. stappen) halen tot 70% van de nodige energie uit die fenomenen

    • bv. ook bij speer- & balwerpen

  • elastische eigenschappen van ligamenten → rek-spanningscurve (stress-strain curve)

    • uitgedrukt in elasticiteit modulus (modulus van Young)

  • ligamenten: visco-elastisch

    • rekken geleidelijk uit wanneer onder spanning, keren terug naar oorspronkelijke vorm wanneer de spanning wordt verwijderd (elastische eigenschappen)

    • kunnen oorspronkelijke vorm niet behouden als ze over een bepaald punt of gedurende een langere periode worden uitgestrekt (visceus karakter)

      → reden dat ontwrichte gewrichten snel moeten worden teruggeplaatst: als ligamenten te veel langer worden, zal het gewricht verzwakken & vatbaar worden voor toekomstige ontwrichtingen

  • hypermobiliteit = kenmerk van mensen met abnormaal elastische ligamenten → gewrichten kunnen verder uitrekken & verplaatsen

collageen → fibrillen → vezels → fasiculi → ligament

<ul><li><p>ligamenten = stevige structuren fibreus bindweefsel</p><ul><li><p>verbinden beenderige elementen</p></li><li><p>vergelijkbaar met pezen &amp; fasciae, want allemaal gemaakt van bindweefsel</p><ul><li><p>verschillen: ligamenten verbinden het ene bot met het andere bot, pezen verbinden spier met bot &amp; fasciae verbinden spieren met andere spieren</p></li></ul></li></ul></li><li><p>intrinsieke ligamenten → indien de verbinding binnen eenzelfde osteologische structuur plaatsvindt</p><ul><li><p>bv. ligamentum transversum humeri tussen tuberculum majus &amp; minus humeri</p></li></ul></li><li><p>sporadisch inta-articulaire gewrichten</p><ul><li><p>bij synoviale gewrichten, als gewrichtsbanden naast de klassieke capsulaire verdikkingen</p></li><li><p>fungeren als mechanische versterkingen</p></li><li><p>zorgen voor gewrichtsstabiliteit</p></li></ul></li><li><p>belangrijke functie van ligamenten: passieve energieopslag &amp; -vrijgave</p><ul><li><p>bv. cyclische bewegingen (bv. stappen) halen tot 70% van de nodige energie uit die fenomenen</p></li><li><p>bv. ook bij speer- &amp; balwerpen</p></li></ul></li><li><p>elastische eigenschappen van ligamenten → rek-spanningscurve (stress-strain curve)</p><ul><li><p>uitgedrukt in elasticiteit modulus (modulus van Young)</p></li></ul></li><li><p>ligamenten: visco-elastisch</p><ul><li><p>rekken geleidelijk uit wanneer onder spanning, keren terug naar oorspronkelijke vorm wanneer de spanning wordt verwijderd (elastische eigenschappen)</p></li><li><p>kunnen oorspronkelijke vorm niet behouden als ze over een bepaald punt of gedurende een langere periode worden uitgestrekt (visceus karakter)</p><p>→ reden dat ontwrichte gewrichten snel moeten worden teruggeplaatst: als ligamenten te veel langer worden, zal het gewricht verzwakken &amp; vatbaar worden voor toekomstige ontwrichtingen</p></li></ul></li><li><p>hypermobiliteit = kenmerk van mensen met abnormaal elastische ligamenten → gewrichten kunnen verder uitrekken &amp; verplaatsen</p></li></ul><p></p><p>collageen → fibrillen → vezels → fasiculi → ligament</p><p></p>
53
New cards

samenvatting H3 myologie & artrologie

knowt flashcard image
54
New cards

het ruggenmerg & de spinale zenuw: wervelkolom

= motorisch & functioneel geheel

  • uit botstukken, gewrichten, ligamenten, spieren

  • achter wervellichamen: opeengestapelde wervelbogen → vormen vertebrale kanaal

    • daarin ligt ruggenmerg (medulla spinalis), binnen de durazak & omringd door cerebrospinaal vocht

    • ruggenmerg = centrale bewegingsapparaat

55
New cards

het ruggenmerg & de spinale zenuw: ruggenmerg

  • oorspronkelijk (in embryologische & vergelijkende anatomische zin) segmentair opgebouwd

    • weerspiegeld in spinale zenuwen

  • spinale zenuwen

    • zenuwbundels die aan weerszijden, tussen elke 2 opeenvolgende wervels door het foramen intervertebrale uittreden

    • bevatten zowel afferente (centripetale) als efferente (centrifugale) vezels

    • ontspringen uit of komen van de medulla spinalis (ruggenmerg)

56
New cards

het ruggenmerg & de spinale zenuw: spinale zenuw

  • binnen durazak, vanuit laterale zijde van het ruggenmerg, ontspringen fijne vezels (fila radicularia → anterolateraal & posterolateraal uit ruggenmerg

    • versmelten tot 1 dorsale wortel (radix posterior/ sensoria) & 1 ventrale (radix anterior/ motoria)

  • anterior wortel (radix anterior/ motoria) → motorische, uittredende, efferente of centrifugale vezels voor gestreepte spieren

  • posterior wortel (radix posterior/ sensoria) → sensibele, intredende, afferente of centripetale vezels die gewaarwordingen vanuit periferie van het lichaam naar het ruggenmerg brengen

→ voorste & achterste wortel samen: truncus nervi spinalis = spinale zenuw

=> spinale zenuw is gemengd motorisch & sensibel

  • spinale zenuw loopt verder door de canalis vertebralis & wordt omhuld door een tuitvormige uitloper van de durazak

  • spinale zenuw scheidt zich in rami/ takken

  • nervus spinalis verlaat canalis vertebralis langs het foramen intervertebrale

    • foramen intervertebrale: gelegen vóór de processus articularis, ontstaat door incisura intervertebralis van 2 opeenvolgende wervels

    • thv sacrum: foramen intervertebrale = foramen sacrale anterius

  • motorneuronen = motorische zenuwcellen waarvan de uitlopers of axonen de vezels van de ventrale wortels zijn → liggen in ruggenmerg

  • sensibele neuronen/ zenuwcellen → liggen in spinale ganglion

    • ganglion bevat cellichamen (perikarya) van afferente (of sensibele) vezels

    • spinale ganglion: omgeven door tamelijk taai bindweefsel → uitloper van vliezen rond het ruggenmerg

    • ganglion ligt op verloop van dorsale wortel

<ul><li><p>binnen durazak, vanuit laterale zijde van het ruggenmerg, ontspringen fijne vezels (fila radicularia → anterolateraal &amp; posterolateraal uit ruggenmerg</p><ul><li><p>versmelten tot 1 dorsale wortel (radix posterior/ sensoria) &amp; 1 ventrale (radix anterior/ motoria)</p></li></ul></li><li><p>anterior wortel (radix anterior/ motoria) → motorische, uittredende, efferente of centrifugale vezels voor gestreepte spieren</p></li><li><p>posterior wortel (radix posterior/ sensoria) → sensibele, intredende, afferente of centripetale vezels die gewaarwordingen vanuit periferie van het lichaam naar het ruggenmerg brengen</p></li></ul><p>→ voorste &amp; achterste wortel samen: truncus nervi spinalis = spinale zenuw</p><p>=&gt; spinale zenuw is gemengd motorisch &amp; sensibel</p><ul><li><p>spinale zenuw loopt verder door de canalis vertebralis &amp; wordt omhuld door een tuitvormige uitloper van de durazak</p></li><li><p>spinale zenuw scheidt zich in rami/ takken</p></li><li><p>nervus spinalis verlaat canalis vertebralis langs het foramen intervertebrale</p><ul><li><p>foramen intervertebrale: gelegen vóór de processus articularis, ontstaat door incisura intervertebralis van 2 opeenvolgende wervels</p></li><li><p>thv sacrum: foramen intervertebrale = foramen sacrale anterius</p></li></ul></li></ul><p></p><ul><li><p>motorneuronen = motorische zenuwcellen waarvan de uitlopers of axonen de vezels van de ventrale wortels zijn → liggen in ruggenmerg</p></li><li><p>sensibele neuronen/ zenuwcellen → liggen in spinale ganglion</p><ul><li><p>ganglion bevat cellichamen (perikarya) van afferente (of sensibele) vezels</p></li><li><p>spinale ganglion: omgeven door tamelijk taai bindweefsel → uitloper van vliezen rond het ruggenmerg</p></li><li><p>ganglion ligt op verloop van dorsale wortel</p></li></ul></li></ul><p></p>
57
New cards

dermatoom

= bandvormig huidgebied

→ sensibele innervatie van en huidgebied

58
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: nummering spinale zenuwen

  • 31 paar spinale zenuwen:

    • 8 cervicale (1 boven de atlas & 7 onder de pedikels van de cervicale wervels)

    • 12 thoracale

    • 5 lumbale

    • 5 sacrale

    • 1 coccygeale

→ spinale zenuwen: genummerd naar de bovenliggende wervel, behalve in het cervicale gebied (daar: nummering komt overeen met onderliggende wervel)

  • ruggenmerg: 1 cervicaal segment meer dan er cervicale wervels zijn => 8 cervicale zenuwen & 7 cervicale wervels

  • cervicale zenuw C1: verlaat het ruggenmerg tussen schedel & atlas

  • 8e cervicale segment → 8e spinale zenuw => verlaat canalis vertebralis tussen C7 & Th1

  • 1e thoracale zenuw → verlaat canalis vertebralis caudaal van thoracaalwervel 1

→ meer naar caudaal liggen de spinale zenuwen telkens caudaal van de pedikel van de wervel met het overeenkomstige nummer

  • S1 treedt uit langs het eerste foramen sacrale anterius

59
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: verhouding ruggenmerg & durale zak

  • ruggenmerg is bij volwassenen (in tegenstelling tot de foetus) korter dan de durale zak

    • durale zak: reikt tot de 2e sacrale wervel

    • onderste uiteinde ruggenmerg: reikt tot de discus tussen 1e & 2e lumbale wervel

    → wortels van spinale zenuwen krijgen van boven naar beneden toe een schuiner (verticaler) verloop

  • wervelzuil groeit sneller in lengte dan medulla spinalis => medulla spinalis wordt relatief steeds korter tov wervelzuil

  • medulla spinalis loopt aan craniale zijde voort in medulla oblongata/ verlengde merg & zo in de hersenen → ruggenmerg zit vast in de schedel

  • nervi spinales lopen door het foramen intervertebrale → zitten daar vast

    • gevolg bij volwassen individu: wortels van nn. spinales moeten eerst naar caudaal verlopen om hun overeenkomstige foramen intervertebrale te bereiken

60
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: cauda equina/ paardenstaart

= in het onderste gedeelte van de canalis vertebralis

  • daar geen ruggenmerg aanwezig → wortels met verticaal verloop

  • caudale uiteinde van de medulla spinalis = conus medullaris/ terminalis → reikt tot lumbaalwervel 1-2

  • durale zak loopt tot S1-S2

→ lumbaalpunctie: uitgevoerd tussen lumbaalwervels 3 & 4 of tussen 4 & 5 => caudaal van het onderuiteinde van de medulla spinalis

  • medulla spinalis is met zijn uiteinde, via een fibreuze streng gefixeerd met het uiteinde van de wervelzuil (de coccyx)

    • bindweefselstreng = filum terminale externum/ coccygeale ligament

      • binnen durazak = filum terminale internum

  • bij benadering: in het cervicale gebied verlaten de spinale zenuwen de wervelkolom 1 segment lager dan hun uittrede uit het ruggenmerg

  • bij benadering: in het thoracale gebied verlaten de spinale zenuwen de wervelkolom 2 à 3 segmenten lager dan hun uittrede uit het ruggenmerg

  • bij benadering: in het lumbale gebied verlaten de spinale zenuwen de wervelkolom 4 segmenten lager dan hun uittrede uit het ruggenmerg

  • de wortels van de sacrale segmenten: lopen van het onderste uiteinde van het ruggenmerg (thv van L2) verticaal naar beneden & treden door de sacrale foramina uit

61
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: tuitvormige dura-uitlopers

  • in sacrale gebied: tuitvormige dura-uitlopers die de uittredende wortels omgeven, zijn langer dan in hoger gelegen gebieden → eindigen in sacrale kanaal

    • voorbij de duraschede liggen de sacrale spinale ganglia

      • ganglia & een stukje van bijbehorende spinale zenuwen liggen ‘bloot’ in sacrale kanaal (in tegenstelling tot bij de andere spinale zenuwen) → kunnen hier rechtstreeks worden geïnfiltreerd met een lokaal anestheticum (verdovingstechniek = sacrale epidurale anesthesie)

62
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: nervus spinalis

  • nervus spinalis = zeer kort → splitst bijna onmiddelijk distaal van het spinale ganglion:

    • ramus communicans

    • dorsale tak

    • ventrale tak

63
New cards

ramus communicans

  • verbindt elke nervus spinalis met de truncus sympathicus

    • truncus sympahticus = streng van het autonome zenuwstelsel

      • loopt lateraal van de wervellichamen & lateraal van de vena azygos/ hemiazygos

  • in de thorax: truncus sympathicus loopt tegen het collum van de ribben

  • in de hals: truncus sympathicus loopt tegen de prevertebrale spieren

  • lumbaal: truncus sympathicus loopt tegen de wervellichamen

→ hierlangs worden autonome zenuwvezels aangevoerd → gaan meelopen met de nervus spinalis naar de zweetklieren van de huid, naar de arteriën & venen (vasoconstrictie), & naar de musculi arrectores pilorum

64
New cards

ventrale & dorsale ramus

  • splitsing treedt embryologisch zeer vroeg op

    • lopen respectievelijk naar ventrale & dorsale mesoblast

  • ventrale & dorsale ramus voorzien ventrale respectievelijk dorsale gedeelte van de romp zowel motorisch als sensibel

    • grens tussen dorsaal & ventraal gebied ligt in het vlak door de processus transversi van de wervels

    • ventrale & dorsale rami werken zich tussen of door de ligamenten & spieren van de lichaamswand naar buiten, bezenuwen spieren (motorische vezels) & gewrichten en eindigen in de onderhuid als cutane takken die hoofdzakelijk sensibel zijn

65
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: schematische verloop van de spinale zenuw

weergegeven in het thoracale gebied → segmentatie min of meer bewaard

  • hele huid van romp & ledematen wordt door eindtakken van dorsale & ventrale rami van de spinale zenuwen voorzien

    • dorsale rami → voor motorische & sensibele voorziening van een strook (max een handbreedte) van achterhoofd tot st

    • uit

<p>weergegeven in het thoracale gebied → segmentatie min of meer bewaard</p><ul><li><p>hele huid van romp &amp; ledematen wordt door eindtakken van dorsale &amp; ventrale rami van de spinale zenuwen voorzien</p><ul><li><p>dorsale rami → voor motorische &amp; sensibele voorziening van een strook (max een handbreedte) van achterhoofd tot st</p></li><li><p>uit</p></li></ul></li></ul><p></p>
66
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: benaming dorsale takken (3 bovenste cervicale zenuwen)

  • ramus posterior van C1 → nervus suboccipitalis

    • innerveert de nekspieren

  • ramus posterior van C2 → nervus occipitalis major

    • innerveert de rugspieren & huid

  • ramus posterior van C3 → nervus occipitalis tertius

    • innerveert rugspieren & huid

67
New cards

perifeer verloop van de spinale zenuw: thv ledematen → plexus

  • plexus cervicalis → uit de ventrale rami C1 tem C4

    • innervatie van hoofd & hals

  • plexus brachialis → uit de ventrale rami C5 tem T1

    • innervatie van arm

  • plexus lumbalis → uit de ventrale rami L1-L2-L3-L4

    • innervatie van buikwand, lies & onderbeen

  • plexus sacralis → uit ventrale rami (L4) L5 tem S4

    • innervatie van gluteaal, perineaal, kleine bekken & onderbeen

→ pink: cervicaalwortel 8

→ ulnaire zijde van de arm: thoracaal 1

68
New cards

thoracale rami anteriores

  • thv de thorax: eenvoudige bouw van de ventrale tak

    • ventrale rami van thoracale spinale zenuwen vormen geen plexus

    • iedere ramus loopt in overeenkomende tussenribruimte naar voren → nervus intercostalis (loopt tussen ribben samen met de arteria & vena intercostalis)

  • 12e thoracale spinale zenuw = nervus subcostalis → loopt onder de onderste rib

  • intercostale zenuw: verzorgt huid in bandvormige zone & de musculi intercostales (ademhalingsspieren)

    • bv. musculus gelegen tussen rib 3 & 4 ontvangt de ramus anterior van de nervus spinalis thoracaal 3

  • rami anteriores van de thoracale zenuwen geven ook rami musculares af voor de musculus serratus posterior & inferior, musculi subcostales, musculus transversus thoracis & buikspieren

  • de 2 takken van de eerste lumbale ventrale ramus (L1): nervus iliohypogastricus & ilioinguinalis (ontvangen bijdrage van T12) → hebben een gelijkaardig ruimtelijk verloop als de thoracale zenuwen doch in de schuine buikspieren

    • vormen eerste takken van de plexus lumbalis

    • lopen respectievelijk een tweetal centimeter boven de crista iliaca (n. iliohypogastricus) & net boven de crista iliaca (n. ilioinguinalis)

69
New cards

de wervelkolom (columna vertebralis)

  • vormt skelet van de rug & grootste gedeelte van het axiale skelet

    • belangrijke rol in houding, dragen van lichaamsgewicht, voortbeweging & bescherming van ruggenmerg en spinale zenuw

  • wervelkolom: van schedelbasis, over nek, tot onderuiteinde van de romp

    • uit 33 botstukken = wervels/ vertebrae → 5 gebieden/ regio’s:

      • 7 cervicale (C)

      • 12 thoracale (T)

      • 5 lumbale (L)

      • 5 sacrale (S)

        • versmelten tot os sacrum

      • 4 coccygeale (Co)

        • fusioneren tot os coccygis/ coccyx

    → 24 aparte wervels geven beweeglijkheid aan wervelkolom

    → voor stabiliteit van wervelkolom: door vorm & sterkte van wervels, door tussenwervelschijven, ligamenten & spieren

  • wervellichamen: ¾ van lengte wervelkolom, tussenwervelschijven: ¼

70
New cards

de wervelkolom (columna vertebralis): krommingen van de wervelzuil

  • sagittaal/ profiel:

    • kyphose = convex naar achter

    • lordose = convex naar voor

  • coronaal/ frontaal:

    • scoliose = convex naar zijkant

<ul><li><p>sagittaal/ profiel:</p><ul><li><p>kyphose = convex naar achter</p></li><li><p>lordose = convex naar voor</p></li></ul></li><li><p>coronaal/ frontaal:</p><ul><li><p>scoliose = convex naar zijkant</p></li></ul></li></ul><p></p>
71
New cards

normale krommingen in het sagittale vlak (voorachterwaarse curven)

  • krommingen in het sagittale vlak:

    • cervicale lordose (convex naar voor)

    • thoracale kyfose (concaaf naar voor)

    • lumbale lordose (convex naar voor)

    • een permanente sacrale kyfose (concaaf naar voor)

  • thoracale & sacrococcygeale curven = primair

    • waren als doorlopende kyfose aanwezig voor de geboorte

  • cervicale & lumbale curven = secundair/ fysiologisch

    • pas na geboorte duidelijke vorming als gevolg van spierwerking na geboorte

    • cervicale curve: wanneer kind het hoofd begint op te richten (6-8 weken)

    • lumbale lordose: vanaf rechtzitten tot staan (9 maanden tot 1 jaar)

    → secundaire curven = compensatoire curven => gaan lengteas van het lichaam aanpassen aan gravitatielijn bij rechtopstaande houding

  • lumbale curve meestal sterk uitgesproken bij vrouwen → eindigt thv lumbosacrale hoek

    • maat van lumbale lordose is afhankelijk van kanteling van bekken → als symfyse naar craniaal komt, neemt lordose af

    • naast tonus van spieren, lordose ook afhankelijk van houding

      • bv. bij zwangerschap (zwaar gewicht in abdomen) → lordose neemt toe => rest van lichaam wordt meer naar dorsaal gebracht

      • lordose verminderen door contractie van buikspieren & dorsale dijspieren (doen bekken kantelen)

  • door lordose: vernauwing foramen intervertebrale → risico voor compressie van spinale zenuwen

    • niet zo bij gezonde persoon, want formania daar groot genoeg

    • in pathologische beenaangroeiingen = osteofyten, aan rand van corpora wel gevaarlijk → typisch voor artrose

      • artrose zorgt voor vernietiging kraakbeen => statiek verslechtert → dat wordt ‘verholpen door’ supplementaire beengroei

      • (spondylose = artrose van de wervel)

  • sacrale curve = permanente curve (zoals thoracale)

    • bij vrouwen: sacrum meestal minder sterk gekromd dan bij mannen → bekkenuitgang is breder

  • centrum van het lichaamsgewicht: net vóór promontorium van sacrum

<ul><li><p>krommingen in het sagittale vlak:</p><ul><li><p>cervicale lordose (convex naar voor)</p></li><li><p>thoracale kyfose (concaaf naar voor)</p></li><li><p>lumbale lordose (convex naar voor)</p></li><li><p>een permanente sacrale kyfose (concaaf naar voor)</p></li></ul></li><li><p>thoracale &amp; sacrococcygeale curven = primair</p><ul><li><p>waren als doorlopende kyfose aanwezig voor de geboorte</p></li></ul></li><li><p>cervicale &amp; lumbale curven = secundair/ fysiologisch</p><ul><li><p>pas na geboorte duidelijke vorming als gevolg van spierwerking na geboorte</p></li><li><p>cervicale curve: wanneer kind het hoofd begint op te richten (6-8 weken)</p></li><li><p>lumbale lordose: vanaf rechtzitten tot staan (9 maanden tot 1 jaar)</p></li></ul><p>→ secundaire curven = compensatoire curven =&gt; gaan lengteas van het lichaam aanpassen aan gravitatielijn bij rechtopstaande houding</p></li><li><p>lumbale curve meestal sterk uitgesproken bij vrouwen → eindigt thv lumbosacrale hoek</p><ul><li><p>maat van lumbale lordose is afhankelijk van kanteling van bekken → als symfyse naar craniaal komt, neemt lordose af</p></li><li><p>naast tonus van spieren, lordose ook afhankelijk van houding</p><ul><li><p>bv. bij zwangerschap (zwaar gewicht in abdomen) → lordose neemt toe =&gt; rest van lichaam wordt meer naar dorsaal gebracht</p></li><li><p>lordose verminderen door contractie van buikspieren &amp; dorsale dijspieren (doen bekken kantelen)</p></li></ul></li></ul></li><li><p>door lordose: vernauwing foramen intervertebrale → risico voor compressie van spinale zenuwen</p><ul><li><p>niet zo bij gezonde persoon, want formania daar groot genoeg</p></li><li><p>in pathologische beenaangroeiingen = osteofyten, aan rand van corpora wel gevaarlijk → typisch voor artrose</p><ul><li><p>artrose zorgt voor vernietiging kraakbeen =&gt; statiek verslechtert → dat wordt ‘verholpen door’ supplementaire beengroei</p></li><li><p>(spondylose = artrose van de wervel)</p></li></ul></li></ul></li><li><p>sacrale curve = permanente curve (zoals thoracale)</p><ul><li><p>bij vrouwen: sacrum meestal minder sterk gekromd dan bij mannen → bekkenuitgang is breder</p></li></ul></li><li><p>centrum van het lichaamsgewicht: net vóór promontorium van sacrum</p></li></ul><p></p>
72
New cards

gevolgen van een toegenomen lordose

  • uitpuilen discus

  • facies van kleine gewrichtjes botsen, ten gevolge van een gekantelde lengteas

  • truncus lumbosacralis (L4-5) die ventraal over sacrum afdaalt naar kleine bekken, wordt uitgerekt

  • pelvis moet kantelen (naar voren) zodat dorsale dijspieren (m. biceps, m. semitendinosus…) overdreven worden aangespannen (kan pijn veroorzaken: meestal ter hoogte van regio poplitea)

  • lordose spant m. psoas aan: verhoging axiale druk op disci

73
New cards

krommingen in het frontaal vlak (laterale curvatuur)

  • normaal: zeer lichte laterale curvatuur

    • lichte convexiteit naar rechts in thoracale streek & compensatoire curve in tegengestelde richting in lumbale gebied

  • meestal krommingen in frontale vlak → abnormaal = scoliose

  • pseudoscoliose: door schuine stand van bekken → bv. door verschil in lengte van benen

    • schuine stand dan gecompenseerd door spieren (zodat lichaam toch rechtop blijft staan) → veroorzaakt scoliose

    • kan weggaan door compensatie van lengteverschil van onderste ledematen door aangepaste schoenen die wervelzuil weer rechtop brengen

  • echte scoliose → makkelijk te differentiëren van pseudoscoliose via klinisch onderzoek

    • bij vooroverbuigen: bult = gibbus → bij scoliose treedt rotatie van wervels op

74
New cards

gewrichten van de wervelkolom

  • discus intervertebralis

  • facetgewrichten (= articulationes zygapophysiales)

    • tussen processus articulatris inferior van ene wervels & processus articularis superior van daaronder gelegen wervel

  • uncovertebrale gewrichten → cervicaal

    • tussen zijranden van 2 opeenvolgende wervellichamen

  • articulatio costovertebralis thoracaal (fovea costalis superior & inferior)

75
New cards

gewrichten van de wervelkolom: discus intervertebralis

  • samendrukbaarheid & elasticiteit van tussenwervelschijven bepalen in grote mate de mobiliteit van de wervelzuil

  • schokbrekend effect

  • verticale kracht wordt omgezet in druk in alle richtingen (door anulus)

    • anulus is vooraan dikker dan achteraan → middelpunt van nucleus pulposus is excentrisch naar achteren gelegen

  • discus intervertebralis = amphiarthrosen → secundair kraakbeengwricht/ symfyse

  • discus:

    • 2 plaatjes van hyalien kraakeen (boven- & onderaan) = dekplaten/ eindplaten

      • scheidt 2 volgende componenten van het wervellichaam

      • met leeftijd verbenen ‘end-plates’

    • anulus fibrosus

      • concentrische platen van fibrocartilago → onderling verbonden door kruisende collageenvezels die naar centrum van discus toe minder dicht worden & geleidelijk overgaan in amorfe substantie (‘gel’) van nucleus pulposus

    • nucleus pulposus

      • uit waterrijk, niet-comprimeerbaar & zeer vervormbaar weefsel

      • wateraantrekkend & heeft zekere turgor

        • turgor vermindert met de leeftijd + ook bij langdurige compressie neemt volume van nucleus af

          → aan einde van (werk)dag is de mens 1 cm korter

          → tijdens nachtrust: discusvolume herstelt zich

      • vervormt bij flexie & extensie

      • laat toe het ene wervellichaam in alle richtingen te bewegen tov andere wervellichaam → beweeglijkheid wel beperkt door anulus fibrosus

  • dikte van tussenwervelschijven: afhankelijk van delen van wervelkolom

    • dunst in bovenste gedeelte van thoracale gebied, nemen geleidelijk in dikte toe tot L5

    • in cervicale gebied relatief dik

<ul><li><p>samendrukbaarheid &amp; elasticiteit van tussenwervelschijven bepalen in grote mate de mobiliteit van de wervelzuil</p></li><li><p>schokbrekend effect</p></li><li><p>verticale kracht wordt omgezet in druk in alle richtingen (door anulus)</p><ul><li><p>anulus is vooraan dikker dan achteraan → middelpunt van nucleus pulposus is excentrisch naar achteren gelegen</p></li></ul></li><li><p>discus intervertebralis = amphiarthrosen → secundair kraakbeengwricht/ symfyse</p></li><li><p>discus:</p><ul><li><p>2 plaatjes van hyalien kraakeen (boven- &amp; onderaan) = dekplaten/ eindplaten</p><ul><li><p>scheidt 2 volgende componenten van het wervellichaam</p></li><li><p>met leeftijd verbenen ‘end-plates’</p></li></ul></li><li><p>anulus fibrosus</p><ul><li><p>concentrische platen van fibrocartilago → onderling verbonden door kruisende collageenvezels die naar centrum van discus toe minder dicht worden &amp; geleidelijk overgaan in amorfe substantie (‘gel’) van nucleus pulposus</p></li></ul></li><li><p>nucleus pulposus</p><ul><li><p>uit waterrijk, niet-comprimeerbaar &amp; zeer vervormbaar weefsel</p></li><li><p>wateraantrekkend &amp; heeft zekere turgor</p><ul><li><p>turgor vermindert met de leeftijd + ook bij langdurige compressie neemt volume van nucleus af</p><p>→ aan einde van (werk)dag is de mens 1 cm korter</p><p>→ tijdens nachtrust: discusvolume herstelt zich</p></li></ul></li><li><p>vervormt bij flexie &amp; extensie</p></li><li><p>laat toe het ene wervellichaam in alle richtingen te bewegen tov andere wervellichaam → beweeglijkheid wel beperkt door anulus fibrosus</p></li></ul></li></ul></li><li><p>dikte van tussenwervelschijven: afhankelijk van delen van wervelkolom</p><ul><li><p>dunst in bovenste gedeelte van thoracale gebied, nemen geleidelijk in dikte toe tot L5</p></li><li><p>in cervicale gebied relatief dik</p></li></ul></li></ul><p></p>
76
New cards

innervatie van de discus

  • via zijtakken van ventrale ramus, recurrente ramus sinovertebralis (zenuw van Luschka) & via ramus (griseus) communicans (→ verbindt ventrale ramus met autonoom zenuwstelsel)

    • ramus sinovertebralis = recurrent → keert via intervertebrale foramina terug & zorgt voor innervatie van posterieure deel van discus

  • discushernia van nucleus pulposus zal bijna altijd naar achter uitpuilen (want in lumbale gebied wordt nucleus pulposus naar posterior geduwd tijdens flexie)

    • aanwezigheid van ligamentum longitudinale posterius zorgt ervoor dat prolaps van nucleus pulposus gewoonlijk langs posterolateraal gebeurt, eerder dan zuiver posterieur

  • hernia nuclei pulposi → kan compressie van wortels van spinale zenuwen geven => geeft pijn in innervatiegebied van zenuw

    • lokale rugpijn (takken naar discus, facetgewrichten, dorsale ramus) als pijn op afstand (bv. in innervatiegebied van onderbeen)

  • disci: sensibel geïnnerveerd (in buitenste 1/3) → door sinuvertebrale zenuwen als vanuit truncus sympathicus & via grijze rami communicantes

  • in ligamentum longitudinale posterius & in anulus zelf: sensibele zenuwen → verklaat waarom hoge belasting tot pijn leidt

<ul><li><p>via zijtakken van ventrale ramus, recurrente ramus sinovertebralis (zenuw van Luschka) &amp; via ramus (griseus) communicans (→ verbindt ventrale ramus met autonoom zenuwstelsel)</p><ul><li><p>ramus sinovertebralis = recurrent → keert via intervertebrale foramina terug &amp; zorgt voor innervatie van posterieure deel van discus</p></li></ul></li><li><p>discushernia van nucleus pulposus zal bijna altijd naar achter uitpuilen (want in lumbale gebied wordt nucleus pulposus naar posterior geduwd tijdens flexie)</p><ul><li><p>aanwezigheid van ligamentum longitudinale posterius zorgt ervoor dat prolaps van nucleus pulposus gewoonlijk langs posterolateraal gebeurt, eerder dan zuiver posterieur</p></li></ul></li><li><p>hernia nuclei pulposi → kan compressie van wortels van spinale zenuwen geven =&gt; geeft pijn in innervatiegebied van zenuw</p><ul><li><p>lokale rugpijn (takken naar discus, facetgewrichten, dorsale ramus) als pijn op afstand (bv. in innervatiegebied van onderbeen)</p></li></ul></li><li><p>disci: sensibel geïnnerveerd (in buitenste 1/3) → door sinuvertebrale zenuwen als vanuit truncus sympathicus &amp; via grijze rami communicantes</p></li><li><p>in ligamentum longitudinale posterius &amp; in anulus zelf: sensibele zenuwen → verklaat waarom hoge belasting tot pijn leidt</p></li></ul><p></p>
77
New cards

gewrichten van de wervelkolom: intervertebrale ligamenten

  • lig. longitudinale anterius

    • voorzijde corpora

  • lig. longitudinale posterius

    • in wervelkanaal

    • tegen dorsale zijde van corpora

  • ligg. flava

    • tussen opeenvolgende arci

  • ligg. intertransversaria

    • tussen processus transversi

  • ligg. interspinalia

    • tussen processus spinosi

  • lig. supraspinale

    • uitgesproken in de hals: tussen processus spinosi van wervels, protuberantia occipitalis externa & crista occipitalis externa

    • vormt het septum nuchae (in sagittaal vlak) → verlengt processus spinosus door vasthechting van krachtige spieren die het hoofd rechtop houden

→ ligamenten zijn passieve structuren: kunnen wervelzuil niet rechtop houden (daarvoor zijn spieren nodig)

→ in 1 geval wordt lichaamsgewicht grotendeels door ligamant gedragen: bij verst doorgedreven buiging van romp met volledige relaxatie van rugspieren => ligg. interspinale & supraspinale worden aangespannen

  • rechtkomen op 2 manieren:

    • eerst bekken kantelen dankzij buikspieren & dorsale dijspieren → romp richt zich gedeeltelijk op zonder belasting van rugspieren, wel dankzij lig. interspinale

      • daarna moeten rugspieren het vervolg van de strekking verwezenlijken

    • wervelzuil wordt gestrekt door spierwerking voor het bekken kantelt → veel grotere belasting van rugspieren

<ul><li><p>lig. longitudinale anterius</p><ul><li><p>voorzijde corpora</p></li></ul></li><li><p>lig. longitudinale posterius</p><ul><li><p>in wervelkanaal</p></li><li><p>tegen dorsale zijde van corpora</p></li></ul></li><li><p>ligg. flava</p><ul><li><p>tussen opeenvolgende arci</p></li></ul></li><li><p>ligg. intertransversaria</p><ul><li><p>tussen processus transversi</p></li></ul></li><li><p>ligg. interspinalia</p><ul><li><p>tussen processus spinosi</p></li></ul></li><li><p>lig. supraspinale</p><ul><li><p>uitgesproken in de hals: tussen processus spinosi van wervels, protuberantia occipitalis externa &amp; crista occipitalis externa</p></li><li><p>vormt het septum nuchae (in sagittaal vlak) → verlengt processus spinosus door vasthechting van krachtige spieren die het hoofd rechtop houden</p></li></ul></li></ul><p>→ ligamenten zijn passieve structuren: kunnen wervelzuil niet rechtop houden (daarvoor zijn spieren nodig)</p><p>→ in 1 geval wordt lichaamsgewicht grotendeels door ligamant gedragen: bij verst doorgedreven buiging van romp met volledige relaxatie van rugspieren =&gt; ligg. interspinale &amp; supraspinale worden aangespannen</p><ul><li><p>rechtkomen op 2 manieren:</p><ul><li><p>eerst bekken kantelen dankzij buikspieren &amp; dorsale dijspieren → romp richt zich gedeeltelijk op zonder belasting van rugspieren, wel dankzij lig. interspinale</p><ul><li><p>daarna moeten rugspieren het vervolg van de strekking verwezenlijken</p></li></ul></li><li><p>wervelzuil wordt gestrekt door spierwerking voor het bekken kantelt → veel grotere belasting van rugspieren</p></li></ul></li></ul><p></p>
78
New cards

ligamentum longitudinale anterius

  • van tuberculum anterius van atlas naar voorzijde van sacrum

  • zit vast aan periost van wervellichamen & aan discussen

  • ligament verbreedt naar beneden toe

  • craniale gedeelte van ligament (tussen atlas & achterhoofd) = membrana atlanto-occipitalis anterior

<ul><li><p>van tuberculum anterius van atlas naar voorzijde van sacrum</p></li><li><p>zit vast aan periost van wervellichamen &amp; aan discussen</p></li><li><p>ligament verbreedt naar beneden toe</p></li><li><p>craniale gedeelte van ligament (tussen atlas &amp; achterhoofd) = membrana atlanto-occipitalis anterior</p></li></ul><p></p>
79
New cards

ligamentum longitudinale posterius

  • smaller dan anterior

  • posterior tov wervellichaam, niet tov wervelkanaal

  • van voorrand van foramen magnum tot in sacrale kanaal

  • meest craniale gedeelte (tussen foramen magnum & axis) → bedekt achterzijde van dens axis

    = membrana tectoria

  • venae basivertebrales verlaten wervellichamen achteraan & lopen tussen achterzijde van wervellichaam & ligamentum longitudinale posterius

  • ligamentum longitudinale posterius zit enkel aan randen van het wervellichaam vast → wel stevig met discussen verankerd

  • smal thv wervellichamen & verbreedt thv elke discus → in zijn geheel wordt het smaller naar onderen toe

<ul><li><p>smaller dan anterior</p></li><li><p>posterior tov wervellichaam, niet tov wervelkanaal</p></li><li><p>van voorrand van foramen magnum tot in sacrale kanaal</p></li><li><p>meest craniale gedeelte (tussen foramen magnum &amp; axis) → bedekt achterzijde van dens axis</p><p>= membrana tectoria</p></li><li><p>venae basivertebrales verlaten wervellichamen achteraan &amp; lopen tussen achterzijde van wervellichaam &amp; ligamentum longitudinale posterius</p></li><li><p>ligamentum longitudinale posterius zit enkel aan randen van het wervellichaam vast → wel stevig met discussen verankerd</p></li><li><p>smal thv wervellichamen &amp; verbreedt thv elke discus → in zijn geheel wordt het smaller naar onderen toe</p></li></ul><p></p>
80
New cards

ligamenta flava

  • fixatie wervelbogen

  • verticaal van binnenzijde van bovenliggende naar bovenzijde van onderliggende wervelboog

  • bogen krijgen onderling een beweeglijkheid vergelijkbaar met die van staartsegmenten van een kreeft

    → graad van flexie van wervelkolom mogelijk vooraleer ligamenten aangespannen raken

  • veel elastinevezels → geelachtige kleur

    • elastinevezels helpen bij terugveren van wervelkolom naar strekstand

<ul><li><p>fixatie wervelbogen</p></li><li><p>verticaal van binnenzijde van bovenliggende naar bovenzijde van onderliggende wervelboog</p></li><li><p>bogen krijgen onderling een beweeglijkheid vergelijkbaar met die van staartsegmenten van een kreeft</p><p>→ graad van flexie van wervelkolom mogelijk vooraleer ligamenten aangespannen raken</p></li><li><p>veel elastinevezels → geelachtige kleur</p><ul><li><p>elastinevezels helpen bij terugveren van wervelkolom naar strekstand</p></li></ul></li></ul><p></p>
81
New cards

ligamenta interspinalia

  • verbinden de bogen onderling

  • beperken de excursie van de facetgewrichten

  • voortzetting naar achteren van de ligamenta flava

<ul><li><p>verbinden de bogen onderling</p></li><li><p>beperken de excursie van de facetgewrichten</p></li><li><p>voortzetting naar achteren van de ligamenta flava</p></li></ul><p></p>
82
New cards

ligamenta supraspinalia

  • in nekgebied = ligamentum nuchae

  • midsagittal bindweefselseptum tussen spieren van linker- & rechterhelft

<ul><li><p>in nekgebied = ligamentum nuchae</p></li><li><p>midsagittal bindweefselseptum tussen spieren van linker- &amp; rechterhelft</p></li></ul><p></p>
83
New cards

ligamenta intertransversaria

  • ligamentair weefsel dat de processus transversi onderling verbindt

<ul><li><p>ligamentair weefsel dat de processus transversi onderling verbindt</p></li></ul><p></p>
84
New cards

gewrichten van de wervelkolom: specialisatie binnen de wervelzuil

  • uncovertebrale gewrichten

  • articulationes zygapophysiales (facet-gewrichten)

  • atlanto-occipitale & atlanto-axiale gewricht

  • costovertebrale articulatie

85
New cards

uncovertebrale gewrichten

  • tussen lichamen van de cervicale wervels (behalve tussen atlas & axis)

  • opgeworpen zijranden (uncus corporis) van ene wervellichaam articuleren aan weerszijden door middel van synoviale gewrichten met zijranden van bovenliggende wervellichaam

    • nemen deel aan vorming van foramen intervertebrale

    • begrenzing in het nekgebied:

      • inferior: bovenvlak van onderliggende ‘gouttière’

      • anterior: uncovertebrale gewrichten

      • superior: onderzijde van de pediculi

      • posterior: zygapophyseale gewrichten

86
New cards

articulationes zygapophysiales (facetgewrichten/ intergewrichten)

  • tussen processus articulares inferiores van ene wervel & processus articulares superiores van de daaronder liggende wervel

  • geleidelijke overgang van ‘cervicale’ type naar ‘thoracale’ type

    • bv. op radiografie: gewrichtsspleet tussen C6 & C7 is meer naar voren & onderen gericht

  • overgang van ‘thoracale’ naar ‘lumbale’ type gebeurt abrupt in 1 wervel

    • T12: bovenste articulatiefacetten zijn (nog) thoracaal, onderste zijn (al) lumbaal

  • kapsels van facetgewrichten zijn laks → facetten kunnen zich een heel eind van elkaar verwijderen

  • synoviale gewrichten → synovia vormt villi

    • soortgelijke villi komen in de meeste gewrichten voor

BEZENUWING:

  • bezenuwd door takjes afkomstig van (mediale ramus van de) dorsale rami van de spinale zenuwen

  • zenuwtakjes lopen over achtervlak van mediale gedeelte van de processus transversus naar postero-inferior

  • elk gewrichtstakje bezenuwt behalve het meest nabijgelegen facetgewricht ook naburige gewrichten

PIJN:

  • facetgewrichten vangen 20% tot 30% van axiale druk op → pijn op 2 manieren:

    • pijnvezels van het gewricht zelf (hoofdzakelijk kapsel): bij artrose, ontsteking, overbelasting (= overdreven extensie)

      • pijn gelokaliseerd rond gewrichtje, ook drukpijn bij palpatie

    • irritatie/ compressie van de spinale zenuw waar die tegen het gewrichtskapsel loopt

      • frequent voor onderste 2 thoracale juncturae die de breedste rotaties moeten doorvoeren

      • pijn straalt uit in het inervatiegebied van de dorsale tak van de zenuw

<ul><li><p>tussen processus articulares inferiores van ene wervel &amp; processus articulares superiores van de daaronder liggende wervel</p></li><li><p>geleidelijke overgang van ‘cervicale’ type naar ‘thoracale’ type</p><ul><li><p>bv. op radiografie: gewrichtsspleet tussen C6 &amp; C7 is meer naar voren &amp; onderen gericht</p></li></ul></li><li><p>overgang van ‘thoracale’ naar ‘lumbale’ type gebeurt abrupt in 1 wervel</p><ul><li><p>T12: bovenste articulatiefacetten zijn (nog) thoracaal, onderste zijn (al) lumbaal</p></li></ul></li><li><p>kapsels van facetgewrichten zijn laks → facetten kunnen zich een heel eind van elkaar verwijderen</p></li><li><p>synoviale gewrichten → synovia vormt villi</p><ul><li><p>soortgelijke villi komen in de meeste gewrichten voor</p></li></ul></li></ul><p>BEZENUWING:</p><ul><li><p>bezenuwd door takjes afkomstig van (mediale ramus van de) dorsale rami van de spinale zenuwen</p></li><li><p>zenuwtakjes lopen over achtervlak van mediale gedeelte van de processus transversus naar postero-inferior</p></li><li><p>elk gewrichtstakje bezenuwt behalve het meest nabijgelegen facetgewricht ook naburige gewrichten</p></li></ul><p>PIJN:</p><ul><li><p>facetgewrichten vangen 20% tot 30% van axiale druk op → pijn op 2 manieren:</p><ul><li><p>pijnvezels van het gewricht zelf (hoofdzakelijk kapsel): bij artrose, ontsteking, overbelasting (= overdreven extensie)</p><ul><li><p>pijn gelokaliseerd rond gewrichtje, ook drukpijn bij palpatie</p></li></ul></li><li><p>irritatie/ compressie van de spinale zenuw waar die tegen het gewrichtskapsel loopt</p><ul><li><p>frequent voor onderste 2 thoracale juncturae die de breedste rotaties moeten doorvoeren </p></li><li><p>pijn straalt uit in het inervatiegebied van de dorsale tak van de zenuw</p></li></ul></li></ul></li></ul><p></p>
87
New cards

articulationes zygapophysiales (facetgewrichten/ intergewrichten) → CERVICALE GEBIED

  • grosso modo horizontaal vlak

    • gewrichtsoppervlakken meer horizontaal georiënteerd

  • rotatie van 45°

  • door summatie kleine bewegingen:

    • lateroflexie

    • flexie-extensie

  • gekoppelde lateroflexie & ipsilaterale rotatie

<ul><li><p>grosso modo horizontaal vlak</p><ul><li><p>gewrichtsoppervlakken meer horizontaal georiënteerd</p></li></ul></li><li><p>rotatie van 45°</p></li><li><p>door summatie kleine bewegingen:</p><ul><li><p>lateroflexie</p></li><li><p>flexie-extensie</p></li></ul></li><li><p>gekoppelde lateroflexie &amp; ipsilaterale rotatie</p></li></ul><p></p>
88
New cards

articulationes zygapophysiales (facetgewrichten/ intergewrichten) → THORACALE GEBIED

  • min of meer in frontaal vlak

    • facies articularis naar achteren & naar boven gericht → maken deel uit van een cilinder met as voor het corpus

  • rotatie (as door wervellichaam)

  • flexie extensie: 12×2° = 24°

  • lateroflexie thv T11-T12 (geen ribben die beperken)

<ul><li><p>min of meer in frontaal vlak</p><ul><li><p>facies articularis naar achteren &amp; naar boven gericht → maken deel uit van een cilinder met as voor het corpus</p></li></ul></li><li><p>rotatie (as door wervellichaam)</p></li><li><p>flexie extensie: 12×2° = 24°</p></li><li><p>lateroflexie thv T11-T12 (geen ribben die beperken)</p></li></ul><p></p>
89
New cards

articulationes zygapophysiales (facetgewrichten/ intergewrichten) → LUMBALE GEBIED

  • in een sagittaal vlak

    • oppervlak is concaaf naar dorsomediaal gericht, bijna verticaal

    • gewrichtsoppervlakken maken deel uit van een cilinderoppervlak, as dorsaal van het corpus

  • lumbale gewrichtsfacetten zijn wat gekromd → voorste gedeelte van facet enigszins in frontaal vlak

  • facetgewrichten van lumbale gebied schuiven in elkaar (‘interlocking’)

    • beperking van onderlinge rotatie van wervels

  • rotatie (as door proc. spinosus)

  • flexie-extensie

<ul><li><p>in een sagittaal vlak</p><ul><li><p>oppervlak is concaaf naar dorsomediaal gericht, bijna verticaal</p></li><li><p>gewrichtsoppervlakken maken deel uit van een cilinderoppervlak, as dorsaal van het corpus</p></li></ul></li><li><p>lumbale gewrichtsfacetten zijn wat gekromd → voorste gedeelte van facet enigszins in frontaal vlak</p></li><li><p>facetgewrichten van lumbale gebied schuiven in elkaar (‘interlocking’)</p><ul><li><p>beperking van onderlinge rotatie van wervels</p></li></ul></li></ul><p></p><ul><li><p>rotatie (as door proc. spinosus)</p></li><li><p>flexie-extensie</p></li></ul><p></p>
90
New cards

atlanto-occipitaal gewricht

  • condylus occipitalis: uit 2 gewrichtsoppervlakken → convex oppervlak

  • op de atlas: 2 concave facies articulares → deel van een omwentelingsellips = oppervlak dat wordt beschreven door rotatie van een ellips om zijn lange as

  • rotatie van het gewricht: rond lange as van de ellips

  • rotatie rond verticale as is onmogelijk → lange as van condylus zou moeten passen in korte as van fovea

  • flexie-extensie: JA-knikken

  • lateroflexie

  • geen rotatie

  • hoofd met kin op borst: helft van beweging gebeurt in atlanto-occipitale gewricht (rest in andere cervicale gewrichten)

  • ei-gewricht

  • geen discus tussen C1 & C2

<ul><li><p>condylus occipitalis: uit 2 gewrichtsoppervlakken → convex oppervlak</p></li><li><p>op de atlas: 2 concave facies articulares → deel van een omwentelingsellips = oppervlak dat wordt beschreven door rotatie van een ellips om zijn lange as</p></li><li><p>rotatie van het gewricht: rond lange as van de ellips</p></li><li><p>rotatie rond verticale as is onmogelijk → lange as van condylus zou moeten passen in korte as van fovea</p></li><li><p>flexie-extensie: JA-knikken</p></li><li><p>lateroflexie</p></li><li><p>geen rotatie</p></li><li><p>hoofd met kin op borst: helft van beweging gebeurt in atlanto-occipitale gewricht (rest in andere cervicale gewrichten)</p></li><li><p>ei-gewricht</p></li><li><p>geen discus tussen C1 &amp; C2</p></li></ul><p></p>
91
New cards

atlanto-axiaal gewricht

  • pivot-gewricht

  • eigenlijk 4 gewrichten:

    • 2 art. atlanto-axialis lateralis: bijna horizontale gewrichtsoppervlakken, schuiven goed overeen & zorgen voor rotatie omheen de as van de dens

      • atlas - inf. art. facet

      • atlas - sup. art. facet

    • 2 aparte art. atlanto-axialis mediana:

      • tussen dens & atlas, tegen achterzijde van de atlas = synoviaal gewricht → atlas-fovea dentalis (art. mediana anterior)

      • tussen achterzijde van de dens & het ligamentum transversum atlantis = synoviaal gewricht → dens axis - lig transv. atlantis (art. mediana posterior)

        • zorgt voor neen-schudden → hoofd kan 90° draaien, helft gebeurt door rotatie van atlas tov axis (rest tussen andere halswervels)

        • ligamentum transversum verbindt linker & rechter massa lateralis van atlas

<ul><li><p>pivot-gewricht</p></li><li><p>eigenlijk 4 gewrichten:</p><ul><li><p>2 art. atlanto-axialis lateralis: bijna horizontale gewrichtsoppervlakken, schuiven goed overeen &amp; zorgen voor rotatie omheen de as van de dens</p><ul><li><p>atlas - inf. art. facet</p></li><li><p>atlas - sup. art. facet</p></li></ul></li><li><p>2 aparte art. atlanto-axialis mediana:</p><ul><li><p>tussen dens &amp; atlas, tegen achterzijde van de atlas = synoviaal gewricht → atlas-fovea dentalis (art. mediana anterior)</p></li><li><p>tussen achterzijde van de dens &amp; het ligamentum transversum atlantis = synoviaal gewricht → dens axis - lig transv. atlantis (art. mediana posterior)</p><ul><li><p>zorgt voor neen-schudden → hoofd kan 90° draaien, helft gebeurt door rotatie van atlas tov axis (rest tussen andere halswervels)</p></li><li><p>ligamentum transversum verbindt linker &amp; rechter massa lateralis van atlas</p></li></ul></li></ul></li></ul></li></ul><p></p>
92
New cards

ligamenten tussen C1-C2-Occiput

  • lig. transversum atlantis

  • lig. apicis dentis

  • lig. cruciforme

  • lig. alaria (vleugelvormig)

<ul><li><p>lig. transversum atlantis</p></li><li><p>lig. apicis dentis</p></li><li><p>lig. cruciforme</p></li><li><p>lig. alaria (vleugelvormig)</p></li></ul><p></p>
93
New cards

ligamenten tussen C1-C2-Occiput → lig. transversum

knowt flashcard image
94
New cards

ligamenten tussen C1-C2-Occiput → lig. apicis dentis

  • longitudinale verlenging van het lig. transversum

  • dunne ronde band die de apex van de dens verbindt met het anterieure aspect van het foramen magnum

<ul><li><p>longitudinale verlenging van het lig. transversum</p></li><li><p>dunne ronde band die de apex van de dens verbindt met het anterieure aspect van het foramen magnum</p></li></ul><p></p>
95
New cards

ligamenten tussen C1-C2-Occiput → lig. cruciforme

  • longitudinale verlenging van het lig. transversum

  • longitudinale vezels van lig. cruciforme verbinden achterzijde van de dens met rand van het foramen magnum

  • bij rotatie: torsie van het ligament

→ over lig. cruciforme: voorzetting van lig. longitudinale posterius (eindigt op rand van foramen occipitale magnum) = membrana tectoria

  • daarover nog dura mater

<ul><li><p>longitudinale verlenging van het lig. transversum</p></li><li><p>longitudinale vezels van lig. cruciforme verbinden achterzijde van de dens met rand van het foramen magnum</p></li><li><p>bij rotatie: torsie van het ligament</p></li></ul><p>→ over lig. cruciforme: voorzetting van lig. longitudinale posterius (eindigt op rand van foramen occipitale magnum) = membrana tectoria</p><ul><li><p>daarover nog dura mater</p></li></ul><p></p>
96
New cards

ligamenten tussen C1-C2-Occiput → lig. alaria (vleugelvormig)

  • tussen zijkanten van de dens & os occipitale

  • rotatie wordt beperkt

<ul><li><p>tussen zijkanten van de dens &amp; os occipitale</p></li><li><p>rotatie wordt beperkt</p></li></ul><p></p>
97
New cards
<p><strong>gewrichten tussen wervels &amp; ribben</strong></p>

gewrichten tussen wervels & ribben

  • synoviale gewrichten tussen kopjes van ribben en wervellichamen & kopjes van ribben en tussenwervelschijven

  • ribtuberkel vormt synoviaal gewricht met processus transversus van wervel met hetzelfde nummer → door 4 ligamenten gefixeerd:

    • lig. costotransversarium

    • lig. costotransversarium superius

    • lig. costotransversarium laterale

    • lig. capitis costae radiatum

  • geringe torsie rond een as door ribkopje & -tuberkel, licht op en neer glijden van tuberkel over de processus transversus mogelijk

    → rotatie omheen een (min of meer) horizontale as door kopje & tuberkel, een sagittale as door het kopje

  • ribben (behalve nummers 11 & 12) zijn door middel van kraakbeen (synchondrose) rechtstreeks (rib 1-6: articulationes sternocostales) of onrechtstreeks (rib 7-10: articulationes interchondrales) met sternum gearticuleerd

<ul><li><p>synoviale gewrichten tussen kopjes van ribben en wervellichamen &amp; kopjes van ribben en tussenwervelschijven</p></li><li><p>ribtuberkel vormt synoviaal gewricht met processus transversus van wervel met hetzelfde nummer → door 4 ligamenten gefixeerd:</p><ul><li><p>lig. costotransversarium</p></li><li><p>lig. costotransversarium superius</p></li><li><p>lig. costotransversarium laterale</p></li><li><p>lig. capitis costae radiatum</p></li></ul></li><li><p>geringe torsie rond een as door ribkopje &amp; -tuberkel, licht op en neer glijden van tuberkel over de processus transversus mogelijk</p><p>→ rotatie omheen een (min of meer) horizontale as door kopje &amp; tuberkel, een sagittale as door het kopje</p></li><li><p>ribben (behalve nummers 11 &amp; 12) zijn door middel van kraakbeen (synchondrose) rechtstreeks (rib 1-6: articulationes sternocostales) of onrechtstreeks (rib 7-10: articulationes interchondrales) met sternum gearticuleerd</p></li></ul><p></p>
98
New cards

lig. costotransversarium

  • strekt zich uit tussen achterzijde van nek van de rib & voorvlak van eigen processus transversus (vult het costotransversale ‘venster’)

<ul><li><p>strekt zich uit tussen achterzijde van nek van de rib &amp; voorvlak van eigen processus transversus (vult het costotransversale ‘venster’)</p></li></ul><p></p>
99
New cards

lig. costotransversarium superius

  • loopt van de crista van de nek van de rib naar de erboven liggende processus transversus

<ul><li><p>loopt van de crista van de nek van de rib naar de erboven liggende processus transversus</p></li></ul><p></p>
100
New cards

lig. costotransversarium laterale

  • verbindt het punt van de processus transversus met het niet-articulerende gedeelte van het tuberkel van de rib met hetzelfde nummer

<ul><li><p>verbindt het punt van de processus transversus met het niet-articulerende gedeelte van het tuberkel van de rib met hetzelfde nummer</p></li></ul><p></p>