Libre Service 4 HAVO 4 ...

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/145

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

French

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

146 Terms

1
New cards

le cœur

het hart

2
New cards

le morceau

het stuk, het brok

3
New cards

et puis

en vervolgens

4
New cards

mort

dood

5
New cards

fais gaffe !

kijk uit!

6
New cards

affreux

afschuwelijk

7
New cards

l’erreur (f)

de fout

8
New cards

se disputer

ruziemaken

9
New cards

la forme

de vorm

10
New cards

surtout

vooral

11
New cards

inexplicable

niet uit te leggen

12
New cards

toi-même

jijzelf

13
New cards

c’est clair

dat is duidelijk

14
New cards

avoir raison

gelijk hebben

15
New cards

passer un message

een boodschap doorgeven

16
New cards

si

als, indien

17
New cards

la voix

de stem

18
New cards

à la prochaine

tot de volgende keer

19
New cards

le rêve

de droom

20
New cards

l’autre

de ander

21
New cards

l’attraction (f)

de aantrekkingskracht

22
New cards

le sentiment

het gevoel

23
New cards

le chagrin d’amour

het liefdesverdriet

24
New cards

faire la connaissance

de kennismaken met

25
New cards

transformer

veranderen

26
New cards

en tête-à-tête

onder vier ogen

27
New cards

la couverture

het omslag

28
New cards

composer

samenstellen

29
New cards

exagérer

overdrijven

30
New cards

coller

plakken

31
New cards

le prétexte

het voorwendsel

32
New cards

ranger

opruimen

33
New cards

le conseil

het advies

34
New cards

l'astuce (f)

de tip

35
New cards

surprendre

verrassen

36
New cards

prudent

voorzichtig

37
New cards

le secret

het geheim

38
New cards

consister à

bestaan uit

39
New cards

le rideau

het gordijn

40
New cards

le destinataire

de ontvanger

41
New cards

de préférence

bij voorkeur

42
New cards

déclarer son amour

zijn liefde verklaren

43
New cards

se disputer

ruzie maken

44
New cards

le sentiment

het gevoel

45
New cards

le coup de foudre

de liefde op het eerste gezicht

46
New cards

rompre

het uitmaken

47
New cards

draguer (fam.)

versieren

48
New cards

le chagrin

het verdriet

49
New cards

steil

raide

50
New cards

kastanjebruin

châtain

51
New cards

staan

être debout

52
New cards

terwijl

tandis que

53
New cards

het oor

l'oreille (f)

54
New cards

plotseling

soudain

55
New cards

de koptelefoon / oordopjes

les écouteurs (m pl)

56
New cards

zich herinneren

se souvenir de

57
New cards

zitten

être assis

58
New cards

uitwisselen

échanger

59
New cards

bezig zijn met

être en train de

60
New cards

verlegen

timide

61
New cards

rood (haarkleur)

roux

62
New cards

verliefd worden

tomber amoureux, amoureuse

63
New cards

de persoonlijke gegevens

les coordonnées (f pl)

64
New cards

durven

oser

65
New cards

genoeg zijn

suffire

66
New cards

glimlachen

sourire

67
New cards

groeten

saluer

68
New cards

zich omdraaien

se retourner

69
New cards

dichterbij komen

s'approcher

70
New cards

zoenen

s'embrasser

71
New cards

gaan staan

se mettre debout

72
New cards

gaan zitten

s'asseoir

73
New cards

Het was in de trein naar Parijs.

C'était dans le train pour Paris.

74
New cards

Ik zat bij de deur.

J'étais assis près de la porte.

75
New cards

We praten met elkaar tijdens de reis.

On se parle pendant le voyage.

76
New cards

Marc zegt dat hij niet met dat meisje durft te praten.

Marc dit qu'il n'ose pas parler à cette fille.

77
New cards

Vind je die jongen leuk?

Est-ce que ce garçon te plaît ?

78
New cards

Jij was een boek aan het lezen.

Tu étais en train de lire un livre.

79
New cards

Onze blikken hebben elkaar gekruist.

Nos regards se sont croisés.

80
New cards

Ik hoop dat je je mij herinnert.

J'espère que tu te souviens de moi.

81
New cards

réconforter

troosten, opvrolijken

82
New cards

briller

schitteren, stralen

83
New cards

se battre

vechten

84
New cards

le partage

het delen

85
New cards

costaud

sterk, stevig

86
New cards

maigre comme un clou

broodmager

87
New cards

des fois

soms

88
New cards

le mec

de gast, de gozer

89
New cards

marquer un but

een doelpunt scoren

90
New cards

bousculer

omverlopen

91
New cards

foutu

verknald

92
New cards

désespérer

wanhopen

93
New cards

délicat

gevoelig

94
New cards

en gros

globaal, kort samengevat

95
New cards

éviter

vermijden

96
New cards

retenir

onthouden

97
New cards

se détendre

zich ontspannen

98
New cards

soit … soit …

of … of …

99
New cards

fréquenter

daten, omgaan met

100
New cards

accompagner

meegaan met, vergezellen