1/71
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Totalitarisme
politiek systeem waarin de staat totale controle heeft over politiek, samenleving én privéleven van burgers
Ideologie
samenhangend geheel van ideeën over hoe de samenleving ingericht moet zijn
Totalitaire ideologie
ideologie die geen andere ideeën duldt en volledige onderwerping aan de staat eist
Eenpartijstaat
politiek systeem waarin slechts één politieke partij is toegestaan
Propaganda
het verspreiden van gekleurde informatie om mensen politiek te beïnvloeden
Censuur
het verbieden of controleren van informatie die tegen de staat ingaat
Staatsterreur
gebruik van geweld en angst door de overheid om de bevolking te controleren
Geheime politie
organisatie die tegenstanders opspoort en uitschakelt (bijv. KGB, Gestapo)
Hannah Arendt
denker die totalitarisme beschreef als een systeem gebaseerd op angst, isolatie en massamobilisatie
Karl Marx
denker die het communisme bedacht als ideologie voor een klasseloze samenleving
Russische Revolutie (1917)
staatsgreep waarbij Lenin en de bolsjewieken de macht grepen in Rusland
Vladimir Lenin
leider van de Russische Revolutie en eerste communistische leider van Rusland
Bolsjewieken
communistische groep die in 1917 de macht overnam
Sovjet-Unie (USSR)
communistische staat ontstaan na de Russische Revolutie
Planeconomie
economisch systeem waarin de overheid bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd wordt
Collectivisatie
samenvoegen van privébezit (vooral landbouw) tot staatsbezit
Rode Terreur
grootschalig geweld tegen tegenstanders van het communistische regime
Jozef Stalin
communistische leider die de Sovjet-Unie veranderde in een totalitaire staat
KGB
geheime politie van de Sovjet-Unie
Fascisme
totalitaire ideologie gericht op nationalisme, orde, gehoorzaamheid en een sterke leider
Benito Mussolini
leider van het Italiaanse fascisme
Zwarthemden
fascistische knokploegen die geweld gebruikten tegen tegenstanders
Mars op Rome (1922)
machtsgreep van Mussolini waardoor hij premier werd
Il Duce
titel van Mussolini, betekent “de leider”
Fasces
oud-Romeins symbool waar het woord fascisme van is afgeleid
Nationalisme
overtuiging dat het eigen volk of land boven anderen staat
Nationaalsocialisme (nazisme)
totalitaire ideologie met fascistische én racistische kenmerken
NSDAP
Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij
Adolf Hitler
leider van nazi-Duitsland
Weimarrepubliek
democratische staat in Duitsland na de Eerste Wereldoorlog
Verdrag van Versailles (1919)
vredesverdrag dat Duitsland zwaar strafte na WOI
Dolkstootlegende
propagandamythe dat Duitsland WOI verloor door verraad van binnenuit
Rijksdagbrand (1933)
brand die door de nazi’s werd gebruikt om de democratie af te schaffen
Machtigingswet (1933)
wet waarmee Hitler een dictatuur vestigde
Gestapo
geheime politie van nazi-Duitsland
Volksgemeinschaft
idee van één Duitse volksgemeenschap zonder ‘ongewensten’
Massaorganisatie
door de staat gecontroleerde organisatie om burgers te indoctrineren
Hitlerjugend
nazi-jeugdorganisatie voor ideologische opvoeding
Arbeitsfront
nazi-organisatie die vakbonden verving
De Pioniers
communistische jeugdorganisatie in de Sovjet-Unie
Communicatiemiddelen
middelen om informatie te verspreiden (radio, film, krant)
Radio
massamedium waarmee leiders direct het volk konden toespreken
Propagandafilm
film gebruikt om ideologie te verheerlijken en tegenstanders te demoniseren
Tweede Wereldoorlog (1939–1945)
wereldwijde oorlog tussen geallieerden en asmogendheden
Appeasement-politiek
toegeven aan agressie om oorlog te voorkomen
Invasie van Polen (1939)
directe aanleiding voor het uitbreken van WOII
Blitzkrieg
snelle Duitse aanval met tanks en luchtmacht
Operatie Barbarossa (1941)
Duitse aanval op de Sovjet-Unie
Pearl Harbor (1941)
Japanse aanval waardoor de VS deelnamen aan de oorlog
Slag bij Stalingrad
keerpunt waarbij Duitsland werd teruggedrongen
D-Day (1944)
geallieerde landing in Normandië
Capitulatie Duitsland (1945)
overgave na val van Berlijn
Hiroshima en Nagasaki (1945)
atoombommen die Japan tot overgave dwongen
Holocaust
fabrieksmatige massamoord op Joden door nazi-Duitsland
Shoah
Hebreeuwse term voor Holocaust, betekent vernietiging/ramp
Antisemitisme
haat en discriminatie tegen Joden
Rassenleer
nazistische theorie dat mensen in rassen zijn verdeeld
Neurenberger Wetten (1935)
wetten die Joden hun burgerrechten ontnamen
Kristallnacht (1938)
grootschalige aanval op Joden en Joodse bezittingen
Razzia
plotselinge gewelddadige arrestatieactie
Concentratiekamp
kamp voor opsluiting en dwangarbeid
Wannseeconferentie (1942)
besluit tot de Endlösung
Endlösung
plan voor de systematische vernietiging van Joden
Vernietigingskamp
kamp speciaal ingericht voor massamoord
Duitse inval in Nederland (10 mei 1940)
begin van de bezetting
Bombardement op Rotterdam
dwong Nederland tot overgave
Arthur Seyss-Inquart
rijkscommissaris en bestuurder van bezet Nederland
Verzet
actief tegenwerken van de bezetter
Accommodatie
aanpassen aan de bezetting om te overleven
Collaboratie
actief samenwerken met de bezetter
NSB
Nederlandse fascistische partij die met de nazi’s samenwerkte
Anton Mussert
leider van de NSB