1/22
Woorden
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
levensloop
de opeenvolging van levensfasen. Iedere fase kent een andere financiele situatie.
menselijk kapitaal
de kennis en vaardigheden die je kunt inzetten om goederen en diensten te produceren
ruilen over de tijd / intertemporele ruil
het uitstellen (sparen) of vervroegen (lenen) van consumptie
stroomgrootheid
een financieel gegeven dat de verandering in een bepaalde periode weergeeft, zoals inkomsten en uitgaven
verdiencapaciteit
de mogelijkheid om een inkomen uit arbeid of ondernemerschap te krijgen
vermogen
de waarde van je bezittingen min je schulden
voorraadgrootheid
een financieel gegeven dat je meet op een bepaald moment, zoals bezittingen en schulden
algemene prijs van tijd
de rente die je betaald over een lening
consumenten vertrouwen
instrument dat meet hoe consumenten de algemene economische situatie en hun eigen financiele situatie beoordelen
consumptieve kredieten
alle geldleningen die bedoelt zijn voor de aanschaf van consumptiegoederen
hoogconjuctuur
een periode waarin de economie harder groeit dan gemiddelt
hypothecaire lening
een lening met een onroeren goed als onderpand (ook wel hypotheek genoemd)
individuele prijs van tijd
de prijs die je bereid bent te betalen voor een lening
leenmotief
reden om consumptie naar voren te halen (lenen om tegenslag op te vangen, voor de aanschaf van (duurdere) consumptiegoederen en om een tijdelijk tekort op te vangen).
lenen
het naar voren halen van consumptie en later terugbetalen
samengestelde rente
de beloning die je ontvangt voor het beschrikbaar stellen van spaargeld, die word berekent op basis van het oorspronkelijke spaarbedrag plus de opgebouwde rente uit vorrige perioden
spaarmotief
reden om consumptie uit te stellen (het zekerheidsmotief, het doelmotief en het vermogensmotief)
sparen
het afzien van consumptie op een bepaald moment en dat verplaatsen naar de toekomst
deflatie
een gemiddelde daling van de prijzen in een bepaalde periode
inflatie
een gemiddelde stijging van de prijzen in een bepaalde periode
koopkracht
de hoeveelheid goederen die je met je geld kunt kopen
nominale rente
de rente die je krijgt voor spaargeld bij een bank. Of de rente die je betaald over een lening bij een bank
reele rente
de rente waarbij je rekening houd met de inflatie