1/15
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Filosofen van het (post)structuralisme
Ferdinand Saussure, Levi Claude-Straus, Barthes, Foucault, Derrida
Wat is het structuralisme?
Structuralisme is een filosofische en wetenschappelijke benadering die stelt dat betekenis, gedrag en cultuur niet begrepen kunnen worden vanuit individuen of geschiedenis, maar vanuit onderliggende structuren van relaties en verschillen.
kernidee structuralisme
Dingen krijgen betekenis niet door hun inhoud of oorsprong, maar door hun plaats binnen een structureel geheel van verschillen.
wat is de visie van Ferdinand Saussure?
Saussure ontwikkelt een structurele taaltheorie waarin betekenis niet ontstaat door verwijzing naar de werkelijkheid, maar door verschillen tussen tekens binnen een synchroon analyseerbaar taalsysteem.
kernidee Saussure taalkunde
Taal is geen spiegel van de werkelijkheid, maar een autonoom systeem.
Betekenis door verschil (het kernpunt 🔑)
Woorden hebben geen betekenis op zichzelf.
Ze krijgen betekenis doordat ze:
verschillen van andere woorden
binnen een systeem van opposities staan
➡ Betekenis = relationeel, niet essentieel.
langue en parole van Saussure
Saussure maakt een cruciaal onderscheid:
Langue
het onderliggende taalsysteem
regels, grammatica, structuren
sociaal gedeeld
relatief stabiel
Parole
concreet taalgebruik
individueel
variabel
➡ Taalwetenschap moet langue bestuderen, niet parole.
synchroon vs diachroon Saussure
Synchroon
taal analyseren op één moment
als een werkend systeem
Diachroon
taal doorheen haar geschiedenis bestuderen
Saussure zegt:
synchroon is wetenschappelijk vruchtbaarder
geschiedenis wordt methodisch opgeschort
📌 Dit is géén ontkenning van geschiedenis, maar een methodekeuze.
Leg de band tussen Saussure en Levi-Strauss uit.
De band tussen Claude Lévi-Strauss en Ferdinand de Saussure ligt in de overname en toepassing van de structurele methode: Lévi-Strauss gebruikt Saussures taaltheorie als model om cultuur en samenleving te analyseren.
Saussure stelde dat taal geen verzameling losse woorden is die naar dingen verwijzen, maar een gestructureerd systeem van tekens waarin betekenis ontstaat door onderlinge verschillen. Cruciaal daarbij zijn drie ideeën:
(1) betekenis is relationeel,
(2) het systeem (langue) is belangrijker dan individueel gebruik (parole),
(3) analyse gebeurt bij voorkeur synchroon, los van geschiedenis.
Lévi-Strauss neemt deze inzichten over en past ze toe op de antropologie. Hij behandelt culturele fenomenen – zoals verwantschapssystemen, huwelijksregels en mythes – alsof het talen zijn. Ook hier zoekt hij niet naar individuele bedoelingen of historische oorsprongen, maar naar onderliggende structuren van opposities en relaties. Zo krijgen familiebanden of mythische figuren betekenis niet door wie ze “zijn”, maar door hun positie binnen een systeem(bijvoorbeeld man/vrouw, natuur/cultuur, rauw/gekookt).
Net zoals Saussure taal analyseert via langue, analyseert Lévi-Strauss cultuur via structurele regels die onbewust werken en collectief gedeeld zijn. Het individuele subject verdwijnt daarbij naar de achtergrond; wat telt is het formele patroondat betekenis mogelijk maakt.
Kortom: Lévi-Strauss maakt van Saussures structurele taalkunde een algemeen model voor de menswetenschappen. Waar Saussure laat zien dat taal betekenis krijgt door structuur, toont Lévi-Strauss dat cultuur op dezelfde structurele manier functioneert. Dat is waarom Lévi-Strauss als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het structuralisme wordt gezien.
De visie van Roland Barthes tov Saussure
Roland Barthes bouwt voort op Ferdinand de Saussure, maar verschuift diens structuralisme in een kritische richting.
Saussure stelt dat betekenis ontstaat door verschillen tussen tekens binnen een relatief stabiel, synchroon systeem(langue). Het subject, de auteur en de geschiedenis worden daarbij methodisch op de achtergrond geplaatst.
Barthes neemt dit structurele uitgangspunt over en past het toe op cultuur en literatuur, die hij analyseert als tekensystemen. Maar hij problematiseert Saussures idee van stabiliteit: betekenis is volgens Barthes niet vast, maar meervoudig en verschuivend. Structuren ordenen betekenis, maar sluiten haar niet definitief af.
Met zijn idee van de dood van de auteur verlegt Barthes de focus van een vast systeem naar het spel van interpretatie door de lezer. Zo gebruikt hij Saussures inzichten, maar opent hij ze naar openheid en pluraliteit, waarmee hij de overgang markeert van klassiek structuralisme naar poststructuralisme.
Hoe verschilt dit met Foucault?
Foucault stelt dat kennis nooit neutraal of tijdloos is, maar altijd ontstaat binnen historische machtsverhoudingen. Wat in een bepaalde periode als “waar”, “normaal” of “wetenschappelijk” geldt, wordt bepaald door discoursen: systemen van uitspraken, regels en praktijken die vastleggen wat gezegd, gedacht en gedaan kan worden.
Leg de archeologie van Foucault uit.
In zijn archeologische fase onderzoekt Foucault hoe verschillende historische perioden worden gekenmerkt door specifieke epistemes (kennisregimes). Hij vraagt niet wat waarheid is, maar onder welke voorwaarden iets als waarheid kan verschijnen.
In zijn genealogische fase verbindt hij kennis expliciet met macht. Macht is volgens Foucault geen bezit van één groep, maar werkt diffuus, via instituties, normen en praktijken (zoals psychiatrie, gevangenissen, geneeskunde). Kennis en macht produceren samen het subject: mensen worden gevormd tot “normale”, “zieke”, “criminele” of “seksuele” subjecten.
Hoe verschilt Foucault met Saussure ?
Waar Saussure betekenis verklaart vanuit een synchroon, stabiel taalsysteem, analyseert Foucault betekenis als historisch veranderlijk en onlosmakelijk verbonden met macht en discours, waarbij het subject niet de oorsprong maar het resultaat van kennis is.
Leg Derrida zijn visie uit.
Wat is de breuk tussen Derrida en de westerse filosofie
Breuk met de westerse filosofie
Derrida bekritiseert de westerse traditie omdat zij uitgaat van:
vaste betekenissen
oorsprong
aanwezigheid
een stabiel subject
Dit noemt hij logocentrisme (denken dat waarheid “ergens vastligt”).
sleutelbegrip Derrida
Différance (sleutelbegrip)
Différance betekent tegelijk:
verschil (tekens betekenen door onderscheid)
uitstel (betekenis schuift steeds door naar andere tekens)
📌 Daarom is betekenis:
altijd voorlopig
nooit volledig aanwezig
ers
verschil tussen Derrida en Saussure ?
Aansluiting bij Saussure (maar radicaler)
Van Ferdinand de Saussure neemt Derrida over:
betekenis ontstaat door verschil, niet door verwijzing
Maar hij voegt iets beslissends toe:
betekenis wordt ook uitgesteld
➡ We komen nooit bij een laatste betekenis