1/13
geen afpf
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
cgo Rehabilitatie en herstel ondersteunende zorg
Rehabilitatie → proces van herstel en het herwinnen van functionaliteit na een ziekte, letsel
of operatie. Richt zich op het verbeteren van zowel fysieke als mentale vaardigheden, zodat
iemand weer zo zelfstandig mogelijk kan functioneren in het dagelijks leven.
• Herstel ondersteunende zorg → helpt mensen met psychische of verslavingsproblemen hun
eigen regie en kwaliteit van leven te verbeteren. Richt zich op hun kracht, keuzes en herstel
op sociaal, emotioneel en maatschappelijk gebied (niet alleen op symptoombestrijding).
vtv AVPU
AVPU → een methode om de mate van bewustzijn te bepalen (van volledig bewustzijn tot bewusteloos). A = Awake; V = Verbal; P = Pain; U = Unresponsive.
vtv AMPLE
AMPLE → een methode om meer informatie te krijgen over het slachtoffer/de patiënt. A = Allergy; M = Medication; P = Past illness; L = Last meal; E = Event.
vtv PEARRL
PEARRL → pullen zijn gelijk van vorm (isocoor) en reageren op licht → wijst op geen neurologische afwijkingen. Pupil Equal And Round, Reactive to Light.
VTV Emv/Gcs
EMV/GCS (Glascow Coma Schaal) → indicatoren om het bewustzijn van de patiënt uit te drukken. E = Eye opening; M = best Motor response; V = best Verbal response).
vtv EWS
EWS → Beoordeelt verschillende aspecten van de fysieke toestand van de patiënt, zoals hartslag, bloeddruk, ademhaling, temperatuur en bewustzijn (vitale functies). E = Early. W = Warning. S = System.
VTV SBARR
- S = Situation (Situatie); - B = Background (Achtergrond); A = Assessment (Beoordeling); R = Recommendation (Aanbeveling); R = Repeat (Samenvatten/herhalen).
VTV De student weet een reanimatie te verrichten volgens de nieuwste richtlijnen van de Nederlandse Reanimatie Raad;
1. Kijk of de omgeving/situatie veilig is voor jouzelf;
2. Schud aan de schouders van slachtoffer en roep luid of hij/zij jou hoort;
3. Luist/voel met je oor boven de mond/neus en kijk naar de borst (ademhaling controleren);
4. Als er geen ademhaling is, laat iemand 112 bellen en laat iemand een AED halen.
5. Begin met reanimeren → 30 borstcompressies – 2 beademingen – 30 borstcompressies – 2 beademingen etc. etc.
6. Als AED er is, deze aanlsuiten en instructies volgen → of als 112 personeel zegt dat je moet stoppen
vtv De student weet lichamelijke oorzaken te benoemen waarom een reanimatie noodzakelijk is;
- Hartstilstand → ventrikeltachycardie (VT) of ventriculaire fibrillatie (VF);
- Ademhalingsproblemen → luchtwegobstructie of acute ademhalingsinsufficiëntie;
Traumatisch letsel → hoofdletsel of ruggenmergletsel;
Hartritmestoornissen → bradycardie of supraventriculaire tachycardie (SVT);
Bloedverlies → hypovolemische shock;
Elektrolytenstoornissen → hyperkaliëmie of hypocalciëmie;
Vergiftiging → overdoses of chemischevergiftig
infectie → sepsis;
Hypothermie → extreem lage lichaamstemperatuur.
onzv De student kan de validiteit en betrouwbaarheid bij de gehanteerde onderzoeksmethode benoemen (en bepalen), én aangeven hoe deze te beïnvloeden is;
Validiteit → de mate waarin een meetinstrument of onderzoek daadwerkelijk meet wat het beoogt te meten.
- Betrouwbaarheid → verwijst naar de consistentie en stabiliteit van een meetinstrument of onderzoek.