Kaarten: affaire conclue - Module 3 | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 3 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:02 PM on 6/14/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

100 Terms

1
New cards

un travail

een werk

2
New cards

à plein temps / à temps plein

voltijds

3
New cards

à mi-temps

halftijds

4
New cards

à temps partiel / à temps réduit

deeltijds

5
New cards

intérimaire / un intérim

tijdelijk / tijdelijke job

6
New cards

temporaire

tijdelijk

7
New cards

saisonnier

seizoens-

8
New cards

intellectuel

geestelijke

9
New cards

manuel

handen-

10
New cards

posté

in ploegdienst

11
New cards

une carte de travail / un permis de travail

een arbeidsvergunning

12
New cards

un travailleur, une travailleuse

werker, arbeider, werknemer

13
New cards

intelectuel(le)

hoofd-

14
New cards

manuel(le)

manueel, hand-

15
New cards

indépendant(e)

zelfstandig

16
New cards

un indépendant / une indépendante

zelfstandige

17
New cards

immigré(e)

gast-

18
New cards

intérimaire

interim-

19
New cards

un(e) intérimaire

een interim

20
New cards

à la chaîne

aan de lopende band

21
New cards

en équipe(s)

in ploegen

22
New cards

au noir

in het zwart

23
New cards

une profession

een beroep, ambt

24
New cards

une profession libérale

een vrij beroep

25
New cards

professionnel, professionnelle

professioneel, beroeps-

26
New cards

un métier

een beroep

27
New cards

exercer un métier

een beroep uitoefenen

28
New cards

un emploi

een baan, functie

29
New cards

chercher un emploi

een baan zoeken

30
New cards

chercher de l'emploi

werk zoeken

31
New cards

être sans emploi

werkloos zijn

32
New cards

le / la ministre de l'Emploi

de minister van Werk

33
New cards

une fonction

een betrekking, functie

34
New cards

un poste

een post, functie, betrekking

35
New cards

nommer qqn à un poste

iem. op een post benoemen

36
New cards

nommer (qqn) directeur

iemand tot directeur benoemen

37
New cards

être nommé à un poste

benoemd zijn op een post

38
New cards

pourvoir à un poste

een post / functie invullen

39
New cards

un contrat (de travail)

een (arbeids)overeenkomst

40
New cards

un contrat (de travail) à durée déterminée / indéterminée

(arbeids)overeenkomst van bepaalde / onbepaalde tijd

41
New cards

signer un contrat

een contract tekenen

42
New cards

un job

een job

43
New cards

de vacances

vakantie-

44
New cards

d'été

vakantie-

45
New cards

détudiant

studenten-

46
New cards

un boulot

een job, werk

47
New cards

une activité complémentaire

een klus

48
New cards

exercer une activité complémentaire

bijklussen

49
New cards

le marché de l'emploi / du travail

de arbeidsmarkt

50
New cards

la population active

de beroepsbevolking

51
New cards

l'effectif, les effectifs

het personeelsbestand, personeelsbezetting (m)

52
New cards

un employeur, une employeuse

een werkgever/werkgeefster

53
New cards

un employé(e)

een bediende

54
New cards

employer

tewerkstellen

55
New cards

le patronat

de werkgevers

56
New cards

un chef de bureau

een kantoorchef

57
New cards

un(e) fonctionnaire

een ambtenaar

58
New cards

un(e) comptable

een boekhouder

59
New cards

un(e) représentant(e) commercial

handelsvertegenwoordiger

60
New cards

un(e) débutant(e)

een beginneling, debutant

61
New cards

un(e) spécialiste

een specialist

62
New cards

se spécialiser en

zich specialiseren in

63
New cards

spécialisé(e) dans

gespecialiseerd in

64
New cards

un(e) expert(e)

een deskundige

65
New cards

une expérience

een ervaring, experiment

66
New cards

expérimenté(e)

ervaren

67
New cards

un(e) assistant(e)

een assistent

68
New cards

un(e) adjoint(e)

een adjunct, medewerker

69
New cards

recruter qqn

(iem) rekruteren, aanwerven

70
New cards

le recrutement

de aanwerving

71
New cards

engager qqn

iemand aanwerven, in dienst nemen

72
New cards

s'engager qqch.

zich verbinden tot, zich engageren voor

73
New cards

l'engagement

indienstneming, verbintenis

74
New cards

embaucher qqn

iemand aanwerven, in dienst nemen

75
New cards

décrocher un (bon) emploi

een (goede) baan in de wacht slepen

76
New cards

un demandeur d'emploi, une demandeuse d'emploi

een werkzoekende

77
New cards

une offre d'emploi

een werkaanbieding

78
New cards

pour entrée immédiate

voor onmiddellijke indiensttreding

79
New cards

une vacance

een vacature

80
New cards

vacant, vacante

vacant, open

81
New cards

un poste vacant / une place vacante

een open betrekking

82
New cards

un(e) candidat(e)

een kandidaat

83
New cards

être candidat à un emploi

kandidaat zijn voor een post

84
New cards

une candidature

een kandidatuur

85
New cards

poser sa candidature (pour / à un emploi)

zich kandidaat stellen (voor een betrekking)

86
New cards

se porter candidate ( pour un emploi)

zich kandidaat stellen (voor een betrekking)

87
New cards

postuler (pour / à) un emploi

naar een betrekking solliciteren

88
New cards

un postulant, une postulante

een sollicitant

89
New cards

une lettre de motivation / de demande d'emploi

sollicitatiebrief

90
New cards

un curriculum vitae (C.V)

een curriculum vitae (cv)

91
New cards

un entretien d'embauche

een sollicitatiegesprek

92
New cards

un profil

een profiel

93
New cards

le profil recherché / requis

het gezochte / vereiste profiel

94
New cards

répondre/ correspondre au profil requis

aan het vereiste profiel beantwoorden

95
New cards

une formation

een opleiding

96
New cards

former qqn.

(iem) opleiden, vormen

97
New cards

une qualification professionnelle

beroepsbekwaamheid, beroepskwalificatie

98
New cards

qualifié, qualifiée

gekwalificeerd, bekwaam

99
New cards

la compétence

de bekwaamheid, de deskundigheid

100
New cards

compétent, compétente

bekwaam, deskundig