Begrippen biologie periode 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/132

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:40 AM on 3/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

133 Terms

1
New cards

Bilirubine

Galkleurstof; afbraakproduct van hemoglobine

2
New cards

Sinusoïden (lever)

Bloedruimtes in de leverlobjes waar bloed uit de leverslagader en de poortader samenkomt.

3
New cards

Spoorelement

Voedingsstof waar je maar heel weinig van nodig hebt

4
New cards

Gebreksziekte

Ziekte die ontstaat door een tekort aan mineralen of vitaminen

5
New cards

Waar heeft een mens energie voor nodig?

  • Groeien

  • Denken

  • Bewegen

  • Warm blijven

6
New cards

Condensatie

Water wordt afgesplitst (zoals bij de glycolyse)

7
New cards

Hydrolyse

Water wordt gebruikt (zoals bij dissimilatie van sacharose naar glucose)

8
New cards

Functie lever

  • Productie gal

  • Productie verteringsenzymen

  • Productie niet essentiële vetzuren

  • Productie cholesterol (bouwstof celmembraan, hormonen en vitD)

  • Glucogenese en gluconeogenese

  • Lipogenese (het maken van vetten uit afbraakproducten van aminozuren)

  • Transaminering (omzetting van aminozuren)

  • Omzetting cholesterol in galzure zouten, fosfolipiden en lipoproteïnen bij overtollig vet

  • Omzetting ethanol naar ethanal

  • Afbraak rode bloedcellen

  • Afbraak hemoglobine (waarbij bilirubine ontstaat)

  • Abfraak celresten

  • Deaminering (afbraak aminozuren, waarbij ureum ontstaat)

  • Opslag glycogeen

  • Opslag ijzer uit hemoglobine als ferritine

  • Opslag vitaminen en mineralen

  • Detoxificatie (afbraak gifstoffen)

  • Warmteproductie

9
New cards

Functie trilharen in de luchtpijp

Het terugvoeren van slijmvlies naar het keelgat

10
New cards

Functie slijmvlies

Vangt stofdeeltjes en bacteriën op

11
New cards

Functie kraakbeenringen in de bronchiën

Zorgt ervoor dat de bronchiën open blijven staan en niet ineen zakken.

12
New cards

Functie alveoli (longblaasjes)

Vergroting van de oppervlakte en daarmee vergroting van de stofwisseling.

13
New cards

Hoe wordt voorkomen dat voedsel en water in de luchtpijp en de neus komt?

Het strottenklepje sluit de luchtpijp af en de huig sluit de neusholte af.

14
New cards

Dode ruimte

De ruimte in de luchtwegen waar geen uitwisseling van gassen plaatsvindt

15
New cards

Effector

Klier of spier die wordt aangestuurd door een regelcentrum in het centrale zenuwstelsel

16
New cards

Glucagon

Hormoon geproduceerd door alfa-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Stimuleert in de spieren de omzetting van glycogeen in glucose en stimuleert de afgifte van glucose aan het bloed.

17
New cards

Insuline

Hormoon geproduceerd door beta-cellen van de eilandjes van Langerhans in de de alvleesklier. Stimuleert in de lever de omzetting van glucose in glycogeen en stimuleert in cellen van de spieren en de lever de opname van glucose.

18
New cards

Tegenstroomprincipe

Principe waarbij twee vloeistoffen tegengesteld aan elkaar stromen en stoffen (of warmte) aan elkaar overdragen. Hierbij dragen ze bij aan een constante concentratiegadient en zorgen ze voor een hoger rendement.

19
New cards

Wet van Fick: n = DA ∆c/∆x

  • n = aantal mol dat per seconde oppervlakte A passeert

  • D = diffusiecoëfficiënt

  • ∆c/∆x = concentratiegradient

    • ∆c = concentratieverschil

    • ∆x = diffusieafstand

20
New cards

Open bloedsomloop

Geen bloedvaten en geen zuurstoftransport. (bij ongewervelde dieren)

21
New cards

Gesloten bloedsomloop

Bloed gaat niet buiten de bloedvaten (bij gewervelde dieren)

22
New cards

Enkelvoudige bloedsomloop

Bloed passeert 1x het hart per circulatie (bij vissen)

23
New cards

Dubbele bloedsomloop

Bloed passeert 2x het hart per circulatie (bij amfibiën, zoogdieren, vogels en reptielen)

24
New cards

Hartkleppen

Tussen de boezems en kamers. Zijn open tijdens de boezemsystole en de diastole.

25
New cards

Slagaderkleppen

Tussen de kamers en slagaders (longslagader en aorta). Zijn open tijdens de kamersystole.

26
New cards

Dotter

Medische ingreep bij vaatvernauwing waarbij met behulp van een ballon een stent wordt geplaatst in het bloedvat.

27
New cards

Bypass

Medische ingreep bij een geblokkeerde bloedvat waarbij een nieuwe route wordt gecreëerd voor het bloed om langs te stromen.

28
New cards

EPO (erytropoëtine)

Hormoon dat wordt geproduceerd wanneer er bij de nieren wordt gedetecteerd dat er te weinig rode bloedcellen aanwezig zijn in het bloed (lage zuurstofspanning). Het zorgt voor een toename van rode bloedcelproductie in het beenmerg.

29
New cards

Oxigenatie

Proces waarbij zuurstof aan hemoglobine bindt

30
New cards

Hemoglobine

Bloedeiwit dat bestaat uit vier eiwitketens met elk een ijzerhoudende heemgroep dat zuurstof en koolstofdioxide kan binden

31
New cards

Myoglobine

Eiwit in de harspier en skeletspieren die bestaan uit één eiwitketen met een ijzerhoudende heemgroep dat zuurstof en koolstofdioxide kan binden. Het heeft een hogere affiniteit voor zuurstof dan hemoglobine, waardoor het een reservevoorraad zuurstof kan opslaan in de spieren.

32
New cards

O2 verzadiging

Hoeveel zuurstof aan hemoglobine is gebonden. (dus bij hoge O2 verzadiging is de pO2 relatief laag.)

33
New cards

Bohr-effect

Hoe lager de temperatuur, hoe lager de pCO2 en hoe hoger de pH, hoe hoger het verzadigingspercentage (dus hoe meer zuurstof is gebonden aan hemoglobine)

34
New cards

Levensduur rode bloedcellen

4 maanden

35
New cards

Erythrocyten

Rode bloedcellen

36
New cards

Leukocyten

Witte bloedcellen

37
New cards

Trombocyten

Bloedplaatjes

38
New cards

Waar worden rode bloedcellen afgebroken?

In het rode beenmerg, de lever en de milt

39
New cards

AV knoop

Groep gespecialiseerde cellen in de wand tussen de boezems die elektrische prikkels afgeeft waardoor de kamers samentrekken (kamersystole).

40
New cards

Borstbuis

Het grootste lymfevat in het lichaam; verzamelt alle lymfe en voert dit terug naar het bloed

41
New cards

Bovendruk

Systolische druk; bloeddruk die ontstaat doordat het hart bloed in de slagaders pompt

42
New cards

Onderdruk

Diastolische druk; bloeddruk tijdens de rustfase van het hart.

43
New cards

Bundel van His

Bundel gespecialiseerd hartspierweefsel die vanuit de AV knoop naar de rechter en linkerkant van de hartpunt loopt.

44
New cards

Colloïd osmotische druk

Druk die ontstaat door de eiwitten die nog in het bloed aanwezig zijn na ultrafiltratie (het aantrekken van water naar het bloed)

45
New cards

Ductus Botalli

Verbinding tussen de longslagader en aorta bij een foetus

46
New cards

Filtratiedruk

Het onder invloed van bloeddruk uitpersen van bloedplasma naar de weefselvloeistof tussen de cellen van een haarvat.

47
New cards

Foramen ovale

Opening tussen de rechter- en linkerboezem bij een foetus.

48
New cards

Lymfeknopen

Onderdeel van het lymfesysteem waar grote hoeveelheden lymfocyten (type witte bloedcel) zijn opgeslagen, met name lymfocyten en dan met name T-helpercellen

49
New cards

Navelstrengader

Bloedvat dat van de moeder naar de foetus gaat met zuurstofrijk bloed

50
New cards

Navelstrengslagader

Twee bloedvaten die van de foetus naar de moeder gaan met zuurstofarm bloed.

51
New cards

Sinusknoop/boezemknoop

Groep gespecialiseerde spiercellen in de wand van de rechterboezem die een elektrische prikkel afgeeft waardoor de boezems samentrekken (boezemsystole)

52
New cards

Functie schildklier

Hormoonklier in de hals. Produceert onder anderen hormonen die de stofwisseling regelen (en kan dus zorgen voor meer verbranding wanneer de lichaamstemperatuur daalt). Produceert ook het hormoon calcitonine, dat zorgt voor een verlaging van het calciumgehalte in het bloed

53
New cards

Adrenaline

Tyrosinehormoon uit het bijniermerg dat bij stress in het bloed komt; werkt als neurotransmitter; ‘activeert’ het lichaam: stimuleert glucogenese, vergroot bloedtoevoer naar de skeletspieren, vermindert bloedtoevoer naar de darmen, verhoogt hartslagfrequentie, verdiept de ademhaling.

Het hormoon werkt in tegenstelling tot de meeste hormonen heel snel, maar verdwijnt ook heel snel (er is dus geen negatieve terugkoppeling nodig).

54
New cards

Diabetes type 1

De beta-cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier maken te weinig of geen insuline aan door een aangeboren auto-immuunziekte

55
New cards

Diabetes type 2

Het lichaam reageert niet op insuline door een laag aantal insulinereceptoren en/of doordat deze receptoren minder gevoelig zijn voor insuline. Het glucosegehalte in het bloed en de urine is hoog (terwijl er normaal gesproken geen glucose in urine zit).

56
New cards

GH

Groeihormoon uit de adenohypofyse die indirect de deling van kraakbeencellen stimuleert en die vetcellen aanzet tot de afbraak van vetten.

57
New cards

Hormoon

Signaalstof (eiwit) die via het bloed zijn doelwitcellen bereikt

58
New cards

Hypofyse

Centrale hormoonklier die de aansturing van hormoonklieren coördineert

59
New cards

Hypothalamus

Deel van de hersenen die de activiteit van de hypofyse aanstuurt doordat neuronen neurohormonen maken die via uitlopers in de neurohypofyse (achterkwab) komen.

60
New cards

Peptidehormoon/eiwithormoon

Type hormoon die hydrofiel en polair is. Het bindt aan een receptor op het membraan van de doelwitcel en activeren daarmee een second-messenger.

61
New cards

Steroïdhormoon

Type hormoon gemaakt uit cholesterol die hydrofoob en apolair is. Het kan het membraan van de doelwitcel passeren en bindt aan een receptor in het grondplasma.

62
New cards

Tyrosinehormoon

Type hormoon gemaakt uit het aminozuur tyrosine die hydrofoob is. Sommigen binden aan receptoren op het membraan van de doelwitcel. Anderen kunnen dit membraan passeren en binden aan een receptor in het grondplasma.

63
New cards

RH

Releasing hormoon; neurohormoon gemaakt in de hypothalamus die de afgifte van bepaalde hormonen door de adenohypofyse (voorkwab) stimuleert.

64
New cards

Neurohypofyse

Hypofyse achterkwab; bestaat uit zenuwweefsel. Neurohormonen gemaakt door de hypothalamus worden hier afgegeven aan het bloed.

65
New cards

Adenohypofyse

Hypofyse voorkwab; bestaat uit klierweefsel. De neurohormonen RH’s en IH’s vanuit de hypothalamus stimuleren of inhiberen de adenohypofyse om bepaalde hormonen af te geven.

66
New cards

Melanotroophormoon

Peptidehormoon dat melanocyten stimuleert om melanine te maken

67
New cards

Hormoonklieren in het lichaam

Hypthalamus, hypofyse, schildklier, bijnier, en alvleesklier

68
New cards

Hoe werkt vitamineD

Opname Ca2+ in de darmen:

  • Huidcellen maken inachtief vitamineD uit cholesterol wanneer je in de zon zit.

  • Inactief vitamineD wordt bewerkt in de lever

  • PTH (parathyroïde hormoon) uit de bijschildklier stimuleert de activering van vitamineD in de nieren

  • Actief vitamineD stimuleert Ca2+ opname in de darmen

69
New cards

Osteoblasten

Cellen die botten opbouwen en daarmee zorgen voor een daling in [Ca2+] in het bloed; aangestuurd door groeihormonen en groeifactoren.

Ze hebben in hun celmembraan receptoren voor PTH (parathyroïde hormoon). Onder invloed van dit hormoon maken ze groeifactoren die de ontwikkeling van osteoclasten stimuleert.

Osteoblasten worden zelf osteocyten in bot.

70
New cards

Osteoclasten

Cellen die botten afbreken en daarmee zorgen voor een stijging in [Ca2+] in het bloed; aangestuurd door groeihormonen en groeifactoren

71
New cards

Waar worden glycogeen opgeslagen?

In de spieren en de lever.

72
New cards

Invloed van geslachtshormonen op botten.

Oestrogenen en testosteron remmen botafbraak.

Oestrogenen remmen de productie van de groeifactoren door osteoblasten, waardoor er minder actieve osteoclasten zijn. Ze remmen ook direct de activiteit van osteoclasen en kunnen deze zelfs aanzetten tot apoptose.

73
New cards

PTH

Parathyroïde hormoon uit de bijschildklier; stimuleert botafbraak, reabsorptie van Ca2+ door de nieren, en activatie van vitamineD (en daarmee de opname van Ca2+ in de darmen).

74
New cards

Thyroxine (T4) en trijoodthyronine (T3)

Hormonen die de schildklier produceert onder invloed van TSH vanuit de adenohypofyse.

Ze stimuleren de stofwisseling (dissimilatie) en zorgen daardoor voor warmte.

Ze remmen de hypothalamus en daarmee de adenohypofyse om TSH aan te maken.

75
New cards

Welke typen hormonen bestaan er?

  • Peptidehormoon/eiwithormoon

  • Steroïdehormoon

  • Tyrosidehormoon

76
New cards

Via waar gaat impulsgeleiding?

Via de celmembraan van neuronen

77
New cards

Centrale zenuwstelsel

Grote hersenen, kleine hersenen, ruggenmerg en hersenstam

78
New cards

Welke typen neuronen zijn er en waar zitten ze?

  • Schakelneuronen → centrale zenuwstelsel

  • Sensorische neuronen → perifere zenuwstelsel

  • Motorische neuronen → perifere zenuwstelsel

79
New cards

Uit welke cellen bestaat het zenuwstelsel?

  • 10% neuronen

  • 90% gliacellen → ondersteunende cellen

80
New cards

Welke soorten gliacellen zijn er?

  • Astrocyten

  • Oligodendrocyten

  • Microgliacellen

  • Ependymcellen

  • Cellen van Schwann

81
New cards

Astrocyten

Type gliacel die:

  • Neurotransmitters opruimt

  • Neuronen ondersteunt

  • Neuronen herstelt na schade

  • Een belangrijke rol heeft in de boedhersenbarrière

  • Uitwisseling van stoffen tussen neuronen en het bloed regelt

82
New cards

Oligodendrocyten

Type gliacel die myelineschede vormt rond uitlopers van neuronen in het centrale zenuwstelsel

83
New cards

Microgliacellen

Type gliacel die:

  • Verandert in fagocyten bij weefselbeschadiging

  • Neuronen beschermt tegen pathogenen

84
New cards

Ependymcellen

Type gliacel die hersen- en ruggenmergvocht produceert

85
New cards

Cellen van Schwann

Type gliacel die:

  • Neuronen herstelt na schade

  • Myelineschede vormt rond uitlopers van neuronen in het perifere zenuwstelsel

86
New cards

Welke gliacellen hebben een rol in de bescherming van neuronen?

  • Astrocyten en cellen van Schwann (herstellen neuronen na beschadiging)

  • Microgliacellen (kunnen in fagocyten veranderen en beschermen neuronen tegen pathogenen)

87
New cards

Thalamus

Deel van de grote hersenen die selecteert welke impulsen naar de hersenschors gaan

88
New cards

Exciterend

Stimulerend

89
New cards

Gemengde zenuw

Zenuw met bundels uitlopers van zowel sensorische als motorische neuronen

90
New cards

Grijze stof

Donkere kleur in het centrale zenuwstelsel afkomstig van de cellichamen van neuronen

91
New cards

Impuls

Het verplaatsen van een actiepotentiaal over het membraan van een neuron

92
New cards

Inhiberend

Remmend

93
New cards

Wat is de belangrijkste rol van de kleine hersenen?

Coördinatie van bewegingen van de spieren

94
New cards

Myelineschede

Een isolerende laag rondom uitlopers van neuronen, gevormd door cellen van Schwann (perifere zenuwstelsel) en oligodendrocyten (centrale zenuwstelsel)

95
New cards

Refractaire periode

Periode na een actiepotentiaal waarin een neuron ongevoelig (absoluut refractaire periode) of minder gevoelig (relatief refractaire periode) is voor nieuwe prikkels.

96
New cards

Primair gehoorcentrum

Deel van de sensorische schors waar impulsen uit je gehoororganen binnenkomen en waar bewustwording optreedt

97
New cards

Secundair gehoorcentrum

Deel van de sensorische schors waar je de geluiden, die in het primaire gehoorcentrum binnenkomen, interpreteert.

98
New cards

Primaire motorische schors

Deel van de motorische schors van waaruit een primaire actie naar spieren gaat

99
New cards

Secundaire motorische schors

Deel van de motorische schors die informatie bevat over gecoördineerde bewegingen.

100
New cards

Witte stof

Lichte kleur in het centrale zenuwstelsel afkomstig van myelineschede om de uitlopers van neuronen.

Explore top notes

Explore top flashcards

flashcards
bio 3
25
Updated 1165d ago
0.0(0)
flashcards
AP US History Chapter 1 Test
108
Updated 904d ago
0.0(0)
flashcards
scythe vocab test 2
50
Updated 1078d ago
0.0(0)
flashcards
Business AS level
266
Updated 1084d ago
0.0(0)
flashcards
Protein Synthesis
48
Updated 1148d ago
0.0(0)
flashcards
bio 3
25
Updated 1165d ago
0.0(0)
flashcards
AP US History Chapter 1 Test
108
Updated 904d ago
0.0(0)
flashcards
scythe vocab test 2
50
Updated 1078d ago
0.0(0)
flashcards
Business AS level
266
Updated 1084d ago
0.0(0)
flashcards
Protein Synthesis
48
Updated 1148d ago
0.0(0)