Bvj-4vwo-T1-begrippenlijst

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

45 Terms

1
New cards

Organismen

Levende wezens zoals planten, dieren, schimmels en bacteriën.

2
New cards

Stofwisseling

Alle chemische (scheikundige) reacties in een organisme.

3
New cards

Soort

Organismen die zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen voortbrengen.

4
New cards

Levenscyclus

Alle individuen van een soort doorlopen tijdens hun levensloop dezelfde fasen of stadia.

5
New cards

DNA

Molecuul dat de erfelijke informatie van een organisme bevat.

6
New cards

Cel

Een grotere biologische eenheid dan een molecuul; alle organismen bestaan uit een of meer cellen.

7
New cards

Organellen

Onderdelen van een cel met een bepaalde functie.

8
New cards

Weefsel

Een groep cellen met dezelfde vorm en functie.

9
New cards

Orgaan

Deel van een organisme met een specifieke bouw en functie.

10
New cards

Orgaanstelsel

Aantal organen dat samen een bepaalde functie uitoefent.

11
New cards

Populatie

Groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft.

12
New cards

Levensgemeenschap

Alle verschillende populaties die in een gebied samenleven.

13
New cards

Ecosysteem

Min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen, zowel levende als niet-levende natuur.

14
New cards

Systeem aarde

Geheel aan ecosystemen op aarde, ook biosfeer genoemd.

15
New cards

Emergente eigenschap

Een nieuwe eigenschap die ontstaat op een hoger organisatieniveau.

16
New cards

Tussencelstof

Stof die in veel weefsels tussen de cellen ligt en samenhangt met de functie van het weefsel.

17
New cards

Celmembraan

Buitenste laag van een cel die de inhoud van de cel scheidt van de buitenwereld.

18
New cards

Celwand

Stevig laagje om een plantaardige cel heen dat niet tot de cel behoort.

19
New cards

Cytoplasma

Inhoud van de cel die bestaat uit grondplasma en organellen.

20
New cards

Grondplasma

Bestanddeel van het cytoplasma dat uit water en opgeloste stoffen bestaat.

21
New cards

Celkern

Organel dat omsloten is door het kernmembraan en DNA bevat.

22
New cards

Vacuole

Blaasje gevuld met vacuolevocht in het cytoplasma; veel plantaardige cellen bevatten een grote centrale vacuole.

23
New cards

Plastiden

Organellen in plantaardige cellen die verschillende typen kunnen zijn.

24
New cards

Chloroplasten

Plastiden die groene kleurstoffen bevatten, ook bladgroenkorrels genoemd.

25
New cards

Chlorofyl

Groene kleurstoffen in chloroplasten.

26
New cards

Chromosomen

Lange moleculen DNA die rondom eiwitten zijn gewikkeld.

27
New cards

Erfelijke eigenschappen

Informatie die de bouw en functie van een cel bepaalt.

28
New cards

Kernlichaampje

Plaats in het kernplasma waar delen van ribosomen worden gemaakt.

29
New cards

Kernporie

Opening die het transport van stoffen in en uit de kern regelt.

30
New cards

Ribosomen

Kleine bolvormige organellen die eiwitten produceren.

31
New cards

Endoplasmatisch reticulum

Uitgebreid netwerk van dubbele membranen in het cytoplasma.

32
New cards

Ruw endoplasmatisch reticulum

Endoplasmatisch reticulum met ribosomen op de membranen.

33
New cards

Golgisysteem

Opeengestapelde platte membranen waarin eiwitten worden bewerkt.

34
New cards

Exocytose

Afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen naar buiten de cel te transporteren.

35
New cards

Lysosomen

Afgesnoerde blaasjes van het golgisysteem met enzymen.

36
New cards

Enzymen

Eiwitten die stoffen kunnen afbreken.

37
New cards

Mitochondriën

Bolvormige organellen waar energie wordt vrijgemaakt.

38
New cards

ATP

Moleculen die de belangrijkste energieleverancier zijn voor processen in de cel.

39
New cards

Cytoskelet

Netwerk van eiwitvezels dat de cel zijn vorm laat behouden.

40
New cards

Ciliën

Organellen die signalen uit de omgeving waarnemen en doorgeven aan de cel.

41
New cards

Flagel

Zweephaar waarmee cellen zich kunnen voortbewegen.

42
New cards

Transporteiwitten

Eiwitten die specifieke moleculen kunnen binden en transporteren.

43
New cards

Actief transport

Transport dat energie nodig heeft om stoffen door een membraan te verplaatsen.

44
New cards

Validiteit

De resultaten geven ook echt antwoord op de onderzoeksvraag.

45
New cards

Betrouwbaarheid

De resultaten zijn op een objectieve manier verkregen en herhaling van het onderzoek is mogelijk.