1/167
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aboyer
blaffen
acheter
kopen
agir
handelen (over)
aimer
houden van
aller
gaan
appeler
bellen, roepen
apprendre
leren
appuyer
drukken
arrêter
stoppen
atteindre
bereiken
avancer
vooruitgaan
avertir
verwittigen
avoir
hebben
battre
(ver)slaan
boire
drinken
bouger
bewegen
cacher
verstoppen
céder
toegeven
chanter
zingen
changer
veranderen
chercher
zoeken, halen
choisir
kiezen
commencer
beginnen
comprendre
begrijpen
compter
tellen, rekenen (op)
conduire
besturen, rijden
connaitre
kennen
construire
bouwen
corriger
verbeteren
coudre
naaien
courir
lopen
couvrir
bedekken
craindre
vrezen
créer
creëren, maken
croire
geloven
cueillir
plukken
cuire
koken, bakken
découvrir
ontdekken
défendre
verdedigen
demander
vragen
descendre
naar beneden gaan
détruire
vernietigen
devoir
moeten (pas falloir)
dire
zeggen
donner
geven
dormir
slapen
écouter
luisteren
écrire
schrijven
effacer
wissen, afvegen
employer
gebruiken
entendre
horen
entrer
binnengaan
envoyer
verzenden
espérer
hopen
essuyer
afdrogen
éteindre
doven
être
zijn
étudier
studeren
exagérer
overdrijven
faire
doen, maken
falloir
moeten (f..)
fermer
sluiten
finir
eindigen, stoppen (f)
fondre
smelten
fuir
vluchten
grandir
groeien
grossir
verdikken
guérir
genezen
interpeller
aanspreken
introduire
voorstellen, inleiden
jeter
(weg)gooien
joindre
toevoegen, meedoen
jouer
spelen
laisser
laten
lever
omhoog steken
lire
lezen
manger
eten
marcher
stappen
mentir
liegen
mettre
plaatsen, zetten
modeler
boetseren
monter
naar boven gaan
montrer
tonen
mordre
bijten
mourir
sterven
naître
geboren worden
nager
zwemmen
naviguer
varen, navigeren
nourrir
voeden, eten geven
offrir
aanbieden, geven
oser
durven
oublier
vergeten
ouvrir
openen
partir
vertrekken
passer
voorbijgaan
payer
betalen
peindre
schilderen
penser
denken
perdre
verliezen
peser
wegen