1/50
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Karl Marx
grondlegger van de conflictsociologie, focust op sociale ongelijkheid, klassenstrijd, historisch materialisme en vervreemding
Emile Durkheim
grondlegger van het structureel functionalisme, onderzocht sociale cohesie, sociale feiten, overgang van mechanisme naar organische solidariteit en schreef over suïcide
Max Weber
analyseert de maatschappelijke rationalisering en de ijzeren kooi, onderzocht de relatie tussen de protestantse ethiek en het kapitalisme
Friedrich Engels
werkte nauw samen met Marc, schreef over de Sociale Quaestie en de tweevoudige uitbuiting van vrouwen binnen het kapitalisme
John Dewey
denker van het pragmatisme, denken is een instrument om problemen op te lossen en pleit voor sociale planning en controle via wetenschap
Merton
breidde het functionalisme uit met manifeste en latente functies, ontwikkelde de straintheorie over deviantie en concepten als de self-fulfilling prophecy
Bourdieu
ontwikkelde theorie over sociale reproductie en de drie vormen van kapitaal: economisch, sociaal en cultureel
Goffman
dramaturgische analyse van sociale interactie en studie naar totale instituties en stigma
Mead
ontwikkelde de sociaal-behavioristische theorie over het zelf, bestaande uit de ik en de mij
Burawoy
publieke sociologie, maakt onderscheid tussen professionele beleids-, kritische en publieke sociologie en beschreef de Angel of History als symbool voor de discipline
Comte
bedacht de term sociologie en kwam met de wet va de drie stadia
Spencer
pasten de survival of the fittest toe op de samenleving en vergeleek de maatschappij met een menselijk lichaam
Martineau
de eerste vrouwelijke socioloog
Saint-Simon
een vroege denker die Durkheim beïnvloedde in het neerzetten van sociologie als zelfstandige discipline
Kuhn
introduceerde de paradigmacyclus die beschrijft hoe wetenschappelijke revoluties tot stand komen
Bacon
pleitte voor de inductieve methode en waarschuwde voor de afgoden van de menselijke geest
Peirce
de eerste Amerikaanse pragmatist, hij beschreef hoe twijfel leidt tot het vastleggen van overtuigingen en ontwikkelde de pragmatische maxime
Hobbes
stelde dat intellectuelen de rechtvaardigingsgronden voor revolutie leverden
Bauman
maakte onderscheid tussen sociologie en common sense aan de hand van argumenten als responsible speech en defamiliarize
de Regt
beschrijft wetenschap als de meest betrouwbare manier om de wereld te leren kennen en ons gedrag te corrigeren
Emirbayer
pleit voor een relationele sociologie waarin transacties en dynamische relaties centraal staan
Watt
uitvinder van de stoommachine, wat cruciaal was voor de industriële revolutie
Homans
socioloog die de rationelekeuzebenadering overnam in de vorm van de ruiltheorie, met een focus op het individu
Cooley
introduceerde het concept van het gespiegelde zelf en het onderscheid tussen primaire en secundaire groepen
Watson
grondlegger van het behaviorisme, die stelde dat omgeving de basis vormt voor gedrag
Thomas
grondlegger van de Thomas-theorama: situaties die als werkelijk gedefinieerd worden, hebben reële gevolgen
Hirschi
ontwikkelde de controletheorie, waarbij sociale banden deviantie voorkomen
Edwin
ontwikkelde de differentiële associatietheorie en definieerde witteboordencriminaliteit, maakte het onderscheid tussen primaire en secundaire deviantie
Mills
ontwikkelaar van het machtselitemodel, waarbij de macht in een samenleving bij een kleine, rijke groep ligt
Wallerstein
ontwikkelde de wereldsysteemtheorie met een indeling in kernlanden en de periferie
Tumin
leverde kritiek op de Davis-Moore-these en stelde dat stratificatie talentontwikkeling juist kan belemmeren
Lewis
introduceerde het concept van de armoedecultuur, waarbij de schuld van armoede bij de mens zelf ligt
Borgardus
ontwikkelde de socialeafstandsschaal om vooroordelen te meten
Lareau
identificeerde twee opvoedingsstijlen: concerted cultivation en accomplishment of natural growth
Taylor
grondlegger van scientific management, het toepassen van wetenschappelijke principes op bedrijfsefficiëntie
Schmid
ontwikkelde het transactionele arbeidsmodel om overgangen tussen opleiding en werk te versoepelen
Conant
stelde dat in een meritocratie macht en privileges elke generatie opnieuw herverdeeld moeten worden
Blau
breidde de ruiltheorie uit naar sociale groepen en onderzocht hoe sociale diversiteit interacties beïnvloedt
Ritzer
analyseerde de McDonaldisering van de samenleving aan de hand van principes als efficiëntie en controle
Michels
introduceerde de ijzeren wet van de oligarchie, waarbij een kleine groep een organisatie gaat beheersen
Lipsky
beschreef de discretionaire ruimte van uitvoerders binnen bureaucratische organisaties
Tönnies
maakte het beroemde onderscheid tussen Gemeinschaft en Gesellschaft
Asch
experiment met lijnstukken
Milgram
experiment met schokken
Jones
beweging opgericht om studenten van school te laten zien hoe fascisme in de periode van de tweede wereldoorlog veel conformiteit kon opwekken bij anderen
Stouffer
groepen waar feitelijk weinig promoties plaatsvonden, schatte soldaten hun eigen kansen positiever in dan in groepen waar promoties sneller gingen
Kleinfeld
leverde kritiek op Milgrams netwerkonderzoek en stelde dat rijke mensen grotere netwerken hebben
Berger
omschreef kenmerken van modernisering en beschreef religie als een cosmic frame of reference
Allport
ontwikkelde de contacttheorie, waarbij interpersoonlijk contact vooroordelen verminderd
Beck
introduceerde het concept van de risicosamenleving, waarbij mondiale samenwerking nodig is om risico’s te beheersen
Elias
beschreef het civilisatieproces als een toename van onderlinge afhankelijkheid en individuele zelfbeheersing